Brief aan de informateur over onderzoekprogramma onvoorwaardelijk basisinkomen

Deze brief van het NPI aan de informateur bepleit een onderzoekprogramma over het basisinkomen dat meer kennis over mogelijkheden en (gedrags)effecten ervan oplevert en zo zal leiden tot een politiek debat dat minder vooringenomen en ideologisch is en daarmee uiteindelijk ook tot betere besluitvorming.

Aan de Informateur,
Drs. E. Schippers
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

27-03-2017, Elst

Betreft: onderzoekprogramma onvoorwaardelijk basisinkomen

Geachte Mevrouw Schippers,

Het Netwerk voor Politieke Innovatie (NPI) poogt al geruime tijd het debat rond het basisinkomen te verbeteren. Het NPI is een netwerk van circa 100 personen, dat poogt mee te denken over het beleid en vooral streeft naar eenvoud in beleid en effectieve regelgeving.
Deze brief bepleit een onderzoekprogramma over het basisinkomen dat meer kennis over mogelijkheden en (gedrags)effecten ervan oplevert en zo zal leiden tot een politiek debat dat minder vooringenomen en ideologisch is en daarmee uiteindelijk ook tot betere besluitvorming.
De reden waarom het NPI juist in deze formatieperiode aandacht vraagt voor deze materie is tweeledig: onze analyse en beoordeling van de verkiezingsuitslag en onze ervaringen bij pogingen  tot dusver om te komen tot die betere kennis over het basisinkomen.
In deze brief geeft het NPI een overzicht van motieven waarom onderzoek naar (varianten van) een basisinkomen nog steeds zinvol is, waarom het standpunt van de oude coalitie tegen het basisinkomen onvoldoende is onderbouwd en waarom het oordeel van de Tweede Kamer tegen verder onderzoek op een dwaling berust. Tevens komt op meerdere plekken ter sprake hoe de agenda wordt bepaald en hoe de open discussie tussen ministeries en omgeving wordt gehinderd.

Oude coalitie

De oude coalitie van VVD en PvdA heeft een fors zetelverlies geleden, ondanks het uitzitten van de volle kabinetsperiode. De uitslag kan op zoveel manieren worden geduid als er politieke partijen zijn. Maar het verlies wijst volgens ons niet echt op grote tevredenheid bij de kiezers over de resultaten of hervormingen. Dat stemt tot nadenken.
De coalitie heeft met oude bestuurlijke werkwijzen gepoogd iets te bereiken, maar de resultaten zijn bescheiden. Dit oordeel is wat afwijkend van het gangbare ‘frame’ van een succesrijke coalitie. Volgens ons is de fragmentatie van het politieke midden door zwak beleid ontstaan, (beheersing vluchtelingenstroom, eurocrisis, traag economisch herstel, zwak sociaal beleid) met nog steeds een riskante politieke uitdaging aan de nationalistische en EU-sceptische rechterkant.
Wij constateren dat er behoefte is aan visie en executieve kracht, waarmee de grotere politieke vragen beter kunnen worden aangepakt. Wij vermoeden een sterke behoefte aan een moderner  arbeidsmarkt en ontslagrecht, maar met de keerzijde van meer zekerheden voor de werkenden. Illustratief is de problematiek rond de (fiscale) behandeling van ZZP-ers. Mede hierom zei de MP: “Velen hebben nog niets gemerkt van het economisch herstel.” Een sterke behoefte is ook die aan een moreel verdedigbare inkomensverdeling, die sinds de crisis vrijwel overal in de westerse wereld zich ongunstig ontwikkelde.
De vraag is of  volledige werkgelegenheid nog een haalbaar beleidsdoel vormt: mogelijk zal de ontwikkeling van de technologie voor uitstoot van arbeid zorgen, waardoor nieuwe verdelingsvragen over arbeid en inkomen ontstaan. De eisen aan werkenden en hun opleiding worden steeds hoger.
Bij deze beelden past de hernieuwde discussie over het basisinkomen.

Het openbare debat

Het begrip basisinkomen is bij Thomas More en Thomas Paine al te vinden. Ook in de jaren tachtig werd hierover discussie gevoerd, leidend tot een advies van de WRR in 1985 aan de regering. De opleving van dit debat na de crisis van 2008, ook binnen de EU, is betekenisvol.
In onze politieke partijen is debat geweest binnen Groen Links, De Dierenpartij en de Vrijzinnige Partij. Ook binnen de PvdA en D66 is over het thema discussie gevoerd. Het programma van D66 vraagt zelfs expliciet om nader onderzoek en discussie binnen het kabinet. Daarmee hebben twee beoogde coalitiepartners mogelijk al weinig moeite met de voorstellen in deze brief.
Alleen de Vrijzinnige Partij heeft het basisinkomen een centrale plek gegeven in het programma en dat laten doorrekenen door het CPB.  Het CPB geeft zelf aan dat de uitspraken op dit vlak “met meer dan de gebruikelijke onzekerheden zijn omringd.”
De uniforme benadering van het CPB geeft door zijn uitgangspunten ook beperkingen, want de vergelijking van partijprogramma’s moet eerlijk en evenwichtig zijn. Zo is de limiet van 10% bezuinigen op de overheid te billijken, al heeft zo’n uitgangspunt verstrekkende gevolgen voor een oordeel over het onvoorwaardelijk basisinkomen, dat juist door zijn eenvoud aantrekkelijke besparingen in overheidsuitgaven kan opleveren.
De conclusie van het CPB in de doorrekening der programma’s is dat de structurele werkgelegenheid  door het basisinkomen zal dalen en dat de houdbaarheid van de overheidsfinanciën er door zal afnemen. Het is de fundering voor de conclusie van de Minister van SZW en het parlement dat dit een onbegaanbaar pad is, dat verder niet hoeft te worden bekeken. Die fundering kan het besluit volgens het NPI niet dragen.

Dit bracht ons er toe een kleine studieconferentie te organiseren over dit thema, op 10 maart j.l. in Den Haag. Kernvraag: weten we wat nodig is om politieke beslissingen over het onvoorwaardelijk basisinkomen te kunnen nemen?
Het CPB weigerde deel te nemen, ook bij een strikt onderzoekstechnische discussie, omdat het standpunt in de gepubliceerde doorrekeningen was vastgelegd; het CPB wilde/mocht niet mee doen aan ‘politieke’ discussies. Het NPI vroeg ook een aantal departementen om inhoudelijke reacties op ons onderzoekprogramma: maar dat leverde slechts een patroniserende brief op van beleidsvoorlichters, die nauwgezet het standpunt van de Minister in het parlement weergaf. Inhoudelijk houden de departementen zich op de vlakte; dat maakt inhoudelijke voortgang lastig.

Het CPB standpunt en kanttekeningen

Een methodologische of onderzoekstechnische discussie is voor deze fase in de coalitievorming niet nodig. Wel heeft het NPI de behoefte het standpunt van het CPB en de besluitvorming van de Minister SZW en het parlement van enkele kanttekeningen te voorzien. Snijdt het oordeel over het basinkomen hout?
Het CPB is bij de doorrekening van de programma’s uitgegaan van:

  1. De eisen uit de CPB-startnotitie van 2016;
  2. Effecten moeten (wetenschappelijk) bewezen zijn;
  3. Het eigen economische model is leidend voor de vergelijking van de programma’s.

Deze randvoorwaarden hebben grote betekenis voor de uitkomsten. De bezuiniging op het overheidsapparaat is gemaximeerd tot 10%. Dat is te billijken, als het gaat om vergelijkbaar maken van programma’s van partijen. De uitkomsten zijn dan echter moeilijk te generaliseren tot een economisch oordeel over het basisinkomen, want een groot argument voor het basisinkomen is nu juist de eenvoud, die kan ontstaan in de uitvoering van de sociale zekerheidswetgeving.
De verlaging van de werkgelegenheid in uren, die het CPB als gevolg ziet van een basisinkomen, lijkt een artefact van het model. Daarin is een armoedeval opgenomen, die de arbeidsparticipatie zal remmen. Maar bij een basisinkomen zal dat effect niet optreden of anders zijn.
Bij een basisinkomen zonder voorwaarden gaat niemand meer werken, vrezen tegenstanders. Of een daling van 4.9% in de werkgelegenheid in uren zal optreden, bij invoering van het basisinkomen volgens de Vrijzinnige Partij, kan moeilijk met zekerheid worden volgehouden. Het omgekeerde effect, zie de beperkte empirische gegevens over experimenten, zoals b.v. in Canada, is aannemelijker.
Dubbelzinnig is ook de behandeling van de arbeidsmarkteffecten in het CPB model: hoe werkt het model met de gedachte dat elke aanbieder van arbeid uiteindelijk een vrager vindt?  Hoe zullen afname van arbeidsaanbod en toename van arbeidsaanbod zich voordoen en waarom? Welke invloed zal dat hebben op geregistreerde en niet geregistreerde werkloosheid? Wat gebeurt er met de loonvorming van minder gewilde banen en welke effecten roept dat op? Hoe moet de macro-economische doorwerking worden ingeschat?
Deze en dergelijke vragen worden door het CPB opgeroepen. Een basisinkomen heeft nooit in volle omvang  gefunctioneerd, dus een modelmatige doorrekening is sterk afhankelijk van nevenveronderstellingen, die gecombineerd worden toegepast, om positieve effecten in beeld kunnen brengen. Hoe dat precies is gedaan is niet voldoende verhelderd. Zo geloven voorstanders in een ontspannen samenleving, met uiteindelijk lagere zorgkosten: een aannemelijk positief effect dat strandt op de tweede voorwaarde van het CPB.
Een model wordt geconstrueerd, met een gelijkenis (isomorfie) met de werkelijkheid, die wordt weergegeven. Door de modelsimulatie en in het licht van randvoorwaarden voor de vergelijkbaarheid, is het lastig positieve effecten zuiver te wegen. Het CPB geeft zeer correct aan dat de onzekerheden groter zijn dan gebruikelijk, maar die zinsnede beklijft niet.
Het beeld dat het CPB heeft ontwikkeld met de doorrekening van het basisinkomen is belangrijk, niet als voltooiing van het onderzoek, maar juist als inspirator voor vervolgonderzoek. De onzekere conclusies zijn helaas niet zo gebruikt: een motie waarin verder onderzoek werd bepleit, werd door het parlement na zeer korte overweging afgewezen. Het kabinet had ook geen behoefte aan een dergelijke uitspraak.

Het pleidooi van het NPI

Het probleem voor deze formatie is de breuk met het incrementalisme. Hoe slagen we er in om in coalitieland een grote stap te zetten bij het oplossen van problemen, zonder een ideologisch-politieke revolutie? Sommige analyses van de verkiezingen zien een expressie van vervreemding tussen het midden en de politieke klasse. Misschien zou  een gefundeerde besluitvorming over het basisinkomen en pragmatische oplossingen op het vlak van arbeidsmarkt en sociale zekerheid, het politieke midden beter binden aan ons systeem.

Het NPI is voorstander van Eenvoud in Beleid, dus een grote beleidsvernieuwing lijkt daarmee in tegenspraak. Daarom is het begrip basisinkomen ook niet door ons gedefinieerd. Een veelheid van operationele uitwerkingen is mogelijk, gedeeltelijke invoering, fiscale hervorming, mogelijkheden om terug te keren wanneer de uitwerking tegen valt of verkeerd uitpakt.
Het basisinkomen moet in onze ogen dienen voor een eenvoudige bestaansgarantie van iedereen, zonder voorwaarden, het moet strekken tot emancipatie van vrouwen, gelijkheid van werkgever en werknemer op de arbeidsmarkt en groter contractvrijheid, een ontspannen samenleving.
Ons voorgestelde onderzoekprogramma is een schetsontwerp, maar toont de richting van denken. Wij zouden willen zien dat de komende coalitie zich verbindt aan een dergelijk programma dat de komende kabinetsperiode kan worden uitgevoerd. De regie van het programma zou bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) kunnen worden gelegd.
De kennis die het oplevert zou nog door gerichte experimenten kunnen worden aangevuld, mits daarvoor heldere kennisvragen worden geformuleerd. Als bij de formatie een verbinding wordt gelegd met een visieontwikkeling als hier bepleit, kan ook nagedacht worden over de vormgeving van het openbaar debat, b.v. in het derde jaar.

Resumerend

  • Het NPI is sterk voor eenvoud in beleid en regelgeving.
  • Het grote probleem van de komende jaren is de modernisering van de arbeidsmarkt en alle vraagstukken rond sociale zekerheid, werkgelegenheid, verdeling van banen en inkomen, toeleiding tot de arbeidsmarkt, scholing en bijscholing, die hiermee samenhangen.
  • Die vraagstukken worden geregeld in een complex geheel van wetten en regelingen, beleidsinitiatieven, uitvoeringsinstellingen en politieke debatten over tegenprestatie, schuldsanering, armoede, etc.
  • Politieke partijen hebben zich soms programmatisch uitgesproken voor een basisinkomen, anderen pleiten voor onderzoek en experimenten. Bij enkele partijen bestaan ook ideologische bezwaren.
  • Het NPI verwacht dat onderzoek meer kennis oplevert, die kan leiden tot een constructieve visie op problemen van de arbeidsmarkt en sociale zekerheid. In Frankrijk b.v. speelt deze discussie, o.a. met een markante rol van de econoom Piketty.

Het NPI meent dat het vermeerderen van kennis zal leiden tot betere discussie en onbevangen besluitvorming op dit gebied. Daarom stellen wij u voor ons onderzoekprogramma in de discussie over coalitievorming te betrekken, dat programma desgewenst te verfijnen en een kostenraming daarvan op te nemen in de financiële paragrafen van een nieuw regeerakkoord.

Hoogachtend,

Namens het NPI,

Peter van Hoesel
Tom van Doormaal

Bijlage: Voorstel voor onderzoekprogramma
Deze brief is ook te downloaden als PDF.

Geplaatst door Reyer Brons op 30-3-2017

Het bericht Brief aan de informateur over onderzoekprogramma onvoorwaardelijk basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Win for Life: plan voor geleidelijke en onderbouwde invoering van basisinkomen

Als Europa aan al haar inwoners een eurodividend van 200 euro per maand geeft en België een onvoorwaardelijk, universeel en individueel maandelijks basisinkomen van 750 euro uitkeert, is dat een Win for lLfe voor iedereen! Een stevig onderzoek kan de weg aangeven waarop dat mogelijk kan worden.

Net als in Nederland schiet het in België in de politiek niet echt op met steun voor het basisinkomen. Nele Lijnen, lid van het Belgische parlement (Open Vld) heeft daarom een boek geschreven met een pleidooi voor het basisinkomen: Win for Life, met het basisinkomen naar vrijheid en creativiteit.
Het is geen partijpolitiek boek. Het is volgens Nele Lijnen bestemd voor iedereen die met een open geest wil meedenken over een betere toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.
Vanuit Nederlands perspectief is het wel bijzonder dat een liberaal zo’n pleidooi houdt. Maar mogelijk  is in België het echte liberalisme minder verdrongen door het conservatisme dan in Nederland.
In het boek staan ook interviews met een groot aantal mensen, waaronder de Nederlanders Ronald Mulder en Bart Nooteboom.
Het is een vlot geschreven boek net een positieve toon! Het eindigt met een plan van aanpak met een interessante combinatie van stappen tot invoering van basisinkomen.

Ze omschrijft het onvoorwaardelijk basisinkomen is een vast bedrag dat aan iedereen individueel en levenslang wordt toegekend en dit zonder voorwaarden.
Daarin zitten vijf verschillende elementen (vast bedrag, iedereen, individueel, levenslang en zonder voorwaarden).
Vergelijken we dit met de omschrijving van onze Vereniging Basisinkomen, dan valt op de term levenslang op, die wij niet gebruiken omdat we dat vanzelfsprekend vinden, in elk geval voor volwassenen. Wat ontbreekt is de term ‘hoog genoeg’, daar kom ik hieronder op terug.

Uiteraard staan in het boek een groot aantal voordelen van het basisinkomen, zoals verschrompeling van de bureaucratie en verkleining van de ongelijkheid. Ook noemt de auteur expliciet voordelen voor werknemers en voor werkgevers!
Nele noemt ook twee vermeende nadelen (Het kost veel geld en Niemand wil meer werken) die overtuigend weerlegd worden. Vaak worden door anderen veel meer nadelen genoemd (zie bijvoorbeeld dit overzicht), maar die zijn evenzeer weerlegbaar en dit boek zou er alleen maar dikker van worden zonder dat het betoog er veel sterker van wordt.

Ze geeft ook een beknopt historisch overzicht waarin o.a. Thomas More, Thomas Jefferson en Thomas Paine worden genoemd. Maar ook meer recent Martin Luther King, Richard Nixon en het oliedividend in Alaska, wat al ruim dertig jaar wekt en zeer positieve effecten heeft ondanks het beperkte bedrag.
Vervolgens komen recente activiteiten aan de orde zoals het referendum in Zwitserland, de acties vanuit Groningen van MIES / OnsBasisinkomenen experimenten en plannen rond basisinkomen in ruime zin (oa. Utrecht, Finland, Kenya, Canada).
Nieuw voor mij is een voorstel voor een experiment, te organiseren in Europees verband, om iedere bewoner van Estland een basisinkomen van € 250 te geven. Dat bedrag ligt boven de armoedegroens daar en is dus voldoende. Het is een klein land, dus de geraamde kosten van nog geen € 4 miljard moeten voor de EU betaalbaar zijn!

Een deel van het boek is specifiek gericht op België.
De Belgische sociale zekerheid wordt aangeduid als een octopus met veel tentakels. In de terminologie en de details totaal afwijkend van Nederland, maar qua hoofdlijnen, complexiteit en schrijnende effecten zeer herkenbaar!
Dat geldt ook voor berekeningen betreffende de financierbaarheid van basisinkomen. De principes van de berekeningen zijn identiek, de concrete invulling verschilt. De marges waarvoor andere financiering gevonden moet worden buiten besparingen op sociale zekerheid en compensatie via de belasting op inkomen, zijn sterk vergelijkbaar.

Een belangrijk deel van het boek gaat over de impact van de robotisering. Voor Nele Lijnen is basisinkomen een noodzaak om de bedreiging die van de robotisering uitgaat om te zetten in kansen naar een leven met meer vrijheid. Ze voorziet enorme effecten op de arbeidsmarkt. De impact die dat zal hebben op de arbeidsverhoudingen wordt overigens maar summier aan getipt.

De auteur formuleert vier doelstellingen van basisinkomen, die ik hieronder grotendeels citeer:

  1. Sociale doelstelling
    Bestaanszekerheid is voor iedereen van wezenlijk belang. Met een volwaardig basisinkomen dat niet afhankelijk is van allerlei voorwaarden wordt deze bestaanszekerheid enorm verbeterd….
    Een volwaardig basisinkomen moet op een zodanig niveau liggen dat armoede niet meer voorkomt. Het mag echter ook niet meer bieden dan een sober bestaan, zodat de prikkel om arbeid te verrichten overeind blijft.
  2. Economische doelstelling
    Een basisinkomen stimuleert allerlei economische activiteiten die in het huidige stelsel tegengewerkt worden. De overheid legt ons vandaag immers vooral op wat we allemaal niet mogen. Een basisinkomen moet zorgen dat ‘zwartwerk’ minder aantrekkelijk is, dat de prikkel tot criminele activiteiten wordt verminderd en dat vrijwilligerswerk meer ruimte krijgt. Omdat arbeid in het huidige stelsel te duur is, moet een basisinkomen zorgen dat de stap naar zelfstandig professional sneller gemaakt wordt. Het moet onnodige arbeid, die alleen kosten oplevert en geen baten, terugdringen en ‘levenslang leren’ stimuleren. Zo blijven mensen beter inzetbaar dan in het huidige systeem. Het moet ten slotte ook zorgen voor een grotere koopkracht, vooral bij mensen met een laag inkomen, dat leidt tot economische groei.
  3. Humane doelstelling
    Een basisinkomen moet mensen meer vrijheid opleveren om het leven te leiden dat zij graag willen. De dwang die van het huidige stelsel uitgaat zorgt daar niet voor.…
    Het ….. gaat vooral ook om het mogelijk maken van immateriële zaken: er komt meer tijd beschikbaar voor het gezinsleven, kunstbeoefening, vrijwilligerswerk, politieke activiteiten, sociale contacten, huishoudelijk werk/klusjes, volgen van opleidingen, enzovoort. Het basisinkomen moet dus wel de materiële zekerheid bieden die zorgt voor de nodige ruimte voor deze belangrijke immateriële zaken.
    Dat heeft gunstige gevolgen voor de volksgezondheid, maar bijvoorbeeld ook voor de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt
    .
  4. Bureaucratie-beperkende doelstelling
    De overheidskosten van het huidige stelsel zijn hoog wegens de enorme structuur en de ingewikkelde regelgeving. Het gaat daarbij niet alleen om de kosten bij de overheid, maar ook om de nalevingskosten in de samenleving…..
    Het moet bovendien ook allerlei frustraties in het uitvoeringsproces uitsluiten, omdat het zo eenvoudig toe te kennen is en er geen discussies meer zijn over wie hoeveel mag krijgen en waarom.

Opvallend is de keuze voor een niveau van het basisinkomen dat een sober bestaan garandeert, waarbij een prikkel blijft om betaalde arbeid te verrichten.
In het begin van het boek spreekt ze uit te mikken op een bedrag van circa € 1.100 voorvolwassenen, dat is circa 60 % van het modale inkomen in België (en daarmee wat lager dan in Nederland).
Het is wel hoger dan het voorstel van haar partijgenoot en politieke vader Roland Duchâtelet, die een bedrag van € 750 voorstelt voor volwassenen (tot 65 jaar, daarboven € 1.300).

Nele Lijnen formuleert in het boek een plan van aanpak voor een geleidelijke en onderbouwde invoering.
Een belangrijk onderdeel van haar aanpak is een stevig onderzoek, waarbij zij het voorstel daartoe van het Nederlandse NPI, als goede aanzet voor een Belgisch onderzoek, vrijwel integraal in het boek heeft opgenomen. Haar plan is dit stevig onder de aandacht te brengen bij het Belgische parlement en de regering.

Een tweede onderdeel van haar aanpak is een groot experiment in EU-verband, bijvoorbeeld het hierboven genoemde experiment in Estland. Maar liever gaat ze nog een stap verder en wordt in de hele EU een eurodividend van circa € 200 per volwassene ingevoerd, om de hele bevolking te laten profiteren van de voordelen van de EU. Het idee hiertoe is in 2013 geopperd door Philippe van Parijs.
Financiering kan door een deel van de BTW-opbrengsten over te hevelen naar de EU en/of door een in de hele EU een belasting op financiële transacties in te voeren.
Het verhoogt ook voor eens en altijd de zichtbaarheid van wat Europa allemaal voor ons doet, een probleem waar de Europese Unie al sinds haar oprichting mee worstelt, aldus Nele Lijnen.

Als derde onderdeel wijst ze op een aantal berekeningen in België die aantonen dat een basisinkomen van circa € 750 goed te financieren is binnen België.

Samen met het eurodividend van € 200 levert dat een bedrag van € 950, wat al in de buurt komt van de door de auteur wenselijk geachte € 1.100.
Onderzoek volgens de acht beschreven stappen van het NPI-voorstel) kan in België de weg aangeven waarop dat mogelijk kan worden.

Rond publicatie van het boek eind maart vinden een aantal bijeenkomsten plaats, o.a. op 5 april in Eksel vlak bij de grens tussen Nederland en België. Voor meer informatie over het boek en over vervolgacties zie de website www.winforlifeboek.be.

Reyer Brons, 27 maart 2017

 

Het bericht Win for Life: plan voor geleidelijke en onderbouwde invoering van basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Win for Life: plan voor geleidelijke en onderbouwde invoering van basisinkomen

Als Europa aan al haar inwoners een eurodividend van 200 euro per maand geeft en België een onvoorwaardelijk, universeel en individueel maandelijks basisinkomen van 750 euro uitkeert, is dat een Win for lLfe voor iedereen! Een stevig onderzoek kan de weg aangeven waarop dat mogelijk kan worden.

Net als in Nederland schiet het in België in de politiek niet echt op met steun voor het basisinkomen. Nele Lijnen, lid van het Belgische parlement (Open Vld) heeft daarom een boek geschreven met een pleidooi voor het basisinkomen: Win for Life, met het basisinkomen naar vrijheid en creativiteit.
Het is geen partijpolitiek boek. Het is volgens Nele Lijnen bestemd voor iedereen die met een open geest wil meedenken over een betere toekomst voor onze kinderen en kleinkinderen.
Vanuit Nederlands perspectief is het wel bijzonder dat een liberaal zo’n pleidooi houdt. Maar mogelijk  is in België het echte liberalisme minder verdrongen door het conservatisme dan in Nederland.
In het boek staan ook interviews met een groot aantal mensen, waaronder de Nederlanders Ronald Mulder en Bart Nooteboom.
Het is een vlot geschreven boek net een positieve toon! Het eindigt met een plan van aanpak met een interessante combinatie van stappen tot invoering van basisinkomen.

Ze omschrijft het onvoorwaardelijk basisinkomen is een vast bedrag dat aan iedereen individueel en levenslang wordt toegekend en dit zonder voorwaarden.
Daarin zitten vijf verschillende elementen (vast bedrag, iedereen, individueel, levenslang en zonder voorwaarden).
Vergelijken we dit met de omschrijving van onze Vereniging Basisinkomen, dan valt op de term levenslang op, die wij niet gebruiken omdat we dat vanzelfsprekend vinden, in elk geval voor volwassenen. Wat ontbreekt is de term ‘hoog genoeg’, daar kom ik hieronder op terug.

Uiteraard staan in het boek een groot aantal voordelen van het basisinkomen, zoals verschrompeling van de bureaucratie en verkleining van de ongelijkheid. Ook noemt de auteur expliciet voordelen voor werknemers en voor werkgevers!
Nele noemt ook twee vermeende nadelen (Het kost veel geld en Niemand wil meer werken) die overtuigend weerlegd worden. Vaak worden door anderen veel meer nadelen genoemd (zie bijvoorbeeld dit overzicht), maar die zijn evenzeer weerlegbaar en dit boek zou er alleen maar dikker van worden zonder dat het betoog er veel sterker van wordt.

Ze geeft ook een beknopt historisch overzicht waarin o.a. Thomas More, Thomas Jefferson en Thomas Paine worden genoemd. Maar ook meer recent Martin Luther King, Richard Nixon en het oliedividend in Alaska, wat al ruim dertig jaar wekt en zeer positieve effecten heeft ondanks het beperkte bedrag.
Vervolgens komen recente activiteiten aan de orde zoals het referendum in Zwitserland, de acties vanuit Groningen van MIES / OnsBasisinkomenen experimenten en plannen rond basisinkomen in ruime zin (oa. Utrecht, Finland, Kenya, Canada).
Nieuw voor mij is een voorstel voor een experiment, te organiseren in Europees verband, om iedere bewoner van Estland een basisinkomen van € 250 te geven. Dat bedrag ligt boven de armoedegroens daar en is dus voldoende. Het is een klein land, dus de geraamde kosten van nog geen € 4 miljard moeten voor de EU betaalbaar zijn!

Een deel van het boek is specifiek gericht op België.
De Belgische sociale zekerheid wordt aangeduid als een octopus met veel tentakels. In de terminologie en de details totaal afwijkend van Nederland, maar qua hoofdlijnen, complexiteit en schrijnende effecten zeer herkenbaar!
Dat geldt ook voor berekeningen betreffende de financierbaarheid van basisinkomen. De principes van de berekeningen zijn identiek, de concrete invulling verschilt. De marges waarvoor andere financiering gevonden moet worden buiten besparingen op sociale zekerheid en compensatie via de belasting op inkomen, zijn sterk vergelijkbaar.

Een belangrijk deel van het boek gaat over de impact van de robotisering. Voor Nele Lijnen is basisinkomen een noodzaak om de bedreiging die van de robotisering uitgaat om te zetten in kansen naar een leven met meer vrijheid. Ze voorziet enorme effecten op de arbeidsmarkt. De impact die dat zal hebben op de arbeidsverhoudingen wordt overigens maar summier aan getipt.

De auteur formuleert vier doelstellingen van basisinkomen, die ik hieronder grotendeels citeer:

  1. Sociale doelstelling
    Bestaanszekerheid is voor iedereen van wezenlijk belang. Met een volwaardig basisinkomen dat niet afhankelijk is van allerlei voorwaarden wordt deze bestaanszekerheid enorm verbeterd….
    Een volwaardig basisinkomen moet op een zodanig niveau liggen dat armoede niet meer voorkomt. Het mag echter ook niet meer bieden dan een sober bestaan, zodat de prikkel om arbeid te verrichten overeind blijft.
  2. Economische doelstelling
    Een basisinkomen stimuleert allerlei economische activiteiten die in het huidige stelsel tegengewerkt worden. De overheid legt ons vandaag immers vooral op wat we allemaal niet mogen. Een basisinkomen moet zorgen dat ‘zwartwerk’ minder aantrekkelijk is, dat de prikkel tot criminele activiteiten wordt verminderd en dat vrijwilligerswerk meer ruimte krijgt. Omdat arbeid in het huidige stelsel te duur is, moet een basisinkomen zorgen dat de stap naar zelfstandig professional sneller gemaakt wordt. Het moet onnodige arbeid, die alleen kosten oplevert en geen baten, terugdringen en ‘levenslang leren’ stimuleren. Zo blijven mensen beter inzetbaar dan in het huidige systeem. Het moet ten slotte ook zorgen voor een grotere koopkracht, vooral bij mensen met een laag inkomen, dat leidt tot economische groei.
  3. Humane doelstelling
    Een basisinkomen moet mensen meer vrijheid opleveren om het leven te leiden dat zij graag willen. De dwang die van het huidige stelsel uitgaat zorgt daar niet voor.…
    Het ….. gaat vooral ook om het mogelijk maken van immateriële zaken: er komt meer tijd beschikbaar voor het gezinsleven, kunstbeoefening, vrijwilligerswerk, politieke activiteiten, sociale contacten, huishoudelijk werk/klusjes, volgen van opleidingen, enzovoort. Het basisinkomen moet dus wel de materiële zekerheid bieden die zorgt voor de nodige ruimte voor deze belangrijke immateriële zaken.
    Dat heeft gunstige gevolgen voor de volksgezondheid, maar bijvoorbeeld ook voor de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt
    .
  4. Bureaucratie-beperkende doelstelling
    De overheidskosten van het huidige stelsel zijn hoog wegens de enorme structuur en de ingewikkelde regelgeving. Het gaat daarbij niet alleen om de kosten bij de overheid, maar ook om de nalevingskosten in de samenleving…..
    Het moet bovendien ook allerlei frustraties in het uitvoeringsproces uitsluiten, omdat het zo eenvoudig toe te kennen is en er geen discussies meer zijn over wie hoeveel mag krijgen en waarom.

Opvallend is de keuze voor een niveau van het basisinkomen dat een sober bestaan garandeert, waarbij een prikkel blijft om betaalde arbeid te verrichten.
In het begin van het boek spreekt ze uit te mikken op een bedrag van circa € 1.100 voorvolwassenen, dat is circa 60 % van het modale inkomen in België (en daarmee wat lager dan in Nederland).
Het is wel hoger dan het voorstel van haar partijgenoot en politieke vader Roland Duchâtelet, die een bedrag van € 750 voorstelt voor volwassenen (tot 65 jaar, daarboven € 1.300).

Nele Lijnen formuleert in het boek een plan van aanpak voor een geleidelijke en onderbouwde invoering.
Een belangrijk onderdeel van haar aanpak is een stevig onderzoek, waarbij zij het voorstel daartoe van het Nederlandse NPI, als goede aanzet voor een Belgisch onderzoek, vrijwel integraal in het boek heeft opgenomen. Haar plan is dit stevig onder de aandacht te brengen bij het Belgische parlement en de regering.

Een tweede onderdeel van haar aanpak is een groot experiment in EU-verband, bijvoorbeeld het hierboven genoemde experiment in Estland. Maar liever gaat ze nog een stap verder en wordt in de hele EU een eurodividend van circa € 200 per volwassene ingevoerd, om de hele bevolking te laten profiteren van de voordelen van de EU. Het idee hiertoe is in 2013 geopperd door Philippe van Parijs.
Financiering kan door een deel van de BTW-opbrengsten over te hevelen naar de EU en/of door een in de hele EU een belasting op financiële transacties in te voeren.
Het verhoogt ook voor eens en altijd de zichtbaarheid van wat Europa allemaal voor ons doet, een probleem waar de Europese Unie al sinds haar oprichting mee worstelt, aldus Nele Lijnen.

Als derde onderdeel wijst ze op een aantal berekeningen in België die aantonen dat een basisinkomen van circa € 750 goed te financieren is binnen België.

Samen met het eurodividend van € 200 levert dat een bedrag van € 950, wat al in de buurt komt van de door de auteur wenselijk geachte € 1.100.
Onderzoek volgens de acht beschreven stappen van het NPI-voorstel) kan in België de weg aangeven waarop dat mogelijk kan worden.

Rond publicatie van het boek eind maart vinden een aantal bijeenkomsten plaats, o.a. op 5 april in Eksel vlak bij de grens tussen Nederland en België. Voor meer informatie over het boek en over vervolgacties zie de website www.winforlifeboek.be.

Reyer Brons, 27 maart 2017

 

Het bericht Win for Life: plan voor geleidelijke en onderbouwde invoering van basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Uitslag verkiezingen TK2017: op weg naar een basisinkomen?

Uit de verkiezingsuitslag 2017 kunnen we het volgende destilleren: Het aantal kiezers die op partijen gestemd hebben, die een of andere vorm van (experimenten met een vorm van) basisinkomen in het programma hebben staan, komt voor het gehele stemvolk neer op een percentage van bijna 31%. Dit komt redelijk in de buurt van de peiling van Maurice de Hond van November 2016. [1] We hebben voor de volgende verkiezingen nog een hoop zendingswerk te doen!   Politieke groepering Stemmen % kieskringen Democraten 66 (D66) 1.285.819 12,23 20 GroenLinks 959.600 9,13 20 Partij van de Arbeid (P.v.d.A.) 599.699 5,70 20 Partij voor de Dieren 335.214 3,19 20 Piratenpartij 35.478 0,34 19 Lokaal […]

The post Uitslag verkiezingen TK2017: op weg naar een basisinkomen? appeared first on Nederlandstalig Netwerk Basisinkomen.

Basisinkomen ‘embedded’ en multimediaal belicht

Het basisinkomen heeft mij, vanaf het moment dat ik er mee in aanraking kwam, gegrepen als een krachtig instrument om een aantal al langer spelende problemen binnen onze moderne samenlevingen aan te pakken. Maar niet als enig instrument. Sterker nog, een insteek enkel en alleen gebaseerd op het gedachtengoed rond basisinkomen komt op mij niet alleen monomaan, maar ook onrealistisch over. Alsof het die ene sleutel is, gelijk die Ene Verlosser.

Onlangs bezocht ik een kick-off weekeinde van De Beweging van de Nieuwe Economie. Daar maakte Daniëlle Hirsch duidelijk dat succesvolle eco-logische en -nomische systemen de volgende 3 factoren gemeen hebben:

  • Diversiteit
  • Connectiviteit
  • Flexibiliteit

 

Implicaties

Een aanpak van problemen binnen een eco-logisch/nomisch systeem vraagt idealiter dus om de inzet van diverse instrumenten. Naast basisinkomen kunnen we daaraan gehoor gevend ook met andere instrumenten experimenteren. Ik noem hier twee andere, die ieder ook het instrument van het basisinkomen kunnen versterken. Wederzijds zijn er ook mogelijkheden vanuit het basisinkomen om die twee te versterken.

1. Emancipatie van burgers

Hieronder valt te denken aan een verbeterd inzicht in het functioneren van onze samenlevingen, waaronder het economisch subsysteem. Daarmee komen kiesgerechtigden steviger in hun schoenen te staan waar het erop aankomt hun belangen te behartigen en vertegenwoordigers van hun belangen (zoals volksvertegenwoordigers) op de juiste merites te beoordelen. Ook kan gedacht worden aan meer actieve inzet binnen onze democratische processen naast het bekende hokjes inkleuren.

Terzake het basisinkomen kunnen burgers aldus zowel het gedachtengoed zelf als ook opzet en uitkomsten van experimenten basisinkomen beter toetsen aan hun eigen belangen. Zij laten zich zogezegd minder knollen voor citroenen verkopen èn kunnen (pro)actiever meesturen.

Het basisinkomen op haar beurt maakt burgers vrij om hun kostbare aandacht aan emancipatie te kunnen besteden. Emancipatie houdt veelal een behoorlijk intense investering van eigen middelen in. Denk aan veel aandacht (‘kwaliteitstijd’) voor leren, oefenen en evalueren, in meerdere cycli.

2. Werker coöperatieven

Het principe van onze moderne democratie is sterk gebaseerd op het inzicht dat machtsstructuren beter functioneren waar degenen over wie de macht wordt uitgeoefend, een eigen zeg in die machtsuitoefening hebben. Daarnaast veronderstel ik bekend dat macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut. Mede om die reden is binnen iedere democratie de zittingstermijn van welke machtsuitoefening dan ook, beperkt in de tijd. Het mag ons echter vanuit deze uitgangspunten bevreemden dat op de plek waar wij de meeste van onze actieve uren doorbrengen het met de invulling van deze principes droefig is gesteld: Namelijk op de werkplek. Voor veruit de meesten van ons geldt dat wij ons hebben te voegen naar hetgeen door een relatief kleine en vaste groep (bestuurders en eigenaren) is en wordt besloten. De meesten hebben slechts de keuze uit ja of nee, waarbij er dusdanig verstrekkende negatieve gevolgen aan een nee kunnen kleven dat meestal sprake is van een ‘slikken of stikken’.

In dat licht is het opmerkelijk dat er langzaamaan steeds meer werkenden een positie als werknemer verruilen voor die van zelfstandige. Als ik even de gedwongen ZZPer buiten beschouwing laat, dan valt op dat de vrijwillige ZZPer vooral kiest voor vrijheid eigen keuzes te maken terzake zijn/haar inzet tot en met de opbouw van eigen reserves aan toe. Deze ontwikkeling kunnen we als springplank naar evenwichtiger economische verhoudingen stimuleren, in kombinatie met het stimuleren van onderlinge verbindingen (connectiviteit!). Aldus kan een beweging van conventioneel hierarchische (economische) machtsverhoudingen naar een meer gelijk speelveld ondersteund worden.

In een positie van zelfstandige raakt iedere deelnemer natuurlijkerwijze ook intrinsiek bekend met rollen als investeerder, bestuurder, afnemer en leverancier. Daarmee ligt de weg open naar een beter begrip voor belangen die bij deze rollen horen, alsmede de onderhandelingsvaardigheden om in een (economisch) krachtenspel beter voor het eigen belang op te komen. Spelenderwijs, en vooral in samenwerking met anderen, met name in coöperatieven, raakt men tevens vaardiger in het hoeden van  gezamenlijke belangen. Deze lessen komen goed van pas in de onderhandelingen die we met elkaar reeds, en verder zullen moeten aangaan voor een duurzame invoering en bewaking van een basisinkomen.

Omgekeerd veronderstel ik het basisinkomen de werknemer op weg naar zelfstandigheid te ondersteunen middels vrijmaken benodigde aandacht (springplank) en gegarandeerd inkomen ter lediging basisbehoeften (vangnet). Daarnaast lijkt het mij niet onredelijk, met name gelet op huidige aanwezigheid van vele medeburgers net rond en zelfs onder de armoedegrens, dat een basisinkomen een gezonde duurzame vraagimpuls aan onze economiën kan geven. Hiermee onstaan, juist ook voor kleine en flexibele(!) start-ups meer kansen economisch succes te behalen met nieuwe producten en dienstverlening.

Communicatie – benut ook de flashmob

Op communicatiegebied bestaan allerlei interssante ontwikkelingen. Tot ongeveer begin deze eeuw waren we voornamelijk aangewezen op conventionele media, waarbinnen we artistieke uitingen niet moeten onderschatten in het bereiken van hoofden èn harten. Tegenwoordig vindt er grootschalige exploratie naar digitale media, waaronder ‘social media’, plaats. Hierin zie ik ook ruimte voor cross-mediale kanalen, waaruit activiteiten als flashmobs geboren worden die niet alleen in een flash geopenbaard worden, maar ook duurzaam vastgelegd en verspreid. Het is om die reden dat ik het initiatief heb opgevat een groepje enthousiaste professionals te verzamelen om bovenstaande materie op levendige en diverse wijze over het voetlicht te brengen. Indachtig de drieslag diversteit, connectiviteit, flexibiliteit zijn hier waarschijnlijk ook nog werelden te winnen.

Met het onverwachte en intrusieve karakter van de flashmob kunnen we wellicht ook middels uitgekiende inzet aandacht binnen het dagelijkse geweld aan nieuwsuitingen afdwingen. Daarnaast hopen we zaken in de actualiteit uit te nutten. Denk bijvoorbeeld aan het halfjaarlijkse heen en weer reizen van twee schilderijen tussen het Louvre en het Rijksmuseum uit welke aanschafwaarde 320 eeuwigdurende goudgerande basisinkomens kunnen worden gefinancierd. Een leuke om(uit-en-aan)kleed-partij in de ontvangsthal van het ‘Rijks’ met prikkelende teksten uitgesproken door personificaties van Marten & Oopjen kan zomaar hoge ogen werpen. Bijvoorbeeld.

Begin april zal een kwartet kunstzinnige professionals hiervoor als kick-off bijeen komen. Eén van die personen is co-creator van het filmpje over basisinkomen dat tijdens de meetup van 23 januari jongstleden haar wereldprimeur beleefde. Zelf heb ik vorig seizoen (2015-2016) als inspirator bij De Krachtfabriek ervaring opgedaan in het organiseren en regisseren van een flashmob ‘Ode an die Freude’.

Wordt vervolgd dus.

Zie deze publicatie waarin een en ander vanuit breder perspectief wordt belicht middels manifest ‘A New Deal of, for, by European citizens’.

Zie deze publicatie waarin het werker coöperatief anecdotisch wordt opgevoerd en naar toelichtend materiaal elders wordt verwezen.

Met hartegroet, Jan Maarten Fernig.

Het bericht Basisinkomen ‘embedded’ en multimediaal belicht verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Basisinkomen ‘embedded’ en multimediaal belicht

Het basisinkomen heeft mij, vanaf het moment dat ik er mee in aanraking kwam, gegrepen als een krachtig instrument om een aantal al langer spelende problemen binnen onze moderne samenlevingen aan te pakken. Maar niet als enig instrument. Sterker nog, een insteek enkel en alleen gebaseerd op het gedachtengoed rond basisinkomen komt op mij niet alleen monomaan, maar ook onrealistisch over. Alsof het die ene sleutel is, gelijk die Ene Verlosser.

Onlangs bezocht ik een kick-off weekeinde van De Beweging van de Nieuwe Economie. Daar maakte Daniëlle Hirsch duidelijk dat succesvolle eco-logische en -nomische systemen de volgende 3 factoren gemeen hebben:

  • Diversiteit
  • Connectiviteit
  • Flexibiliteit

 

Implicaties

Een aanpak van problemen binnen een eco-logisch/nomisch systeem vraagt idealiter dus om de inzet van diverse instrumenten. Naast basisinkomen kunnen we daaraan gehoor gevend ook met andere instrumenten experimenteren. Ik noem hier twee andere, die ieder ook het instrument van het basisinkomen kunnen versterken. Wederzijds zijn er ook mogelijkheden vanuit het basisinkomen om die twee te versterken.

1. Emancipatie van burgers

Hieronder valt te denken aan een verbeterd inzicht in het functioneren van onze samenlevingen, waaronder het economisch subsysteem. Daarmee komen kiesgerechtigden steviger in hun schoenen te staan waar het erop aankomt hun belangen te behartigen en vertegenwoordigers van hun belangen (zoals volksvertegenwoordigers) op de juiste merites te beoordelen. Ook kan gedacht worden aan meer actieve inzet binnen onze democratische processen naast het bekende hokjes inkleuren.

Terzake het basisinkomen kunnen burgers aldus zowel het gedachtengoed zelf als ook opzet en uitkomsten van experimenten basisinkomen beter toetsen aan hun eigen belangen. Zij laten zich zogezegd minder knollen voor citroenen verkopen èn kunnen (pro)actiever meesturen.

Het basisinkomen op haar beurt maakt burgers vrij om hun kostbare aandacht aan emancipatie te kunnen besteden. Emancipatie houdt veelal een behoorlijk intense investering van eigen middelen in. Denk aan veel aandacht (‘kwaliteitstijd’) voor leren, oefenen en evalueren, in meerdere cycli.

2. Werker coöperatieven

Het principe van onze moderne democratie is sterk gebaseerd op het inzicht dat machtsstructuren beter functioneren waar degenen over wie de macht wordt uitgeoefend, een eigen zeg in die machtsuitoefening hebben. Daarnaast veronderstel ik bekend dat macht corrumpeert en absolute macht corrumpeert absoluut. Mede om die reden is binnen iedere democratie de zittingstermijn van welke machtsuitoefening dan ook, beperkt in de tijd. Het mag ons echter vanuit deze uitgangspunten bevreemden dat op de plek waar wij de meeste van onze actieve uren doorbrengen het met de invulling van deze principes droefig is gesteld: Namelijk op de werkplek. Voor veruit de meesten van ons geldt dat wij ons hebben te voegen naar hetgeen door een relatief kleine en vaste groep (bestuurders en eigenaren) is en wordt besloten. De meesten hebben slechts de keuze uit ja of nee, waarbij er dusdanig verstrekkende negatieve gevolgen aan een nee kunnen kleven dat meestal sprake is van een ‘slikken of stikken’.

In dat licht is het opmerkelijk dat er langzaamaan steeds meer werkenden een positie als werknemer verruilen voor die van zelfstandige. Als ik even de gedwongen ZZPer buiten beschouwing laat, dan valt op dat de vrijwillige ZZPer vooral kiest voor vrijheid eigen keuzes te maken terzake zijn/haar inzet tot en met de opbouw van eigen reserves aan toe. Deze ontwikkeling kunnen we als springplank naar evenwichtiger economische verhoudingen stimuleren, in kombinatie met het stimuleren van onderlinge verbindingen (connectiviteit!). Aldus kan een beweging van conventioneel hierarchische (economische) machtsverhoudingen naar een meer gelijk speelveld ondersteund worden.

In een positie van zelfstandige raakt iedere deelnemer natuurlijkerwijze ook intrinsiek bekend met rollen als investeerder, bestuurder, afnemer en leverancier. Daarmee ligt de weg open naar een beter begrip voor belangen die bij deze rollen horen, alsmede de onderhandelingsvaardigheden om in een (economisch) krachtenspel beter voor het eigen belang op te komen. Spelenderwijs, en vooral in samenwerking met anderen, met name in coöperatieven, raakt men tevens vaardiger in het hoeden van  gezamenlijke belangen. Deze lessen komen goed van pas in de onderhandelingen die we met elkaar reeds, en verder zullen moeten aangaan voor een duurzame invoering en bewaking van een basisinkomen.

Omgekeerd veronderstel ik het basisinkomen de werknemer op weg naar zelfstandigheid te ondersteunen middels vrijmaken benodigde aandacht (springplank) en gegarandeerd inkomen ter lediging basisbehoeften (vangnet). Daarnaast lijkt het mij niet onredelijk, met name gelet op huidige aanwezigheid van vele medeburgers net rond en zelfs onder de armoedegrens, dat een basisinkomen een gezonde duurzame vraagimpuls aan onze economiën kan geven. Hiermee onstaan, juist ook voor kleine en flexibele(!) start-ups meer kansen economisch succes te behalen met nieuwe producten en dienstverlening.

Communicatie – benut ook de flashmob

Op communicatiegebied bestaan allerlei interssante ontwikkelingen. Tot ongeveer begin deze eeuw waren we voornamelijk aangewezen op conventionele media, waarbinnen we artistieke uitingen niet moeten onderschatten in het bereiken van hoofden èn harten. Tegenwoordig vindt er grootschalige exploratie naar digitale media, waaronder ‘social media’, plaats. Hierin zie ik ook ruimte voor cross-mediale kanalen, waaruit activiteiten als flashmobs geboren worden die niet alleen in een flash geopenbaard worden, maar ook duurzaam vastgelegd en verspreid. Het is om die reden dat ik het initiatief heb opgevat een groepje enthousiaste professionals te verzamelen om bovenstaande materie op levendige en diverse wijze over het voetlicht te brengen. Indachtig de drieslag diversteit, connectiviteit, flexibiliteit zijn hier waarschijnlijk ook nog werelden te winnen.

Met het onverwachte en intrusieve karakter van de flashmob kunnen we wellicht ook middels uitgekiende inzet aandacht binnen het dagelijkse geweld aan nieuwsuitingen afdwingen. Daarnaast hopen we zaken in de actualiteit uit te nutten. Denk bijvoorbeeld aan het halfjaarlijkse heen en weer reizen van twee schilderijen tussen het Louvre en het Rijksmuseum uit welke aanschafwaarde 320 eeuwigdurende goudgerande basisinkomens kunnen worden gefinancierd. Een leuke om(uit-en-aan)kleed-partij in de ontvangsthal van het ‘Rijks’ met prikkelende teksten uitgesproken door personificaties van Marten & Oopjen kan zomaar hoge ogen werpen. Bijvoorbeeld.

Begin april zal een kwartet kunstzinnige professionals hiervoor als kick-off bijeen komen. Eén van die personen is co-creator van het filmpje over basisinkomen dat tijdens de meetup van 23 januari jongstleden haar wereldprimeur beleefde. Zelf heb ik vorig seizoen (2015-2016) als inspirator bij De Krachtfabriek ervaring opgedaan in het organiseren en regisseren van een flashmob ‘Ode an die Freude’.

Wordt vervolgd dus.

Zie deze publicatie waarin een en ander vanuit breder perspectief wordt belicht middels manifest ‘A New Deal of, for, by European citizens’.

Zie deze publicatie waarin het werker coöperatief anecdotisch wordt opgevoerd en naar toelichtend materiaal elders wordt verwezen.

Met hartegroet, Jan Maarten Fernig.

Het bericht Basisinkomen ‘embedded’ en multimediaal belicht verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Wat als we een wereldwijd basisinkomen invoeren van 100 euro? [radio]

Her en der zijn voorzichtige experimenten gaande met het basisinkomen. Maar wat als we het groots aanpakken? Wat als we het in de hele wereld invoeren, en iedereen krijgt 100 euro per maand?

In deze uitzending hoor je:

  • Voorzitter Alexander de Roo van de Vereniging Basisinkomen
  • Karl Widerquist, hoogleraar filosofie aan Georgetown University-Qatar en voorzitter van BIEN, het Basic Income Earth Network

Luister hier: https://www.bnr.nl/player/audio/10057608/10319553

Het bericht Wat als we een wereldwijd basisinkomen invoeren van 100 euro? [radio] verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Wat als we een wereldwijd basisinkomen invoeren van 100 euro? [radio]

Her en der zijn voorzichtige experimenten gaande met het basisinkomen. Maar wat als we het groots aanpakken? Wat als we het in de hele wereld invoeren, en iedereen krijgt 100 euro per maand?

In deze uitzending hoor je:

  • Voorzitter Alexander de Roo van de Vereniging Basisinkomen
  • Karl Widerquist, hoogleraar filosofie aan Georgetown University-Qatar en voorzitter van BIEN, het Basic Income Earth Network

Luister hier: https://www.bnr.nl/player/audio/10057608/10319553

Het bericht Wat als we een wereldwijd basisinkomen invoeren van 100 euro? [radio] verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Basisinkomen, De stand van zaken, maart 2017

Daartoe uitgedaagd heeft Bart Nooteboom een overzicht van de stand van zaken in de discussie over het basisinkomen opgesteld. Dit overzicht kan nog verrijkt worden door uit te werken wat we precies geleerd hebben van de experimenten tot nu toe, welke experimenten nu van start gaan en de zekerheden en onzekerheden in de berekeningen betreffende de financiering. Hulp daarbij is zeer welkom.

Inleiding

De discussie over het basisinkomen (BI) in Nederland loopt al sinds de jaren 1970. Hier zijn enkele gebeurtenissen uit die tijd. In 1977 neemt de PPR een voorstel voor een BI op in het verkiezingsprogramma. In 1982 wijst de WRR het af. In 1983 wijst een partijcongres van de PvdA het af. In 1983 en 1984 produceert D66 twee nota’s over het basisinkomen, maar komt niet met een voorstel. 1985 doet de WRR een voorstel voor een beperkt BI van 450 gulden per maand. In 1987 verklaren de jonge democraten zich voorstander, en verklaart de VVD zich tegenstander. In 1989 wordt de Vereniging Basisinkomen opgericht. In 1992 toont CPB directeur Zalm zich gecharmeerd over het Bi.

De publieke discussie raakt in de jaren 1990 uitgebrand, maar het denken gaat voort en het onderwerp blijft smeulen, en vlamt de laatste jaren weer op. De discussie is nu breder en hardnekkiger. Velen vinden het niet meer te idioot om over te praten. Er worden diverse experimenten gedaan, in binnen- en buitenland. In Nederland neemt een aantal gemeenten initiatieven voor experimenten die een stapje in de richting van een BI gaan: meestal alleen voor uitkeringstrekkers. Ruimte wordt gevraagd voor bredere experimenten, met beroep op de participatiewet, maar de staatssecretaris staat dat niet toe.

In 2015 berekent het CPB dat een BI onbetaalbaar is, een te grote belastingverhoging vergt, maar dat wordt betwist, met de stelling dat sommige cruciale effecten niet in de berekeningen opgenomen zijn, en dat dit ook lastig is. De discussie daarover gaat voort.
In 2017 geeft de staatssecretaris Klijnsma geen ruimte aan gemeenten voor experimenten met een BI. In de partijprogramma’s voor de tweede kamer verkiezingen van 2017 komt de vrijzinnige partij als enige met een regelrecht voorstel voor de invoering van een BI van 800 euro per persoon. Groen Links en de Partij van de Dieren willen het serieus onderzoeken, en D66 wil ook verder onderzoek.
In Zwitserland is in een volksraadpleging het voorstel voor een BI afgewezen, maar het is betekenisvol dat deze raadpleging plaats vond. In Finland wordt een uitgebreid experiment uitgevoerd.

De kwestie komt ook naar voren in discussies over de gevolgen van voortgaande automatisering/robotisering. Als dat leidt tot massale afbraak van werkgelegenheid dan wordt een BI onvermijdelijk. Maar of die afbraak zo radicaal plaats zal vinden wordt betwist.

Kortom: invoering van een BI is niet in zicht, maar het debat gaat voort. Het doel van dit stuk is om als basis daarvoor een overzicht te geven van wat we weten, inclusief over wat we niet weten. Dat is nodig om goed gebruik te maken van de over vele jaren vergaarde kennis,  en om een herhaling van zetten en onnodige misverstanden te voorkomen. Het valt op hoe vaak snelle oordelen over het Bi gebaseerd zijn op onkunde.

Wat is het?

Een BI is een onvoorwaardelijke uitkering aan iedereen, meestal boven de 18 jaar, ongeacht werk, inkomen, vermogen, en woonsituatie. Het voorgestelde bedrag per maand varieert tussen de 600 en 1.500 euro. Soms wordt ook voor kinderen beneden de 18 een bedrag voorgesteld.

Het wordt soms gecontrasteerd met een ‘Negatieve inkomstenbelasting’ (NIB), maar het is in de werking ervan identiek. Het verschilt alleen in hoe de geldstromen lopen. Bij een BI krijgt iedereen het BI en wordt los daarvan belasting geheven op inkomen uit arbeid boven het BI. Bij een NIB wordt het een en het ander met elkaar verrekend: van de te betalen belasting wordt het BI afgetrokken. Dat geeft een negatief bedrag, dus een negatieve belasting, dus een netto uitkering, als het inkomen na belasting lager is dan het BI.

Met een beetje wiskunde:

Stel: BI = basisinkomen, I = loon uit werk, t = belastingpercentage
Dan is:
bij BI: uitkering van BI, betaling van belasting tI, netto inkomen = BI + I – tI
bij NIB: uitkering BI – ti als dit positief is, dus als BI > tI, en belasting BI – tI als BI < tI
dus eveneens netto inkomen BI + I – tI

Het verschil ligt alleen in de geldstromen. Bij het NIB zijn die vanwege de verrekening kleiner, en dat is aantrekkelijk.
NB:
Verwarrend is dat we soms onder dezelfde naam een andere systematiek tegen komen, waarbij de Belastingdienst lage inkomsten aanvult tot de hoogte van het basisinkomen. De effecten hiervan zijn totaal anders dan bij een ‘echt’ BI.

De huidige experimenten bij gemeenten zijn meestal beperkt tot groepen uitkeringsgerechtigden, waarbij de uitkering wordt omgezet in een BI. Dat geeft de vrijheid al of niet betaalde activiteiten te ontplooien waarvan de opbrengsten niet ten volle, zoals nu, in mindering gebracht worden op de uitkering.

De vraag wordt vaak gesteld waarom ook werkenden een basisinkomen zouden moeten krijgen, zelfs rijken. Het antwoord is dat anders het systeem niet werkt. Dat zou oneerlijke concurrentie geven van mensen met een BI die werk erbij nemen, met mensen die in een baan zitten en blijven. Dan zou iemand met een baan daar uit stappen, werkloos worden om dan het BI te krijgen, en vervolgens weer een baan nemen, misschien zelfs wel bij dezelfde werkgever als eerst. En als men bang is dat rijken dan te rijk worden: dat wordt gecompenseerd in de belasting die ze betalen.

Hoe zit het met immigranten? En de ‘aanzuigende werking’ van een BI?  Het ligt voor de hand om immigranten pas het BI te verlenen bij het verkrijgen van een definitieve verblijfsvergunning, zoals ook de Vrijzinnige Partij voorstelt. Dan verschuift de vraag zich naar de voorwaarden voor zo’n vergunning. Dat is een kwestie van nadere studie en van onderhandeling.

Waarom?

De argumenten voor een basisinkomen zijn deels maatschappelijk/ideëel, deels economisch, en deels filosofisch, als volgt.

Maatschappelijk/ideëel:

  • Opheffing van de ‘armoedeval’: momenteel moeten uitkeringsgerechtigden als ze bij gaan verdienen dat weer inleveren als korting op de uitkering. Hun belastingpercentage is dan 100%. Met een BI gaan ze over dat inkomen boven het BI wel belasting betalen, maar heel wat minder (zeg 30%).
  • Het BI bevrijdt kansloze werklozen van onproductieve rompslomp, de vruchteloze verplichting tot solliciteren, en het verbod op scholing, en geeft ze de vrijheid om wat dan ook te gaan doen.
  • Het geeft mensen de basis om uit een ongewilde baan te stappen, omdat ze altijd nog het BI behouden, om te gaan doen wat ze echt goed kunnen of willen.
  • Omdat werknemers bij vertrek terug kunnen vallen op het BI kunnen ze gemakkelijker ontsnappen aan knellende voorwaarden, omstandigheden of kansen van arbeid. Het verstevigt hun machtpositie in een tijd dat die onder druk staat van o.a. flexibilisering. Het faciliteert die flexibilsering ook. Dat is prettig voor werkgevers maar waarschijnlijk sowieso onvermijdelijk en bovendien door vele (vooral jongere) werknemers zelf gewenst.
  • Een bijkomstigheid, maar niet zonder belang, is dat in één klap de huidige problemen met ZZP’ers weg zijn.

 

Economisch:

  • Er kan enorm veel bespaard worden, in geld en moeite, op allerlei sociale voorzieningen die tot een monsterlijke opeenstapeling en verwarring hebben geleid.
  • Het wordt gemakkelijker om uit een baan te stappen om ondernemer te worden, en met het BI te overleven in de moeilijke beginperiode waarin men nog niets kan laten zien om van anderen financiering te krijgen. Dat draagt bij tot de economie.
  • Misschien, maar dat is een keuze, en onderdeel van debat en politieke onderhandeling, kan met een BI het minimumloon sterk verlaagd of zelfs afgeschaft worden. Dat was ook als sinds lang een reden voor politiek rechts om voor een BI te zijn. De gedachte is dat mensen zich een laag loon kunnen permitteren boven het BI. Dat zou allerlei activiteiten economisch haalbaar maken die dat nu niet zijn, en dat zou eveneens een positieve bijdrage aan de economie geven, in uitbreiding van de vraag naar arbeid.

 

Filosofisch:

  • Economische activiteit is gebouwd op offers van voorgaande generaties, in de bouw van fysieke infrastructuur (wegen, bruggen ,dijken; havens, ..), kennis en technologie, en instituties (rechtsstaat, democratie). Iedereen heeft evenveel recht op het rendement daarvan. Dit is het argument voor het BI als ‘sociaal dividend’. Het is ook een argument naar ondernemers die belasting onrechtvaardig vinden omdat hun winst geheel hun eigen prestatie zouden zijn, terwijl zij in feite op de schouders staan van reuzen uit het verleden.
  • Het liberalisme heeft zijn focus gelegd op zg. ‘negatieve’ vrijheid ‘van’, d.w.z. vrijheid van bemoeienis. Er is ook vrijheid ‘tot’, d.w.z. vrijheid om deel te nemen, om toegang te krijgen tot de middelen nodig voor wat men kiest als het goede leven. Het BI geeft daar een basis, een opstap daartoe. Het is gericht op meer waarden dan alleen nut, en meer deugden dan alleen eigenbelang, zoals de klassieke deugden van redelijkheid, matiging en rechtvaardigheid.

 

Waarom niet?

Argumenten tegen het BI zijn als volgt:

Maatschappelijk/ideëel:

  • Werk is maatschappelijk en sociaal nodig voor een goed leven, in zelfredzaamheid, met verantwoordelijkheid, in contact met anderen. Met een BI is werk niet meer noodzakelijk, en dat is slecht voor mens en samenleving. Het neemt de druk weg om mensen tot werk te brengen en versterkt daardoor isolement. Voor vrouwen kan het een ‘aanrechtsubsidie zijn’, waardoor de vrouw niet meer het argument heeft van werk als noodzakelijk voor het inkomen van het gezin.
  • Werkenden en rijken krijgen het BI ook, en dat is onnodig.

 

Economisch:

  • Mensen gaan minder werken als ze geld krijgen zonder inspanning. Het arbeidsaanbod neemt af.
  • Mede daardoor is het BI onbetaalbaar: vergt een te hoge belasting, die werkt verder ontmoedigt. Daardoor een vicieuze cirkel van minder werk, minder belastinginkomsten, hogere belasting. Dat is aangetoond door berekeningen van het CPB.

 

Filosofisch:

  • Het BI is moreel onjuist. ‘In het zweet des aanschijns zal men werken’
  • Het is principieel onjuist om geld te geven zonder tegenprestatie.
  • De mens wordt gedreven door eigenbelang, werk is een last, en wordt alleen met de compensatie van loon verricht.

 

Discussie

Er zijn de volgende tegenwerpingen tegen de bezwaren tegen het BI.

De premisse dat met een BI mensen minder gaan werken, en daardoor het arbeidsaanbod daalt, is onjuist, of op zijn minst discutabel. De experimenten die zijn gedaan geven aan dat dit niet zo is, en dat het BI zelfs initiatief tot werk stimuleert. Indien waar, ontkracht dit de meeste argumenten tegen het BI.

Het argument tegen die experimenten is echter dat die niet geldig zijn voor Nederland, omdat zij betrekking hebben op: een ontwikkelingsland (Namibië, India), of op een ruraal gebied (Canada) terwijl Nederland in hoge mate verstedelijkt is, of op kleine gemeenschappen in een dunbevolkt land (Finland), in contrast met de dichtbevolkte Nederlandse agglomeraties. Of dat ze methodologisch niet in orde zijn, bijv. zonder gebruik van controle groepen, te kleine steekproeven hebben, of niet een volledig BI betreffen, voor iedereen, of dat ze lopen voor een te korte tijd om te effecten betrouwbaar te meten, of omdat er ‘spillover effecten’ zijn tussen plaatsen met en zonder BI.

De berekeningen van het CPB gelden niet omdat zij cruciale, en vooral positieve effecten niet meenemen. Niet de volle besparingen op bestaande sociale lasten, inclusief minder ambtenaren. Niet het effect op ondernemerschap. Niet het effect van een eventuele afschaffing van het minimumloon en de daardoor te verwachten daling van loon, wat de vraag naar arbeid verhoogt.

Als het arbeidsaanbod door een BI niet afneemt vervallen ook de morele tegenargumenten: men gaat als tegenprestatie voor een BI activiteiten ondernemen, en het zweet des aanschijns neemt misschien wel toe, met de vrijere keuze van activiteit.

Mensen zijn sociale wezens, niet alleen gericht op eigenbelang, en hebben ook gevoel voor werk als van intrinsieke waarde, naast beloning, en het leveren van een bijdrage aan de samenleving, ook waar daar niet voor betaald wordt.

Financiering

Discussies over financiering gaan meestal als volgt. Een berekening wordt gemaakt van wat het BI zou kosten, en van wat bespaard kan worden op uitkeringen. Daar is enige discussie over mogelijk. Niet alles kan afgeschaft worden, bijv. bij werkloosheid een afbouw van het loon tot het BI. Ook iets extra’s voor arbeidsongeschikten.

De berekening levert een tekort op, en de vraag is hoe dat te financieren. Het probleem is nu dat dit tekort onzeker is. Het hangt af van de gedragseffecten, in vraag en aanbod van arbeid, en ondernemerschap. Zie daarvoor de eerdere argumentatie. Dat is onzeker, en daarom wordt het vaak buiten beschouwing gelaten. Maar de niet meegenomen effecten zijn vooral positieve effecten, zeggen de voorstanders. Dat is onzeker en moet uitgezocht worden, maar dat blijft achterwege.

Vervolgens wordt het gat gedicht met verhoging van belasting, waarbij in eerste instantie gedacht wordt aan inkomstenbelasting en BTW. En dan is de conclusie al snel dat de belastingverhoging te groot zou zijn.

Maar men kan ook denken aan andere bronnen van inkomsten, Bijvoorbeeld: afschaffen van energiesubsidies aan bedrijven, betere bestrijding van belastingontwijking, vooral van grote multinationals, hogere (af andere) belasting op vermogensaanwas, aftoppen van hoge salarissen met een hoger toptarief van belasting, rekening rijden, belasting op financiële transacties (‘Tobin tax’), belasting op automatisering (robots), en nog meer.

Er zijn hierin vele keuzen te maken, en het voordeel daarvan is dat er ruimte is voor onderhandeling, tussen partijen die het BI een goede kans willen geven.

Voortgang

Waarschijnlijk het grootste twistpunt is de financiering. Het grote knelpunt daarbij is de onzekerheid over de gedragseffecten. Voor voortgang van het debat is nadere kennis hierover cruciaal. Dat vergt berekeningen, experimenten, en simulaties. Die moeten dienstig zijn om bestaande kennis en inzicht uit te breiden. Dat geeft de volgende voorwaarden.
Berekeningen door het CPB zijn politiek onvermijdelijk, en ook nuttig, mits die alle effecten meenemen, dus ook alle besparingen op sociale voorzieningen en inkrimping daarbij van het ambtenarenapparaat, en de gedragseffecten in aanbod van arbeid, ondernemerschap, lagere lonen bij afschaffen van het minimumloon, en besparingen op zorg en andere sociale diensten doordat mensen met een BI beter in staat zijn tot kosteloze hulp of hulp tegen een lagere beloning. Het lastige is nu dat die effecten nieuw zijn, dus niet in statistieken tot uiting komen, en dus niet mee kunnen in de schatting van parameters in de econometrische modellen.
Daar is methodisch wel een oplossing voor, door betreffende de gedragseffecten te werken met scenario’s met hoge en lage effecten, zoals het CPB wel eerder gedaan heeft. Lastig daarbij is dat al bij een klein aantal variabelen en varianten de complexiteit explosief toeneemt. Een probleem is ook het ‘so what’ effect: aan het eind blijft de vraag welke van de scenario’s zich nu voor zal doen, en de neiging in de politiek zal bestaan om dat scenario te kiezen dat past bij wat men vooraf al dacht.
Een vergelijkbare overweging past bij de overigens evenzeer gewenste methode van microsimulatie waarvoor de software en ervaring bestaan (in ‘agent-based modeling’).

De vraag over gedragseffecten is uiteindelijk een empirische vraag: hoe zit het in het echt. Voor inzicht daarin zijn experimenten nodig. Men kan wachten op bijv. het grootscheepse experiment in Finland. Maar ook dan blijft het punt dat Finland Nederland niet is.
Een aantal gemeenten is bezig met experimenten die een beetje de kant van een BI op gaan. Die hebben meestal de vorm van omzetting van een uitkering in een BI, waardoor vrijheid ontstaat in de keuze van activiteiten, vooral verlossing uit de armoedeval, wat een van de belangrijkste argumenten voor een BI is. Sommige van die experimenten zitten ook methodisch goed in elkaar, met bijv. controlegroepen, en met variaties in de voorwaarden.
Een bezwaar dat daartegen aangevoerd wordt is dat het te ver af staat van een volledig basisinkomen, voor iedereen, en met alle aanpassingen van belasting, minimumloon, en arbeidsrecht. Maar het kan een bijdrage geven aan inzicht in de belangrijkste vraag: wat gaan mensen doen met een BI?
Het is daarom van groot belang dat er ruimte gegeven wordt voor die experimenten, met de nodige diversiteit, wat momenteel niet het geval is, vanwege een verbod van staatssecretaris Klijnsma).

Een volledig experiment vergt nogal wat. Bijv. afschaffing van het minimumloon, met aantasting van bestaande CAO’s, en aanpassing van belastingen, ook op loon. Een zuiver experiment vergt ook dat de financiering van het BI gerealiseerd wordt met lokale belastingen, besparingen of afschaffing van regelingen. Er is ook het gevaar van zg. ‘spillover effecten’. Het is voor mensen van buiten aantrekkelijk om te verhuizen naar die gemeente. Dat kan afgedekt worden door het systeem alleen te laten gelden voor de bevolking ten tijde van invoering. Dan is er nog een probleem met forenzen uit een andere gemeente, in oneerlijke concurrentie tussen werknemers binnen en van buiten de gemeente: het is voor lokale ondernemers goedkoper om werkers van buiten te vervangen door werknemers van binnen. Dat kan worden afgedekt door een extra heffing op de werkgever voor het gebruik van lokaal personeel, ter grootte van het verschil in lokaal loon en loon buiten de gemeente, dat dan gebruikt wordt als bijdrage aan financiering van het lokale BI.
Dat is nogal wat. Toestemming voor dat alles is niet eenvoudig. Vandaar dat meer beperkte experimenten hun waarde hebben, totdat de resultaten zo overtuigend zijn dat verruiming ervan politiek haalbaar is.

Voorts lijkt het nuttig, hoewel misschien niet van de hoogste prioriteit, om in aanpalende beleidsterreinen nader onderzoek te doen naar effecten, zoals o.a. arbeidsrecht, huisvesting. In het voorstel van de Vrijzinnige Partij staat bijvoorbeeld dat met een BI de huidige ontmoediging van samenwonen, door vermindering van bijv. AOW, verdwijnt, wat kan leiden tot een betere bezetting van de woningvoorraad.

Politiek

Het probleem is momenteel niet alleen dat van onzekerheid, gebrek aan kennis over gedragseffecten, maar is ook, en misschien vooral, politiek en mentaal.
Standpunten van zowel voor- als tegenstanders komen vaak voort uit een ideologische of maatschappelijk/filosofische visie, zonder veel tussenkomst van kennis, analyse en argumenten, met gebruik van de kennis die er is.
De wetenschapper Max Planck heeft eens gezegd dat innovatie loopt van de ene begrafenis naar de andere. Verandering vindt pas plaats als de zittende generatie is uitgestorven.

Het is voor bijvoorbeeld socialisten, en vooral mensen uit de vakbeweging, die zich hun leven lang hebben ingezet voor de bevordering van betaald werk, moeilijk om te verkroppen dat dit nu niet meer hoeft. Maar vooral socialisten zouden zich moeten bekommeren om afschaffing van de armoedeval.

Liberalen hebben met de paplepel ingegoten gekregen dat mensen zich individueel in moeten zetten voor hun eigen heil. ‘De hand ophouden’ zonder tegenprestatie past daar niet in. Maar juist liberalen zouden zich moeten verheugen in de vergroting van keuzevrijheid in werk, en in de sanering van het apparaat van voorzieningen en regelingen.

Christelijken hechten aan werk als plicht, ‘in het zweet des aanschijns’. Echter, een BI is niet gericht op het einde van werk maar op grotere vrijheid daarin, deels onbetaald of laag betaald, ten behoeve van de medemens. De gedachte van een ‘sociaal dividend’ uit de gezamenlijke erfenis van natuur en mensenwerk zou ook een Christen aan moeten spreken.

Meer concreet is het nodig om in een politieke coalitie de ruimte voor lokale experimenten op te eisen. Dat is nodig om de intenties van de ‘participatiesamenleving’ waar te maken. Die coalitie kan ook degenen (bijv. onder de vlag van ‘code oranje’) omvatten die zoeken naar nieuwe vormen van lokaal bestuur, in ‘commons’, met beleidsvorming in burgerbestuur, complementair aan of in vervanging van partijpolitieke beleidsvorming. Ook dat vergt ruimte voor lokale experimenten.

Opgesteld door Bart Noteboom naar aanleiding van het minisymposium onderzoek basisinkomen,  geredigeerd en geplaatst door Reyer Brons, 15 maart 2017        

Het bericht Basisinkomen, De stand van zaken, maart 2017 verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Gebruik je Basisinkomen verstandig, ook in de toekomst!

Op 15 maart zullen de Tweede Kamer verkiezingen plaatsvinden. Veel mensen vinden het lastig om te beslissen op welke politieke partij ze zullen stemmen. Er zijn hiervoor allerlei kieswijzers te vinden op het internet waar je kunt uitvinden wat de beste partij voor jou is. Je kunt hier je mening geven over allerlei stellingen en op basis daarvan rolt er een partij uit die het meest overeen komt met jouw antwoorden. Heel handig natuurlijk. Maar wat vaak niet of nauwelijks word behandeld in deze kieswijzers zijn de standpunten op het gebied van kansspelen. Bij casino.nl zijn ze hier natuurlijk wel erg in geïnteresseerd, want zij vinden het leuk om online een […]

The post Gebruik je Basisinkomen verstandig, ook in de toekomst! appeared first on Nederlandstalig Netwerk Basisinkomen.