Week van het basisinkomen geruisloos voorbij

In Nederland is de Week van het Basisinkomen (BIW) geruisloos voorbijgegaan, geen aandacht in de media. Na de pré-BIW opening door Donut-D-Day, waar overigens geen aandacht werd geschonken aan de BIW, is er weinig tot niets georganiseerd in Nederland en België.
In de rest van de wereld van India tot Africa en van Canada tot Korea is er ook aandacht besteed aan Basic Income Week. Vooral in Oostenrijk en Duitsland waren er vele ontmoetingen, zijn immers al weer 11 jaar bezig.

Evenementen
Tijdens deze week (tot november) is een bèta-versie van het onderhanden boek ‘De Derde Verlichting’ voor proeflezing beschikbaar en te downloaden. In dit manifest, want dat is het in wezen, beschrijft Hans Geurts een weg naar de toekomst, waarin het basisinkomen een centrale rol speelt.[1]
Verder was er op maandag 18 september (de dag voor Prinsjesdag) een promotiedag voor het basisinkomen. In Heerhugowaard was een avond van de SP-jongeren over basisinkomen. Positief Links is een initiatief van een groep jonge betrokken mensen, die willen werken aan progressieve ideeën, experimenten en gesprek en hadden het in Amsterdam ook over het basisinkomen.  Op 18 september organiseerde GroenLinks Almere een thema-avond over basisinkomen.
De 20e september was er een debatmiddag over onvoorwaardelijk basisinkomen door CNV Vakmensen in Utrecht en op 22 september stond er een basisteam van Vereniging Basisinkomen op een zeepkist voor het Centraal Station in Den Haag. Ook stond er in Amersfoort een tijdelijke huiskamer/partytent/op de Varkensmarkt waar mensen werden geïnterviewd over het basisinkomen.
Op 23 september was er in Brussel een bijeenkomst tijdens waar Nederlands- en Franstaligen, met een enige sympathie voor het basisinkomen, met elkaar in dialoog zijn gegaan.

september 2018

Het bericht Week van het basisinkomen geruisloos voorbij verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Week van het basisinkomen geruisloos voorbij

In Nederland is de Week van het Basisinkomen (BIW) geruisloos voorbijgegaan, geen aandacht in de media. Na de pré-BIW opening door Donut-D-Day, waar overigens geen aandacht werd geschonken aan de BIW, is er weinig tot niets georganiseerd in Nederland en België.
In de rest van de wereld van India tot Africa en van Canada tot Korea is er ook aandacht besteed aan Basic Income Week. Vooral in Oostenrijk en Duitsland waren er vele ontmoetingen, zijn immers al weer 11 jaar bezig.

Evenementen
Tijdens deze week (tot november) is een bèta-versie van het onderhanden boek ‘De Derde Verlichting’ voor proeflezing beschikbaar en te downloaden. In dit manifest, want dat is het in wezen, beschrijft Hans Geurts een weg naar de toekomst, waarin het basisinkomen een centrale rol speelt.[1]
Verder was er op maandag 18 september (de dag voor Prinsjesdag) een promotiedag voor het basisinkomen. In Heerhugowaard was een avond van de SP-jongeren over basisinkomen. Positief Links is een initiatief van een groep jonge betrokken mensen, die willen werken aan progressieve ideeën, experimenten en gesprek en hadden het in Amsterdam ook over het basisinkomen.  Op 18 september organiseerde GroenLinks Almere een thema-avond over basisinkomen.
De 20e september was er een debatmiddag over onvoorwaardelijk basisinkomen door CNV Vakmensen in Utrecht en op 22 september stond er een basisteam van Vereniging Basisinkomen op een zeepkist voor het Centraal Station in Den Haag. Ook stond er in Amersfoort een tijdelijke huiskamer/partytent/op de Varkensmarkt waar mensen werden geïnterviewd over het basisinkomen.
Op 23 september was er in Brussel een bijeenkomst tijdens waar Nederlands- en Franstaligen, met een enige sympathie voor het basisinkomen, met elkaar in dialoog zijn gegaan.

september 2018

Het bericht Week van het basisinkomen geruisloos voorbij verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Eerlijk zullen we alles delen!

eerlijk

 

 

 

Is het eerlijk om de beloofde koopkrachtverbetering voor ‘iedere’ Nederlander uit te drukken in één percentage? Joop Böhm ging eens wat koopkrachtplaatjes omrekenen in harde euro’s en viel om van verbazing.

 

 

Voor verbetering van de koopkracht zal de gemiddelde Nederlander er gemiddeld 1,5% op vooruit gaan, beloofde de regering op Prinsjesdag 2018.

Maar waarom is dit uitgedrukt in een percentage? Waarom niet in een bedrag? De begroting heeft een forse lastenverzwaring voor de burger in petto. Die lastenverzwaring is er voor iedereen, arm en rijk. En het bedrag van die lastenverzwaring verschilt niet zoveel of je nu arm bent of rijk.

Bovendien hebben de zwakkeren in de samenleving recht op bescherming door de overheid. Is het dan niet rechtvaardig om iedere volwassene een gelijk deel uit te betalen van het daarvoor beschikbare geld? Een soort negatieve inkomstenbelasting oftewel een eerste stapje naar een universeel basisinkomen?

Op jaarbasis zou daar voor iedere volwassene rond 500 euro voor beschikbaar zijn. Waarom kan iemand die rijk is aanspraak maken op een groter deel van “de koek” dan iemand die moet sappelen om rond te komen?

In het AD van woensdag 19 september 2018 kom ik (JB) de volgende voorbeelden tegen. Verdient u in 2018:

  • bruto 18.000 euro dan gaat u er 20 euro op achteruit in 2019;
  • bij bruto 35.000 euro gaat u er 390 euro op vooruit;
  • bij 60.000 euro is het voordelig verschil 1.075 euro;
  • en bij 100.000 euro is dit verschil zelfs opgelopen tot 1.375 euro.

 

In procenten is dit respectievelijk: – 0,2%, + 1,8%, +3,0% en +2,4%.

Een schrijnende reeks wanneer we bedenken dat “de gemiddelde Nederlander” er 1,5% op vooruitgaat!

Naar mijn mening is dit beleid in strijd met het eerste lid van artikel 20 van de Grondwet, dat bepaalt: “De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.” Bovendien bepaalt artikel 1 van de Grondwet dat iedereen voor de wet gelijk is!

Men hoeft geen “Bartjens” te heten om te kunnen inzien dat met het huidige beleid de welvaart niet wordt gespreid. Integendeel. Het werkt de ongelijkheid in de hand. Dat is funest voor onze samenleving. De vermogensongelijkheid in ons land is al een van de grootste ter wereld. Daar moet dringend paal en perk aan gesteld worden!

Joop Böhm, Amersfoort
21 september 2018

Het bericht Eerlijk zullen we alles delen! verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Eerlijk zullen we alles delen!

eerlijk

 

 

 

Is het eerlijk om de beloofde koopkrachtverbetering voor ‘iedere’ Nederlander uit te drukken in één percentage? Joop Böhm ging eens wat koopkrachtplaatjes omrekenen in harde euro’s en viel om van verbazing.

 

 

Voor verbetering van de koopkracht zal de gemiddelde Nederlander er gemiddeld 1,5% op vooruit gaan, beloofde de regering op Prinsjesdag 2018.

Maar waarom is dit uitgedrukt in een percentage? Waarom niet in een bedrag? De begroting heeft een forse lastenverzwaring voor de burger in petto. Die lastenverzwaring is er voor iedereen, arm en rijk. En het bedrag van die lastenverzwaring verschilt niet zoveel of je nu arm bent of rijk.

Bovendien hebben de zwakkeren in de samenleving recht op bescherming door de overheid. Is het dan niet rechtvaardig om iedere volwassene een gelijk deel uit te betalen van het daarvoor beschikbare geld? Een soort negatieve inkomstenbelasting oftewel een eerste stapje naar een universeel basisinkomen?

Op jaarbasis zou daar voor iedere volwassene rond 500 euro voor beschikbaar zijn. Waarom kan iemand die rijk is aanspraak maken op een groter deel van “de koek” dan iemand die moet sappelen om rond te komen?

In het AD van woensdag 19 september 2018 kom ik (JB) de volgende voorbeelden tegen. Verdient u in 2018:

  • bruto 18.000 euro dan gaat u er 20 euro op achteruit in 2019;
  • bij bruto 35.000 euro gaat u er 390 euro op vooruit;
  • bij 60.000 euro is het voordelig verschil 1.075 euro;
  • en bij 100.000 euro is dit verschil zelfs opgelopen tot 1.375 euro.

 

In procenten is dit respectievelijk: – 0,2%, + 1,8%, +3,0% en +2,4%.

Een schrijnende reeks wanneer we bedenken dat “de gemiddelde Nederlander” er 1,5% op vooruitgaat!

Naar mijn mening is dit beleid in strijd met het eerste lid van artikel 20 van de Grondwet, dat bepaalt: “De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.” Bovendien bepaalt artikel 1 van de Grondwet dat iedereen voor de wet gelijk is!

Men hoeft geen “Bartjens” te heten om te kunnen inzien dat met het huidige beleid de welvaart niet wordt gespreid. Integendeel. Het werkt de ongelijkheid in de hand. Dat is funest voor onze samenleving. De vermogensongelijkheid in ons land is al een van de grootste ter wereld. Daar moet dringend paal en perk aan gesteld worden!

Joop Böhm, Amersfoort
21 september 2018

Het bericht Eerlijk zullen we alles delen! verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Banen, jobs, werk, baangarantie ten koste van alles?

Sociaal betrokken, Britse econoom Guy Standing populariseerde de term “precariaat”, is groot bepleiter van het Basisinkomen en legt hieronder uit waarom hij een baangarantiebeleid vanuit de overheid niet zo’n goed idee vindt.

Waarom een baangarantie een slechte grap is voor het precariaat – en voor de vrijheid

Van tijd tot tijd is er een golf van pleidooien voor een baangarantie voor iedereen, of toch voor iedereen die ‘in staat is om te werken’. Het gebeurt weer, deze keer door een hele reeks politici en sociale wetenschappers die zich als sociaal-democraten in het centrum van links positioneren.

In de VS hebben verschillende prominente democratische-senatoren en mogelijke kandidaten voor de volgende presidentsverkiezingen gezegd dat ze het idee steunen, waaronder Bernie Sanders, Cory Booker, Elizabeth Warren, Kamala Harris en Kirsten Gillibrand. In Groot-Brittannië heeft The Guardian het ondubbelzinnig onderschreven als ‘een welkome terugkeer naar een politiek van werk’ (….)

The Guardian eiste een garantiebeleid voor banen omdat arbeid een fundamenteel mensenrecht zou zijn dat gevestigd is op productieve werkgelegenheid’. Door de geschiedenis heen is de overgrote meerderheid van de mensen wel een heel vreemd ‘mensenrecht’ gezien. Een baan hebben is ondergeschikt zijn, rapporteren aan en gehoorzamen aan een baas in ruil voor betaling. Inderdaad, historisch gezien waren de woorden ‘baan’, ‘jobbing’ en ‘jobholder’ termen van spijt en zelfs medelijden, verwijzend naar iemand met een brokken en beetjes bestaan. Ondergeschiktheid en vervreemding vormen ook de kern van het arbeidsrecht, dat is gebaseerd op het model van de meester-dienaar (slaaf)

De krant voegde daaraan toe dat de baangarantie ‘alleen werkgelegenheid zou bieden die door de particuliere sector wordt ondergeschikt gemaakt’, waarbij wordt gekeken naar ‘milieu-opruiming’ en ‘sociale zorg’. Deze kunnen op papier aantrekkelijk lijken, maar vertegenwoordigen een beperkt en onaantrekkelijk aantal banen dat moet worden aangeboden. Ze dragen ook meer dan een voorbijgaande gelijkenis met de baanbrekende banen die veroordeelde delinquenten verplicht zijn te ondernemen onder ‘community payback’-regelingen (sociale uitkeringen)

De praktische bezwaren worden duidelijk zodra de details in overweging worden genomen: welke banen, wie zou verantwoordelijk zijn voor het verstrekken ervan, wie zou in aanmerking komen om hen te worden aangeboden, wat zouden de banen betalen en voor hoeveel uren, wie zou betalen en wat zou zijn de effecten op andere werknemers en op de economie in het algemeen?

Om te beginnen zou het identificeren van de te leveren banen en het beheren van het proces een bureaucratische nachtmerrie zijn (getuige de puinhopen ook van veel ‘community payback’-regelingen (sociale uitkeringen) , ook al zijn ze kleinschalig en is de geboden arbeid’ gratis ‘). En wanneer wordt gevraagd welk type baan wordt gegarandeerd, suggereren voorstanders nooit dat de gegarandeerde banen overeenkomen met de vaardigheden en kwalificaties van mensen, in plaats daarvan terugvallen op laaggeschoolde, laagbetaalde banen waarvan ze niet echt gaan dromen als het voor henzelf of hun kinderen zou zijn.

Dan ontstaan er andere vragen. Als gegarandeerde banen gewenste diensten of goederen leveren en gesubsidieerd worden, moeten er substitutie-effecten zijn – banen die nu door anderen worden aangenomen – met bijkomende mogelijke neveneffecten – mensen in banen brengen die hoe dan ook zouden zijn gecreëerd. Als iemand een gegarandeerde baan krijgt tegen het minimumloon, wat gebeurt er dan met anderen die al zo’n baan hebben? Zou de baan het agentschap ook hun baan garanderen, zonder loonsverlagingen als ze toevallig hoger zouden zijn? Als de werklozen een baan aangeboden kregen tegen een minimumloon gesubsidieerd door de staat, zou dit de kwetsbaarheid van anderen vergroten, of ze verdringen of hun inkomen verlagen.

Ro Khanna, een democratisch congreslid voor de Staat Californië, heeft gezegd dat bedrijven geen gesubsidieerde werknemers mogen aannemen als ze in de plaats komen van eerdere werknemers. Slimme werkgevers konden daar een oplossing voor vinden. Het zou echter ook oneerlijk zijn. Waarom zou een onderneming die een markt betreedt, worden gesubsidieerd ten opzichte van een bedrijf dat al een tijdje in de markt is, waardoor de nieuwkomer een oneerlijk voordeel krijgt?

The Guardian beweerde verder, zonder bewijs te leveren, dat een werkgelegenheidsgarantieregeling niet inflatoir zou zijn omdat ‘elke herstructurering van de relatieve lonen een eenmalige gebeurtenis zou zijn’. Dit is in tegenspraak met generaties onderzoek. Als iedereen een baan zou krijgen, wat zou de looninflatie dan stoppen? De enige beperkende factoren zouden angst voor automatisering en meer offshoring zijn. Maar het zou nauwelijks angst zijn, omdat een baan hoe dan ook gegarandeerd zou zijn!

De bruto kosten van een werkgarantie kunnen opwegen tegen de nettowinst. Als de overheid het minimumloon in gegarandeerde banen zou garanderen, zouden mensen met banen die minder betalen (of minder dan de gegarandeerde uren werken) stoppen of manieren vinden om overbodig te worden, zodat ze in plaats daarvan een gegarandeerde baan zouden kunnen hebben. Sociaal-democraten vinden dat misschien leuk, want dat betekent beterbetaalde banen voor meer van de onderbetaalden en het precariaat. Maar de fiscale kost zou ontmoedigend zijn. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld, heeft meer dan 60% van degenen die als armen worden beschouwd een baan of iemand in hun huishouden die dat wel is. In de VS is de situatie net zo slecht. Naar schatting verdient ongeveer de helft van de 148 miljoen werknemers minder dan $ 15 per uur. Zouden ze allemaal in aanmerking komen voor een gegarandeerde goede job?

Op zijn onwaarschijnlijk beste zou een baangarantie paternalistisch zijn. Het veronderstelt dat de overheid weet wat het beste is voor individuen, aan wie een noodzakelijk beperkt aantal banen wordt aangeboden. Stel dat iemand werd gedwongen een gegarandeerde baan op een bouwplaats te nemen (‘infrastructuur’, een favoriete regio voor gegarandeerde banen) en die persoon bleek incompetent en raakte gewond. Zou het baanwaarborgagentschap verantwoordelijk worden gehouden en compensatie betalen? Het zou moeten, omdat het de persoon in die positie plaatst. Hoe zou dat worden meegenomen in de kosten van een werkgelegenheidsgarantieregeling? Evenzo, als een persoon die in een ‘sociale zorg’-baan verkeerde, nalatig was en de zorgvrager schade of leed toebracht, zou deze dan in staat zijn om het werkbeschermingsagentschap voor schadevergoeding te dagvaarden?

Bovendien zou een werkgelegenheidsregeling een bekende valstrik creëren – het nep-onderscheid tussen degenen die ‘kunnen werken’ en dus in aanmerking komen voor een gegarandeerde baan en degenen die ‘niet kunnen werken’. In Groot-Brittannië heeft dit geleid tot aantasting en stigmatisering van tests met betrekking tot ‘capaciteit om te werken’ en ‘beschikbaarheid voor werk’, resulterend in discriminerende maatregelen tegen gehandicapten en kwetsbare personen, en mensen met zorgtaken.

Een andere mislukking van de baangarantie route is het in kaart brengen van een pad naar ‘workfare’. Wat zou er gebeuren met iemand die weigerde de gegarandeerde baan te aanvaarden? Ze zouden ‘lui’ of ‘kieskeurig’ en dus ‘ondankbaar’ en ‘sociaal onverantwoordelijk’ worden genoemd. Toch zijn er veel redenen om een baan te weigeren. Studies tonen aan dat het accepteren van een baan onder de kwalificaties van een persoon hun inkomen en sociale status voor de lange termijn kan verlagen. Zoals het geval is in de huidige Britse uitkeringsstelselattesten, krijgen degenen die geen toegewezen banen krijgen, te maken met uitkeringssancties en worden ze doorgestuurd naar banen, of ze die nu leuk vinden of niet. Banen die in wrok of onder dwang zijn gedaan, zullen waarschijnlijk niet goed worden gedaan.

Een baangarantie zou een recept zijn voor het bestendigen van lage productiviteit. Wat zou er gebeuren als een persoon in een gegarandeerde baan slecht presteerde, misschien vanwege een beperkt vermogen of simpelweg omdat ze wisten dat het ‘gegarandeerd’ was? Dit was een fatale fout van het Sovjet-systeem. Als je een baan hebt gegarandeerd, waarom zou je dan hard werken? Als u werkgever bent en een subsidie krijgt om werknemers een baan te garanderen, waarom zou u dan proberen om arbeid efficiënt te gebruiken?

Indien gesubsidieerd door belastingkredieten of een loonsubsidie, zou een werknemer slechts een beetje meer waarde moeten produceren dan de kosten voor de werkgever om het rendabel te maken om hem of haar te behouden. Dit zou banen met een lage productiviteit ten opzichte van andere goedkoper maken en de hogere productiviteit die het gevolg is van arbeidsveranderende technologische veranderingen afremmen. Als een baan van een bepaald type is gegarandeerd, wat gebeurt er dan als een werkgever wil investeren in technologie die de noodzaak van dergelijke banen zou wegnemen?

Degenen die vragen om een baangarantie, negeren ook het feit dat elke markteconomie enige werkloosheid vereist, omdat mensen tijd nodig hebben om naar banen te zoeken die ze bereid zijn te accepteren en bedrijven sollicitanten moeten ziften naar banen die ze willen hebben gedaan. Het aannemen van een garantiebeleid voor de werkgelegenheid zou de economie in een impasse kunnen brengen.

Voorstanders van een baangarantie, zoals Larry Summers, de voormalige minister van Financiën van president Clinton, beweren dat mensen zonder baan ‘veel eerder ontevreden zijn over hun leven’ en dat ze eerder drugsverslaafd zijn dan mensen met een laagbetaalde baan . Dit is nep. Ik stel voor dat er geen verband zou bestaan tussen tevredenheid met het leven en een baan als de vergelijking werd gemaakt tussen mensen met een slechte baan en mensen zonder baan, maar met een toereikend inkomen om in te leven. Iemand die voor de keuze staat tussen slechthorenden en een waardeloze baan zal de baan liever hebben. Maar dat betekent niet dat ze het leuk vinden of willen voor zichzelf.

Het onderzoeksbureau Gallup voert regelmatig onderzoeken uit naar de wereldwijde arbeidsmarkt in meer dan 150 landen. In 2017 constateerde het dat wereldwijd slechts 15% van de werknemers zich echt aangetrokken voelden tot hun job en in geen enkel land meer dan 40% bedroeg. Uit een recente enquête in het VK is gebleken dat 37% van de werknemers niet van mening was dat hun werk een belangrijke bijdrage leverde.

Summers beëindigt zijn artikel door te concluderen – ‘het idee van een banengarantie moet serieus worden genomen, maar niet letterlijk’. Hij lijkt te bedoelen dat de overheid moet proberen meer werkgelegenheid te bevorderen door middel van ‘loonsubsidies, gerichte overheidsuitgaven, steun voor werknemers met afhankelijke personen en meer trainings- en afstemmingsprogramma’s’. Met andere woorden, hij keert terug naar het standaardpakket van de sociale democratie dat het de afgelopen drie decennia niet zo goed heeft gedaan.

Behalve dat het een recept is voor inefficiëntie van arbeid en verstoringen van de arbeidsmarkt, de neiging heeft werknemers die op de ‘vrije’ arbeidsmarkt werken te verdringen en hun lonen te verlagen, erkent het voorstel voor baangarantie niet dat de huidige crisis structureel is en een omvattend beleid vereist. Belastingkredieten, baangarantie en wettelijk minimumloon raken nauwelijks de existentiële onzekerheid van het precariaat die de kern vormt van de sociale en economische crisis, laat staan dat de aspiraties van het progressieve en groeiende deel van het precariaat worden aangepakt voor een ecologisch onderbouwde Goede Samenleving.

De nadruk op banen is niet-ecologisch, omdat het gebonden is aan het voortdurende streven naar economische groei. Er zijn veel voorbeelden, met steun voor steenkool-fracking en voor de derde landingsbaan op de luchthaven van Heathrow, die recente voorbeelden zijn, waarbij de belofte van meer banen de kosten voor de gezondheid en het milieu heeft overstegen. En een werkgelegenheidsgarantiebeleid zou een sterk beroep kunnen doen op het politieke recht als een manier om de verzorgingsstaat te ontmantelen. Waarom werkloosheidsuitkeringen betalen als iedereen een gegarandeerde baan heeft? In de Verenigde Staten toeterde een conservatieve commentator dat ‘meer dan 100 federale welzijnsprogramma’s zouden worden vervangen door een enkel baangarantieprogramma.’

Tenslotte is er wat deze schrijver als de slechtste functie van het beleid beschouwt. Het zou het twintigste-eeuwse “labourisme” versterken, door niet het onderscheid tussen werk en arbeid te maken. Degenen die een gegarandeerde baan hebben, negeren doorgaans alle vormen van werk die geen betaalde arbeid zijn. Een echt progressieve agenda zou de waarden van werk over de dictaten van arbeid versterken.
“Het zou proberen meer mensen in staat te stellen hun eigen bezigheden te ontwikkelen.”

Een baan is een middel om een doel te bereiken, geen doel op zichzelf. Economen hebben de neiging om schizofreen te zijn in dit opzicht. In de schoolboeken heeft arbeid ‘onachtzaamheid’; het is negatief voor de werknemer. Toch zijn veel economen die deze studieboeken gebruiken of schrijven er dan voorstander van om iedereen in banen te stoppen. Waarom een fetisj van ‘banen’ maken? Een baan doet ‘arbeid’ voor anderen. Hoe zit het met alle vormen van werk die we doen voor mensen van wie we houden of voor onze gemeenschap of voor onszelf?

Veel vormen van arbeid die geen loonarbeid zijn, belonen psychologisch en sociaal meer. Een regime dat iedereen aan het werk wil krijgen, in ongekozen activiteiten, zou georkestreerde vervreemding zijn. Hij/zij die echt progressief zou willen zijn, zou eerder de tijd die we besteden aan afstompende en ondergeschikte banen minimaliseren, zodat we de tijd en energie kunnen vergroten voor vormen van werk en vrije tijd die zelfgekozen zijn en gericht zijn op persoonlijke en gemeenschapsontwikkeling.

Er is nog een laatste punt dat te maken heeft met de bewering dat een baangarantie politiek populair zou zijn. Er was vel heisa na een opiniepeiling in de Verenigde Staten die mensen vroeg of ze een regeling zouden ondersteunen om een baan te garanderen voor iedereen ‘die geen werk kan vinden in de privésector’, indien betaald van een belasting van 5% op degenen die meer dan $ 200.000 verdienen. Het resultaat was 52% in het voordeel. Aanhangers vonden dit ‘verbluffend’. Met zo’n beladen vraag zou iemand versteld moeten staan van de steun van deze meerderheid. Immers, de meeste respondenten kregen te horen dat ze niet hoefden te betalen en dat er geen alternatieve banen beschikbaar waren, een onwaarschijnlijk scenario dus.

In plaats van banen op zich, is de grootste uitdaging om een nieuw inkomensverdelingssysteem te bouwen, in het besef dat de oude onherstelbaar is afgebroken. De rentiers rennen weg met alle inkomsten gegenereerd door rentenierskapitalisme, en de reële lonen zullen blijven achterblijven. Mensen in statische, laagbetaalde banen plaatsen, is geen reactie.

Guy Standing

Sociaal betrokken, Britse econoom Guy Standing populariseerde de term “precariaat” en richtte instituut op voor promotie van basisinkomen. Meer hier: https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/lees/biografieen/s/guy-standing.html

Bron artikel: https://www.opendemocracy.net/neweconomics/job-guarantee-bad-joke-precariat-freedom/

Vrije vertaling Christina Lambrecht

Het bericht Banen, jobs, werk, baangarantie ten koste van alles? verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Donut D-Day op een haar na uitverkocht!

Op 15 september wordt er in Amsterdam een Donut-D-Day georganiseerd met in de hoofdrol Kate Raworth. Verder geven diverse bekende en onbekende sprekers acte de presence. Donut D-Day, is hét inspiratie-event over milieu, monetaire hervorming en basisinkomen! Op Donut-D-Day (DDD), zaterdag 15 september, willen we elkaar inspireren en aanmoedigen om concreet aan de slag te gaan. De Donuteconomie doen we gewoon met elkaar. Vanuit drie verschillende bewegingen gaan we met elkaar aan de slag op DDD. De milieubeweging, de monetaire hervormers en de voorstanders van het basisinkomen ontmoeten elkaar op DDD. Voor meer informatie; kijk op www.donutdday.nl https://www.facebook.com/events/1834592346590428/  De Burger Beweging  Diem25 – The Netherlands  Vereniging Basisinkomen  Ons Geld  De Florijn […]

Het bericht Donut D-Day op een haar na uitverkocht! verscheen eerst op Nederlandstalig Netwerk Basisinkomen.

Blockchain en basisinkomen, valt er nog wat over te zeggen?

Rond de jaarwisseling leek het onderwerp basisinkomen en blockchain een levendig onderwerp, goed voor een serieuze serie  artikelen en discussies.
Uiteindelijk zijn er 9 artikelen verschenen op de website van de VBi, te vinden via https://basisinkomen.nl/category/blockchain/. 5 daarvan gaan over (of zijn gerelateerd aan) de Hackaton in Groningen, 2 zijn een soort introductie en 2 betreffen potentiële toepassingen, waarvan de ene sterk bepaald wordt door de overheid (Basiseuro) en de ander juist niet (Basicincomecoin-NL).

Inmiddels is er ook een artikel in de Correspondent verschenen met als titel De blockchain: een oplossing voor bijna niets (link voor abonnees)
Met als suggestieve appetizer de volgende tekst:
De blockchain gaat alles veranderen, las correspondent Jesse Frederik: de scheepvaart, het financieel systeem, de overheid, wat niet eigenlijk?

  • Maar hoe dieper hij groef, hoe minder hij vond. Het enthousiasme voor de blockchain komt vooral voort uit onbegrip.
    De blockchain is een oplossing op zoek naar een probleem.
    Of zoals een ex-blockchainer het verwoordde:
    ‘Tja blockchain… Je kunt een sixpackje bier ook met een vorkheftruck op het aanrecht zetten.
    Maar dat is gewoon niet zo handig.’

De Hackaton in Groningen wordt in het artikel ook genoemd en een beetje belachelijk gemaakt.

Onderstaand formuleer ik een aantal door mij gesignaleerde opvattingen (die deels met elkaar in strijd zijn), soms een beetje extreem, om uit te lokken dat iemand daar verstandige genuanceerd uitspraken over kan doen. Een eerdere versie daarvan verscheen in de Denktank Basisinkomen in een reeks mails over het artikel in de Correspondent, met verwerking van een deel van het daar geleverde commentaar.
In die reeks mails  is ook de tekst te vinden van het artikel in de Correspondent voor degenen die geen abonnee zijn.

  1. De blockchain is in eerste instantie een vorm van verificatie en registratie. Elk blok van de keten produceert een HASH (lang ‘woord’) via een rekenkundig algoritme dat alle geverifieerde nieuwe transactiegegevens representeert PLUS de hash van voorgaande transacties (plus een puzzeltje met een beloningsfunctie). Als twee verschillende rekenaars aan hetzelfde blok tot eenzelfde nieuwe hash zijn gekomen kunnen de mutaties niet verkeerd zijn verwerkt want langs veschillende wegen op een en dezelfde hash uitkomen is vanwege de lengte van de hash vrijwel 100% uitgesloten binnen onze eindige tijd.
    Als je de hash begrijpt, kun je het nut er van inzien.
    Een hash is een uniek lang ‘woord’ (of getal, cq character string) dat bijvoorbeeld wordt gevormd door alle eerste letters van de pagina’s van een boek achter elkaar te zetten. Bij boeken met honderd of meer pagina’s is de kans verwaarloosbaar dat er twee zulke hashes in de hele bieb gevonden kunnen worden. Zo wordt elk boek uniek identificeerbaar zonder inhoud of details ervan prijs te geven. Zo zet je na de vorming van elk blok een (geverifieerde) streep onder de transactiegeschiedenis. Dat is handig want je maakt niet steeds een nieuwe hash van de hele geschiedenis maar steeds de compilaties in een hash van hashes). Elke transactie hoe klein ook, heeft invloed op het complete beeld van alle volgende hashes tot in de eeuwigheid.
    De bij een blockchain gebruikte (asymmetrische) encryptie en identificatie zijn uiterst belangrijk in het ontwikkelen van een elektronisch uitkeringssysteem dat dubbele uitkeringen aan één persoon kan voorkomen.
  2. Blockchain is een hoopgevende techniek, die veel kansen biedt om omslachtige procedures uit te bannen en iedereen daarvan te laten profiteren.
    De titel en de strekking van het artikel in de Correspondent lijkt daarmee in strijd, maar wellicht is er verschil in het korte en het lange termijn perspectief.
  3. Blockchain is niet meer en minder dan een techniek, het gaat om de intenties van degenen die het toepassen. Dat is niet anders dan bij de bestaande technieken.
  4. Blockchain lijkt een hype. Het zal wel weer overgaan, lijkt een beetje de boventoon. En er wordt veel verkocht als blockchain, terwijl het dat niet is. Zie het artikel in de Correspondent.
    Maar ondertussen worden blockchain-technieken meer en meer toegepast in diepliggende systemen.
  5. Slimme toepassingen van blokchain maken het mogelijk middelen rechtvaardig over alle mensen te verdienen.
    Dit is een erg utopische opvatting. Rechtvaardig is een zeer subjectieve term en na een verandering ontstaat de ontevredenheid over nieuwe/kleinere verschillen die eerder niet bestonden of niet eerder opmerkenswaardig waren.
  6. De kans is groot dat slimmeriken blockchain-toepassingen bedenken en daar vooral zelf heel rijk van worden.
    Die kans bestaat inderdaad, maar de hele historie is een reeks geweest van een relatief grote groep mensen die het niet voor het zeggen heeft, maar toch steeds beter in staat is om tevreden genoeg door het leven te gaan.
  7. Er is nog geen methode gevonden om anders dan via overheden basisinkomen te verstrekken aan iedereen.
    Dat lijkt nog steeds nodig, als je “valsspelen” (wat dat dan ook precies zal mogen betekenen in deze context) wilt minimaliseren. Als die wens bestaat, dan is er een autoriteit nodig dat de mens van vlees en bloed koppelt aan een rekening. Die autoriteit kan wellicht ook decentraal, gedistribueerd, niet-gouvernementeel of zelfs algoritmisch zijn. Het enige wat er toe doet is of de behoefte tot minimaliseren van valsspelen door de belangrijke betrokkenen in voldoende mate wordt ervaren.
    The Peoples Currency is nog niet zover met Mannabase, maar wel onderweg. Weliswaar vooralsnog met een zeer miniem wekelijks bedragje (momenteel circa 4 Manna, tegen de koers van vandaag circa € 0,006).
    Maar zij laten hiermee zien dat het wel kan. Onlangs hebben zij behoorlijk wat accounts weggesnoeid op basis van sterke verdenkingen misbruik.
    Op termijn plannen zij betere fraudedetectie c.q. identiteitsbevestiging. Die plannen bevatten bij voor zover te overzien geen bemoeienis overheden. In nogal wat landen zijn respectievelijke overheden ook onvoldoende betrouwbaar.
  8. Er komt vanzelf een methode om middelen beschikbaar te stelen voor iedereen, denk aan ‘The Commons’ van ruim een half millennium geleden.
    Dit lijkt een tamelijk naïeve opvatting, Spontane creatie die zo specifiek invulling geeft is nog niet voorgekomen. Dat betekent niet dat er een paar architecten de toekomst hebben uitgetekend, maar wel dat bewuste keuzes, ondernemingen en activiteiten op hun tijd een significante bijdrage leveren aan ontwikkelingen in de maatschappij.
  9. Toepassingen van blockchain voor basisinkomen moeten vooral niet gezocht worden in de sfeer van cryptomunten.
    Dit is een behoudende benadering, in gegeven door de angst op misbruik van alternatief geld en zeker cryptomunten.
    Ons doel moet voorlopig juist zijn: zoek juist overal en streep niet weg. Per initiatief zal er uiteraard worden gestreept om focus te creëren. Geïdealiseerd kapitalisme werkt ook zo: laat alle bedrijven in een sector elk hun eigen onderzoek en ontwikkeling doen naar de beste nieuwe oplossing en de winnaar(s) zullen met die nieuwe producten de markt het beste bedienen.
  10. Specifieke op basisinkomen  gerichte cryptomunten bieden enorme kansen het basisinkomen te verwerkelijken. Hoewel bijvoorbeeld Manna en Swift nog steeds het karakter van ‘spielerei’ hebben. Het voordeel van dit type munten is  dat er allerlei bekende “onoverkomelijke problemen” mee worden uitgeprobeerd overkomen. Het kan helpen tegenstand de wind uit de zeilen te halen.
    Cryptomunten zoals de Bitcoin, maar in mindere mate ook de aan basisinkomen gerelateerde Manna, moeten ‘gemined’ worden via een energie slurpend proces. Voor de koeling van de rekenmachine worden zelfs kelders in IJsland voor gebouwd. Dit is een stuitende bijdrage aan de opwarming van de aarde. Dat geldt in elk geval voor de Bitcoin.
    Maar inmiddels is  voor de  nieuwste ontwikkelingen mining geen noodzaak meer.  De  impact op het stroomverbruik kan dus afnemen. Voor Manna is al vanaf aanvang is een variant gekozen die  bescheiden energieverbruik vergt.
  11. Transacties via cryptomunten worden vastgelegd in alle apparaten die met de blockchain zijn verbonden. Dat vergt tot nu toe veel computercapaciteit en werkt niet echt snel.
    Bij de nieuwste ontwikkelingen hoeft het niet in alle computers, er worden steeds nieuwe technieken ontwikkeld om dit proces met een kleinere deel van de groep te doen (zoals bij ripple waar er een kleine groep aangeslotenen de autoriteit heeft over de berekeningen, de consensus ledger).
  12. Om te doorgronden hoe cryptomunten als Manna en Swift echt werken, moet je je er grondig in verdiepen en niet iedereen neemt die moeite.
    Maar dat geldt natuurlijk ook voor ons ‘gewone’ geldsysteem.
  13. De huidige cryptomunten zijn nog maar een begin. Dat zal straks allemaal veel beter worden.

 

Een serie kritische opvattingen, maar met een positieve boventoon.
Positiever dan in de Correspondent.

Reyer Brons, 10 september 2018,
met dank aan degenen die op eerdere versies hebben gereageerd.

 

Het bericht Blockchain en basisinkomen, valt er nog wat over te zeggen? verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Financiële veiligheid zou een zorg moeten zijn van de overheid

veiligheid

 

 

Met instemming citeert Joop Böhm de lector Armoede Interventies en schrijver van een artikel in het AD, Roeland Geuns, die vindt dat financiële veiligheid een zorg zou moeten zijn van de overheid. Wat een krachtig pleidooi voor het universeel basisinkomen!

 

 

 

De geloofwaardigheid van de politiek is zoek. Onze democratie wankelt. Over het omstreden kabinetsbesluit om de dividendbelasting af te schaffen zegt Jan Terlouw, democraat in hart en nieren: “Als 85 procent van de bevolking het niet wil en het niet in de verkiezingsprogramma’s stond. Wat doe je dan met de geloofwaardigheid van de politiek? Democratie betekent: de politieke macht berust bij de bevolking. Waar is die politieke macht als zo’n grote meerderheid het niet wil en het wordt toch doorgezet?”

Het is al veel langer duidelijk dat in ons land de bevolking de grip op de politieke macht aan het ontglippen is. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) meldt dat 1 op de 10 Nederlandse kinderen in armoede leeft. Blijkens een artikel in het AD van donderdag 6 augustus jl. is het volgens Eurostat echter nog veel erger, namelijk 1 op de 6. Dergelijke grote verschillen bij het vermelden van ‘feiten’ zijn een teken aan de wand.

Als armoede voorkomt in een welvarend land is dat een teken dat de overheid verzuimd heeft de verdeling van de welvaart in goede banen te leiden. Dat is erg! Maar erger nog is het wanneer de overheid willens en wetens armoede bevordert. Als de overheid armoede bevordert als prikkel om mensen te dwingen om betaalde arbeid te verrichten. Ik noem dat dwangarbeid! Dat is onfatsoenlijk, een beschaafd land onwaardig. Dat hoort niet te gebeuren in een democratische rechtsstaat.

Laten we hopen dat onze democratie zich binnenkort zal herstellen. Dat de politiek bij zinnen komt. Er zijn voldoende middelen om armoede te bestrijden, maar beter nog is het om armoede te voorkomen! Dat kan door het invoeren van een Universeel Basisinkomen (UBI) dat hoog genoeg is voor een onbekommerd bestaan.

In mijn streven naar een UBI voel ik me gesterkt door het artikel “Van armoedestress naar materiële veiligheid” dat dr. Roeland van Geuns, lector Armoede Interventies bij het Amsterdams Kenniscentrum voor Maatschappelijke Innovatie (AKMI) schreef voor het SociaalWeb. Hij stelt vast:

“Er is onder de lage inkomensgroepen sprake van een situatie waarin weinig perspectief bestaat op een structurele verbetering, noch op inkomensgroei noch op daling van de vaste kosten. De spanning tussen inkomen en uitgaven en daarmee het risico op betalingsachterstanden en schulden lijkt daarmee eerder een structurele dan een tijdelijke omstandigheid te zijn.”

Uiteindelijk komt hij tot de volgende slotsom: “Er zou erkend moeten worden dat het bieden van materiële c.q. financiële veiligheid een zorg voor ons allen moet zijn en dus van de overheid.”

Al komt in het artikel van Roeland van Geuns geen enkele keer het woord ‘basisinkomen’ voor, ik had zelf geen beter pleidooi voor het UBI kunnen verzinnen!

Joop Böhm
Amersfoort, 2 september 2018.

Foto: CC Pixabay, Sabine van Erp

Het bericht Financiële veiligheid zou een zorg moeten zijn van de overheid verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.