ALV 2018: jongeren, meer samenwerking en meer reuring bij Vereniging Basisinkomen

Hier het bestuur. V.l.n,r. Alexander de Roo ( voorzitter), Willem Gielingh (vicevoorzitter) , Els Roumen ( secretaris), Sander Weijers ( jongeren), Hilde Latour ( internationaal), Marten Kramer ( penningmeester), Jan Atze Nicolai ( politiek). Sander en Jan Atze zijn nieuw gekozen.

De ALV op 27 mei ALV was goed bezocht. Bijna 40 leden bespraken in goede sfeer de toekomst.

  • We gaan jongeren meer betrekken bij de vereniging.
  • Scherper duidelijk maken wat basisinkomen is door de vier criteria te benadrukken: onvoorwaardelijk, individueel, universeel en hoog genoeg. Dat is nodig nu mainstream politici doen alsof er al een basisinkomen is.
  • We gaan door met samenwerking met gelijkgestemde organisaties zoals basisinkomen2018, maar ook aanpalende organisaties zoals Ons Geld en die delen van de milieubeweging die inzien dat er ook sociale veranderingen hard nodig zijn.

In 2019 organiseren we vlak voor Prinsjesdag een (zeer) grote bijeenkomst en een congres van partijleden van VOOR het basisinkomen.

We hebben afscheid genomen van Ad Planken als bestuurslid. Zes jaar lang heeft hij de Vereniging weer op poten gezet. Gezondheidsredenen dwingen Ad om het rustiger aan te doen. Ook Syne Fonk is gestopt met het bestuurswerk nu hij zich richt op de rafelrand van Nederland.
Onze kleine vereniging groeit langzaam. Daarom volgend jaar een iets ruimere begroting om alle plannen te verwezenlijken.

Hilde Latour nam ons mee naar de wereld van robots en Hackathons en liet zien dat het mogelijk is om, met gebruik van de nieuwste technologieën, machines een basisinkomen te laten genereren. Haar presentatie is hier (https://www.slideshare.net/bbbin3d/hoe-machines-een-basisinkomen-kunnen-genereren) terug te vinden.

Bekijk ons nieuwe bestuur op de bestuurspagina: Bestuursleden Vereniging Basisinkomen

Het bericht ALV 2018: jongeren, meer samenwerking en meer reuring bij Vereniging Basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

DONUT D-DAY zaterdag 15 september Amsterdam MELD je AAN

Vlak voor Prinsjesdag, in de Keizersgrachtkerk in hartje Amsterdam, organiseert Vereniging Basisinkomen samen met partners zoals Basisinkomen2018 een grote bijeenkomst.

Op deze dag krijg je een inspirerend programma:

  • De Britse econome Kate Raworth legt de Donut Economie uit.
  • De jonge econoom en ondernemer Harro Boven houdt een fel pleidooi voor het basisinkomen.
  • Prof Klaas van Egmond legt uit dat de ECB helemaal fout zit en dat we monetaire hervorming nodig hebben en
  • Anne Knol van Milieudefensie maakt duidelijk voor welke uitdagingen we staan op het gebied van milieu, klimaat en natuur.

Naast dit inspirerende programma krijg je koffie, thee, een donut en een vegetarische maaltijd.

Ook zijn er veel standjes en ruimte voor discussie. Verschillende actievelingen uit diverse richtingen gaan we mobiliseren om te komen en samen te werken aan een alternatief voor het neoliberalisme.

Er zijn slechts 400 plaatsen beschikbaar dus wees er snel bij. Binnenkort komen de website en het digitale ticket beschikbaar om je aan te melden voor 25 €. Als je zeker wilt zijn van een plekje stuur een mail naar Alexander via het contactformulieren je krijgt de aanmeldingslink toegestuurd.

Mede namens het Donut Comité vlnr Conny, Alexander, Marielle, Johan en Olivia

De bijeenkomst is op zaterdag 15 september van 10 tot 17 uur in de Keizersgrachtkerk, Keizersgracht 566, 1017 EM Amsterdam

Het bericht DONUT D-DAY zaterdag 15 september Amsterdam MELD je AAN verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Open brief aan Rutger Bregman over basisinkomen en bestaanszekerheid

Rutger Bregman stelt voor om het universeel basisinkomen voorlopig een lage prioriteit te geven en te starten met een gegarandeerd basisinkomen basiszekerheid. Michiel van Hasselt vindt dit een verkeerde weg en laat hem dat weten in een uitgebreide brief.

Geachte heer Bregman / beste Rutger,

Mooi hoe jij bij voortduring het basisinkomen in o.a. Nederland op de kaart zet: Gratis geld, TED talks, de Correspondent, studium generale (Utrecht 25/10/17 waar wij na afloop even elkaar spraken, ook met Loek Groot die het Utrechtse experiment gaat evalueren, en met ROBIN-genoot Marie-Louise Loomans). Je radio-interview ‘Nooit meer slapen’ pal na de Dag van de Arbeid. En in FD 8/5/18 interview met Opiniemaker basisinkomen Rutger Bregman. Het grote idee dat de wereld kan veranderen – zoals jij het basisinkomen in “Gratis Geld” treffend neerzette – heet hier “de kroon op het liberalisme”.

Ja  “Vrijheid” is sinds jaar en dag binnen en buiten Nederland een hoofdmotief voor basisinkomen.  Goed om dit ook de FD lezers voor te houden. Maar Liberalisme lijkt in dit interview het nieuwe frame te worden – niet alleen in de plaats van het “sluitstuk van de verzorgingsstaat”, het oude frame in de jaren ’90, maar ook in de plaats van jouw Gratis Geld frame “een groot idee dat de wereld kan veranderen”. Deze verschuiving in frame lijkt bedoeld om de verwerkelijking van basisinkomen kansrijker te maken in de Nederlandse politiek – waar  de “Partij Van de Vrijheid” en de “Volkspartij voor Vrijheid en Democratie” in hun naam al de kroon van het liberalisme dragen. What’s in a name….

We denken al gauw dat je klein moet beginnen om groot te eindigen, maar in dit geval  leidt ‘klein beginnen’ hoogstwaarschijnlijk ertoe dat we NIET groot eindigen.  Hier is Klein Beginnen niet de weg naar een universeel basisinkomen maar een dwaalweg waardoor we ergens komen waar we niet willen zijn: in een land waar de tweederangs (verachtelijke) burgers met een garantie basisinkomen  achtergesteld zijn bij de (geachte) “hardwerkende Nederlanders” van Mark Rutte – achtergesteld qua inkomen, opleiding, ontwikkeling, gezondheid, levensduur, contacten, status en aanzien. Is dit het door jou bekroonde liberalisme?

We leven anno 2018 niet meer in de tijd van Machiavelli maar in een democratie, althans in een klein begin van democratie. De weg naar een basisinkomen moet nu via het volk lopen, de kiezers moeten zich erin kunnen vinden. Nu denk je misschien: ja juist daarom gaan we klein beginnen, met een garantie basisinkomen. Daarin kunnen de kiezers zich nog vinden, zie bij voorbeeld onze vele handtekeningen onder de petitie basisinkomen voor werkeloze 50plussers. Maar het grote idee universeel basisinkomen? Nee dat gaat de kiezers in onze tijd véél te ver…

Wie zo denkt heeft geen ongelijk maar de conclusie “dan maar garantie basisinkomen” is te kort door de bocht. Laten we ons eerst afvragen: WAAROM gaat het universeel basisinkomen kiezers in deze tijd véél te ver? En je weet het antwoord: veel kiezers hebben geen idee van universeel basisinkomen – onbekend maakt onbemind- en veel andere kiezers hebben er verkeerde ideeën over: universeel basisinkomen is onbetaalbaar, maakt mensen lui, immoreel, invoering ervan zou een te grote verandering zijn, de marges van democratie zijn smal, enz.

Als we in deze situatie stukje bij beetje het garantie basisinkomen gaan invoeren, dan  blijven genoemde vele kiezers onbekend met het universeel basisinkomen, blijven de andere kiezers denken dat universeel basisinkomen de mensen niet activeert, de economie schaadt en dus onbetaalbaar is voor de overheid, een te grote verandering om ooit te kunnen verwerkelijken.

Dan worden dus ook in de toekomst kiezers zich niet bewust dat het universeel basisinkomen inderdaad een groot idee is dat de wereld kan veranderen – iets waarvan ik me toevallig al 20 jaar bewust ben (sinds ik lid van de Vereniging Basisinkomen werd). De laatste jaren interesseert mij vooral de vraag HOE wij in Nederland het basisinkomen kunnen verwerkelijken, althans hoe we het hier op de politieke agenda kunnen krijgen.
Een antwoord op deze vraag gaf mijn boekje “Democratie doe wel – BASISINKOMEN.nl” ( begin 2016 toegezonden aan De Correspondent, nu nagenoeg uitverkocht).
Dit antwoord voorzag in duale financiering: a. de overheid verstrekt onvoorwaardelijk basisinkomen alleen aan wie (bijna) geen arbeidsinkomen heeft en b. werkgevers worden wettelijk verplicht om aan de (andere) werknemers onvoorwaardelijk basisinkomen te verstrekken bij hun arbeidsinkomens (die mogelijk in de CAO’s worden verlaagd met maximaal het basisinkomenbedrag). Dit voorstel maakt invoering onvoorwaardelijk basisinkomen zowel voor de overheid als voor de werkgevers betaalbaar, terwijl de inkomens van de werknemers per saldo (basisinkomen + arbeidsinkomen) zeker niet minder worden.

Het voorstel was en is uiteraard discutabel, zoals in 2017 ook jouw antwoord op dezelfde hoe-vraag uiteraard discutabel was en is. Mijn tekst oogstte weinig discussie of bijval, politieke partijen gingen er niet op in, alleen de Vrijzinnige partij ging mee in de voorgestelde hoogte van het basisinkomen, niet in de duale financiering ervan, zodat de CPB doorrekening van het Vrijzinnige Partij verkiezingsprogramma wel negatief moest uitpakken ten aanzien van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op termijn. Hierna ben ik maar op zoek gegaan naar een beter antwoord op de vraag ‘HOE halen we OBI in Nederland?’ (OBI: onvoorwaardelijk basisinkomen.) In deze zoektocht kijk ik ook naar jouw antwoord: Laat “universeel” voorlopig maar zitten, als je met een groot idee de wereld wilt veranderen moet je klein beginnen, anders wordt het nooit wat.

Dit antwoord lijkt mij niet goed, om redenen die ik hier nader zal uiteenzetten. Laat ik vooropstellen dat je keuze voor het onderwerp HOE bij mij geen discussie maar waardering oproept: niet meer die beste stuurman aan de wal, maar manmoedig aan boord van de publieke discussie die wij Nederlanders met elkaar hebben te voeren om politiek te kunnen besluiten het (ene of het andere) basisinkomen in Nederland te verwerkelijken.

Laat ik verder vooropstellen dat ik in nog twee verbanden bezig ben met de HOE vraag.

Ten eerste in de FNV werkgroep die, in opdracht van het FNV congres, nagaat waarom invoering van een bijna onvoorwaardelijk basisinkomen –  AOW vanaf 18 jaar – een interessante optie is, hoe experimenten deze optie kansrijk  kunnen maken en welk standpunt de FNV mettertijd zou kunnen innemen terzake van basisinkomen.

Ten tweede in aanstaand burgerinitiatief ROBIN (“Realiseer Onvoorwaardelijk Basisinkomen In Nederland”).
Zie hiervoor het bericht Van duaal basisinkomen naar AOW vanaf 18 jaar en burgerinitiatie ROBIN.

Maar omdat ROBIN nog geboren moet worden (uitgerekend ?/9/18)  delibereren we nu nog maar even ad hoc, ik reageer in deze mail op je artikel in De Correspondent van 15/11/17.

“Zo maken we het basisinkomen werkelijkheid” begint met het maken van nuttig onderscheid, dat in discussies over basisinkomen vaak ontbreekt: een onvoorwaardelijk basisinkomen is iets anders dan een garantie basisinkomen. Over deze en andere basisinkomen modellen en over de betekenis van termen zoals “inkomen”, “universeel”, “onvoorwaardelijk”, “negatieve inkomensbelasting”  heerst nog veel verwarring. Je doet een grotendeels succesvolle poging om deze verwarring op te helderen.
Je spreekt niet meer van “onvoorwaardelijk” maar alleen nog van “universeel” en ja het is inderdaad beter om geen 2 verschillende termen te hanteren als je 1 en hetzelfde bedoelt. Je kiest – in lijn met BIEN spraakgebruik – voor de term “universeel” die resoneert met de Rechten van de Mens. Maar hiermee is de alternatieve woordkeus “onvoorwaardelijk” nog niet van tafel, je spreekt zelf nog van “onvoorwaardelijke toeslag”. Als we het hier nu over een nationaal basisinkomen hebben lijkt mij de term “universeel” minder passend dan de term “onvoorwaardelijk”, ik blijf dus voornamelijk de term ‘onvoorwaardelijk’ hanteren.

De term “basiszekerheid’’ treft zowel  garantie basisinkomen alsook onvoorwaardelijk basisinkomen, de associatie met bestaanszekerheid art. 20 Nederlandse grondwet is zinvol. Ter vermijding van negatieve associaties die de term “basisinkomen” aankleven zijn wel vaker andere termen voor basisinkomen (oa A van Witteloostuijn: “leefpremie”, N Klein “sociaal budget”) geprobeerd. Zulke termen vonden in het algemeen spraakgebruik echter geen ingang. Kunnen we niet beter dus maar gewoon “basisinkomen” blijven zeggen en daarbij de positieve inhoud uit de doeken doen?

De term “inkomen” wordt inderdaad vaak enkel met arbeid geassocieerd, nog steeds hoor je af en toe ‘basisloon’ zeggen als basisinkomen bedoeld wordt. Dit is achterhaald taalgebruik waar we niet naar terug moeten, zeker niet bij de discussie over basisinkomen. ‘Inkomen’ is niet per definitie enkel arbeidsinkomen, het kan ook staan voor vermogensinkomen (rente/dividend) of voor voorwaardelijk uitkeringsinkomen of voor: onvoorwaardelijk basisinkomen. Deze definitiekwestie raakt de verwerkelijkingsvraag hoe we bestaande voorwaardelijke sociale zekerheid en basisdelen van bestaande (per definitie voorwaardelijke) arbeidsinkomens kunnen transformeren in onvoorwaardelijke basisinkomens. Dit is aan de orde zodra de politiek de basisinkomens grotendeels wil bekostigen uit (afschaffing van) bestaande sociale zekerheid en uit (verlaging van) bestaande arbeidsinkomens (zie de optie ‘Democratie doe wel BASISINKOMEN.NL’.)

Het grote idee dat de wereld kan veranderen houdt in dat het basisinkomen wordt onttrokken aan huidige voorwaardelijke sociale zekerheid én aan huidig arbeidsinkomen. Verwerkelijking van dit grote idee komt dichterbij nu de wereld van de arbeid verder af raakt van de verwerkelijking van volledige werkgelegenheid. Oplopend tekort aan banen is een langzaam sluipend maatschappelijk proces dat al decennia gaande is en naar verwachting de komende decennia versneld doorgaat – in lijn met de ontwikkeling van arbeidsbesparende technologieën zoals mechanisering, automatisering, digitalisering en robotisering  –  een maatschappelijke ontwikkeling die geschiedkundigen en sociologen (zoals jij en ik) duidelijk zien maar die economen en politici vaak niet willen zien (zeggend

dat door die technologische ontwikkelingen niet alleen banen verdwijnen maar ook nieuwe banen verschijnen, en verzwijgend dat het gecumuleerde arbeidsvolume van de nieuwe banen kleiner is dan dat van de verdwijnende oude banen, ook verzwijgend dat de nieuwe banen vaker precaire flex-arbeid en bullshitbanen zijn. Angst (voor ‘Luddites’ verzet tegen arbeidsbesparende innovatie) is een slechte raadgever.

Je wil garantie basisinkomen ‘basiszekerheid’ noemen. Hieronder versta je nadrukkelijk ook: basisinkomens voor mensen die iets boven de armoede-grens zitten en het basisinkomen dat niet meteen wegvalt als je meer gaat verdienen. Door deze nadrukkelijke toevoegingen wordt het begrip vager, je rekt de betekenis van ‘garantie basisinkomen’ iets op in de richting van onvoorwaardelijk basisinkomen. Garantie basisinkomen – per definitie ‘means tested’ – wordt zo minder “means tested” en houdt dan min of meer het midden tussen 100% garantie basisinkomen en 100% onvoorwaardelijk basisinkomen. Is dit een gulden middenweg of een gedrocht dat vooral de nadelen van beide combineert ? We gaan het straks zien.

Nu eerst in schema voordelen versus nadelen van enerzijds het garantie basisinkomen (BIG) en anderzijds het onvoorwaardelijk basisinkomen. De aanduiding NIB “negatieve inkomensbelasting” voor het garantie inkomen vermijd ik want: NIB is niet verhelderend maar verwarrend; de goede opzet om basisinkomens door de belastingdienst te laten verstrekken geldt evenzeer het onvoorwaardelijk basisinkomen als het garantie basisinkomen.
Onderstaande 6-ledige vergelijking van 2 verschillende basisinkomen-modellen veronderstelt een gelijk basisinkomenbedrag, zeg per maand per persoon € 1.063 (= armoedegrens ):

SCHEMA 1
Onvoorwaardelijk basisinkomen  (= OBI) Garantie basisinkomen (= BIG)
1 maakt veel nare bureaucratie overbodig vergt veel controle (op  hoeveel ? ander inkomen)
2 lijkt voor de overheid onbetaalbaar (of zou giga belastingverhoging vergen) lijkt betaalbaar (met beetje hogere belasting)
3 in lijn met gelijkwaardigheid van burgers stigmatiseert/degradeert de BIG ontvangers tot 2e rangs burgers
4 geen armoedeval, het arbeidsaanbod neemt niet af het arbeidsaanbod (voor minibanen) neemt af
5 ook rijkaards krijgen basisinkomen (het hele bedrag) alleen wie nu geen €1.063 inkomen heeft krijgt het  (het ontbrekende bedrag)
6 meent dat méér werkgelegenheid per saldo NIET maakbaar is gelooft in mogelijkheid méér  werkgelegenheid: basisbanen

Dit 6-ledig overzichtje laat zien: het ene basisinkomen is het andere niet. Het schema kan helpen bij het maken van de politieke keuze WELK basisinkomen we in Nederland willen gaan invoeren of kan helpen bij het maken van een strategische scenariokeuze: meteen inzetten op onvoorwaardelijk basisinkomen of voorlopig alleen inzetten op garantie basisinkomen?
Als je uitgaat van de vooronderstelling dat je klein moet beginnen om groot te kunnen eindigen ligt de keuze voor BIG voor de hand. In de Nederlandse actualiteit worden politieke partijen nu positiever over Klein Beginnen: zie experimenten regelluwe  bijstand en ook de petitie om werkloze 50plussers een regelvrij inkomen te geven: een tendens dus om te kiezen voor BIG (mogelijk in de Britse variant ‘tax credit’? ). Ook in de buitenlandse actualiteit zien we deze tendens, met name in Finland en Italië. Voorpagina Guardian Weekly 19-25/1/18  noemt UNIVERSAL BASIC INCOME om daarna uit te leggen dat het Finse experiment niet universeel is, niet ingegeven door een groot idee, maar door het idee dat werklozen met dit basisinkomen misschien eerder aan de slag komen (waardoor minder werkloosheidsuitkeringen nodig zouden zijn). Deze verwachting is niet onzinnig, wel onzeker; het zou naïef zijn om BIG te zien als een klein begin dat zonder meer groot eindigt in OBI. Ik zie het als een klein begin dat in Nederland alleen een OBI kan worden als ons volk vastberaden hiervoor kiest.

In Finland werd  in april 2018 al besloten om het klein begin basisinkomen niet groot te laten eindigen. Het experiment krijgt in 2019 geen OBI voorzetting maar een voltooid levenseinde. Men denkt nu dat de basisinkomen-ontvangers niet vaker (dan de controle groep met voorwaardelijke uitkeringen) betaald werk zullen vinden. Destijds toen Finland koos voor experimenteren met basisinkomen had het Finse volk zich blijkbaar niet goed beraden over de mogelijke gevolgen van dit experiment. De kans dat er door het experiment per saldo meer mensen aan de slag komen, een arbeidsinkomen krijgen en dus geen voorwaardelijke uitkering behoeven, lijkt (met de kennis van nu) toen door de Finse politiek veel te optimistisch te zijn ingeschat. Het universele karakter van het grote idee basisinkomen, kwam in het politieke beraad en in de opzet van het experiment niet tot uitdrukking, men ging voorbij aan het basisidee dat niet alleen baanloze mensen maar ook werkenden recht op onvoorwaardelijk basisinkomen kunnen krijgen (arbeidsinkomen + OBI = het totaal inkomen van de werkende).

In Italië won de vijfsterren-beweging de verkiezingen. Deze  anti-establishment partij wordt de grootste coalitiepartij en is nu (mei 2018) bezig de invoering van BIG tot regeringsbeleid te maken. Over OBI vindt geen beraad plaats (hoewel sommige berichten in de pers dat ten onrechte wel suggereren).

Nu we ook in Nederland ons nog niet goed beraden hebben is de keuze voor 1 van de 2 modellen cq scenario’s prematuur. De keuze nu zou vermoedelijk Fins of Italiaans uitvallen: de politiek laat het vermeend onbetaalbare OBI links liggen en opteert in plaats daarvan voor het goedkopere BIG dat vermeend beter is voor de arbeidsmarkt.

Gevreesd moet worden dat dit geen opstap zou zijn om later het grote idee ‘onvoorwaardelijk basisinkomen’ alsnog te verwerkelijken, maar veeleer een ondermijning van de (toch al zwakke) politieke wil om ooit het grote idee wel te realiseren.  “Klein beginnen” hoeft immers niet per se groot te eindigen, het kan ook misbruikt worden om juist niet groot te eindigen. Zie bij voorbeeld hoe het grote idee ‘arbeiderszelfbestuur’ niet naderbij werd gebracht door klein te beginnen met ondernemingsraden.

Mogelijk kunnen Nederlandse kiezers ja zeggen tegen BIG: Klein Beginnen met een Stukje van het Grote idee Universeel Basisinkomen. Maar dan zullen zij wel eerst de voordelen én de nadelen van dit Stukje onder ogen willen zien en overtuigd willen raken dat de voordelen groter zijn dan de nadelen. Hiervoor is jouw volharding als Opiniemaker Basisinkomen van grote klasse en onschatbare waarde; kiezers zoals ik zijn je er erkentelijk voor. De opiniemaker die de voor- en nadelen evenwichtig presenteert lijkt nu echter – ik hoop dat ik me vergis – af te glijden tot een propagandist die de voordelen uitvergroot en de nadelen negeert of bagatelliseert. Kiezers houden van opiniemakers, niet van propagandisten.

Je lijkt nu voor een BIG te pleiten: wie nu maandelijks geen (of minder dan) € 1.063 verdient krijgt dan van de overheid een (aanvullend) inkomen tot € 1.063 . Tegenover dit grote  voordeel staat het nadeel dat de overheid een kostenlast  krijgt die volgens jou niet groot is, je schat zo’n € 8 miljard per jaar.
Ik schat het (op de achterkant van een sigarendoos) een stuk hoger: 1 miljoen Nederlanders, die nu geen uitkering en geen arbeidsinkomen hebben, kosten dan 12 x € 1.063 x 1.000.000 = € 13 miljard . Plus 2 miljoen Nederlanders, die nu in parttime baantjes lager dan € 1.063 beloond worden, kosten dan voor hun aanvullend basisinkomen nog eens 12 x  zeg € 400  x 2.000.000 =  € 10 miljard. Plus 3 miljoen samenwonende Nederlanders met lagere uitkeringen omhoog halen naar € 1.063 per persoon kost 12 x € 300 x 3.000.000 = € 11 miljard. Alles (13+ 10 +11) bij elkaar grof berekend dus  € 34 miljard – waarbij nog kosten komen voor meer means testing bureaucratie (en voor bedrijfsreorganisatie als baantjes die minder lonen dan € 1.063 niet meer bemenst worden).

Je € 8 miljard stel ik hier ter discussie niet omdat het grote voordeel – armoede verdwijnt  – geen € 34 miljard waard zou zijn – de prijs op mijn sigarendoos is niet te hoog. Kiezers kunnen ermee instemmen als ze zien dat hier een betrouwbare opiniemaker een realistische kosteninschatting maakt en ze niet bang hoeven te zijn dat een propagandist hen een goedkoop basisinkomen voorspiegelt dat voor de overheid ongewis véél duurder zal uitvallen.

Naar mijn overtuiging kan het Nederlandse volk (jij en ik inbegrepen) instemmen met basisinkomen mits de opzet ervan goed en geloofwaardig is uitgelegd, evenwichtig en transparant wat betreft zowel de voordelen alsook de nadelen. Tientallen extra miljarden euro’s kunnen democratisch verantwoord worden.
Dan moeten dus niet alleen financiële maar ook immateriële voor- en nadelen geloofwaardig vooraf aan de kiezers verteld worden. Bij garantie basisinkomen denk ik hier met name aan het nadeel dat de bestaande nare maatschappelijke tweedeling waarschijnlijk bestendigd en verergerd wordt als het basisinkomen enkel naar alleen de mensen gaat die nu géén – of te weinig – arbeidsinkomen hebben.

In plaats van nu prematuur BIG of OBI te kiezen kunnen we beter eerst ons nog nader beraden via het 6-ledige schema van voor- en nadelen, met name over de  vermeende nadelen A ‘onbetaalbaarheid’ en B ‘terugloop van arbeidsaanbod’, alsmede over C de (niet vermeende) ‘onhaalbaarheid van volledige werkgelegenheid’.

Ad A

Hoe (on)betaalbaar is elk van beide basisinkomens?

OBI kost de overheid evident véél meer dan BIG, want OBI is bestemd voor alle volwassen Nederlanders, BIG alleen voor wie weinig of geen ander inkomen heeft. Hoevéél méér OBI kost is minder evident. De overheidskosten van BIG schatte ik al even op € 34 miljard en de overheidskosten voor OBI schat ik nu in eerste instantie op € 166 miljard. Nog niet verdisconteerd in deze bedragen zijn de aanzienlijke directe inverdieneffecten (besparingen) die inherent zijn aan de invoering van BIG / OBI en die in tweede instantie dus in mindering van genoemde 34 en 166 gebracht dienen te worden. Hoeveel miljarden dit betreft voor BIG respectievelijk OBI weet ik niet, maar vermoedelijk gaat het bij BIG om niet zoveel en bij OBI om heel veel, mogelijk meer dan de helft van € 166 miljard. En er kunnen op termijn ook nog indirecte inverdieneffecten optreden. Zulke effecten, zoals hierna in (a) (b) en (c) worden aangegeven, zijn niet onaannemelijk maar wel onzeker en qua omvang niet op voorhand in te schatten.

Hoe dan ook, vrees voor onbetaalbaarheid van OBI duurt voort. Toch hoeft het OBI, ook bij een per saldo hoog kostenplaatje, niet onbetaalbaar te zijn. Het CPB zou zich over de houdbaarheid van de overheidsfinanciën geen zorgen hoeven te maken. OBI is geen klein bier, maar ook niet onbetaalbaar. Het kan zeker voor de helft betaald worden uit onmiddellijke inverdieneffecten: vrijvallend geld omdat er voor de voorwaardelijke sociale zekerheid en inkomenssubsidies bijna geen overheidsuitgaven meer nodig zullen zijn zodra het OBI er is. Het kan daarnaast deels – maar dat is minder zeker en minder onmiddellijk – betaald worden uit genoemde indirecte inverdieneffecten: besparingen op andere overheidsuitgaven die als gevolg van OBI minder nodig worden, zoals (a) zorguitgaven en (b) uitgaven voor veiligheid.

Bovendien kan het, voor ongeveer de (andere) helft, betaald worden uit extra belastinginkomsten. Aftrekposten kunnen geschrapt of gewijzigd worden om méér belastinggeld op te halen. Minder fiscale eenheden, dus méér belasting betalen. De lasten voor (kopers bij) bedrijven – VPB, accijnzen, BTW, (invoering) financiële transactietaks, (herinvoering) dividendbelasting, BPM, overdrachtsbelasting- kunnen niet veel maar wel iets omhoog zonder dat dit de concurrentiepositie van deze bedrijven deert. Sommige van deze belastingen, zoals accijnzen vliegtaks en vleestaks, kunnen méér omhoog want hierbij is het juist de bedoeling dat dit de omzet van de betreffende bedrijven wel deert. Extra belastingen kunnen vooral van particulieren komen als zij de progressievere “fair taks” gaan betalen, bij voorbeeld volgens de tarievenopzet in schema 2. En dan hebben we het nog maar niet over (c) extra belastinggeld dat op termijn kan voortkomen uit de economische opleving die volgens sommigen het gevolg is van de bestedingsimpuls met multiplier effect die uitgaat van invoering OBI – uitgaat van gratis helicoptergeld geven aan alle Nederlanders.

SCHEMA 2

Fair Taks tarief = IB over (anyhow) Basisinkomen, (If any) Arbeidsinkomen én (if any) Vermogensinkomen.
(Door ‘vermogen’ net als ‘arbeid’ te belasten vallen er veel meer Nederlanders onder hoge IB tarieven. Dit helpt om aan alle burgers OBI te kunnen uitbetalen.)

OBI €12.756 + € Arbeidsinkomen +  € Vermogensinkomen – € Fiscale aftrek  =  belastbaar jaarinkomen per individu   

 t/m 20.000            : 10% heffing
20.000 à 30.000.    : 20%
30.000 à 40.000.    : 30%
40.000 à 50.000     : 40%
50.000 à 70.000     : 50%
70.000 à 100.000.  : 60%
100.000 à 150.000  : 70%
> 150.000 à ~          : 80%

Een OBI ontvanger zonder ander inkomen heeft na 10% inhouding IB dus netto € 11.480.
Een € 200.000  bruto verdienend persoon houdt netto, na fair taks betalen, dik 7 netto basisinkomens over, zie de navolgende voorbeeldberekeningen.
Deze grote ongelijkheid in besteedbaar inkomen lijkt maatschappelijk nog net acceptabel. Grotere ongelijkheid, die (ook in Nederland) nu nog volop bestaat, druist in tegen het algemeen belang en lijkt maatschappelijk niet meer acceptabel.

Voorbeeld ink. € 200.000:        Voorbeeld ink 60.000           Voorbeeld ink 90.000
minus fair taks:                          minus fair taks:                      minus fair taks:

€ 2.000                                       2.000                                       2.000
€ 2.000                                       2.000                                       2.000
€ 3.000                                       3.000                                       3.000
€ 4.000                                       4.000                                       4.000
€10.000                                      5.000                                     10.000
€18.000                                     – – – – – +                                 12.000
€ 35.000                                    16.000                                    – – – – – +
€ 40.000                                  Resteert besteedbaar:          33.000
———- +                               netto  € 44.000.                    Resteert besteedbaar:
€ 114.000                                                                             netto € 57.000
Resteert netto € 86.000                                      .

De voorbeelden van rijkaards – resp bruto € 200.000 en € 90.000 belastbaar jaarinkomen – laten zien dat de rijken méér IB verhoging voor hun kiezen krijgen dan het OBI bedrag dat ze ontvangen. Hiermee verdwijnt het “morele bezwaar” tegen OBI, want de rijken betalen als het ware zelf hun eigen basisinkomen. En: dit vergt géén extra means testing (geen extra bureaucratie), zoals bij BIG wel het geval is. OBI heeft genoeg aan de huidige means testing (vervat in IB box 3). Het (bepalen en) innen van de fair taks (aanslag) is weinig problematisch, de huidige belastingdienst kan dit aan. Op deze wijze meer geld rondpompen is niet een probleem maar een oplossing (voor het prangende probleem hoe we het nationaal-inkomen fair herverdelen).

Ad B.

Leidt invoering basisinkomen echt tot minder arbeidsaanbod? Leidt invoering basisinkomen echt tot minder arbeidsvolume? (en dus tot minder bbp? minder belastingopbrengst?)
Economisten zoals Bas Jacobs of Egbert Jongen menen het antwoord te hebben en zelfs te weten hoevéél procent het arbeidsaanbod zal dalen als het basisinkomen wordt ingevoerd. Zij onderzochten het arbeidsmarkteffect van deze ‘social spending’ via een simulatie van basisinkomen zonder helder onderscheid tussen universeel- en garantie-basisinkomen, en zonder verdiscontering van empirische onderzoeksbevindingen ter zake: ‘Méér social spending in enig OESO land blijkt (anders dan economisten denken) niet te leiden tot minder economische groei/ niet tot minder werkgelegenheid’ (bewijst macro-econoom en historicus prof Peter Lindert in “Growing Public” 2004).

Zodra economisten zien dat op microniveau een aantal basisinkomen-ontvangers werkweigeraars kunnen zijn omdat ze (nog even) geen baan willen, gaan de economisten kort door de bocht naar het macroniveau waar het arbeidsaanbod volgens hen dan zou dalen. Ze kijken niet eerst of er in de arbeidsreserve nog baanloze basisinkomen-ontvangers zijn die juist wel (weer) willen gaan werken, geld willen verdienen (dat niet gekort wordt op hun basisinkomen), aan de slag willen als zzp’er of willen zoeken naar een werkelijk passende baan (duurt langer voordat die gevonden is maar geeft wel een betere match= duurzame arbeidsparticipatie); economisten onderschatten de omvang van de arbeidsreserve (= geregistreerd werkzoekenden + verborgen werkloosheid met name onder het CBS-label ‘niet-beroepsbevolking’) en zien niet hoeveel gegadigden er nog kunnen zijn voor banen die sommige basisinkomen-ontvangers aan zich voorbij laten gaan.

Als een aantal basisinkomen-ontvangers geen betaalde baan wil leidt dit per saldo dus niet per se tot minder arbeidsvolume, minder BBP, minder belastingopbrengst. Te meer niet omdat de baanmijders gering in aantal zijn. Uit herhaald hooggeleerd empirisch onderzoek (Paul de Beer, Rudi Wielers) blijkt dat het arbeidsethos in Nederland hoog is en hoog blijft, óók bij mensen zonder baan.

We laten ons niet van de wijs brengen door economisten die menen dat hogere belastingen voor hogere arbeidsinkomens een prijs hebben namelijk: verstorende  arbeidsmarkteffecten. Hun theorie dat hoge marginale tarieven in progressieve inkomensbelasting ertoe leiden dat mensen geen topbanen meer zouden willen, wellicht minder zouden willen werken of zelfs zouden stoppen met werken is onvoldoende  onderbouwd met recente onderzoeksbevindingen en sowieso ongeloofwaardig. Een inkomensbelasting regime zoals Schema 2 geeft altijd voldoende financiële prikkel om (meer) werk te aanvaarden, de belastinggrondslag wordt hierdoor – anders dan economisten menen – nauwelijks of niet aangetast. Het is niet zo dat keuzes om werk te aanvaarden per se financieel gemotiveerd zijn. Er zijn ook andere motieven. Die kunnen de doorslag geven, zeker ook bij aanvaarding van topbanen waarop het hoogste  belastingtarief betrekking heeft, zie bij voorbeeld diverse ministers die in een vorige functie meer verdienden of zie hoe in de (groter geworden) sectoren onderwijs en zorg veel mensen met een idealistische instelling werken die sneller en vaker genoegen nemen met een lager salaris, en veelal minder verdienen dan vergelijkbaar verantwoordelijken elders. (Wout Vissers brief in FD 20/1/18.)  Een aangeboden topbaan wordt bijna nooit om financiële redenen geweigerd en als dit een enkele keer toch gebeurt is er juist voor topfuncties altijd ander arbeidsaanbod te vinden dat niet minder geschikt is. Dit veroorzaakt dan dus geen daling in het arbeidsvolume.

Economisten menen evenwel dat invoering basisinkomen het arbeidsaanbod 5% doet dalen en beroepen zich hierbij op het Canadese Mincome experiment dat jij in “Gratis geld” beschrijft. Van alle door jou beschreven experimenten was Mincome het enige waar een duidelijke daling van het arbeidsaanbod plaats vond (en geduid werd op een wijze waaruit blijkt dat de Nederlandse situatie nu anders is dan de Canadese situatie toen en dat zo’n daling van arbeidsaanbod nu in Nederland dus niet te verwachten is). Economisten waren al voordat ze van Mincome gehoord hadden van mening dat invoering basisinkomen het arbeidsaanbod substantieel doet dalen (E. Jongen is economistisch geschoold door R. vd Ploeg die deze mening al in de jaren ’90 uitdroeg, zie RJ vd Veen en D.Pels “Het Basisinkomen Sluitstuk van de verzorgingsstaat?” 1995 )

Terug naar de kwestie welk model –  OBI of BIG – nu beter is voor de arbeidsmarkt.
OBI leidt volgens de uiteenzetting hierboven per saldo op macroniveau hoogstwaarschijnlijk niet tot minder arbeidsaanbod, niet tot minder arbeidsvolume.

BIG voldoet iets meer aan wat economisten verwachten, want het arbeidsaanbod voor minibanen zal dalen zodra blijkt dat je letterlijk voor het zelfde geld net zo goed géén minibaan kunt nemen en baanloos kunt blijven. Invoering BIG heeft dan tot gevolg dat op macroniveau het arbeidsvolume iets daalt, terwijl de arbeidskwaliteit macro iets stijgt.

Een kwaliteitverhogend effect is overigens ook bij OBI te verwachten. Kwaliteit van arbeid aan de onderkant van de arbeidsmarkt gaat hoe dan ook omhoog. Basisinkomen stelt mensen in staat om onaantrekkelijk, laag beloond, werk te weigeren: “Wat een rot baan, ik leef liever nog wat langer alleen van mijn basisinkomen”. Deze situatie noopt werkgevers om rotbanen ofwel weg te organiseren/ weg te automatiseren (= kwantiteitseffect) ofwel inhoudelijk / financieel op te waarderen (= kwaliteitseffect).

Een echte baan is niet precair/flex en wel boven-basaal beloond. Echte banen worden schaarser; voor de meeste Nederlanders is tegenwoordig geen echte loopbaan meer weggelegd.

Hier uiteengezette bedenkingen zullen toenemen in de politieke discussie die vooralsnog tendeert naar invoering BIG – mogelijk in de vorm van een tax credit (waarvoor mensen zonder arbeidsinkomen niet in aanmerking komen?). Dan kan de politieke voorkeur omgaan naar het OBI dat immers bij nader inzien niet onbetaalbaar is en voor het functioneren van de arbeidsmarkt toch beter lijkt te zijn.

Als we ons nu te zeer aan BIG zouden committeren lijkt het aloude doel ‘exit armoede‘ gehaald te worden en het grotere doel OBI onderuit gehaald te worden. Dit laatste zou jammer zijn, want OBI annex IB schema 2 kan nog 3 andere zaken verwerkelijken, namelijk:

  • giga inkomensongelijkheid terugbrengen tot aanvaardbare proporties;
  • giga bureaucratie terugbrengen tot aanvaardbare proporties;
  • jegens baanloze medeburgers stigmatisering stoppen en respectering starten.

 

Ad C

Historicus prof James Livingstone publiceerde in 2016 “No more work” : how and why Americans cling to work as a solution rather than a problem – why it is that both liberals and conservatives announce that “full employment” is their goal when job creation is no longer a feasible solution for any problem, moral or economic. Voorstanders van OBI zien dat nu een (macro) toenemend arbeidsvolume en een toegroeien naar volledige werkgelegenheid totaal onhaalbaar zijn geworden. Tegenstanders van basisinkomen menen daarentegen dat toenemende arbeid in principe altijd haalbaar is omdat mensen in principe oneindig behoeftes hebben of krijgen aan (bij voorbeeld positionele) goederen/diensten – behoeftes die dankzij toenemende arbeid vervuld zouden kunnen worden. Zij zien “basisbanen” als mogelijke oplossing voor werkloosheid.

Voorstanders van BIG willen veelal de kool (basisbanen) en de geit (basisinkomen) sparen.  Ze zijn onzeker over hoeveel meer arbeid per saldo in Nederland nog mogelijk is en willen niet weten dat volledige werkgelegenheid in Nederland nooit werkelijkheid zal zijn. Ze hopen dat meer arbeid mogelijk is als de overheid maar inzet op “basisbanen”, waarbij vaag blijft welke werkzaamheden in de basisbanen verricht worden, vaag blijft welke (nu niet vervulde) menselijke behoeften aan goederen/diensten hierdoor vervuld worden, vaag blijft waar het geld vandaan komt om de basisbaners te belonen.

Genoemde onduidelijkheden rond BIG en OBI nopen mij tot deze conclusie:

Zonder nadere deliberatie verzeilen we in een soort basisinkomen  dat het grote voordeel heeft dat armoede verdwijnt en tegelijkertijd ook de nadelen van OBI en BIG combineert: toenemend tekort aan banen, toenemende  overheidsuitgaven, toenemende bureaucratie, toenemend financieringstekort, toenemende stigmatisering, verergering van de naargeestige tweedeling in de samenleving tussen mensen met en zonder echte banen. Het grote idee OBI komt niet op de politieke agenda.

Politiek delibereren vanuit een burgerinitiatief dat niet partijpolitiek van aard is kan helpen om grote ideeën op de politieke agenda te krijgen, kan helpen om in te zien dat de marges van de democratie niet per se smal zijn: grote stappen zetten kan ook, voorwaarts en niet vergeten de solidariteit….

Hier komt het al genoemde burgerinitiatief ROBIN, novum in de Nederlandse politiek, om de hoek kijken.

Een lange tekst hierover zal ik je nu maar besparen. Als je geïnteresseerd bent, zend ik je de betreffende 15 blz graag toe. Kun je zien of je mee wilt doen à titre personnel als lid van ROBIN / als mede oprichter van ROBIN / of  enkel als ad hoc inleider wanneer ROBIN over basisinkomen discussieert – hoe dan ook, R.O.B.I.N ziet graag Rutgers Onvoorwaardelijk Basisinkomen In Nederland.

Ben benieuwd of en hoe je op het bovenstaande reageert. Op eerdere mails van mij en ROBIN i.o. aan rutger@rutgerbregman.com kwam geen reactie. Als je onverhoopt weer niet reageert, wil je dan toch deze tekst als kopij aanbieden aan De Correspondent ? Maar we hopen natuurlijk op een persoonlijke Rutgerbijdrage aan het proces ROBIN.

Hartelijke groet,

Michiel van Hasselt     
27 mei 2018.
030 2516871, cives@ziggo.nl

Eerder verschenen in reactie op Rutger Bregman Reactie op artikel van Rutger Bregman (Petra Hoetz)  en Basisinkomen, bestaanszekerheid en negatieve inkomsten belasting: hoe heet eten we de soep? (Reyer Brons)

Het bericht Open brief aan Rutger Bregman over basisinkomen en bestaanszekerheid verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Argumenten voor Basisinkomen vanuit de optiek van Waarden en Mensbeeld

Naast een eerder overzicht van bezwaren tegen basisinkomen volgt nu een begin van het opsommen van argumenten voor het basisinkomen.
Hieronder komen argumenten aan de orde onder het thema Waarden en Mensbeeld.

Naast een uitgebreide verzameling van bezwaren tegen basisinkomen (en de weerlegging daarvan) maak ik nu ook een begin met het opsommen van argumenten vóór het basisinkomen.

Opgemerkt zij dat sommige argumenten stoelen op feiten, andere zijn gebaseerd op overtuigingen waarvan niet vaststaat dat iedereen deze zonder nader onderzoek accepteert.

In deze bijdrage komen argumenten aan de orde onder het thema Waarden en Mensbeeld.

1.
Een basisinkomen (mits hoog genoeg) verwezenlijkt het mensenrecht op basisbehoeften.
Door iedereen een bedrag te verschaffen dat voldoende is voor de basale levensbehoeften, is bestaanszekerheid niet langer een probleem. Met als belangrijk psychologisch voordeel dat mensen ook geen angst meer hoeven te hebben voor verlies van hun inkomen (tot het niveau van het basisinkomen), waardoor ze minder verkrampt hoeven te leven.
Basisinkomen operationaliseert de uitgangspunten van artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: “vrijheid, gelijkheid en broederschap”.

2.
Basisinkomen vergroot de gelijkheid van kansen en de gelijkheid in inkomen. In mindere mate verkleint dat op den duur mogelijk ook de vermogensongelijkheid.
Kansen worden gelijker omdat er meer mogelijkheden komen om soorten werk uit te proberen en om nieuwe dingen te leren.

3.
Invoering van basisinkomen betekent uitroeiing of vermindering van de absolute en schrijnende armoede en ook vermindering van de relatieve armoede (GINI-coëfficiënt).
Dat is ook een oplossing van het probleem dat armen minder goede beslissingen nemen dóór armoede.

4.
Basisinkomen geeft mensen meer vrijheid doordat ze beter kunnen beschikken over hun eigen leven.
Met basisinkomen kun je zelf kiezen wanneer je gaat studeren, kiest voor vrijwilligerswerk of juist bezigheden zoekt die veel extra inkomsten genereren.
Je wordt daartoe niet meer gedwongen door derden (zoals thans de uitvoerders van de sociale zekerheid) of juist tegengehouden (veel mag immers niet van de regelgeving, zoals een paar weken stage lopen bij een bedrijf, onkosten incasseren bij vrijwilligerswerk, overdag een cursus volgen etc.)

5.
Door basisinkomen is sprake van volwaardig burgerschap ook voor degenen die geen betaalde arbeid verrichten. De waarde die thans in onze cultuur aan betaalde arbeid wordt toegekend, wordt sterk gerelativeerd.
Dit verhoogt de eigenwaarde van baanlozen en verkleint de stigmatisering van werklozen en uitkeringsgerechtigden.

6.
Basisinkomen maakt waardering ‘open source’-werk mogelijk: werk dat iedereen ten goede komt en (juist daarom) moeilijk te betalen is.
Het betekent waardering van onbetaald werk (vrijwilligerswerk, kinderen opvoeden, mantelzorg).
Wellicht zal dit soort werk juist wel enigszins worden betaald na invoering van het basisinkomen, omdat je verlost bent van het minimuminkomen en omdat er geen bijstandskortingen zijn wanneer je iets bijverdient.

7.
Basisinkomen geeft ruimt om te stoppen met zinloos werk, ook al wordt daar nu goed voor betaald (bullshit-banen). Veel nutteloze betaalde arbeid wordt uitgevoerd omdat je anders geen inkomen krijgt. Denk ook aan onzinnige reclameboodschappen, telefonische verkopers, verkeerde financiële ‘producten’, niet werkende middelen, onnodige extra’s etc.
De sociale zekerheid is nu geen alternatief, je moet werk vinden, ook al draagt het niet positief bij aan de samenleving.
Het geeft ruimte om heel kritisch te denken over zinloze bureaucratie en arbeidsintensieve juridificëering van onze maatschappij.
NB. Bullshit-banen in deze zin moet niet verward worden met onaangenaam wek dat wel nodig is. Dat moet of geautomatiseerd worden, of (in combinatie met het basisinkomen) beter betaald dan thans het geval is.

8.
Basisinkomen geeft meer mogelijkheden om de waarde van werk te bepalen, los van de eventuele beloning.
Wat nuttiger is voor de maatschappij, krijgt thans lang niet altijd een hogere economische waardering.

9.
Basisinkomen wordt aan iedere individu verschaft en vergroot de onafhankelijkheid van de partner (van vrouwen en/of mannen).
Mede daardoor is een betere verdeling van de gezinstaken over de ouders mogelijk en kan een betere opvoeding aan kinderen worden geboden.
Andere gevolgen van die grotere onafhankelijkheid kunnen zijn: makkelijker afscheid kunnen nemen van een slecht functionerende relatie; aantrekkelijke nevenactiviteiten kunnen uitvoeren door makkelijker inschakelen huishoudelijke hulp; een vrijere keuze voor meewerken in de onderneming van de partner; makkelijker een onderneming te beginnen die je onafhankelijkheid nog verder vergroot.

10.
Basisinkomen geeft mogelijkheden om (langer) te studeren. Ook het ‘leven lang leren’ wordt veel meer mogelijk.
Met als gunstige gevolgen: hogere employability, meer werksatisfactie, betere groeikansen.

11.
Basisinkomen geeft groepen kunstenaars, journalisten en wetenschappers de mogelijkheden zich te ontplooien.
Mensen met een beperking worden makkelijker inzetbaar wegens lagere additionele kosten.

12.
Basisinkomen heeft een groot aantal positieve effecten op onze samenleving en cultuur. Er komt
een minder gespannen samenleving, met meer individuele kansen maar ook meer mogelijkheden om samen te werken, meer mogelijkheden voor bezinning op de kernwaarden van de samenleving en vervolgens voor betere realisering daarvan.
Enkele voorbeelden van positieve effecten:

  • Positief effect op bestrijding radicalisering (jongeren)
  • Minder (met name kleine) criminaliteit doordat in basisbehoeften is voorzien
  • Positief effect op spreiding van mensen (tegengaan van leegloop en verstedelijking)
  • Positieve cultuurverandering op het gebied van geld (minder nadruk daarop)
  • Positieve cultuurverandering op het gebied van consumptie en materialisme (minder nadruk daarop)
  • Mensen kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor het zich niet inzetten voor problemen in de rest van de wereld; er is tijd om deze problemen aan te pakken.
  • Onafhankelijke journalistiek en andere onafhankelijke media krijgen meer mogelijkheden.

 

Deze argumenten voor basisinkomen worden de komende periode aangevuld met argumenten vanuit de optiek van Maatschappijvisie en ideologie, Economie, Arbeidsmarkt, Overheid en bureaucratie, Grenzen en migratie en Welzijn en gezondheid

Reyer Brons, 24 mei 2018

Het bericht Argumenten voor Basisinkomen vanuit de optiek van Waarden en Mensbeeld verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Bezoekersstatistieken tot mei 2018

Paginabezoek 365 dagen tot 22 mei 2018

Het bericht Bezoekersstatistieken tot mei 2018 verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Van duaal basisinkomen naar AOW vanaf 18 jaar en burgerinitiatief ROBIN

Het boekje van Michiel van Hasselt over duaal basisinkomen is inmiddels uitverkocht, maar als PDF verkrijgbaar.
Michiel werkt zelf inmiddels aan het FNV idee om een soort AOW vanaf 18 in te voeren, en aan een nieuw burgerinitiatief Realiseer Onvoorwaardelijk Basisinkomen In Nederland (ROBIN).

Het boekje uit 2016 “Democratie doe wel: BASISINKOMEN.NL” is uitverkocht, maar op de website van de VBi (Vereniging Basisinkomen) is nu de hele tekst toch te vinden als gratis downloadbare PDF.
Mijn denken over hoe we in Nederland basisinkomen kunnen verwerkelijken heeft intussen niet stil gestaan, zie hieronder.
Maar de tekst uit 2016 blijft interessant, omdat die als geen ander een volstrekt onvoorwaardelijk basisinkomen OBI (Onvoorwaardelijk BasisInkomen) toont dat blijvend betaalbaar is voor de overheid (en voor de werkgevers die naast de normale CAO lonen aan hun werknemers ook dit OBI moeten uitbetalen en dan via een aangepaste CAO gecompenseerd kunnen worden).

De volgens mij ingenieuze constructie in “Democratie doe wel” werd door menigeen (ook in de VBi) te ingewikkeld gevonden en het OBI werd niet benut om bij de Nederlandse werknemers hun achterblijvende koopkrachtontwikkeling te repareren. Daarom ben ik nu ook geporteerd van een iets ander basisinkomen dat we binnen de FNV bediscussiëren – AOW vanaf 18 jaar. Dit is niet volstrekt onvoorwaardelijk maar biedt wel de werknemers een koopkracht stijging die uitstijgt boven wat de CAO kan regelen, terwijl verhoging van progressieve (loon)belasting ook dit basisinkomen op AOW-niveau blijvend betaalbaar maakt voor de overheid.

Bij politieke partijen is mijn boekje niet geland, ze dachten Democratie doe niet basisinkomen.nl. Alleen de Vrijzinnige Partij had in 2017 basisinkomen prominent in haar programma, maar zonder de ingenieuze financiering en dus met de CPB kwalificatie dat de overheidsfinanciën onhoudbaar zouden worden. Het hierop volgende electorale fiasco van die partij plus de onwil van andere partijen om OBI in hun programma op te nemen bracht mij op het idee om het OBI nu niet meer direct in de partijpolitiek te willen brengen maar in een nieuw soort voorportaal van de partijpolitiek, het burgerinitiatief ROBIN dat in september 2018 van start gaat.

ROBIN (“Realiseer Onvoorwaardelijk Basisinkomen In Nederland”) is een vereniging in oprichting waarin burgers zoals jij, ik en vele andere politiek geïnteresseerden kunnen delibereren over wat nu het beste plan voor toekomstig Nederland is – niet alleen over basisinkomen maar ook over de andere issues zoals belastingen, vergroening en arbeidsmarktbeleid. AHMAS: alles hangt met alles samen. ROBIN wil een model verkiezingsprogramma maken en mettertijd publiekelijk aanbieden aan de partijen die meedoen aan de komende tweede kamer verkiezingen.
Dit initiatief is bedacht na de mislukte poging van de Vrijzinnige Partij om in 2017 veel kiezers te winnen voor een programma dat invoering van onvoorwaardelijk basisinkomen.nl voorstelde. ROBIN zelf wil géén politieke partij zijn, maar wel invloed uitoefenen op (de programma’s van) oude en nieuwe politieke partijen, hen vragen om in hun komende verkiezingsprogramma’s veel van ROBIN’s Tien Punten modelprogramma over te nemen.
De vereniging ROBIN staat open voor iedere kiesgerechtigde burger, partijloos of partijlid, ongeacht diens politieke voorkeur. Zo’n vereniging is een novum in de Nederlandse politiek, noem het “beweging democratie 3.0”. Hierin kun je als burger zonder partijlid te zijn toch inhoudelijk politiek actief zijn. Of je ook effectief bent zal vooral afhangen van de kwaliteit van de deliberaties. We zoeken deelnemers van wie we deze kwaliteit verwachten, ja we nodigen je uit om mee te doen in ROBIN.
Als je geïnteresseerd bent, zend ik je daarover een document van 15 blz. graag toe. Stuur daarvoor een mail naar cives@ziggo.nl.
Kun je zien of je mee wilt doen à titre personnel als lid van ROBIN of als mede oprichter van ROBIN.

Michiel van Hasselt, 21 mei 2018.

Het bericht Van duaal basisinkomen naar AOW vanaf 18 jaar en burgerinitiatief ROBIN verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Is het nou OBI of UBI? en wat is het verschil in #basisinkomen

In Nederland willen de voorstanders van een echt basisinkomen wel eens de term OBi gebruiken, dat staat voor Onvoorwaardelijk Basisininkomen. Analoog aan de Engelse term wordt ook wel eens UBi gebruikt: Universeel Basisinkomen (Universal/Unconditional Basic Income – UBI) Wat is nu eigenlijk de goede definitie van een basisinkomen? Een basisinkomen is een vast bedrag per maand dat zonder voorwaarden door de overheid aan alle ingezetenen wordt gegarandeerd: Het is een bedrag waarvan je zonder luxe kunt rondkomen. Je mag daarnaast zoveel bijverdienen als je wilt. Er zijn een aantal begrippen zijn die nu naar voren komen in de definitie van een basisinkomen:  alle ingezetenen – individueel -universeel – voor iedereen […]

Het bericht Is het nou OBI of UBI? en wat is het verschil in #basisinkomen verscheen eerst op Nederlandstalig Netwerk Basisinkomen.

Basisinkomen, bestaanszekerheid en negatieve inkomsten belasting: hoe heet eten we de soep?

Basisinkomen of de variant bestaanszekerheid van Rutger Bregman, theoretisch en ideologisch is dat een groot verschil. Maar praktisch maakt het niet zo veel uit als je het huidige stelsel enorm zou vereenvoudigen door grote delen van het huidige stelsel om te labelen tot basisinkomen of basiszekerheid. Dat betekent meteen dat de financiële toestand van praktisch alle Nederlanders een stuk overzichtelijker wordt zonder dat men er op achteruit gaat. Laten we daar gewoon snel mee beginnen!

Foto Hands Pixabay

Aanleiding

Een bekend voorvechter van basisinkomen was Rutger Bregman, die een belangrijke bijdrage geleverd heeft om de discussie over het basisinkomen op de kaart te zetten met zijn boek Gratis geld voor iedereen dat in 2014 verscheen. Inmiddels is dat boek in meer dan dertig talen vertaald.

Kort geleden heeft hij echter een draai gemaakt door niet langer te pleiten voor universeel basisinkomen voor iedereen, maar voor een variant die hij aanduidt als gegarandeerd basisinkomen of basiszekerheid. Zie zijn artikel Zo maken we het basisinkomen werkelijkheid.
Verwarrend daarbij is dat hij zegt dat het op hetzelfde neerkomt, maar toch veel goedkoper is en dus beter haalbaar,  om het in te voeren.
Zoals tegenwoordig wel vaker gebeurt,  leidt dat tot allerlei discussies in de sociale media waarbij voor- en tegenstanders onbekommerd hun mening ventileren. Een beetje orde daarbij is wenselijk!

Terminologie en verschillen

Zoals Rutger Bregman zelf ook stelt is zijn  nieuwe voorstel ook bekend onder de term negatieve inkomsten belasting (NIB), een term die al in 1962 door Milton Friedman is gepropageerd en door Nixon bijna is ingevoerd in de USA.
De essentie van NIB is dat via de belastingdienst een basisbedrag voor iedereen ter beschikking komt, met dien verstande dat de belastingdienst dit verrekent met de belasting die je verschuldigd bent. Wie geen belasting hoeft te betalen wegens gebrek aan belastbare inkosten, krijgt het basisbedrag uitgekeerd.
Complicerend is dat de term NIB op minstens twee manieren wordt gebruikt.
Friedman stelde het eenvoudige systeem voor waarbij iedereen recht heeft op een basisbedrag, waarbij vervolgens bijvoorbeeld 50 % belasting afgedragen moet worden van het bedrag dat je aan andere inkomsten verwerft. Je houdt dus altijd wat over van wat je bij verdient naast het basisbedrag. De belastingdienst vult in dit voorbeeld je middelen aan zolang je minder dan 2 X het basisbedrag ontvangt, daarboven ga je belasting af dragen.
Dit systeem levert uiteindelijk iedereen precies hetzelfde op (en kost de gemeenschap evenveel) als een basisinkomen ter hoogte van het basisbedrag en daarnaast een vlaktaks van 50 % op alle ander inkomsten. Zie bijvoorbeeld de grafische weergave in het artikel Twee verhalen over het basisinkomen van Ronald Mulder.
Maar er is ook een andere variant, waarbij de belastingdienst alleen aanvult wat je minder verdient dan het basisbedrag. Je extra inkomsten tot 2 X het basisbedrag leveren je dus geen extra middelen op. In de systematiek van Friedman betekent dat dus 100 % afdragen van je extra verdiensten!
Het lijkt er op dat Rutger Bregman in zijn nieuwe teksten enerzijds de oorspronkelijke variant van Friedman propageert en stelt dat het precies hetzelfde is als basisinkomen, maar rekensommen maakt alsof hij met de andere variant werkt.
Zijn berekening is erg oppervlakkig. Hij stelt op het gezag van het SCP dat uitroeien van de armoede in Nederland ‘slechts’ € 2.2 miljard kost en dat voor invoering van zijn bestaanszekerheid maximaal 2 tot 3 keer dat bedrag nodig is.
Heel creatief, maar rekenaars krijgen hier terecht buikpijn van en gaan dan mopperen dat een historicus verre van de economie moet blijven!

Een heel belangrijk psychologisch voordeel van een NIB ipv een aan iedereen uitbetaald basisinkomen is dat er geen geld wordt overgemaakt naar degenen die het niet nodig hebben.
Een praktisch voordeel is dat er zo minder belasting afgedragen hoeft te worden door  degenen met inkomsten naast het basisbedrag en dus het geldverkeer minder omvangrijk is.

Onder de voorstanders van basisinkomen is verschil van inzicht of de NIB in de variant van Friedman als basisinkomen wordt gezien. De verrekening door de belastingdienst met te betalen belasting op basis van andere inkomsten wordt door hen gezien als een inkomenstoets en dus in strijd met het onvoorwaardelijke karakter van basisinkomen. Anderen (waaronder ik) stellen dat het wel basisinkomen genoemd kan worden omdat het recht op het basisbedrag onomstreden is.
Dat is natuurlijk anders in de andere variant, daar evident wel sprake is van een toets die de hoogte van het uiteindelijke bedrag bepaalt.
En dus blijft de zogenaamde armoedeval in stand waardoor de minst verdienenden in een uitzichtloze situatie blijven zitten.
In de tekst Basisinkomen, soorten en terminologie noem ik de eerste variant garantie-inkomen en de tweede variant garantie-toeslag. In de door Rutger Bregman genoemde komt zijn bestaanszekerheid gezien zijn inschatting van de kosten van nog geen € 7 miljard maximaal heel dicht bij deze tweede variant. Maar hij schrijft ook in de geest van de eerste variant:
Natuurlijk zou een negatieve inkomstenbelasting nog duurder zijn, omdat niet alleen de armen ervan profiteren maar ook degenen die iets boven de armoedegrens zitten.  Voor mensen die meer gaan verdienen nemen we het basisinkomen niet meteen weg, maar faseren we het geleidelijk uit (met een marginaal belastingtarief van bijvoorbeeld 30, 40 of 50 procent, waardoor werken altijd blijft lonen.
Oppervlakkig en verwarrend dus, deze voorstelling van zaken!

Er kan wel een heel groot praktisch probleem zijn met het NIB als we niet goed kunnen regelen dat de belastingdienst maandelijks een adequaat bedrag naar je over maakt. Immers de uiteindelijke afrekening via de definitieve aanslag van de inkomstenbelasting vindt in het gunstigste geval pas een half jaar na afloop van het kalenderjaar plaats. Tenminste, als de operationele werkvorm van de belastingdienst ongeveer zo blijft als nu.
Er zal dus een goede communicatie (snel en niet ingewikkeld) moeten zijn tussen ieder individu en de belastingdienst als er substantiële mutaties zijn in de te verwachten andere inkomsten. Dat loopt op dit moment ook redelijk goed voor mensen die al in de loop van het jaar geld terug krijgen voor de hypotheekrenteaftrek. Wat in elk geval niet mag gebeuren is dat betrokkenen in geldnood komen door traag handelen van de belastingdienst, of door forse terugbetalingen achteraf te eisen.
De huidige Nederlands belastingdienst kan dit vooralsnog niet aan.
Zolang die dienst zijn zaken niet op orde heeft, is uitvoering van basisinkomen of basiszekerheid via onze belastingdienst niet mogelijk!

Voorlopige conclusie:
Basisinkomen via de belastingdienst uitkeren als NIB zoals Friedman het ooit heeft bedoeld, is in principe prima. Het levert in principe alle positieve effecten op die voorstanders er van verwachten, mits de belastingdienst dit adequaat kan uitvoeren
Hoewel het systeem minder gewenst is, kan dat ook met de bestaanszekerheid die Rutger Bregman nu propageert.
Mits de belastingdienst gedurende het jaar adequaat kan inschatten hoeveel iedereen moet ontvangen of afdragen aan basisbedrag gecorrigeerd met belasting over andere inkomsten.
Dat is even gemakkelijk of moeilijk in beide varianten.

Maar hoe zit het praktisch in ons huidige stelsel?

Het bovenstaande betoog gaat uit van een eenvoudig stelsel met een basisbedrag en een vlaktaks van circa 50 %.
Maar dat is mijlenver van de huidige situatie in Nederland. Wouter Keller laat in zijn artikel in FTM: De oplossing voor de armoedeval, kristalhelder zien dat de armoedeval heel vérstrekkend is in ons land. De middeninkomens worden er evenzeer door geraakt als de lagere inkomens.
Voor een groot deel van de Nederlandse bevolking is op dit moment sprake van een inkomen dat nagenoeg onafhankelijk is van de inkomsten uit betaalde arbeid of anderszins.
De zeer lage inkomens worden aangevuld met diverse toeslagen. Die gaan omlaag zodra je iets meer verdient. Degenen die daar iets boven zitten (tot modaal), krijgen te maken met inkomensafhankelijke heffingskortingen.
Een bekend voorbeeld is de politieman met een bruto-inkomen van circa € 3.000 per maand. Maakt hij een promotie waardoor hij bruto € 1.000 per maand extra krijgt, dan levert dat elke maand netto € 50 op!
Wouter Keller geeft in zijn artikel een ander voorbeeld:
Huh? De juf van mijn kleindochter leest in de krant dat ze er 100 euro bij krijgt, maar in werkelijkheid gaat ze er 25 euro op achteruit? Dit is de armoedeval in optima forma.
Zie ook deze tabel (staat ook aan het eind van dit artikel) bij een tweet van @sinlesignon op 15-11-2017.
Kortom, we hebben een heel ingewikkeld stelsel gemaakt waarbij iedereen ongeveer hetzelfde krijgt. Elke euro die je extra verdient, wordt bijna geheel weg belast. Elke euro die je minder krijgt, wordt bijna helemaal gecompenseerd!
De bijdrage van de SG van SZW Bernard ter Haar op het NPI symposium in Nieuwspoort (NPI 16 okt. 2017 – Bernard ter Haar: Focus op werk voor alle kwetsbaren) liet dat ook zien.
De basiszekerheid waar Bregman het over heeft is er eigenlijk al voor bijna iedereen!

Het klopt niet helemaal, door de verfijningen  (en het afknijpen van de allerzwaksten zoals nu weer het plan is met sommige groepen gehandicapten) krijgen sommigen toch minder en daar is dan die paar miljard voor nodig die Rutger Bregman noemt. Of iets meer omdat hij niet genoeg heeft gerekend.
Dat betekent ook dat voor de macro-economische effecten het helemaal niet zoveel uitmaakt of je de basiszekerheid van Bregman kiest, of voor het echte basisinkomen gaat. Je kunt het huidige stelsel enorm vereenvoudigen door wel gewoon het basisinkomen in te voeren door grote delen van het huidige stelsel om te labelen. Dat betekent meteen een drastische vereenvoudiging van de financiële toestand van praktisch alle Nederlanders, die daarmee een stuk overzichtelijker wordt zonder dat men er op achteruit gaat. Laten we daar gewoon snel mee beginnen!
Als we dat doen kunnen allerlei uitvoeringsinstanties van de huidige regelingen flink ingekrompen worden. Spijtig voor de betrokken werknemers, maar maatschappelijk gezien is het niet erg als dit soort betaalde arbeid niet langer nodig is! (Bullshitbanen.)

Van de gelegenheid zou overigens wel gebruik gemaakt moeten worden om met name het belastingstelsel te herzien. Dat voor ongeveer de helft van de Nederlanders met betaalde arbeid meer werken niet loont is op den duur toch wel erg ontmoedigend!

Reyer Brons, 18 mei 2018

Zie ook een eerdere Reactie op artikel van Rutger Bregman door Petra Hoetz.

Tabel  bij een tweet van @sinlesignon op 15-11-2017.

Het bericht Basisinkomen, bestaanszekerheid en negatieve inkomsten belasting: hoe heet eten we de soep? verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Krakkemikkige oude sociale stelsel is rijp voor de schroothoop

schroothoop

 

 

Joop Böhm heeft het volledig gehad met de politieke partijen van nu: Het krakkemikkige oude sociale stelsel is rijp voor de schroothoop! Hij is het helemaal eens met Norbert Klein, die onlangs in het Algemeen Dagblad schreef “Politieke partijen zullen het basisinkomen als nieuw uitgangspunt voor ons stelsel van sociale zekerheid moeten omarmen.”[1]

 

Op woensdag 9 mei 2018 plaatste het Algemeen Dagblad als Brief van de Dag een ingezonden brief, waarin een lezeres uit Assendelft veertig jaar terugblikt en constateert dat het sociale stelsel al sinds jaar en dag door misbruik “piept en kraakt als een oude wagen”.[2] De AOW-partnertoeslag moest eraan geloven, de AOW-leeftijd schoof omhoog en als je na 1950 bent geboren heb je ook al geen recht meer op een weduwenuitkering, luidt haar klacht. “Er zal heel wat nodig zijn om een systeem te ontwikkelen dat dit probleem uit de wereld helpt”, veronderstelt ze.

Het probleem is gelukkig minder ingewikkeld dan ze denkt. De invoering van een simpel Universeel Basisinkomen (UBI), hoog genoeg voor een onbekommerd bestaan, biedt de oplossing. Omdat aan een UBI geen voorwaarden zijn verbonden kan er ook geen misbruik van gemaakt worden. Het UBI geldt voor iedere burger in de samenleving en de hoogte kan in principe slechts verschillen op grond van verschil in leeftijd.

Behalve dat een UBI sociale uitkeringen overbodig maakt, armoede voorkomt, de volksgezondheid bevordert en criminaliteit terugdringt kan het ook nog zorgen voor een eerlijker belastingheffing. Lijdt ons land nu nog onder een degressief belastingstelsel, met een UBI kan dat worden omgebogen tot een progressief stelsel, een stelsel dat rekening houdt met de draagkracht van de burger.[3]

Om de structuur van onze samenleving nog verder te verbeteren kan het huidige pensioenstelsel ook op de schop. Met een Universeel Staatspensioen (USP) kan mensen recht op pensioen worden geboden op basis van de door hen afgedragen inkomstenbelasting. De hoogte van pensioenen zijn dan niet langer afhankelijk van beleggingsresultaten en onlogische rekenrentes. Een USP biedt bovendien bescherming tegen criminelen die het op de gigantische vermogens in de pensioenpotten voorzien hebben.

De overheid moet beseffen dat een rigoureuze herziening van de bedrieglijke stelsels dringend geboden is. De bevolking heeft er recht op. Het is een kwestie van fatsoen, van beschaving!

Joop Böhm
Amersfoort, 15 mei 2018

Foto: CC Creative Commons Pixabay


1. “Dat basisinkomen komt er niet met alleen mooie woorden. ‘Gratis Geld’ verovert de wereld”, Norbert Klein, voorzitter van de Vrijzinnige Partij en oud-lid van de Tweede Kamer. In: Brief van de Dag, Algemeen Dagblad, 11 mei 2018.↩

2. “Sociale stelsel piept en kraakt als een oude wagen door misbruik. Samen met de Belgen uitkeringsfraude te lijf gaan,” Guda Bes-Foeth, Assendelft. In: Brief van de Dag, Algemeen Dagblad, 10 april 2018.↩

3. We spreken van een progressief belastingstelsel als de totaal verschuldigde belasting toeneemt als percentage van het inkomen naarmate het inkomen hoger is. Bij een degressief belastingstelsel betaalt men procentueel juist meer indien men minder inkomen heeft. Bij de inkomstenbelasting kan je wellicht nog spreken van een progressieve belasting, maar bij alle overige belastingen wordt niet gekeken naar de hoogte van het inkomen. Voor een ieder geldt dan hetzelfde tarief en dat werkt regressief. Voor de duidelijkheid: Iedereen betaalt hetzelfde aan benzineaccijns, energiebelasting en BTW. Maar ook bij de kosten van levensonderhoud: voor zorgkosten, voor parkeren en verkeersboetes, e.d. betaalt de arme burger relatief meer dan de rijke. In relatie tot het inkomen is dat dus regressief.↩

Het bericht Krakkemikkige oude sociale stelsel is rijp voor de schroothoop verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Is het basisinkomen een haalbare beleidsoptie voor armoedebestrijding in Azië?

armoedebestrijding

 

 

Patrick Haverman, plaatsvervangend landendirecteur voor UNDP China, en lid van de Vereniging Basisinkomen, heeft een missie: de UN(DP) warm maken voor een universeel basisinkomen (UBI). Enkele maanden geleden schreef hij voor de website van UNDP China een blog, waarin hij zich afvroeg of een basisinkomen een haalbare beleidsoptie voor armoedebestrijding in Azië zou zijn. Hij heeft ingestemd met een vertaling van dit stuk en plaatsing ervan op de website van de Vereniging Basisinkomen.

 

 

Sinds de uitvinding van de stoommachine hebben technologische doorbraken en innovaties onze manier van leven veranderd. Deze veranderingen stimuleren ons om vraagtekens te zetten bij bestaande bedrijfsmodellen en oude systemen te corrigeren, zodat ze beter, sneller en efficiënter worden: klaar voor de toekomst.

Mijn interesse en zoektocht naar de ‘toekomst’ begon twee jaar geleden toen ik (PH) deelnam aan de World Government Summit in Dubai, een jaarlijks evenement, dat prominente leiders uit de publieke en private sector samenbrengt met wereldwijd erkende opinieleiders en pioniers. Tijdens de top nam ik ook de tijd om het Museum van de Toekomst te bezoeken.

armoedebestrijding Het Museum van de Toekomst neemt je mee naar een wereld waar de mensheid de echte waarde van innovatie heeft begrepen, bestaande technologieën opnieuw zijn uitgevonden en de wereld omgevormd is tot een plek waar het leven voor iedereen dramatisch verbeterd is. Het is een toekomst waarin we normen hebben uitgedaagd en lange termijn oplossingen vonden voor duurzaamheid.

De toekomst van de arbeid is op dit moment een heet hangijzer. Volgens Jack Ma werken mensen over dertig jaar 16 uur per week, terwijl Kai-Fu Lee, oprichter van venture capital-bedrijf Sinovation Ventures, voorspelt dat kunstmatige intelligentie in het komende decennium 50% van alle banen kan vervangen.

Iedere baan, die bestaat uit routinematige handelingen, loopt het risico te verdwijnen door automatisering. Bedrijven over de hele wereld vervangen al advocaten door kunstmatige intelligentie. Zelflerende computers maken artsen in de toekomst overbodig.[1] Het gevolg is een afname van werkgelegenheid voor mensen en grootschalige technologische werkloosheid. In discussies over armoede en ongelijkheid zullen we daarom rekening moeten houden met deze scenario’s.

Aan deze trends wordt vaak het idee van een universeel basisinkomen (UBI) gekoppeld – een onvoorwaardelijk bedrag dat aan iedereen wordt uitbetaald. Het UBI heeft de laatste tijd veel aandacht gekregen van invloedrijke figuren als Ray Kurzweil, Elon Musk, Andrew Ng en Mark Zuckerberg. Zij hebben allemaal verklaard dat het UBI een belangrijke beleidsoptie voor de toekomst moet zijn.

Sommige landen experimenteren al met andersoortige sociale vangnetten voor hun burgers, Finland bijvoorbeeld. Het land heeft een tweejarig initiatief gelanceerd, dat de traditionele benadering van sociale zekerheid aan de orde stelt. Kan een nieuw soort vangnet – beschikbaar voor iedereen, ongeacht zijn of haar werkstatus, het antwoord zijn op wereldwijde uitdagingen?

Over de hele wereld leren experimenten overheden om creatiever te denken over langetermijnbeleid. Op die manier bevorderen ze een open platform voor politieke betrokkenheid. Sommige ontwikkelingslanden, waaronder India en Namibië, zien het UBI zelfs als een alternatieve aanpak voor het uitbannen van armoede.

Met deze vraag in het achterhoofd, heeft UNDP China besloten om onderzoek naar het UBI te doen en de mogelijkheden, die het voor China zou kunnen hebben, te verkennen. Het doel is om een werkdocument te maken waarvan we hopen dat het in de toekomst een meer diepgaande discussie op gang zal brengen.

armoedebestrijding

Treinkaartje Tianjin-Beijing met QR code.

Het document zal ons aanmoedigen om het huidige beleid, dat is gericht op het leveren van sociale bijstand aan kwetsbare groepen, en meer in het algemeen de Sustainable Development Goals (SDG’s; Duurzame Ontwikkelingsdoelen), opnieuw te overdenken. In het stuk zal zeker gewezen worden op de voordelen van de snelle technologische ontwikkelingen, die nu gaande zijn in China, zoals de mobiele betaaldiensten, die ervoor zorgen dat betalingen een bredere doelgroep kunnen bereiken. Het uiteindelijke doel is om alternatieve opties te verkennen voor de ondersteuning aan mensen, die hulp behoeven, omdat technologische innovaties de aard van de mondiale arbeidsmarkt veranderen en dus ook de rol, die ‘werk’ in ons leven zal spelen.

China heeft één van ’s werelds meest geavanceerde technologische platforms. Ik gebruik nauwelijks nog contant geld en doe de meeste betalingen rechtstreeks op mijn mobiele telefoon via We-Chat. Elke dag doen miljoenen mensen miljarden aan financiële transacties via de eenvoudige scan van een QR-code, waardoor mensen met beperkte toegang tot traditionele financiering kunnen deelnemen aan de economie. De technologie is er.

Wereldwijd en over het hele politieke spectrum praat men al lang over de potentie van een UBI. Meer linkse argumenten benadrukken het feit dat alle mensen een minimuminkomen behoren te hebben om van te leven – wat haalbaar is onder een UBI – terwijl een gemeenschappelijk thema van rechts is, dat het UBI de omvang van de overheidsbureaucratie verkleint en kan zorgen voor een adequater niveau van betalingen tussen grote groepen mensen.

UBI is geen nieuw concept. Het werd bijna ingevoerd in de Verenigde Staten tijdens de regering van Nixon. Het is tot nu toe vooral behandeld als een theoretisch idee, een ideale situatie, zonder de mogelijkheid om het op grote schaal te testen. Er is nog een lange weg te gaan en veel vragen moeten nog beantwoord worden. Wat is de definitie van een ‘universeel basisinkomen’ precies? Hoe hoog moet het bedrag van de betaling zijn, wat gaat het kosten en hoe gaan overheden het financieren?

armoedebestrijding Het UBI heeft de potentie om de grote opgaven aan te pakken, die het gevolg zullen zijn van een toekomst zonder banen en grotere ongelijkheid. Dit is van cruciaal belang in de jaren na 2015, waarin alle VN-lidstaten de SDG’s hebben ondertekend en zich hebben gecommitteerd aan de invoering ervan in 2030.

Net als het Museum van de Toekomst vraagt het werkdocument ons na te denken over hoe een toekomstige wereld eruit zou kunnen zien, het stelt bestaande normen ter discussie en neemt het initiatief om uit te zoeken wat werkt en wat niet.

Het uitbannen van extreme armoede heeft nog steeds de hoogste prioriteit. We moeten alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Een effectief sociaal zekerheidsstelsel kan dat bereiken en nog veel meer, zoals het bevorderen van inclusieve groei[2] en de creatie van fatsoenlijke banen, die onze samenlevingen decennialang zullen verrijken.

Ik hoop dat we door middel van dit werkdocument de discussie verder kunnen brengen en nodig belanghebbenden uit de particuliere sector, de academische wereld en de overheid uit om bij elkaar te komen. Laat het ons weten als je mee wilt doen aan de discussie!

Het originele artikel werd 4 augustus 2017 gepubliceerd op de website van UNDP China onder de titel Universal Basic Income: A Viable Policy Option for Poverty Alleviation?
Auteur: Patrick Haverman, Deputy Country Director for UNDP China.

Vertaling: Florie Barnhoorn, 13 mei 2018

Foto’s: Pixabay (China-autumn), Wikipedia (SDG-pyramid; Qr-code), BAM International (Museum of the Future, Dubai).


1. Automatisch leren of Machinaal leren is een breed onderzoeksveld binnen kunstmatige intelligentie, dat zich bezighoudt met de ontwikkeling van algoritmes en technieken waarmee computers kunnen leren.↩

2. Inclusieve groei is economische groei die kansen creëert voor alle segmenten van de bevolking en de opbrengsten van de toegenomen welvaart, zowel in monetaire als niet-monetaire termen, eerlijk over de samenleving verdeelt.↩

Het bericht Is het basisinkomen een haalbare beleidsoptie voor armoedebestrijding in Azië? verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.