Duitsland, Mein Grundeinkommen verloot basisinkomens

Overal  zien we experimenten en pilots in de richting van basisinkomen en zaken die je kunt zien als aanzet tot basisinkomen.
Deze keer aandacht voor het Duitse Mein Grundeinkommen waar inmiddels ruim 250 mensen een jaar lang een basisinkomen van € 1.000 hebben ontvangen.
Zie hier het gehele overzicht van experiment etc.

Welk land, stad of streek?
Het is een Duits initiatief, maar het staat open voor iedere bewoner van de wereld.
Er is ook een Nederlandse variant geweest, zie onderaan.

De initiatiefnemers en hun doelstelling?
Het doel is om te onderzoeken wat er gebeurt als je de middelen hebt om je doelen te realiseren in plaats van alleen te moeten werken voor je levensonderhoud.
De ondernemer Martin Bohmeyer heeft in 2014 het initiatief genomen om via crowdfunding middelen te krijgen voor het verloten van basisinkomens. Zie hun website voor meer informatie.

Doelgroep en de omvang van die doelgroep?
Op dit moment zijn er ruim 250 personen die een lot hebben gewonnen om een jaar lang basisinkomen te ontvangen.

De looptijd
De looptijd voor de deelnemer is 1 jaar. Hij of zij ontvangt dan totaal € 12.000.

De hoogte van het basisinkomen, condities voor verstrekking?
Het gaat om € 1.000 per maand, gedurende 1 jaar.  Er zijn geen condities.

Hoe wordt het gefinancierd?
Financiering via crowdfunding. Het bedrag voor de ruim 250 deelnemers is bijeengebracht door bijna 120.000 donateurs.

Is er een onderzoek aan gekoppeld en wat is de methode?
Geen informatie over een onderzoek gevonden. Wel worden verhalen van deelnemers gepubliceerd. Met deze opzet is het niet mogelijk om iets macro-economisch te zeggen over de effecten van een basisinkomen. Je kunt natuurlijk wel kwalitatief onderzoek doen naar de effecten op de deelnemers. Onbekend is of dit ook gebeurt.

Een Nederlandse variant via OnsBasisinkomen.
In Nederland heeft de Groningse Stichting MIES onder de naam OnsBasiskomen een zelfde actie op touw gezet, helaas met minder succes dan in Duitsland.
Er zijn twee basisinkomens verstrekt, daarna is het initiatief gestopt wegens gebrek aan inkomsten. Het nog aanwezig bedrag is gedoneerd aan de Duitse organisatie.
Zie een bericht op de VBi-website over o.a. deze twee basisinkomens.

Bronnen

 

Naar een tekst van Rob van Roon, november 2018.
Laatste bewerking december 2018

Het bericht Duitsland, Mein Grundeinkommen verloot basisinkomens verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Reactie op brief van Mark Rutte aan alle Nederlanders

Mark Rutte

 

 

Joop Böhm maakt zich ernstige zorgen over de gevaarlijk toenemende ongelijkheid in Nederland. Mensen met lage inkomens worstelen om het hoofd financieel boven water te houden. Hij besluit Mark Rutte, minister-president (van alle Nederlanders toch?), een brief te sturen.

 

 

 

 

 

Beste Mark,

Als geboren en getogen Nederlander neem ik je brief in mijn krant van maandag 17 december 2018 serieus. Ik wil daar graag op reageren. Er is namelijk meer mis dan je in je brief doet voorkomen:

  • De kloof tussen arm en rijk is dieper dan ooit tevoren. Een op de tien gezinnen kampt met problematische schulden;
  • Bureaucratie verlamt het doelmatig functioneren van maatschappelijke taken die, tegen beter weten in, aan de marktwerking werden overgelaten. De zorgpremie is voor velen onbetaalbaar en menigeen ontwijkt medische hulp uit vrees voor de kosten daarvan.
  • Het is frustrerend om te zien dat misdaad loont. Burgemeesters moeten vrezen voor hun leven. De georganiseerde misdaad krijgt vaste voet aan de grond.
  • De kosten van levensonderhoud stijgen schrikbarend. De overheid verhoogt moedwillig de belastingen op energie en water, benzineaccijns en nu ook nog het lage btw-tarief. De sociale huurwoningen en het openbaar vervoer worden voor velen onbetaalbaar.
  • Terwijl de overheid zich beijvert om werkgelegenheid te creëren kampt men bij de politie en justitie, in de zorg en in het bedrijfsleven met een schrijnend personeelstekort.
  • Pensioengerechtigden wordt onrecht aangedaan. Hun pensioenen worden gekort ondanks de dikke buidels geld die de fondsen hebben opgebouwd.
  • Het overheidsbeleid heeft de burgers in nood gebracht en het krakkemikkige sociale stelsel moet ertoe dienen die burgers weer uit de nood te redden!

 
Ik heb de samenleving in ons land bewust meegemaakt, zowel in de Tweede Wereldoorlog als daarna. In mei 1945, bij de bevrijding, was ik ervan overtuigd dat mensen nooit meer zoiets gruwelijks zouden beginnen als oorlog voeren. Ik zag in gedachte een toekomst voor me van vrede, voorspoed en veiligheid, waarin iedereen op voet van gelijkheid met elkaar zou omgaan. De leus van de Franse revolutionairen: “vrijheid, gelijkheid en broederschap” was ook mijn parool. Achteraf gezien was dat misschien wat simpel gedacht, maar tja, ik was toen ook pas een jongentje van 8 jaar oud.

Om terug te komen op je brief: Nederland is inderdaad een teer bezit dat van ons allemaal is. Des te groter zou de zorg moeten zijn van degenen, die door de bevolking zijn gekozen, om met zorgvuldig beleid de samenleving in goede banen te leiden. Tot zo rond 1980 lukte dat en ging het ons land voor de wind. Helaas was het toen gedaan en ging het vervolgens bergafwaarts. De idealen uit mijn jeugd kwamen steeds meer in de verdrukking en de verloedering drong steeds verder in de samenleving door.

Begrijp me goed, ik beweer niet dat alle ellende jouw schuld is. Dat de verloedering aan jou persoonlijk te wijten is. Maar wel is duidelijk dat het neoliberale regime van de afgelopen decennia daarbij een grote rol heeft gespeeld. In dat verband mag ik je misschien wijzen op de lessen “De mensheidsgeschiedenis in drie stappen” die Henk de Vos, emeritus hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen, in de afgelopen weken op zijn blogspot “Toegepaste Sociale Wetenschap” heeft geplaatst.

Protestbewegingen als “Occupy” van een aantal jaren geleden en recentelijk de “Gele Hesjes” komen natuurlijk niet uit de lucht vallen. Uit het Global Wage report 2018/19 blijkt dat de stagnerende lonen schril afsteken bij de productiviteitsgroei en bij de inkomens- en vermogensgroei aan de top. We zien dus een doorgaande ontwikkeling van ongelijkheid, een trend die voorafgaand aan de Grote Financiële Crisis van 2008 begon, aldus professor de Vos.

Op 5 juli 2016 interviewde Peter de Waard de Utrechtse hoogleraar Bas van Bavel. In zijn boek “The Invisible Hand” betoogt professor van Bavel:

“Het huidige kapitalistische stelsel loopt op zijn laatste benen. Net als markteconomieën eerder in de geschiedenis is het al bezig in verval te raken. Symptomen daarvan zijn de toenemende vermogensongelijkheid, economische stagnatie en het uiteenspatten van speculatiebubbels. ‘In de geschiedenis leidden deze symptomen telkens tot het einde van de markteconomie. Daar is geen enkele uitzondering op.”

Tekenend voor de verkeerde beeldvorming die is ontstaan vind ik de vraag van Peter de Waard uit het interview met Bas van Bavel in De Volkskrant:

“Markteconomie leidt toch tot groei en die zorgt weer voor welvaart en democratie?”

Het antwoord van Bas van Bavel is glashelder:

“Het blijkt dat groei en vrijheid niet ontstaan dankzij markteconomieën, maar er juist aan voorafgaan. In eerste instantie ontstaat door sociale bewegingen een situatie van relatief grote sociale gelijkheid en welvaart. Die leidt ertoe dat de opkomst van een markteconomie mogelijk is.”

Op de vraag waaraan hij ziet dat de neergang is ingezet, antwoordt de hoogleraar:

“Omdat de bezitsongelijkheid nu nieuwe hoogten bereikt en financiële markten en speculatie een steeds groter gewicht krijgen. Maar vooral omdat de marktelite begint haar geld te gebruiken om politieke invloed uit te oefenen.”

Dat laatste meen ik in uw brief te herkennen. Maar heb ik het mis en is het kabinetsbeleid niet aan u te wijten maar aan beïnvloeding door de marktelite, dan suggereer ik u nu de zijde te kiezen van de bevolking.

  • Vergeet even het vestigingsklimaat: We zijn het dichtstbevolkte land van Europa en onze hoofdstad zucht onder de massale stroom toeristen en de torenhoge huizenprijzen. De schaarse natuur wordt nog steeds meer en meer teruggedrongen.
  • Vergeet ook even het scheppen van werkgelegenheid: er is een schreeuwend tekort aan mensen in de zorg, bij de politie en in het onderwijs.
  • Vergeet de veelvuldig aangeprezen wedijver. Die is goed bij sport en spel. Maar in het dagelijks bestaan moeten we de kracht juist zoeken in samenwerking.
  • Denk aan het welzijn van de mensen, die zuchten onder het juk van het huidige regiem, uw regiem!

 
Neem het kerstreces te baat om in retraite te gaan en rustig na te denken over de weg die u moet inslaan om de belangen te behartigen van de burgers in onze samenleving.

Bedenk dat het eerste lid van artikel 20 van de Grondwet een grondrecht is: De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.

Verdiep u in de toespraak “Fear is the mind killer” (Angst is de moordenaar van het verstand) die Scott Santens, voorvechter van een Universeel Basisinkomen (UBI), schreef voor een keynote in Ierland voor DEMCON 2018.

Laat de vaas uit uw brief niet aan stukken vallen. Een bekertje koffie is al erg genoeg 😊.

Ik ben benieuwd naar uw reactie.

Joop Böhm

Amersfoort, 27 december 2018.

Foto: Flickr.com

Het bericht Reactie op brief van Mark Rutte aan alle Nederlanders verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Alaska Permanent Fund, burgerdividend uit olie-opbrengsten

Overal  zien we experimenten en pilots in de richting van basisinkomen en zaken die je kunt zien als aanzet tot basisinkomen.
Deze keer aandacht voor het Alaska Permanent Fund, dat reeds sinds 1981 een dividend uitkeert aan de inwoners.
Zie hier het gehele overzicht van experimenten etc. en  hier de reeds verschenen publicaties.

Welk land, stad of streek?
Verenigde Staten, Alaska, de staat op de Noordwestelijke punt van Noord-Amerika.

De initiatiefnemers en hun doelstelling ?
Het fonds wordt gemanaged door de Alaska Permanent Fund Corporation met bemoeienis door de staat via de Permanent Fund Dividend Division.
Omdat de olie uit Alaska ooit op zal zijn, heeft men een fonds voor toekomstige generaties opgezet.

Doelgroep en de omvang van die doelgroep?
Alle, ruim 730.000 inwoners van de staat Alaska, misdadigers uitgezonderd.

De looptijd en periode.
Het  bestaat al sinds 1981.

De hoogte van het BI, condities voor verstrekking?
De uitkering bedraagt ongeveer 1000 dollar per jaar, volgens een vrij grillig patroon. Men ziet het als dividend. In 2015 ging het om ruim $ 2.000. Zie voor de exacte bedragen per jaar Wikipedia.

Hoe wordt het gefinancierd?
Het wordt gefinancierd uit de olieopbrengsten.
25% van alle opbrengsten van bodemschatten moet worden besteed aan ‘inkomen genererende investeringen’.

Is er een onderzoek gekoppeld en wat is de methode?
Niet aan de orde, dit is geen experiment of pilot, maar een daadwerkelijk ingevoerd beperkt basisinkomen.

Wat zijn de uitkomsten van evaluaties?
Er is een paper uit 2018 van Damon Jones en Ioana Elena Marinescu (The Labor Market Impacts of Universal and Permanent Cash Transfers: Evidence from the Alaska Permanent Fund), met als uitkomst dat dit burgerdividend geen effect heeft op de totale werkgelegenheid, maar dat parttime werken met 17% is toegenomen.

Wat is de relevantie voor ons?
Het Alaska Permanent Fund is een prachtig voorbeeld hoe basisinkomen als burgerdividend gezien kan worden en ook wordt uitbetaald.
Jammer dat in Nederland niemand een halve eeuw geleden bedacht heeft dat we onze aardgasbaten deels zo zouden kunnen bestemmen.

Bronnen

 

Naar een tekst van Rob van Roon, november 2018.
Laatste bewerking december 2018

 

Het bericht Alaska Permanent Fund, burgerdividend uit olie-opbrengsten verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

FNV Startconferentie Basisinkomen

Startconferentie

De FNV heeft de eerste stappen gezet op de weg naar een gefundeerd standpunt over het basisinkomen in 2020. Op 14 december 2018 werd een startbijeenkomst georganiseerd in de Burcht in Amsterdam. Paul de Beer en Wieteke Conen presenteerden de resultaten van hun onderzoek naar ontwikkelingen in de werkgelegenheid. Het complete onderzoek is hier te vinden. De vice-voorzitter van de FNV, Kitty Jong, hield een speech waarin zij de veranderingen op de arbeidsmarkt benoemde en daarbij de vraag opwierp of het basisinkomen kan bijdragen aan de realisering van de doelstellingen van het FNV. Het doel van de komende consultaties is het ontwikkelen van een visie op de arbeidsmarkt van de toekomst en onderzoeken welke rol het basisinkomen daarbij kan spelen. Naast (ervarings)deskundigen was ook Alexander de Roo, voorzitter van de Vereniging Basisinkomen, één van de sprekers tijdens deze goed bezochte conferentie.

Hieronder een uitgebreid verslag gevolgd door de volledige tekst van de speech van Kitty Jong.

Verslag FNV-startconferentie Basisinkomen de Burcht Amsterdam 14 december 2018

Peiling aan het begin van de bijeenkomst door dagvoorzitter Frénk van der Linden.

Zijn de aanwezigen vóór of tegen de volgende stelling:

Mensen moeten in principe hun inkomen verdienen door te werken. Met uitzondering van mensen die niet kunnen of mogen werken (kinderen, gepensioneerden, zieken, arbeidsongeschikten).

De meerderheid is het niet eens met de stelling. Voorstanders noemen het in Nederland een belangrijk principe dat mensen werken en dat er producten en diensten geleverd worden. Het bbp moet op peil blijven, anders kan een basisinkomen niet gefinancierd worden. Eén van de tegenstanders geeft aan dat binnen de FNV een grote groep het ‘normaal’ vindt dat je voor je inkomen werkt. Gelukkig is er ook een groep die ziet dat mensen zonder betaald werk ook nuttige dingen doen. Ook wordt opgemerkt dat het FNV-bestuur niet eensgezind is over het basisinkomen.

Eén van de leden van de sector Uitkeringsgerechtigden (UG) vindt dat de FNV zich vooral sterk maakt voor werkenden en te weinig oog heeft voor de belangen van leden met een uitkering. Geconstateerd wordt dat werk steeds onzekerder wordt en het stelsel van sociale zekerheid is uitgekleed, waardoor ook werkenden belang hebben bij een basisinkomen. Een vertegenwoordiger vanuit de groep zelfstandigen pleit voor een eerlijker verdeling van inkomen en kapitaal. De FNV moet wat doen aan de scheve verdeling en pleiten voor één vorm van uitkering voor iedereen, ook voor zelfstandigen.

Speech door Kitty Jong (voor de gehele tekst zie hieronder)

StartconferentieKitty Jong (vice-voorzitter FNV) reageert na haar speech op de vraag wat zij het meest ingewikkeld vindt. Ze is bang dat het onderwerp basisinkomen de verkeerde framing krijgt. Hoe zorg je ervoor dat mensen het juiste beeld krijgen als de FNV zegt dat ze bezig is met het onderwerp? Duidelijk moet zijn dat we niet van het stelsel van sociale zekerheid af willen. Het congres heeft besloten dat de FNV het basisinkomen gaat onderzoeken, we hebben nog een weg te gaan tot we uiteindelijk een gedegen en gedragen FNV-standpunt hebben. Zij gaat zich daarvoor inzetten en vindt het belangrijk dat de FNV goed uitlegt wat zij bedoelt.

 

Presentatie van het onderzoek ‘Een halve eeuw arbeidsmarkt’ door Wieteke Conen (zie bijgevoegde sheets)

De ontwikkeling van de Nederlandse arbeidsmarkt sinds 1969 onder invloed van technologie, economie en beleid; Onderzoek in opdracht van de FNV ten behoeve van de discussie over het basisinkomen.

StartconferentieWieteke Conen is onderzoeker bij het AIAS-instituut van de UvA en doet onderzoek naar de waarde van werk. Na de presentatie wordt Wieteke gevraagd welke vragen nog niet beantwoord zijn nu het onderzoek klaar is. Zij geeft aan dat het interessant is om nader onderzoek te doen naar de samenhang van technologie en de werkgelegenheid. De aanwezigen vinden het opvallend dat flexibele banen vaak goed betaald worden, terwijl de FNV de nadruk legt op het laagbetaalde flexwerk. De groei van werk dat flexibel en laagbetaald wordt is veel kleiner dan de groei van flexibel en goedbetaald werk. Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat zzp-ers niet zijn opgenomen in de cijfers. Wellicht is het beeld anders als cijfers over zzp-ers en hun inkomen worden toegevoegd. Hier is de volledige presentatie van Wieteke Conen te vinden (pdf).

Debat onder leiding van Frénk van de Linden met de aanwezigen en deskundigen in drie blokken.

BLOK 1 basisinkomen en de verdeling van inkomen en kapitaal

Deskundigen: Ralf Embrechts en Frans Kerver

StartconferentieFrans Kerver is de enige Nederlander die een jaar lang een basisinkomen van 1000 euro per maand heeft gehad. Hij deelt zijn ervaringen. Het basisinkomen gaf hem rust, hij kon er een groot deel van zijn vaste lasten ermee betalen. Nu hij geen basisinkomen meer heeft is het twee keer zo hard buffelen. Hij vindt het voordeel van een basisinkomen dat werk altijd loont, wat je verdient naast het basisinkomen wordt niet verrekend. Daarnaast geeft het een bodem, dat betekent inkomenszekerheid en vrijheid.

 

Ralf Embrechts is directeur van MOM Tilburg (Maatschappelijke Ontwikkelings Maatschappij) en ambassadeur bij de Stichting Quiet 500. StartconferentieHij vertelt dat hij betrokken is bij een vertrouwensexperiment met de bijstand in vier gemeenten. Hij ziet in de praktijk dat het hebben van een uitkering, met alle verplichtingen en regels veel stress geeft, het verlamt mensen en is slecht voor de gezondheid. Hij verwacht dat een basisinkomen leidt tot minder doktersbezoek, want een basisinkomen dat niemand kan afpakken betekent voor mensen minder stress. Ook vindt hij dat de huidige uitkeringen te laag zijn. Het Nibud heeft berekend dat uitkeringen met 200 euro omhoog moeten om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien.

Vraag: Leidt een basisinkomen voor iedereen (werkenden en niet-werkenden) tot een eerlijker verdeling van inkomen (nivellering)?

Frans denk dat een basisinkomen niet leidt tot herverdeling, het geeft vrijheid, hoeveel uren mensen gaan werken is aan henzelf, de inkomensverschillen blijven. Ralf verwacht wel dat mensen die nu veel werken minder gaan werken, dat levert weer werk op voor iemand die nu geen werk heeft, waardoor je een eerlijker verdeling krijgt. De aanwezigen denken dat het basisinkomen op zich niet tot een eerlijker verdeling leidt, dat hangt af van de financiering en van de keuzes die mensen maken.

Vraag: wie moet een basisinkomen betalen? Werkenden, kapitaalbezitters, ondernemers, consumenten, de overheid?

Ralf denkt dat besparingen op de zorgkosten voor een belangrijk deel kunnen bijdragen aan de kosten van basisinkomen. Daarnaast moeten de sterkste schouders uit solidariteit een bijdrage leveren. Hij pleit voor hogere inkomensbelasting.

Andere ideeën voor financiering:

  • Dividend van beleggingen in aandelen van grote bedrijven via een investeringsfonds.
  • Koppeling basisinkomen aan bbp, hoe meer Nederland produceert, hoe hoger het basisinkomen, de overheid verdeelt de welvaart op een eerlijke manier.
  • Belasting op productie, ook voor kapitaalintensieve sectoren.
  • Besparingseffecten van basisinkomen op sociale zekerheid.
  • Afdracht door werkgevers.

 

Vraag: Hoe hoog zou een basisinkomen moeten zijn om als individu sober van te kunnen leven?

De meeste mensen vinden dat 1000 euro per maand voor een individu voldoende zou moeten zijn. Ralf vindt het basisinkomen een goed instrument om armoede tegen te gaan.

BLOK 2 basisinkomen en werk

Deskundigen: Wieteke Conen, Martha Meerman, Alexander de Roo

Startconferentie

Alexander de Roo (voorzitter van de vereniging basisinkomen) is bezig met de provincie Gelderland om een proef te doen met het basisinkomen. Het zou gaan om 1000 mensen, die twee jaar lang 500 euro per maand krijgen, zonder voorwaarden.

 

Martha Meerman is sociaal en organisatie psycholoog.Startconferentie Ze is lector gedifferentieerd HRM bij de Hogeschool van Amsterdam en werkt tevens bij het Amsterdams instituut voor Arbeidsvraagstukken van de Universiteit van Amsterdam. Ze is als onderzoeker betrokken bij een experiment van de gemeente Amsterdam met de bijstand. Ze ziet dat het veel mensen niet lukt om uit de bijstand te komen. Ze vinden onbetaald werk doen in de wijk en mantelzorg verlenen nuttiger. Ze krijgen van werkgevers alleen slecht betaalde, onaantrekkelijke, kleine baantjes aangeboden.

Vraag: Wat zou u doen als u vanaf 2019 maandelijks een basisinkomen zou krijgen ter hoogte van de AOW?

Wieteke antwoordt dat ze niet minder zou gaan werken, ze vindt haar werk erg leuk. Wel zou ze meer geld hebben, hoewel dat natuurlijk afhankelijk is van de financiering en de gevolgen voor de inkomstenbelasting. Alexander verwacht dat mensen minder gaan werken, meer zorgen en meer
onderwijs gaan volgen.

Anderen verwachten wel effecten voor de arbeidsmarkt. Er zijn een miljoen werkende armen; met een basisinkomen kunnen zij ervoor kiezen om minder te werken of een opleiding te doen, waarmee ze een andere, beter betaalde baan kunnen krijgen.
Opgemerkt wordt dat vrijwilligerswerk ook werk is, dat moet de FNV meenemen als ze verder gaat onderzoeken. Een onderzoeker van de VU vertelt dat hij onderzoek doet naar vrijwilligerswerk. Als mensen een 32-urige werkweek hebben naast hun basisinkomen kunnen ze meer vrijwilligerswerk en mantelzorg doen. Het blijkt dat mensen daar gezonder en gelukkiger van worden.

Alexander voegt toe dat er 5 tot 6 miljoen mensen een laag tot modaal inkomen hebben, zij zitten in de zogenaamde armoedeval. Juist deze groep heeft baat bij een basisinkomen. Martha ervaart dat veel mensen met een uitkering graag willen werken, ze willen liever een basisbaan dan een basisinkomen.

Aangevuld wordt dat veel mensen niet weten wie er in de bijstand zitten en wat ze allemaal doen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraak van Hans de Boer, die bijstandsgerechtigden ‘labbekakken’ noemde. De keuze voor een basisinkomen is een keuze voor solidariteit in plaats van ieder voor zich.

BLOK 3 Basisinkomen en de FNV

Vraag: Verzwakt een basisinkomen de positie van de FNV in de onderhandelingen met werkgevers over hogere lonen?

De meningen verschillen. Sommigen zeggen dat de positie van de FNV zwakker wordt, omdat de noodzaak om met werk een goed inkomen te verdienen afneemt, mensen accepteren een lager loon. Anderen vinden juist dat de positie van de FNV sterker wordt, mensen kunnen makkelijker staken, want ze zijn minder afhankelijk van het loon dat ze met werken verdienen. Ook wordt geopperd dat de FNV andere eisen gaat stellen, bv een ontwikkelbudget in plaats van een looneis. Iemand uit de zzp-groep geeft aan dat het basisinkomen zzp-ers helpt, het biedt inkomenszekerheid, nu geldt er voor hen geen minimum loon.

Kitty geeft aan dat het niet gaat om het instituut FNV dat moet blijven bestaan. Ze is ervan overtuigd dat de behoefte van werkenden en werkzoekenden om zich te organiseren blijft, ook als er een basisinkomen is. Bovendien moet in een menswaardige maatschappij arbeid en kapitaal eerlijk verdeeld worden, werknemers moeten hun deel van de productie opeisen. Zonder vakbond wordt het aandeel arbeid in het bbp nog kleiner.

Eén van de aanwezigen vindt het de taak van de FNV om in te zetten op het basisinkomen, omdat veel mensen niet kunnen leven van het inkomen uit werk. Ook wordt gezegd dat het goed is als de FNV met vernieuwde, positieve ideeën komt voor de toekomst, om tegenwicht te bieden aan het conservatieve imago.

Peiling aan het eind van de bijeenkomst door Frénk van der Linden. Zijn de aanwezigen vóór of tegen deze stelling:

Mensen moeten in principe hun inkomen verdienen door te werken. Met uitzondering van mensen die niet kunnen of mogen werken (kinderen, gepensioneerden, zieken, arbeidsongeschikten).

Wie is van mening verandert? Wie heeft nieuwe ideeën of inzichten opgedaan? Iemand merkt op dat hij veel over vrijwilligerswerk heeft gehoord. Hij komt tot de conclusie dat iedereen die dat kan moet werken, maar het hoeft niet allemaal betaald werk te zijn. Iemand anders vult aan: iedereen die dat kan moet werken, maar niet iedereen moet hetzelfde of even veel werken.

Terugblik op het debat door Kitty Jong

Kitty geeft aan dat de middag een mooie aftrap is voor het debat over basisinkomen bij de FNV. Het onderzoek dat gepresenteerd is geeft geen antwoord op de vraag of we wel of niet voor een basisinkomen moeten kiezen. Het geeft wel inzicht in de veranderingen op de arbeidsmarkt, maar minder duidelijk dan we hoopten. De uitkomst is ambivalent, dat betekent dat we als FNV een eigen keuze moeten maken, we worden niet door de ontwikkelingen gedwongen om voor een basisinkomen te kiezen. Ook als er uiteindelijke een basisinkomen komt blijft de FNV nodig. We moeten in het debat over basisinkomen ook tegenstanders opzoeken, zodat we weloverwogen een standpunt in kunnen nemen. We proberen een visie te ontwikkelen voor de lange termijn, een visie op de toekomst van de arbeidsmarkt.

Wat gaan we de komende tijd doen? We gaan het land in, met leden in gesprek. Volgend jaar gaan we een gedachten-experiment met het basisinkomen doen, we willen alles weten. Belangrijkste is dat de FNV strijdt voor een rechtvaardige arbeidsmarkt en menswaardige maatschappij, misschien zijn daarvoor andere dingen nodig dan een basisinkomen, dat moet blijken.

Slotwoord door Paul de Beer

StartconferentiePaul de Beer is bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen (Henri Polak-leerstoel) aan de Universiteit van Amsterdam en onderzoeker bij het AIAS. Daarnaast is hij bij de Burcht wetenschappelijk directeur van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging en mededirecteur van het AIAS-instituut van de UvA. Paul stelt dat we de toekomst niet kunnen voorspellen. Wat de wetenschap over de toekomst kan zeggen is dat het óf hetzelfde blijft (trends zetten door) of anders wordt. Wat je wel kunt doen is scenario’s ontwikkelen; voor welke kanten het op zou kunnen gaan. Juist vanwege de onzekerheid over de toekomst van de arbeidsmarkt moet de FNV een eigen visie hebben. Verder is van belang dat de toekomst van de arbeidsmarkt door ons zelf gemaakt wordt, die overkomt ons niet. Waar we op uitkomen weten we niet. Dit onderzoek is een bouwsteen. Over een jaar kunnen we hier terug komen en met elkaar delen wat we allemaal weten en wat dat voor de toekomst van de arbeidsmarkt en de mogelijkheden voor een basisinkomen kan betekenen.

Afsluiting door Frénk van der Linden: Wat neem je mee, wat trof je?

  • Basisinkomen is mogelijk, maar we hebben nog een lange weg te gaan.
  • De baanloze groei is begonnen, we zitten nu op het niveau van werkgelegenheid van 2008.
  • Vrijwilligerswerk wordt niet gewaardeerd, zoals betaald werk, terwijl dat wel nodig is.
  • De groei van onzeker werk valt op; uit de sheets van Wieteke blijkt dat in de jaren ’70 één op de 20 werknemers onzeker werk had en nu is het één op de drie. Dat beeld is schokkend, we leven in een hele andere wereld.
  • Ralf is optimistisch, hij gelooft dat we de maatschappij kunnen kantelen, zodat er een eerlijke verdeling komt en armoede wordt aangepakt. De FNV geeft met het onderzoek en deze bijeenkomst weer een zetje in de goede richting.

 

Speech Kitty Jong Startconferentie Basisinkomen FNV 14-12-2018

Mooi dat jullie met zoveel gekomen zijn. Vanmiddag staat het basisinkomen hier centraal. Ik hoop dat we vanmiddag veel van elkaar leren en elkaar inspireren. Hoewel het goed gaat met de economie – er zijn tekorten op de arbeidsmarkt en de werkloosheid is laag – vraagt de FNV nu aandacht voor het basisinkomen. Het is geen nieuw onderwerp, maar er is wel een nieuwe context, die vraagt om een gedegen standpunt van de FNV. In periodes van crises kreeg het basisinkomen aandacht, bijvoorbeeld in de jaren ’80. We zijn nu alweer even uit de laatste crisis, maar we zien dat veel mensen niet delen in de economische groei. Ook wordt de kwaliteit van banen niet beter. Lonen blijven fors achter bij de winsten van bedrijven en het aantal onzekere banen blijft groeien.

StartconferentieVandaag willen wij als FNV het debat over dat basisinkomen aftrappen. We zijn hier met leden, vertegenwoordigers van het ledenparlement, het DB en het AB, met wetenschappers en allerlei deskundigen. We hebben hier zelfs ook een ervaringsdeskundige. Dit is het begin. De komende tijd willen we onderzoeken of het basisinkomen onze FNV-doelen dichterbij brengt. Een menswaardige maatschappij, het verkleinen van de kloof tussen arm en rijk, echte banen en een goed werkende arbeidsmarkt.

Hoe zijn we zover gekomen? In 2017 heeft het FNV-congres het besluit genomen om onderzoek te doen naar het basisinkomen. Het doel is om er achter te komen of het basisinkomen een goed instrument is om een eerlijker verdeling van werk, inkomen en kapitaal te bereiken. Met een groep leden en beleidsadviseurs is er een projectplan gemaakt, waarin de aanpak voor dit onderzoek staat. We brengen alle kennis en ervaring op het terrein van basisinkomen in kaart. We gaan in gesprek met leden in de sectoren en lokale afdelingen en met politici, wetenschappers en andere experts. We gaan in debat met vóór- en tegenstanders over de vormen van basisinkomen, de financiering en de effecten voor burgers en de maatschappij. Er is een plan om samen met de UvA en Universiteit Leiden een gedachtenexperiment op te zetten. Doel is een gedegen en gedragen FNV-standpunt over basisinkomen in 2020.

De aandacht voor het basisinkomen betekent niet dat voor de FNV werk niet meer belangrijk is. Maar we willen kwaliteit van werk, zekerheid en een eerlijk loon. We zien werkende armen, zzp-ers die niet verzekerd zijn en flexwerkers die elke maand onzeker zijn over hun werk en inkomen. Werkgevers schuiven de risico’s naar werknemers. Als er tijdelijk minder werk is, zijn werknemers de dupe. Flexwerkers moeten zelf zorgen voor pensioenopbouw, een verzekering voor werkloosheid of ziekte, en voor om- en bijscholing. Daarnaast zien we in heel veel bedrijven en sectoren dat de druk om loonkosten zo laag mogelijk te houden enorm is.

Werknemers met onzeker werk lijken vaak te accepteren dat ze steeds meer risico lopen en steeds minder delen in de economische groei. Ze durven niet in verzet te komen omdat ze bang zijn hun baan te verliezen. Zij willen niets liever dan een vaste baan. Ook 90% van de jongeren wil dat. En er is een grote groep mensen zonder werk, dat zijn er bijna 2 miljoen. Ja, er zijn ook werknemers die het goed voor elkaar hebben, die wel een goed loon krijgen, verzekerd zijn en een vast contract hebben. Ook zij delen te weinig in de economische groei, maar zij durven de druk wel op te voeren met acties.

De kloof tussen mensen die erbij horen en mensen die er niet bij horen neemt toe. Dat zie je met name op de arbeidsmarkt. Voor een gedegen standpunt is een wetenschappelijke basis nodig. Daarom hebben we onderzoek laten doen naar de ontwikkelingen in de werkgelegenheid van de afgelopen 50 jaar. We wilden graag weten hoe de hoeveelheid banen en de kwaliteit van banen zich hebben ontwikkeld. Daarmee kunnen we toekomstscenario’s ontwikkelen voor de arbeidsmarkt en kijken of en hoe een basisinkomen een oplossing is voor de problemen die dan spelen.

Paul de Beer en Wieteke Conen onderzochten de ontwikkelingen in de kwantiteit van de werkgelegenheid, het aantal banen en gewerkte uren. Maar ook de kwaliteit van werk; de werkzekerheid en beloning. Dat is mooi in kaart gebracht, dank daarvoor Paul en Wieteke. Paul en ik hebben elkaar afgelopen dinsdag voor het eerst ontmoet toen we een interview over basisinkomen aan Trouw gaven, dat gisteren is gepubliceerd.

Met hun onderzoek kunnen we de toekomst van de arbeidsmarkt niet voorspellen, maar er komen wel trends uit die door kunnen zetten in de toekomst. En op die toekomst willen wij ons voorbereiden. Het mooie aan het onderzoek is dat ook onderzocht is welke factoren deze ontwikkelingen bepalen. Wat is de invloed van technologie, van beleid en van economische groei? U heeft misschien al de conclusies in de samenvatting kunnen lezen. Wieteke gaat straks in op alle resultaten van het onderzoek. Maar ik wil graag alvast één opvallende trend met jullie delen. Iets wat wij als FNV al lang weten, maar nu met cijfers is onderbouwd.

De afgelopen 20 tot 30 jaar zie je dat de kwaliteit van werk sterk veranderd is. Er is veel meer onzeker, laagbetaald werk. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal hoogbetaalde én het aantal laagbetaalde banen is gegroeid, terwijl het aantal modaal betaalde banen is gedaald. De middengroepen staan onder druk, constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar al. Met de groei van het aantal laagbetaalde banen én de doorgeslagen flexibilisering staat ook de kwaliteit van het werk onder druk. Laagbetaald werk is vaak flexwerk. Stel je iemand voor die een laag uurloon heeft, de hele week beschikbaar moet zijn om op het laatste moment voor 12 uur opgeroepen te worden. Je weet per maand niet wat je inkomen wordt en kan er geen werk naast hebben omdat je fulltime beschikbaar moet zijn. Iemand met een basisinkomen heeft dan een steviger positie, omdat hij of zij al basiszekerheid heeft. En met beleid, zo blijkt uit het onderzoek, kun je wel degelijk invloed uitoefenen op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Technologische ontwikkeling leidt ertoe dat banen verdwijnen en veranderen en dat nieuwe banen ontstaan. De grote transities op de arbeidsmarkt, die gaan komen hebben groot effect op ons werk. Naast automatisering en robotisering is er de platformeconomie en de energietransitie. We weten simpelweg niet welke effecten deze grote transities zullen hebben op de werkgelegenheid. Wieteke en Paul zullen daar misschien straks nog wat over zeggen, want zij hebben daar in hun onderzoek ook naar gekeken. Àls er straks veel minder werk is, zoals sommige onderzoekers verwachten, kan een basisinkomen helpen. Mensen kunnen dan korter gaan werken, want ze hebben dan al – letterlijk – een basisinkomen. De resterende hoeveelheid werk kan dan eerlijker worden verdeeld, zodat zoveel mogelijk mensen aan het werk kunnen blijven. Maar de grote transities hebben niet alleen effect op de hoeveelheid werk, maar ook op de kwaliteit van banen. Op inkomens- en werkzekerheid en op de beloning. Wij spannen ons als FNV natuurlijk tot het uiterste in, zodat nieuw werk ook goede banen oplevert mét een cao, bijvoorbeeld in de windenergiesector. Net als voor het onzekere werk van nu, kan een basisinkomen ook voor deze nieuwe banen toch een stukje basiszekerheid betekenen. Ook als je tijd nodig hebt om je om te scholen voor de overstap naar een nieuwe baan kan het basisinkomen je helpen.

Hoe moet een basisinkomen eruit zien? Het is een bedrag in geld, dat elke burger vanaf zijn 18e elke maand krijgt, zonder voorwaarden. Dat zou bijvoorbeeld 1000 euro per maand kunnen zijn. We zien het basisinkomen als volksverzekering, werknemersverzekeringen blijven bestaan. Basisinkomen mag niet het hele stelsel van sociale zekerheid vervangen, waardoor je een ministelsel krijgt. Het vervangt onder andere de bijstand. Daarmee zijn we ook af van de tegenprestatie, die mensen nu noodgedwongen moeten verrichten, en waar werkgevers als PostNL misbruik van maken. Met een basisinkomen alleen ben je er niet. Daarnaast is meer nodig om een menswaardige maatschappij en kwaliteit van banen en arbeidsvoorwaarden te bereiken. Onze taak is niet klaar als er een basisinkomen is, we blijven opkomen voor de rechten van werknemers. Ik verwacht dat mensen, ook als ze een basisinkomen krijgen, willen blijven werken want dat blijft de manier om je inkomen te verhogen. De FNV blijft zich inzetten voor een eerlijke beloning. Werknemers moeten delen in de economische groei en winsten van bedrijven.

Ik zei het al, een ervaringsdeskundige zit hier in de zaal. Frans Kerver is de eerste en enige Nederlander, die een basisinkomen heeft gehad. Hij vertegenwoordigt een heel klein, maar wel bijzonder sociaal economisch experiment. In een interview met NRC zegt hij: ‘wij moeten als samenleving meer leren delen, dat zijn we vergeten, dat is het basisinkomen.’ Dat spreekt de FNV aan, ook wij willen een eerlijke samenleving, waarin mensen werk en inkomen met elkaar delen.

Aan het begin zei ik dat het basisinkomen niet nieuw is, maar wel in een nieuwe context staat. Ondanks de hoogconjunctuur, zijn de lonen laag en is er veel onzeker werk. Werknemers blijven afhankelijk van werkgevers en profiteren onvoldoende mee van de welvaartsgroei. Hoe ziet de toekomst eruit? Wordt het beter, erger of blijft het zo? We weten het niet, maar we kunnen ons wel voorbereiden. Daarom willen wij een gedegen onderzoek naar het basisinkomen.

Wat gaan we doen vanmiddag? Ik zet graag stappen met jullie op dit onbekende terrein. De FNV wil verder met het onderzoek naar basisinkomen en daar hebben we jullie bij nodig. Wat vinden jullie van het basisinkomen? Wat kan het voor de FNV betekenen? Brengt het onze doelen op de lange termijn dichterbij? Ik zie er naar uit om hierover met elkaar in debat te gaan.

Voor 2019 heeft het FNV nieuwe activiteiten gepland voor het project Basisinkomen. We gaan nader onderzoek doen, naar gedragseffecten met een gedachtenexperiment en naar de mogelijkheden voor financiering van een Basisinkomen. Ook worden er in 2019 bijeenkomsten gehouden, lokaal en sectoraal om leden te informeren en te horen. Wilt u op de hoogte blijven van het project? Stuurt u dan een e-mail aan Tjeerd Bakx (tjeerd.bakx@fnv.nl).

Foto: Burcht van Berlage; Flickr.com

Het bericht FNV Startconferentie Basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

FNV Startconferentie Basisinkomen

Startconferentie

De FNV heeft de eerste stappen gezet op de weg naar een gefundeerd standpunt over het basisinkomen in 2020. Op 14 december 2018 werd een startbijeenkomst georganiseerd in de Burcht in Amsterdam. Paul de Beer en Wieteke Conen presenteerden de resultaten van hun onderzoek naar ontwikkelingen in de werkgelegenheid. Het complete onderzoek is hier te vinden. De vice-voorzitter van de FNV, Kitty Jong, hield een speech waarin zij de veranderingen op de arbeidsmarkt benoemde en daarbij de vraag opwierp of het basisinkomen kan bijdragen aan de realisering van de doelstellingen van het FNV. Het doel van de komende consultaties is het ontwikkelen van een visie op de arbeidsmarkt van de toekomst en onderzoeken welke rol het basisinkomen daarbij kan spelen. Naast (ervarings)deskundigen was ook Alexander de Roo, voorzitter van de Vereniging Basisinkomen, één van de sprekers tijdens deze goed bezochte conferentie.

Hieronder een uitgebreid verslag gevolgd door de volledige tekst van de speech van Kitty Jong.

Verslag FNV-startconferentie Basisinkomen de Burcht Amsterdam 14 december 2018

Peiling aan het begin van de bijeenkomst door dagvoorzitter Frénk van der Linden.

Zijn de aanwezigen vóór of tegen de volgende stelling:

Mensen moeten in principe hun inkomen verdienen door te werken. Met uitzondering van mensen die niet kunnen of mogen werken (kinderen, gepensioneerden, zieken, arbeidsongeschikten).

De meerderheid is het niet eens met de stelling. Voorstanders noemen het in Nederland een belangrijk principe dat mensen werken en dat er producten en diensten geleverd worden. Het bbp moet op peil blijven, anders kan een basisinkomen niet gefinancierd worden. Eén van de tegenstanders geeft aan dat binnen de FNV een grote groep het ‘normaal’ vindt dat je voor je inkomen werkt. Gelukkig is er ook een groep die ziet dat mensen zonder betaald werk ook nuttige dingen doen. Ook wordt opgemerkt dat het FNV-bestuur niet eensgezind is over het basisinkomen.

Eén van de leden van de sector Uitkeringsgerechtigden (UG) vindt dat de FNV zich vooral sterk maakt voor werkenden en te weinig oog heeft voor de belangen van leden met een uitkering. Geconstateerd wordt dat werk steeds onzekerder wordt en het stelsel van sociale zekerheid is uitgekleed, waardoor ook werkenden belang hebben bij een basisinkomen. Een vertegenwoordiger vanuit de groep zelfstandigen pleit voor een eerlijker verdeling van inkomen en kapitaal. De FNV moet wat doen aan de scheve verdeling en pleiten voor één vorm van uitkering voor iedereen, ook voor zelfstandigen.

Speech door Kitty Jong (voor de gehele tekst zie hieronder)

StartconferentieKitty Jong (vice-voorzitter FNV) reageert na haar speech op de vraag wat zij het meest ingewikkeld vindt. Ze is bang dat het onderwerp basisinkomen de verkeerde framing krijgt. Hoe zorg je ervoor dat mensen het juiste beeld krijgen als de FNV zegt dat ze bezig is met het onderwerp? Duidelijk moet zijn dat we niet van het stelsel van sociale zekerheid af willen. Het congres heeft besloten dat de FNV het basisinkomen gaat onderzoeken, we hebben nog een weg te gaan tot we uiteindelijk een gedegen en gedragen FNV-standpunt hebben. Zij gaat zich daarvoor inzetten en vindt het belangrijk dat de FNV goed uitlegt wat zij bedoelt.

 

Presentatie van het onderzoek ‘Een halve eeuw arbeidsmarkt’ door Wieteke Conen (zie bijgevoegde sheets)

De ontwikkeling van de Nederlandse arbeidsmarkt sinds 1969 onder invloed van technologie, economie en beleid; Onderzoek in opdracht van de FNV ten behoeve van de discussie over het basisinkomen.

StartconferentieWieteke Conen is onderzoeker bij het AIAS-instituut van de UvA en doet onderzoek naar de waarde van werk. Na de presentatie wordt Wieteke gevraagd welke vragen nog niet beantwoord zijn nu het onderzoek klaar is. Zij geeft aan dat het interessant is om nader onderzoek te doen naar de samenhang van technologie en de werkgelegenheid. De aanwezigen vinden het opvallend dat flexibele banen vaak goed betaald worden, terwijl de FNV de nadruk legt op het laagbetaalde flexwerk. De groei van werk dat flexibel en laagbetaald wordt is veel kleiner dan de groei van flexibel en goedbetaald werk. Hierbij wordt de kanttekening gemaakt dat zzp-ers niet zijn opgenomen in de cijfers. Wellicht is het beeld anders als cijfers over zzp-ers en hun inkomen worden toegevoegd. Hier is de volledige presentatie van Wieteke Conen te vinden (pdf).

Debat onder leiding van Frénk van de Linden met de aanwezigen en deskundigen in drie blokken.

BLOK 1 basisinkomen en de verdeling van inkomen en kapitaal

Deskundigen: Ralf Embrechts en Frans Kerver

StartconferentieFrans Kerver is de enige Nederlander die een jaar lang een basisinkomen van 1000 euro per maand heeft gehad. Hij deelt zijn ervaringen. Het basisinkomen gaf hem rust, hij kon er een groot deel van zijn vaste lasten ermee betalen. Nu hij geen basisinkomen meer heeft is het twee keer zo hard buffelen. Hij vindt het voordeel van een basisinkomen dat werk altijd loont, wat je verdient naast het basisinkomen wordt niet verrekend. Daarnaast geeft het een bodem, dat betekent inkomenszekerheid en vrijheid.

 

Ralf Embrechts is directeur van MOM Tilburg (Maatschappelijke Ontwikkelings Maatschappij) en ambassadeur bij de Stichting Quiet 500. StartconferentieHij vertelt dat hij betrokken is bij een vertrouwensexperiment met de bijstand in vier gemeenten. Hij ziet in de praktijk dat het hebben van een uitkering, met alle verplichtingen en regels veel stress geeft, het verlamt mensen en is slecht voor de gezondheid. Hij verwacht dat een basisinkomen leidt tot minder doktersbezoek, want een basisinkomen dat niemand kan afpakken betekent voor mensen minder stress. Ook vindt hij dat de huidige uitkeringen te laag zijn. Het Nibud heeft berekend dat uitkeringen met 200 euro omhoog moeten om in de kosten van levensonderhoud te kunnen voorzien.

Vraag: Leidt een basisinkomen voor iedereen (werkenden en niet-werkenden) tot een eerlijker verdeling van inkomen (nivellering)?

Frans denk dat een basisinkomen niet leidt tot herverdeling, het geeft vrijheid, hoeveel uren mensen gaan werken is aan henzelf, de inkomensverschillen blijven. Ralf verwacht wel dat mensen die nu veel werken minder gaan werken, dat levert weer werk op voor iemand die nu geen werk heeft, waardoor je een eerlijker verdeling krijgt. De aanwezigen denken dat het basisinkomen op zich niet tot een eerlijker verdeling leidt, dat hangt af van de financiering en van de keuzes die mensen maken.

Vraag: wie moet een basisinkomen betalen? Werkenden, kapitaalbezitters, ondernemers, consumenten, de overheid?

Ralf denkt dat besparingen op de zorgkosten voor een belangrijk deel kunnen bijdragen aan de kosten van basisinkomen. Daarnaast moeten de sterkste schouders uit solidariteit een bijdrage leveren. Hij pleit voor hogere inkomensbelasting.

Andere ideeën voor financiering:

  • Dividend van beleggingen in aandelen van grote bedrijven via een investeringsfonds.
  • Koppeling basisinkomen aan bbp, hoe meer Nederland produceert, hoe hoger het basisinkomen, de overheid verdeelt de welvaart op een eerlijke manier.
  • Belasting op productie, ook voor kapitaalintensieve sectoren.
  • Besparingseffecten van basisinkomen op sociale zekerheid.
  • Afdracht door werkgevers.

 

Vraag: Hoe hoog zou een basisinkomen moeten zijn om als individu sober van te kunnen leven?

De meeste mensen vinden dat 1000 euro per maand voor een individu voldoende zou moeten zijn. Ralf vindt het basisinkomen een goed instrument om armoede tegen te gaan.

BLOK 2 basisinkomen en werk

Deskundigen: Wieteke Conen, Martha Meerman, Alexander de Roo

Startconferentie

Alexander de Roo (voorzitter van de vereniging basisinkomen) is bezig met de provincie Gelderland om een proef te doen met het basisinkomen. Het zou gaan om 1000 mensen, die twee jaar lang 500 euro per maand krijgen, zonder voorwaarden.

 

Martha Meerman is sociaal en organisatie psycholoog.Startconferentie Ze is lector gedifferentieerd HRM bij de Hogeschool van Amsterdam en werkt tevens bij het Amsterdams instituut voor Arbeidsvraagstukken van de Universiteit van Amsterdam. Ze is als onderzoeker betrokken bij een experiment van de gemeente Amsterdam met de bijstand. Ze ziet dat het veel mensen niet lukt om uit de bijstand te komen. Ze vinden onbetaald werk doen in de wijk en mantelzorg verlenen nuttiger. Ze krijgen van werkgevers alleen slecht betaalde, onaantrekkelijke, kleine baantjes aangeboden.

Vraag: Wat zou u doen als u vanaf 2019 maandelijks een basisinkomen zou krijgen ter hoogte van de AOW?

Wieteke antwoordt dat ze niet minder zou gaan werken, ze vindt haar werk erg leuk. Wel zou ze meer geld hebben, hoewel dat natuurlijk afhankelijk is van de financiering en de gevolgen voor de inkomstenbelasting. Alexander verwacht dat mensen minder gaan werken, meer zorgen en meer
onderwijs gaan volgen.

Anderen verwachten wel effecten voor de arbeidsmarkt. Er zijn een miljoen werkende armen; met een basisinkomen kunnen zij ervoor kiezen om minder te werken of een opleiding te doen, waarmee ze een andere, beter betaalde baan kunnen krijgen.
Opgemerkt wordt dat vrijwilligerswerk ook werk is, dat moet de FNV meenemen als ze verder gaat onderzoeken. Een onderzoeker van de VU vertelt dat hij onderzoek doet naar vrijwilligerswerk. Als mensen een 32-urige werkweek hebben naast hun basisinkomen kunnen ze meer vrijwilligerswerk en mantelzorg doen. Het blijkt dat mensen daar gezonder en gelukkiger van worden.

Alexander voegt toe dat er 5 tot 6 miljoen mensen een laag tot modaal inkomen hebben, zij zitten in de zogenaamde armoedeval. Juist deze groep heeft baat bij een basisinkomen. Martha ervaart dat veel mensen met een uitkering graag willen werken, ze willen liever een basisbaan dan een basisinkomen.

Aangevuld wordt dat veel mensen niet weten wie er in de bijstand zitten en wat ze allemaal doen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraak van Hans de Boer, die bijstandsgerechtigden ‘labbekakken’ noemde. De keuze voor een basisinkomen is een keuze voor solidariteit in plaats van ieder voor zich.

BLOK 3 Basisinkomen en de FNV

Vraag: Verzwakt een basisinkomen de positie van de FNV in de onderhandelingen met werkgevers over hogere lonen?

De meningen verschillen. Sommigen zeggen dat de positie van de FNV zwakker wordt, omdat de noodzaak om met werk een goed inkomen te verdienen afneemt, mensen accepteren een lager loon. Anderen vinden juist dat de positie van de FNV sterker wordt, mensen kunnen makkelijker staken, want ze zijn minder afhankelijk van het loon dat ze met werken verdienen. Ook wordt geopperd dat de FNV andere eisen gaat stellen, bv een ontwikkelbudget in plaats van een looneis. Iemand uit de zzp-groep geeft aan dat het basisinkomen zzp-ers helpt, het biedt inkomenszekerheid, nu geldt er voor hen geen minimum loon.

Kitty geeft aan dat het niet gaat om het instituut FNV dat moet blijven bestaan. Ze is ervan overtuigd dat de behoefte van werkenden en werkzoekenden om zich te organiseren blijft, ook als er een basisinkomen is. Bovendien moet in een menswaardige maatschappij arbeid en kapitaal eerlijk verdeeld worden, werknemers moeten hun deel van de productie opeisen. Zonder vakbond wordt het aandeel arbeid in het bbp nog kleiner.

Eén van de aanwezigen vindt het de taak van de FNV om in te zetten op het basisinkomen, omdat veel mensen niet kunnen leven van het inkomen uit werk. Ook wordt gezegd dat het goed is als de FNV met vernieuwde, positieve ideeën komt voor de toekomst, om tegenwicht te bieden aan het conservatieve imago.

Peiling aan het eind van de bijeenkomst door Frénk van der Linden. Zijn de aanwezigen vóór of tegen deze stelling:

Mensen moeten in principe hun inkomen verdienen door te werken. Met uitzondering van mensen die niet kunnen of mogen werken (kinderen, gepensioneerden, zieken, arbeidsongeschikten).

Wie is van mening verandert? Wie heeft nieuwe ideeën of inzichten opgedaan? Iemand merkt op dat hij veel over vrijwilligerswerk heeft gehoord. Hij komt tot de conclusie dat iedereen die dat kan moet werken, maar het hoeft niet allemaal betaald werk te zijn. Iemand anders vult aan: iedereen die dat kan moet werken, maar niet iedereen moet hetzelfde of even veel werken.

Terugblik op het debat door Kitty Jong

Kitty geeft aan dat de middag een mooie aftrap is voor het debat over basisinkomen bij de FNV. Het onderzoek dat gepresenteerd is geeft geen antwoord op de vraag of we wel of niet voor een basisinkomen moeten kiezen. Het geeft wel inzicht in de veranderingen op de arbeidsmarkt, maar minder duidelijk dan we hoopten. De uitkomst is ambivalent, dat betekent dat we als FNV een eigen keuze moeten maken, we worden niet door de ontwikkelingen gedwongen om voor een basisinkomen te kiezen. Ook als er uiteindelijke een basisinkomen komt blijft de FNV nodig. We moeten in het debat over basisinkomen ook tegenstanders opzoeken, zodat we weloverwogen een standpunt in kunnen nemen. We proberen een visie te ontwikkelen voor de lange termijn, een visie op de toekomst van de arbeidsmarkt.

Wat gaan we de komende tijd doen? We gaan het land in, met leden in gesprek. Volgend jaar gaan we een gedachten-experiment met het basisinkomen doen, we willen alles weten. Belangrijkste is dat de FNV strijdt voor een rechtvaardige arbeidsmarkt en menswaardige maatschappij, misschien zijn daarvoor andere dingen nodig dan een basisinkomen, dat moet blijken.

Slotwoord door Paul de Beer

StartconferentiePaul de Beer is bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen (Henri Polak-leerstoel) aan de Universiteit van Amsterdam en onderzoeker bij het AIAS. Daarnaast is hij bij de Burcht wetenschappelijk directeur van het Wetenschappelijk Bureau voor de Vakbeweging en mededirecteur van het AIAS-instituut van de UvA. Paul stelt dat we de toekomst niet kunnen voorspellen. Wat de wetenschap over de toekomst kan zeggen is dat het óf hetzelfde blijft (trends zetten door) of anders wordt. Wat je wel kunt doen is scenario’s ontwikkelen; voor welke kanten het op zou kunnen gaan. Juist vanwege de onzekerheid over de toekomst van de arbeidsmarkt moet de FNV een eigen visie hebben. Verder is van belang dat de toekomst van de arbeidsmarkt door ons zelf gemaakt wordt, die overkomt ons niet. Waar we op uitkomen weten we niet. Dit onderzoek is een bouwsteen. Over een jaar kunnen we hier terug komen en met elkaar delen wat we allemaal weten en wat dat voor de toekomst van de arbeidsmarkt en de mogelijkheden voor een basisinkomen kan betekenen.

Afsluiting door Frénk van der Linden: Wat neem je mee, wat trof je?

  • Basisinkomen is mogelijk, maar we hebben nog een lange weg te gaan.
  • De baanloze groei is begonnen, we zitten nu op het niveau van werkgelegenheid van 2008.
  • Vrijwilligerswerk wordt niet gewaardeerd, zoals betaald werk, terwijl dat wel nodig is.
  • De groei van onzeker werk valt op; uit de sheets van Wieteke blijkt dat in de jaren ’70 één op de 20 werknemers onzeker werk had en nu is het één op de drie. Dat beeld is schokkend, we leven in een hele andere wereld.
  • Ralf is optimistisch, hij gelooft dat we de maatschappij kunnen kantelen, zodat er een eerlijke verdeling komt en armoede wordt aangepakt. De FNV geeft met het onderzoek en deze bijeenkomst weer een zetje in de goede richting.

 

Speech Kitty Jong Startconferentie Basisinkomen FNV 14-12-2018

Mooi dat jullie met zoveel gekomen zijn. Vanmiddag staat het basisinkomen hier centraal. Ik hoop dat we vanmiddag veel van elkaar leren en elkaar inspireren. Hoewel het goed gaat met de economie – er zijn tekorten op de arbeidsmarkt en de werkloosheid is laag – vraagt de FNV nu aandacht voor het basisinkomen. Het is geen nieuw onderwerp, maar er is wel een nieuwe context, die vraagt om een gedegen standpunt van de FNV. In periodes van crises kreeg het basisinkomen aandacht, bijvoorbeeld in de jaren ’80. We zijn nu alweer even uit de laatste crisis, maar we zien dat veel mensen niet delen in de economische groei. Ook wordt de kwaliteit van banen niet beter. Lonen blijven fors achter bij de winsten van bedrijven en het aantal onzekere banen blijft groeien.

StartconferentieVandaag willen wij als FNV het debat over dat basisinkomen aftrappen. We zijn hier met leden, vertegenwoordigers van het ledenparlement, het DB en het AB, met wetenschappers en allerlei deskundigen. We hebben hier zelfs ook een ervaringsdeskundige. Dit is het begin. De komende tijd willen we onderzoeken of het basisinkomen onze FNV-doelen dichterbij brengt. Een menswaardige maatschappij, het verkleinen van de kloof tussen arm en rijk, echte banen en een goed werkende arbeidsmarkt.

Hoe zijn we zover gekomen? In 2017 heeft het FNV-congres het besluit genomen om onderzoek te doen naar het basisinkomen. Het doel is om er achter te komen of het basisinkomen een goed instrument is om een eerlijker verdeling van werk, inkomen en kapitaal te bereiken. Met een groep leden en beleidsadviseurs is er een projectplan gemaakt, waarin de aanpak voor dit onderzoek staat. We brengen alle kennis en ervaring op het terrein van basisinkomen in kaart. We gaan in gesprek met leden in de sectoren en lokale afdelingen en met politici, wetenschappers en andere experts. We gaan in debat met vóór- en tegenstanders over de vormen van basisinkomen, de financiering en de effecten voor burgers en de maatschappij. Er is een plan om samen met de UvA en Universiteit Leiden een gedachtenexperiment op te zetten. Doel is een gedegen en gedragen FNV-standpunt over basisinkomen in 2020.

De aandacht voor het basisinkomen betekent niet dat voor de FNV werk niet meer belangrijk is. Maar we willen kwaliteit van werk, zekerheid en een eerlijk loon. We zien werkende armen, zzp-ers die niet verzekerd zijn en flexwerkers die elke maand onzeker zijn over hun werk en inkomen. Werkgevers schuiven de risico’s naar werknemers. Als er tijdelijk minder werk is, zijn werknemers de dupe. Flexwerkers moeten zelf zorgen voor pensioenopbouw, een verzekering voor werkloosheid of ziekte, en voor om- en bijscholing. Daarnaast zien we in heel veel bedrijven en sectoren dat de druk om loonkosten zo laag mogelijk te houden enorm is.

Werknemers met onzeker werk lijken vaak te accepteren dat ze steeds meer risico lopen en steeds minder delen in de economische groei. Ze durven niet in verzet te komen omdat ze bang zijn hun baan te verliezen. Zij willen niets liever dan een vaste baan. Ook 90% van de jongeren wil dat. En er is een grote groep mensen zonder werk, dat zijn er bijna 2 miljoen. Ja, er zijn ook werknemers die het goed voor elkaar hebben, die wel een goed loon krijgen, verzekerd zijn en een vast contract hebben. Ook zij delen te weinig in de economische groei, maar zij durven de druk wel op te voeren met acties.

De kloof tussen mensen die erbij horen en mensen die er niet bij horen neemt toe. Dat zie je met name op de arbeidsmarkt. Voor een gedegen standpunt is een wetenschappelijke basis nodig. Daarom hebben we onderzoek laten doen naar de ontwikkelingen in de werkgelegenheid van de afgelopen 50 jaar. We wilden graag weten hoe de hoeveelheid banen en de kwaliteit van banen zich hebben ontwikkeld. Daarmee kunnen we toekomstscenario’s ontwikkelen voor de arbeidsmarkt en kijken of en hoe een basisinkomen een oplossing is voor de problemen die dan spelen.

Paul de Beer en Wieteke Conen onderzochten de ontwikkelingen in de kwantiteit van de werkgelegenheid, het aantal banen en gewerkte uren. Maar ook de kwaliteit van werk; de werkzekerheid en beloning. Dat is mooi in kaart gebracht, dank daarvoor Paul en Wieteke. Paul en ik hebben elkaar afgelopen dinsdag voor het eerst ontmoet toen we een interview over basisinkomen aan Trouw gaven, dat gisteren is gepubliceerd.

Met hun onderzoek kunnen we de toekomst van de arbeidsmarkt niet voorspellen, maar er komen wel trends uit die door kunnen zetten in de toekomst. En op die toekomst willen wij ons voorbereiden. Het mooie aan het onderzoek is dat ook onderzocht is welke factoren deze ontwikkelingen bepalen. Wat is de invloed van technologie, van beleid en van economische groei? U heeft misschien al de conclusies in de samenvatting kunnen lezen. Wieteke gaat straks in op alle resultaten van het onderzoek. Maar ik wil graag alvast één opvallende trend met jullie delen. Iets wat wij als FNV al lang weten, maar nu met cijfers is onderbouwd.

De afgelopen 20 tot 30 jaar zie je dat de kwaliteit van werk sterk veranderd is. Er is veel meer onzeker, laagbetaald werk. Uit het onderzoek blijkt dat het aantal hoogbetaalde én het aantal laagbetaalde banen is gegroeid, terwijl het aantal modaal betaalde banen is gedaald. De middengroepen staan onder druk, constateerde het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar al. Met de groei van het aantal laagbetaalde banen én de doorgeslagen flexibilisering staat ook de kwaliteit van het werk onder druk. Laagbetaald werk is vaak flexwerk. Stel je iemand voor die een laag uurloon heeft, de hele week beschikbaar moet zijn om op het laatste moment voor 12 uur opgeroepen te worden. Je weet per maand niet wat je inkomen wordt en kan er geen werk naast hebben omdat je fulltime beschikbaar moet zijn. Iemand met een basisinkomen heeft dan een steviger positie, omdat hij of zij al basiszekerheid heeft. En met beleid, zo blijkt uit het onderzoek, kun je wel degelijk invloed uitoefenen op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

Technologische ontwikkeling leidt ertoe dat banen verdwijnen en veranderen en dat nieuwe banen ontstaan. De grote transities op de arbeidsmarkt, die gaan komen hebben groot effect op ons werk. Naast automatisering en robotisering is er de platformeconomie en de energietransitie. We weten simpelweg niet welke effecten deze grote transities zullen hebben op de werkgelegenheid. Wieteke en Paul zullen daar misschien straks nog wat over zeggen, want zij hebben daar in hun onderzoek ook naar gekeken. Àls er straks veel minder werk is, zoals sommige onderzoekers verwachten, kan een basisinkomen helpen. Mensen kunnen dan korter gaan werken, want ze hebben dan al – letterlijk – een basisinkomen. De resterende hoeveelheid werk kan dan eerlijker worden verdeeld, zodat zoveel mogelijk mensen aan het werk kunnen blijven. Maar de grote transities hebben niet alleen effect op de hoeveelheid werk, maar ook op de kwaliteit van banen. Op inkomens- en werkzekerheid en op de beloning. Wij spannen ons als FNV natuurlijk tot het uiterste in, zodat nieuw werk ook goede banen oplevert mét een cao, bijvoorbeeld in de windenergiesector. Net als voor het onzekere werk van nu, kan een basisinkomen ook voor deze nieuwe banen toch een stukje basiszekerheid betekenen. Ook als je tijd nodig hebt om je om te scholen voor de overstap naar een nieuwe baan kan het basisinkomen je helpen.

Hoe moet een basisinkomen eruit zien? Het is een bedrag in geld, dat elke burger vanaf zijn 18e elke maand krijgt, zonder voorwaarden. Dat zou bijvoorbeeld 1000 euro per maand kunnen zijn. We zien het basisinkomen als volksverzekering, werknemersverzekeringen blijven bestaan. Basisinkomen mag niet het hele stelsel van sociale zekerheid vervangen, waardoor je een ministelsel krijgt. Het vervangt onder andere de bijstand. Daarmee zijn we ook af van de tegenprestatie, die mensen nu noodgedwongen moeten verrichten, en waar werkgevers als PostNL misbruik van maken. Met een basisinkomen alleen ben je er niet. Daarnaast is meer nodig om een menswaardige maatschappij en kwaliteit van banen en arbeidsvoorwaarden te bereiken. Onze taak is niet klaar als er een basisinkomen is, we blijven opkomen voor de rechten van werknemers. Ik verwacht dat mensen, ook als ze een basisinkomen krijgen, willen blijven werken want dat blijft de manier om je inkomen te verhogen. De FNV blijft zich inzetten voor een eerlijke beloning. Werknemers moeten delen in de economische groei en winsten van bedrijven.

Ik zei het al, een ervaringsdeskundige zit hier in de zaal. Frans Kerver is de eerste en enige Nederlander, die een basisinkomen heeft gehad. Hij vertegenwoordigt een heel klein, maar wel bijzonder sociaal economisch experiment. In een interview met NRC zegt hij: ‘wij moeten als samenleving meer leren delen, dat zijn we vergeten, dat is het basisinkomen.’ Dat spreekt de FNV aan, ook wij willen een eerlijke samenleving, waarin mensen werk en inkomen met elkaar delen.

Aan het begin zei ik dat het basisinkomen niet nieuw is, maar wel in een nieuwe context staat. Ondanks de hoogconjunctuur, zijn de lonen laag en is er veel onzeker werk. Werknemers blijven afhankelijk van werkgevers en profiteren onvoldoende mee van de welvaartsgroei. Hoe ziet de toekomst eruit? Wordt het beter, erger of blijft het zo? We weten het niet, maar we kunnen ons wel voorbereiden. Daarom willen wij een gedegen onderzoek naar het basisinkomen.

Wat gaan we doen vanmiddag? Ik zet graag stappen met jullie op dit onbekende terrein. De FNV wil verder met het onderzoek naar basisinkomen en daar hebben we jullie bij nodig. Wat vinden jullie van het basisinkomen? Wat kan het voor de FNV betekenen? Brengt het onze doelen op de lange termijn dichterbij? Ik zie er naar uit om hierover met elkaar in debat te gaan.

Voor 2019 heeft het FNV nieuwe activiteiten gepland voor het project Basisinkomen. We gaan nader onderzoek doen, naar gedragseffecten met een gedachtenexperiment en naar de mogelijkheden voor financiering van een Basisinkomen. Ook worden er in 2019 bijeenkomsten gehouden, lokaal en sectoraal om leden te informeren en te horen. Wilt u op de hoogte blijven van het project? Stuurt u dan een e-mail aan Tjeerd Bakx (tjeerd.bakx@fnv.nl).

Foto: Burcht van Berlage; Flickr.com

Het bericht FNV Startconferentie Basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Overzicht van experimenten, pilots en aanzetten richting basisinkomen

Overal  zien we experimenten en pilots in de richting van basisinkomen en zaken die je kunt zien als aanzet tot basisinkomen.
Deze pagina geeft toegang tot een beknopte systematische beschrijving daarvan.
De systematiek is ontwikkeld door Rob van Roon (kerngroep basisinkomen Rivierenland), zie  de pagina met de gehanteerde kenmerken.
Het overzicht is nog lang niet compleet. Daar wordt de komende maanden aan gewerkt.
Suggesties voor aanvulling en voor nadere invulling zijn welkom via ons contactformulier.

Afrika

  • Kenia (tekst in voorbereiding)
  • Namibië (volgt later, externe link)
  • Rwanda, 100weeks (volgt later, externe link)
  • Uganda, Eight (volgt later, externe link)


Azië

  • India (tekst in voorbereiding)
  • Iran
  • Macau
Europa

  • Duitsland, HarzPlus (volgt later, externe link)
  • Duitsland, Mein Grundeinkommen (tekst in voorbereiding)
  • Finland (tekst in voorbereiding)
  • VK, Londen 2009 (tekst in voorbereiding)
  • Zwitserland, Rheinau (tekst in voorbereiding)
Noord-Amerika

  • Canada (Mincome) (tekst in voorbereiding)
  • Canada (Ontario) (tekst in voorbereiding)
  • VS, Alaska (tekst in voorbereiding)
  • VS, Californië, Stockton (tekst in voorbereiding)
  • VS, Cherokees
  • VS, pilots 1960s and 1970s (volgt later, externe link)
  • VS (Y combinator) (tekst in voorbereiding

 

Zuid-Amerka

  • Brazilië, Bolsa Familia (tekst in voorbereiding)

Veel Engelstalige informatie over experimenten e.d. is te vinden via de website van BIEN.
Zie ook een beperkt overicht op Wikipedia: Basic income pilots
In Stanford (Californië) wordt gekeken naar experimenten e.d., zie Stanford lab explores experiments in universal basic income, met een Table of Ongoing and Proposed Basic Income and Cash Transfer Programs in the US and Canada.

Zie ook de publicaties op de VBi-website over experimenten.

Het bericht Overzicht van experimenten, pilots en aanzetten richting basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Kenmerken voor een overzicht van experimenten, pilots en aanzetten richting basisinkomen

Over de hele wereld zien we experimenten in de richting van basisinkomen, pilots om de mogelijkheden tot invoering te verkennen en aanzetten tot invoering van zaken die verwant zijn aan basisinkomen.
Op de VBi-website komt binnenkort een pagina met een overzicht en links naar een beknopte systematische beschrijving van deze zaken.
De systematiek is ontwikkeld door Rob van Roon (kerngroep basisinkomen Rivierenland).
Hij heeft voor de systematiek de volgende kenmerken gekozen:

  1. Welk land, stad of streek?
  2. De initiatiefnemers en hun doelstelling?
  3. Doelgroep en de omvang van die doelgroep?
  4. De periode en de looptijd?
  5. De hoogte van het basisinkomen, condities voor verstrekking?
  6. Hoe wordt het gefinancierd?
  7. Is er een onderzoek gekoppeld en wat is de methode?
  8. Wat zijn de uitkomsten van de evaluatie?
  9. Wat is verder nog interessant om te noemen?
  10. Wat is de relevantie voor ons?

Suggesties voor aanvulling en voor nadere invulling zijn welkom via ons contactformulier.

December 2018

Veel Engelstalige informatie over experimenten e.d. is te vinden via de website van BIEN.
Zie ook een beperkt overicht op Wikipedia: Basic income pilots
In Stanford (Californië) wordt gekeken naar experimenten e.d., zie Stanford lab explores experiments in universal basic income, met een Table of Ongoing and Proposed Basic Income and Cash Transfer Programs in the US and Canada.

Zie ook de publicaties op de VBi-website over experimenten.

Het bericht Kenmerken voor een overzicht van experimenten, pilots en aanzetten richting basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Kenmerken voor een overzicht van experimenten, pilots en aanzetten richting basisinkomen

Over de hele wereld zien we experimenten in de richting van basisinkomen, pilots om de mogelijkheden tot invoering te verkennen en aanzetten tot invoering van zaken die verwant zijn aan basisinkomen.
Op de VBi-website komt binnenkort een pagina met een overzicht en links naar een beknopte systematische beschrijving van deze zaken.
De systematiek is ontwikkeld door Rob van Roon (kerngroep basisinkomen Rivierenland).
Hij heeft voor de systematiek de volgende kenmerken gekozen:

  1. Welk land, stad of streek?
  2. De initiatiefnemers en hun doelstelling?
  3. Doelgroep en de omvang van die doelgroep?
  4. De periode en de looptijd?
  5. De hoogte van het basisinkomen, condities voor verstrekking?
  6. Hoe wordt het gefinancierd?
  7. Is er een onderzoek gekoppeld en wat is de methode?
  8. Wat zijn de uitkomsten van de evaluatie?
  9. Wat is verder nog interessant om te noemen?
  10. Wat is de relevantie voor ons?

Suggesties voor aanvulling en voor nadere invulling zijn welkom via ons contactformulier.

December 2018

Veel Engelstalige informatie over experimenten e.d. is te vinden via de website van BIEN.
Zie ook een beperkt overicht op Wikipedia: Basic income pilots
In Stanford (Californië) wordt gekeken naar experimenten e.d., zie Stanford lab explores experiments in universal basic income, met een Table of Ongoing and Proposed Basic Income and Cash Transfer Programs in the US and Canada.

Zie ook de publicaties op de VBi-website over experimenten.

Het bericht Kenmerken voor een overzicht van experimenten, pilots en aanzetten richting basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Bericht van de penningmeester 2018-12

Bericht van de penningmeester

Het jaar 2018 loopt bijna ten einde. We maken alvast de balans op van de tot nu toe ontvangen contributie. De betaling ervan voor 2018 loopt ongeveer gelijk op aan het jaar ervoor qua aantal mensen dat contributie heeft betaald. Ook dit jaar zijn er weer teveel die nog niet betaald hebben. De meeste leden die in 2018 nog geen bijdrage hebben overgemaakt zullen deze week nog een betalingsverzoek per post ontvangen. Een restgroep zal via email nog een keer benaderd worden. Ik wil ook graag langs deze weg, al die mensen oproepen alsnog voor het eind van het jaar hun bijdrage te betalen.

En voor de mensen die al wel betaald hebben, natuurlijk onze dank dat u ons weer gesteund heeft dit jaar. In deze donkere dagen denken we daarbij wat vaker aan hen die het financieel en anderszins moeilijk hebben. Als penningmeester heb ik ook dit jaar wil veel mail gehad van mensen die aangeven hun bijdrage met moeite, of helemaal niet kunnen betalen. We hebben langs deze weg toch tientallen leden verloren. Gelukkig is er ook weer nieuwe instroom waarvan het tot nu toe weer meer was dan het aantal vertrekkende leden.

Voor leden die nu gelijk aan de slag willen gaan om hun bijdrage over te maken nog even de gegevens:

  • Het lidmaatschapsbedrag is € 36,- per jaar
  • Mensen met een minimuminkomen betalen € 12,- per jaar.
  • Zij die een inkomen van tweemaal modaal of meer hebben worden verzocht om jaarlijks € 60,- over te maken
  • Wie meer kan bijdragen vragen wij dit zo veel als mogelijk te doen.
  • Het rekeningnummer van de Vereniging Basisinkomen is: NL52TRIO 0391 2270 68,
  • BIC: TRIONL2U

 

Alvast mijn hartelijke dank voor uw bijdrage.

Ik wens u prettige feestdagen en alvast een goed nieuwjaar.

Marten Kramer,  Penningmeester Vereniging Basisinkomen

P.S. : Er loopt nog een tijdelijke actie waarbij nieuwe leden een gratis exemplaar van het boek ‘Gratis Geld’ van Rutger Bregman ontvangen. Wellicht kent u nog iemand die lid wil worden

Het bericht Bericht van de penningmeester 2018-12 verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Bericht van de penningmeester 2018-12

Bericht van de penningmeester

Het jaar 2018 loopt bijna ten einde. We maken alvast de balans op van de tot nu toe ontvangen contributie. De betaling ervan voor 2018 loopt ongeveer gelijk op aan het jaar ervoor qua aantal mensen dat contributie heeft betaald. Ook dit jaar zijn er weer teveel die nog niet betaald hebben. De meeste leden die in 2018 nog geen bijdrage hebben overgemaakt zullen deze week nog een betalingsverzoek per post ontvangen. Een restgroep zal via email nog een keer benaderd worden. Ik wil ook graag langs deze weg, al die mensen oproepen alsnog voor het eind van het jaar hun bijdrage te betalen.

En voor de mensen die al wel betaald hebben, natuurlijk onze dank dat u ons weer gesteund heeft dit jaar. In deze donkere dagen denken we daarbij wat vaker aan hen die het financieel en anderszins moeilijk hebben. Als penningmeester heb ik ook dit jaar wil veel mail gehad van mensen die aangeven hun bijdrage met moeite, of helemaal niet kunnen betalen. We hebben langs deze weg toch tientallen leden verloren. Gelukkig is er ook weer nieuwe instroom waarvan het tot nu toe weer meer was dan het aantal vertrekkende leden.

Voor leden die nu gelijk aan de slag willen gaan om hun bijdrage over te maken nog even de gegevens:

  • Het lidmaatschapsbedrag is € 36,- per jaar
  • Mensen met een minimuminkomen betalen € 12,- per jaar.
  • Zij die een inkomen van tweemaal modaal of meer hebben worden verzocht om jaarlijks € 60,- over te maken
  • Wie meer kan bijdragen vragen wij dit zo veel als mogelijk te doen.
  • Het rekeningnummer van de Vereniging Basisinkomen is: NL52TRIO 0391 2270 68,
  • BIC: TRIONL2U

 

Alvast mijn hartelijke dank voor uw bijdrage.

Ik wens u prettige feestdagen en alvast een goed nieuwjaar.

Marten Kramer,  Penningmeester Vereniging Basisinkomen

P.S. : Er loopt nog een tijdelijke actie waarbij nieuwe leden een gratis exemplaar van het boek ‘Gratis Geld’ van Rutger Bregman ontvangen. Wellicht kent u nog iemand die lid wil worden

Het bericht Bericht van de penningmeester 2018-12 verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.