Wees socialer en eerlijker voor ‘de ruggengraat van Nederland’

Wopke Hoekstra vroeg de captains of industry socialer en eerlijker te zijn voor de ruggengraat van de Nederlandse samenleving. Joop Böhm suggereert hem om daarmee te beginnen door meer belastingen te heffen op basis van draagkracht van de belastingbetaler. Inclusief een basisinkomen als negatieve inkomstenbelasting.
Plus een aanpassing van de vermogensbelasting.

Het AD van zaterdag 9 februari 2019 bracht een samenvatting van de Bilderberg-lezing waarbij onze minister van financiën, Wopke Hoekstra, ‘captains of industry’ opriep socialer en eerlijker te zijn voor de ruggengraat van de Nederlandse samenleving.

Mooi, zult u zeggen. Maar luidt het gezegde niet: “verbeter de wereld, begin bij uzelf”? Ligt het dan niet meer voor de hand dat Wopke Hoekstra onze regering, waar hij zelf deel van uitmaakt, oproept om een socialer en eerlijker beleid te voeren ten opzichte van ‘de ruggengraat van onze samenleving’?

In het AD van woensdag 6 februari jl. stond bijvoorbeeld dat in het afgelopen jaar 932 Amersfoorters en Leusdenaren problemen hadden met het betalen van de energierekening. Directeur Dick van Maanen van schuldhulpbureau Stadsring51 vraagt zich af: “Maar hoe gaat dat aantal zich ontwikkelen nu de energierekening fors gaat stijgen?” Dat een groeiend aantal huishoudens onder het bestaansminimum dreigt te komen, noemt de directeur onacceptabel.

Het probleem dat de overheid over zich heeft afgeroepen is dat steeds meer belastingen worden geheven zonder te kijken naar de draagkracht van de belastingbetaler. Arm en rijk betalen de gebruiksbelastingen naar dezelfde maatstaven.

De oplossing is simpel: pas de belasting op inkomsten aan en schrap de belasting op eerste levensbehoeften. Maar in plaats daarvan heeft het kabinet juist de lage BTW van 6% met de helft verhoogd tot 9%!

Maar het is nog niet te laat. De belastingherziening die ik suggereer gaat uit van

  • Een inkomstenbelasting van 40%;
  • Een topbelasting van 30% op inkomsten boven modaal (stel boven € 40.000);
  • En voor personen die naar het oordeel van de politiek tot onze samenleving behoren:
    Een onvoorwaardelijke negatieve belasting (UBI) op het niveau van de armoedegrens (stel € 18.000). (De Europese armoedegrens is door de Europese Raad namelijk vastgesteld op 60% van het mediane besteedbare inkomen, in Nederland rond € 30.000 netto).

 
Het onderstaande overzicht laat dan zien wat iemand netto in handen krijgt en hoeveel procent dat is van het bruto inkomen:

bruto
inkomen
inkomsten
belasting
top
belasting
UBI netto
inkomen
netto in %
van bruto
0 0 0 18.000 18.000
25.000 10.000 0 18.000 33.000 132 %
50.000 20.000 3.000 18.000 45.000 90 %
75.000 30.000 10.500 18.000 52.500 70 %
100.000 40.000 18.000 18.000 60.000 60 %
187.000*) 74.800 44.100 18.000 86.100 46 %
500.000 200.000 138.000 18.000 180.000 36 %
1.000.000 400.000 288.000 18.000 330.000 33 %

*) Balkenendenorm

Rekenen we de lage middeninkomens tussen € 25.000 en € 50.000,  dan betalen die mensen tussen min 32 % en plus 10% belasting.
De hogere middeninkomens, tussen € 50.000 en € 75.000, betalen dan tussen 10 en 30% belasting.
Vergeleken met de huidige tarieven lijkt me dat een reële verbetering!

Voor een aanpassing van de vermogensbelasting verwijs ik naar het manifest voor een democratischer Europa, dat Thomas Piketty op 11 december 2018 naar buiten bracht Europa (Manifesto for the democratisation of Europe). Het was mede opgesteld door een vijftigtal economen, historici en (voormalige) politici.
In dat manifest wordt voorgesteld een belasting van 1% op vermogens  boven € 1.000.000  en 2% op vermogens boven € 5.000.000.

Met deze opties zet men een flinke stap naar een rechtvaardiger fiscaal beleid!

Joop Böhm, Amersfoort, februari 2019

 

Het bericht Wees socialer en eerlijker voor ‘de ruggengraat van Nederland’ verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Rheinau, een poging tot een test voor de toekomst

Overal zien we experimenten en pilots in de richting van basisinkomen en zaken die je kunt zien als aanzet tot basisinkomen.
Deze keer aandacht voor Dorf testet Zukunft, een burgerinitiatief in het Zwitserse dorp Rheinau  dat helaas alweer is gestopt.
Zie hier het gehele overzicht van experimenten etc. en  hier de reeds verschenen publicaties.

Welk land, stad of streek
Het Zwitserse dorpje Rheinau (1300 inwoners).

De initiatiefnemers en hun doelstelling
Het gaat om een burgerinitiatief genaamd Dorf testet Zukunft. Initiefneemster in eerste aanzet is Rebecca Panian, een filmmaakster.
Ze willen vooral weten wat deze aanpak doet met de mensen en met de gemeenschap en vooral “how we want to live in the future”.
Armoedebestrijding is geen doelstelling.

Doelgroep en de omvang van die doelgroep?
De doelgroep was alle 809 inwoners van het dorp. 770 hebben zich daadwerkelijk aangemeld.

De periode en looptijd
Start fondswerving in oktober 2019, maar in december geconstateerd dat er veel te weinig binnen kwam. De looptijd zou minimaal een jaar zijn.

De hoogte van het BI, condities voor verstrekking?
Afhankelijk van de leeftijd. Volwassenen (ouder dan 25 jaar) ontvangen CHF 2.500 per maand.
Als je overige inkomstenbronnen hebt, worden deze in mindering gebracht.
Buiten de inkomensafhankelijkheid worden verder geen voorwaarden gesteld.

Hoe wordt het gefinancierd?
Ongeveer € 4,4 miljoen (CHF 6,1 miljoen) is nodig.
Financiering door crowdfunding, investeerders, geen belastinggelden.
Start in oktober 2018. Eind 2018 was slechts CHF 150.000 binnen.

Is er een onderzoek gekoppeld en wat is de methode?
Tijdens het experiment wordt onderzoek gedaan door open vragen te stellen aan de deelnemers en deze later te analyseren.
Er is een zeer uitgebreide FAQ met antwoorden op praktische en inhoudelijke vragen op de website www.dorftestetzukunft.ch

Wat is verder nog interessant om te noemen?
Zwitserland heeft in 2016 een referendum georganiseerd. Het idee voor een BI is verworpen met 77% van de stemmen (zie NRC 5 juni 2016 en BIEN 2016).

Wat is de relevantie voor ons?
Het is een burgerinitiatief in een welvarend land, maar financiering zonder grote sponsors (overheid of bedrijfsleven) lijkt niet erg haalbaar.

Bronnen

 

Naar een tekst van Rob van Roon, november 2018.
Laatste bewerking februari 2019
Correcties en aanvullingen welkom via ons contactformulier

Het bericht Rheinau, een poging tot een test voor de toekomst verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Voorlopige resultaten Fins experiment hoopgevend: Basisinkomen maakt mensen gelukkig!

Meer welzijn, betere gezondheid, minder stress en meer opleiding. En geen daling van de bereidheid betaald te werken, maar een kleine stijging daarvan. Hoopgevende voorlopige resultaten uit Finland.

EERSTE RESULTATEN PROEF HOOPGEVEND

Meer welzijn, betere gezondheid, minder stress en meer opleiding. Dat blijkt uit de eerste voorlopige resultaten van het eerste jaar van het tweejarige experiment met langdurige werklozen in Finland.

De impact op de werkgelegenheid lijkt minimaal na het eerste proefjaar. De ontvangers van een basisinkomen werkten gemiddeld een halve dag meer dan de controlegroep. Gemiddeld waren de mensen met een basisinkomen 49,64 dagen in loondienst, tegenover 49,25 dagen in de controlegroep.
Dat is  1 % meer betaald werk,  maar dat noemen de onderzoekers statistisch niet betrouwbaar. De grens daarvoor lijkt bij 1.2 %  te liggen. Uit het beroemde Canadese Mincome experiment kwam juist een daling met enkele procenten  en in Nederland voorspelt het CPB een daling van 5 % van de deelname aan betaald werk.
De eerste Finse resultaten laten zien dat voor deze groep langdurig werklozen de werkzaamheid  NIET afneemt. De mythe dat mensen lui op de bank gaan hangen is eerder ontkracht dan bevestigd in Finland.
De eerlijkheid gebiedt overigens wel te melden dat een belangrijke te toetsen hypothese in Finland was dat betrokken wel meer zouden gaan werken dan andere werklozen. Die optimistische kijk is dus niet of nauwelijks bevestigd.

In de Finse publicatie (Preliminary results of the basic income experiment: self-perceived wellbeing improved, during the first year no effects on employment) wordt sterk benadrukt dat dit de eerste voorlopige resultaten zijn. Nader onderzoek duurt nog ongeveer een jaar. Ondertussen is voorzichtigheid geboden met de nu gepresenteerde resultaten.

Voorlopig kunnen voorstanders van basisinkomen tevreden zijn dat basisinkomen zeker stress vermindert en welzijn en geluk bevordert, terwijl de tegenstanders niet gesteund worden in hun geloof dat basisinkomen lui maakt.

Op 8-2-2019 was de aangeraden voorzichtigheid in elk geval niet besteed aan de NOS, die een oppervlakkig artikel publiceerde met als kop dat de proef in Finland mislukt was. Na een paar tweets van Rutger Bregman is de kop afgezwakt tot Proef met basisinkomen in Finland zet mensen niet aan om te werken. De eerste zin van het NOS-bericht is nog steeds naast de waarheid: ’Een proef in Finland met een basisinkomen voor 2000 werklozen heeft er niet toe geleid dat ze zijn gaan werken.’
Is dit nu luie journalistiek of is het erger?
Ook Elsevier bakte het bruin met een artikel Basisinkomen weinig succesvol: ook Finland stopt ermee. Niet onbelangrijk detail is dat de huidige conservatieve Finse regering al in het voorjaar van 2018, toen het experiment halverwege was en nog geen enkel resultaat beschikbaar was, besloten heeft het experiment niet voort te zetten na de afloop eind 2018.
Veel genuanceerder was Nu.nl met een nieuwsitem (Basisinkomen leidt bij Finse test tot geluk, maar niet tot meer werk) en een achtergrondartikel (Gaat dat basisinkomen er ooit nog van komen in Nederland?)

Gelukkig is er ook een stevig tegengeluid. Rutger Bregman publiceerde een opiniestuk in de Volkskrant:  ‘Fins experiment met basisinkomen wel degelijk geslaagd’

Laten we met vertrouwen de definitieve resultaten afwachten.

Alexander der Roo en Reyer Brons, 9-2-2019

Zie voor meer informatie over het experiment in Finland het artikel op onze website Finland, een lopend experiment met veel gedoe

Het bericht Voorlopige resultaten Fins experiment hoopgevend: Basisinkomen maakt mensen gelukkig! verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Voorlopige resultaten Fins experiment hoopgevend: Basisinkomen maakt mensen gelukkig!

Meer welzijn, betere gezondheid, minder stress en meer opleiding. En geen daling van de bereidheid betaald te werken, maar een kleine stijging daarvan. Hoopgevende voorlopige resultaten uit Finland.

EERSTE RESULTATEN PROEF HOOPGEVEND

Meer welzijn, betere gezondheid, minder stress en meer opleiding. Dat blijkt uit de eerste voorlopige resultaten van het eerste jaar van het tweejarige experiment met langdurige werklozen in Finland.

De impact op de werkgelegenheid lijkt minimaal na het eerste proefjaar. De ontvangers van een basisinkomen werkten gemiddeld een halve dag meer dan de controlegroep. Gemiddeld waren de mensen met een basisinkomen 49,64 dagen in loondienst, tegenover 49,25 dagen in de controlegroep.
Dat is  1 % meer betaald werk,  maar dat noemen de onderzoekers statistisch niet betrouwbaar. De grens daarvoor lijkt bij 1.2 %  te liggen. Uit het beroemde Canadese Mincome experiment kwam juist een daling met enkele procenten  en in Nederland voorspelt het CPB een daling van 5 % van de deelname aan betaald werk.
De eerste Finse resultaten laten zien dat voor deze groep langdurig werklozen de werkzaamheid  NIET afneemt. De mythe dat mensen lui op de bank gaan hangen is eerder ontkracht dan bevestigd in Finland.
De eerlijkheid gebiedt overigens wel te melden dat een belangrijke te toetsen hypothese in Finland was dat betrokken wel meer zouden gaan werken dan andere werklozen. Die optimistische kijk is dus niet of nauwelijks bevestigd.

In de Finse publicatie (Preliminary results of the basic income experiment: self-perceived wellbeing improved, during the first year no effects on employment) wordt sterk benadrukt dat dit de eerste voorlopige resultaten zijn. Nader onderzoek duurt nog ongeveer een jaar. Ondertussen is voorzichtigheid geboden met de nu gepresenteerde resultaten.

Voorlopig kunnen voorstanders van basisinkomen tevreden zijn dat basisinkomen zeker stress vermindert en welzijn en geluk bevordert, terwijl de tegenstanders niet gesteund worden in hun geloof dat basisinkomen lui maakt.

Op 8-2-2019 was de aangeraden voorzichtigheid in elk geval niet besteed aan de NOS, die een oppervlakkig artikel publiceerde met als kop dat de proef in Finland mislukt was. Na een paar tweets van Rutger Bregman is de kop afgezwakt tot Proef met basisinkomen in Finland zet mensen niet aan om te werken. De eerste zin van het NOS-bericht is nog steeds naast de waarheid: ’Een proef in Finland met een basisinkomen voor 2000 werklozen heeft er niet toe geleid dat ze zijn gaan werken.’
Is dit nu luie journalistiek of is het erger?
Ook Elsevier bakte het bruin met een artikel Basisinkomen weinig succesvol: ook Finland stopt ermee. Niet onbelangrijk detail is dat de huidige conservatieve Finse regering al in het voorjaar van 2018, toen het experiment halverwege was en nog geen enkel resultaat beschikbaar was, besloten heeft het experiment niet voort te zetten na de afloop eind 2018.
Veel genuanceerder was Nu.nl met een nieuwsitem (Basisinkomen leidt bij Finse test tot geluk, maar niet tot meer werk) en een achtergrondartikel (Gaat dat basisinkomen er ooit nog van komen in Nederland?)

Gelukkig is er ook een stevig tegengeluid. Rutger Bregman publiceerde een opiniestuk in de Volkskrant:  ‘Fins experiment met basisinkomen wel degelijk geslaagd’

Laten we met vertrouwen de definitieve resultaten afwachten.

Alexander der Roo en Reyer Brons, 9-2-2019

Zie voor meer informatie over het experiment in Finland het artikel op onze website Finland, een lopend experiment met veel gedoe

Het bericht Voorlopige resultaten Fins experiment hoopgevend: Basisinkomen maakt mensen gelukkig! verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Voorlopige resultaten Fins experiment hoopgevend: Basisinkomen maakt mensen gelukkig!

Meer welzijn, betere gezondheid, minder stress en meer opleiding. En geen daling van de bereidheid betaald te werken, maar een kleine stijging daarvan. Hoopgevende voorlopige resultaten uit Finland.

EERSTE RESULTATEN PROEF HOOPGEVEND

Meer welzijn, betere gezondheid, minder stress en meer opleiding. Dat blijkt uit de eerste voorlopige resultaten van het eerste jaar van het tweejarige experiment met langdurige werklozen in Finland.

De impact op de werkgelegenheid lijkt minimaal na het eerste proefjaar. De ontvangers van een basisinkomen werkten gemiddeld een halve dag meer dan de controlegroep. Gemiddeld waren de mensen met een basisinkomen 49,64 dagen in loondienst, tegenover 49,25 dagen in de controlegroep.
Dat is  1 % meer betaald werk,  maar dat noemen de onderzoekers statistisch niet betrouwbaar. De grens daarvoor lijkt bij 1.2 %  te liggen. Uit het beroemde Canadese Mincome experiment kwam juist een daling met enkele procenten  en in Nederland voorspelt het CPB een daling van 5 % van de deelname aan betaald werk.
De eerste Finse resultaten laten zien dat voor deze groep langdurig werklozen de werkzaamheid  NIET afneemt. De mythe dat mensen lui op de bank gaan hangen is eerder ontkracht dan bevestigd in Finland.
De eerlijkheid gebiedt overigens wel te melden dat een belangrijke te toetsen hypothese in Finland was dat betrokken wel meer zouden gaan werken dan andere werklozen. Die optimistische kijk is dus niet of nauwelijks bevestigd.

In de Finse publicatie (Preliminary results of the basic income experiment: self-perceived wellbeing improved, during the first year no effects on employment) wordt sterk benadrukt dat dit de eerste voorlopige resultaten zijn. Nader onderzoek duurt nog ongeveer een jaar. Ondertussen is voorzichtigheid geboden met de nu gepresenteerde resultaten.

Voorlopig kunnen voorstanders van basisinkomen tevreden zijn dat basisinkomen zeker stress vermindert en welzijn en geluk bevordert, terwijl de tegenstanders niet gesteund worden in hun geloof dat basisinkomen lui maakt.

Op 8-2-2019 was de aangeraden voorzichtigheid in elk geval niet besteed aan de NOS, die een oppervlakkig artikel publiceerde met als kop dat de proef in Finland mislukt was. Na een paar tweets van Rutger Bregman is de kop afgezwakt tot Proef met basisinkomen in Finland zet mensen niet aan om te werken. De eerste zin van het NOS-bericht is nog steeds naast de waarheid: ’Een proef in Finland met een basisinkomen voor 2000 werklozen heeft er niet toe geleid dat ze zijn gaan werken.’
Is dit nu luie journalistiek of is het erger?
Ook Elsevier bakte het bruin met een artikel Basisinkomen weinig succesvol: ook Finland stopt ermee. Niet onbelangrijk detail is dat de huidige conservatieve Finse regering al in het voorjaar van 2018, toen het experiment halverwege was en nog geen enkel resultaat beschikbaar was, besloten heeft het experiment niet voort te zetten na de afloop eind 2018.
Veel genuanceerder was Nu.nl met een nieuwsitem (Basisinkomen leidt bij Finse test tot geluk, maar niet tot meer werk) en een achtergrondartikel (Gaat dat basisinkomen er ooit nog van komen in Nederland?)

Gelukkig is er ook een stevig tegengeluid. Rutger Bregman publiceerde een opiniestuk in de Volkskrant:  ‘Fins experiment met basisinkomen wel degelijk geslaagd’

Laten we met vertrouwen de definitieve resultaten afwachten.

Alexander der Roo en Reyer Brons, 9-2-2019

Zie voor meer informatie over het experiment in Finland het artikel op onze website Finland, een lopend experiment met veel gedoe

Het bericht Voorlopige resultaten Fins experiment hoopgevend: Basisinkomen maakt mensen gelukkig! verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Lokaal experiment met de bijstand in Nijmegen

Overal zien we experimenten en pilots in de richting van basisinkomen en zaken die je kunt zien als aanzet tot basisinkomen.
Deze keer aandacht voor het op dit moment lopende lokale experiment in Nijmegen met versoepelde bijstand.
Zie hier het gehele overzicht van experimenten etc. en  hier de reeds verschenen publicaties.
Er is een eerder algemeen bericht over de experimenten in Nederland, waar deze specificatie voor Nijmegen bij aansluit.

De initiatiefnemers en hun doelstelling?
In Nijmegen komt het initiatief van Groen Links, zie het artikel Voordelen van een lokaal basisinkomen-experiment. Hun overtuiging is dat een versimpeling van regelgeving, gebaseerd op belonen en vertrouwen, meer uit mensen haalt en uiteindelijk goedkoper is dan het huidige systeem.

Doelgroep en de omvang van die doelgroep
Aantal deelnemers: 340 mensen met een bijstandsuitkering, verdeeld over 3 groepen (2 experimenteel en 1 controlegroep).

De periode en de looptijd
Het experiment vindt plaats tussen 1 oktober 2017 en 1 oktober 2019.

De hoogte van het basisinkomen, condities voor verstrekking
Het gaat zoals aangegeven niet om een (echt) basisinkomen, maar om een bijstandsuitkering met andere voorwaarden. De hoogte is dus gelijk aan een bijstandsuitkering.
De condities verschillen per groep:

  • Groep 1: mogelijkheid om meer bij te verdienen naast de uitkering (50% ipv 25%, gedurende de looptijd van het experiment ipv max. 6 maanden, tot hetzelfde maximum als regulier, te weten € 200, én vervallen van verplichtingen rondom re-integratie. Verplichtingen om inlichtingen aan gemeente te verstrekken (over bijvoorbeeld woonplaats en vermogen) blijven van kracht.
  • Groep 2: mogelijkheid om meer bij te verdienen naast de uitkering (50% ipv 25%, gedurende de looptijd van het experiment ipv max. 6 maanden, tot hetzelfde maximum als regulier, te weten € 200), én intensieve begeleiding richting door deelnemer gekozen doel (vrijwilligerswerk, ondernemerschap, deeltijdwerk, voltijdwerk). Begeleiding bestaat uit groepsbijeenkomsten / groepscoaching, mogelijkheid tot individuele coaching, extra themabijeenkomsten (bijvoorbeeld rond ondernemerschap of vrijwilligerswerk), en reguliere re-integratie-instrumenten.
  • Groep 3: controlegroep.
     

Is er een onderzoek gekoppeld en wat is de methode?
Wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan door de Radboud Universiteit, Radboud Social Cultural Research, afdeling Sociologie (prof. Peer Scheepers, dr. Maurice Gesthuizen, dr. Niels Spierings en  drs. János Betkó).
De methode is experimenteel onderzoek met controlegroep (‘randomized  controlled trial’).

Wat zijn de uitkomsten van de evaluatie?
Het experiment loopt nog, eerste uitkomsten volgen waarschijnlijk eind 2019 / begin 2020.

Bronnen:


Reyer Brons, met input van János Betkó, februari 2019
Laatste bewerking februari 2019
Correcties en aanvullingen welkom via ons contactformulier

 

Het bericht Lokaal experiment met de bijstand in Nijmegen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Hoe gaan we verder met de vragen van Ingrid Robeyns rond Basisinkomen?

Laten we beginnen met een plan om een Basisinkomen in te voeren van € 1.000 per maand voor volwassenen en € 110 voor kinderen.
Voor mensen die daarbij in de problemen komen, zoals zieken en gehandicapten kan het bestaande systeem van Persoonsgebonden Budgetten (PGB) enige uitbreiding krijgen.
Uitgezocht moet worden hoe dit plan van Theo Heutinck financieel gedekt kan worden
.

De manier waarop Ingrid Robeyns haar visie op Basisinkomen onder woorden brengt in haar annotatie  “Het basisinkomen ,waarom zouden we dat (niet) willen?”  en met name de latere samenvatting in Trouw spreekt mij zeer aan. Het sluit aan bij wat ik eerder heb uitgesproken in de Denktank Basisinkomen.
Retoriek i.p.v. onderbouwing voert de boventoon in de discussie over basisinkomen schrijft Ingrid. Dat slaat zowel op voorstanders als op tegenstanders.
Zo heb ik nogal wat moeite  met sommige mail-berichten in de Denktank Basisinkomen. Wat voegen deze toe aan het dichterbij brengen van de invoering van een Basisinkomen?
Er zullen uiteraard nog wel detail-aspecten zijn die om aandacht vragen voor het besluit tot invoering van een basisinkomen genomen kan worden.

De vraag die Ingrid stelt in haar publicatie is:  Wat willen we met een Basisinkomen bereiken?

Ik denk dat het goed zou zijn als alle voorstanders van een Basisinkomen en met name ook de Vereniging Basisinkomen (VBi)  zich nog eens over deze vraag buigen.

A. Uitgangspunten

Voor mij gelden  de volgende uitgangspunten:

  1. De huidige situatie in Nederland m.b.t het Sociale Stelsel.

In Nederland kennen we een Sociaal Stelsel dat complex, bureaucratisch, duur en fraudegevoelig is. Het is wenselijk na te denken over een nieuw stelsel.

  1. Kansen en bedreigingen m.b.t. de toekomst.

De toenemende automatisering en robotisering zal in de nabije toekomst ingrijpende gevolgen hebben voor de arbeidsmarkt.
In het boek Homo Deus van Yuval Noah Harari  “Een kleine geschiedenis van de toekomst” wordt beschreven dat we rekening moeten houden met een toenemend aantal mensen die geen economische waarde meer zullen hebben op de arbeidsmarkt. Dit zal betrekking hebben op alle sectoren van de samenleving.
Als die allemaal in de WW komen wordt de WW onbetaalbaar.

Een Basisinkomen zou mijns inziens voor beide punten een oplossing kunnen bieden.

Opmerking:
Vaak wordt armoedebestrijding ook als uitgangspunt genoemd. Ik ben van mening dat armoedebestrijding geen uitgangspunt van de invoering van een Basisinkomen kan/mag zijn.
Er zullen altijd rijke en minder rijke mensen blijven maar waar ligt de grens van armoede.
Een Onvoorwaardelijk Basisinkomen (OBI) voor iedereen zal  ongetwijfeld een positieve bijdrage leveren aan de bestrijding van armoede.
Ook kwaliteit van leven wordt soms genoemd. Hier is het zelfde van toepassing als bij armoedebestrijding: waar ligt de grens?  OBI zal zeker ook een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van leven.

B. Hoe verder?

Laten we beginnen met een plan om een Basisinkomen  in te voeren van € 1.000 per maand voor 18 jarigen en ouder en € 110 per maand voor onder de 18 jaar. Schrap in het plan alle uitkeringen en toeslagen.
Er zullen ongetwijfeld in die situatie meerdere mensen zijn die in de problemen komen. Denk aan zieken en gehandicapten. Daarom stel ik voor het bestaande systeem van Persoonsgebonden Budgetten (PGB) enige uitbreiding te geven. Verderop in dit artikel een nadere toelichting  op dit voorstel.
Daarnaast moet meer nadruk gelegd worden op het positieve gedrag van mensen als ze niet meer betutteld worden en in hun waarde worden gelaten. In deze verwijs ik naar 100weeks projecten in Afrika..
Een basisinkomen zal eenzelfde positieve gedragsverandering tot stand kunnen brengen in onze samenleving.

C. Vragen van Ingrid Robeyns.

 Ingrid Robeyns stelt de vraag: is Basisinkomen wenselijk. Het antwoord vinden we niet door retoriek maar door diepgang en antwoorden op drie nadere vragen die ze stelt:

C.1. Wat gebeurt er indien  alle uitkeringen en toeslagen worden vervangen door een Basisinkomen?

Een antwoord gebaseerd op een goede analyse ontbreekt tot nog toe, ook bij  VBi.  Er zijn alleen wat aannames.
Ingrid Robeyns denkt  dat het basisinkomen nooit hoog genoeg kan zijn om alle voorzieningen als uitkeringen en toeslagen te kunnen schrappen. Zeker zal dat in een aantal persoonlijke situaties het geval zijn.
Mijn voorstel is daarom om naast een basisinkomen van € 1.000 resp. € 110 per maand en per persoon  een PGB-mogelijkheid  in te stellen voor in principe  alle Nederlanders. Dit lijkt mij een zeer pragmatische en bruikbare oplossing.
Het systeem PGB kennen we al  in Nederland. Ook heeft iedere Nederlander al een Burger-Service -Nummer (BSN). Dus  een PGB-nummer is in principe snel gemaakt.
Iedereen die nu een PGB heeft wordt uiteraard gekort met € 1.000 of  € 110.
In principe kan elke Nederlander voor een PGB , als aanvulling op het basisinkomen, in aanmerking komen.
Het is belangrijk dat e.e.a. goed georganiseerd wordt om oneigenlijk gebruik en misbruik te  voorkomen.
Ik laat aan anderen over hoe dat zou kunnen. Ik heb geen kennis van PGB –systematiek.
Wat voorkomen moet worden is dat er weer  bureaucratische rompslomp ontstaat.

Pieter OmtzigtZelf denk ik aan een rol voor de belastingdienst. Als iemand, volgens deskundigen in aanmerking zou komen voor een PGB zou ook met de belastingdienst gecheckt moeten worden of er belemmeringen zijn (stapeling etc.).
Als check en uitbetaling door de belastingdienst (die ook de inkomens – en vermogenspositie van elke Nederlander kent) worden geregeld, kan een betrouwbaar systeem tot stand komen.
Instanties als SVB (Sociale Verzekeringsbank) en UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen) zijn dan (deels) overbodig  geworden. Wellicht  heeft de Belastingdienst enige aanvullende  capaciteit nodig maar na opheffen van SVB en UWV zal voldoende deskundige capaciteit beschikbaar zijn.

C.2. Wat  willen we bereiken met een Basisinkomen?

Een Basisinkomen zorgt voor een zekere mate van inkomenszekerheid. De hoogte ervan hangt af van de haalbaarheid en de betaalbaarheid. Een Basisinkomen van € 1.000  resp.  €110 E betekent voor een gezin met 2 kinderen in Nederland een gegarandeerd belastingvrij inkomen van € 2.220 E.  Mijns inziens is dat redelijk te noemen.
Als er dan ook nog sprake is van 1 (of 2) betaalde banen is het totale  inkomen bijna riant te noemen.

Er moet natuurlijk wel afgedekt zijn dat werkgevers niet de truc uit kunnen halen om lonen en salarissen met overeenkomstige bedragen als het basisinkomen te verlagen.

De conclusie kan dus zijn dat een Basisinkomen van € 1.000 resp. € 110  een realistisch plan zal zijn als uitgangspunt met daarnaast het PGB voorstel.  Het antwoord is dus een redelijke inkomenszekerheid. Alle reden dus om met vereende krachten aan dit plan te werken.

C.3. Zijn er alternatieven en hoe scoren die?

Een terechte vraag.
Massaal investeren in de publieke sector (Ingrid noemt basisbanen als alternatief) is voor mij uit den boze omdat dit meer betaalde banen bij de overheid tot gevolg zal hebben. We willen juist minder regelgeving en een goedkopere overheid. Een basisinkomen van € 1.000  stimuleert mensen om zelf extra inkomen te zoeken d.m.v. activiteiten die beter bij hun passen (zonder overheidsbemoeienis). Veel mensen in betaalde banen zullen steeds mee vrije tijd tot hun beschikking krijgen (25-urige werkweek?) zodat ook meer tijd beschikbaar komt voor vrijwilligerswerk en participatie.
De vraag of er betere alternatieven zijn kan ik niet beantwoorden. Ik kan ze niet bedenken.
Wie dat wel kan mag het zeggen.

C.4. Aanvullende vraag: Hoe willen we een basisinkomen realiseren?

Als aanvulling op de 3 vragen van Ingrid  Robeyns moet m.i. een  vraag  toegevoegd worden:
Langs welke weg kunnen we een plan om een basisinkomen in te voeren het beste realiseren?

Het antwoord is: door draagvlak te creëren.
Architect Thomas Rau heeft “Material Matters” gepubliceerd, het alternatief voor onze  roofbouwmaatschappij. Daaruit is mijn idee als antwoord op bovenstaande vraag voortgekomen.
Rau:
Ieder huishouden zit met het probleem van vuile was en velen hebben daarvoor een wasmachine.
Kan dat anders vraagt Rau zich af en begint bij het begin. Een huishouden heeft vuile was en de doelstelling is: schone was. Wasserette kan maar is duur. Daarom stelt Rau voor geen wasmachines  meer aan te schaffen maar te leasen. (Kosten € 1-5  per week bij levensduur 4-8 jaar). De fabrikant blijft eigenaar van de machine en heeft er alle belang bij duurzaam en efficiënt te produceren (modulebouw, recyclen, duurzaam materiaal  etc. etc.).

Hoe vertaalt zich dat nu naar het basisinkomen?

Bij het uitwerken van het invoeringsplan voor het basisinkomen zullen we ons steeds moeten afvragen ‘’hoe creëer ik maximaal draagvlak” zowel in de politiek als in de samenleving.
Voorbeeld:
Door te stellen dat hypotheekrente-aftrek volledig afgeschaft moet worden zal er weinig draagvlak  te vinden zijn.
Door te stellen dat hypotheekrente-aftrek alleen geldt tot b.v. € 300.000 (het idee van aftrek is geboren om minder draagkrachtigen ook kansen op een eigen huis te bieden) zal er veel meer draagvlak zijn.
Een gewone Nederlander zal dit begrijpen en bovendien nog een soort gevoel van rechtvaardigheid ervaren. Dus meer draagvlak.
Dus  elk voorstel dat gelanceerd wordt zal niet alleen feitelijk grondig onderbouwd moeten zijn maar ook beoordeeld moeten worden op draagvlak.

D. De weg naar een zo snel mogelijke uitvoering van  het plan.

Zoals hierboven al kort is aangeduid stel ik voor om te beginnen met een plan om een basisinkomen in te voeren van € 1.000 per maand  per persoon voor Nederlanders van 18 jaar en ouder en € 110  per maand per persoon onder 18 jaar. De € 1.000 is gebaseerd op AOW voor samenwonenden + vakantie toeslag + ongeveer 10 %.  De € 110 is gebaseerd  op de gemiddelde kinderbijslag + ongeveer 10 %.  Zeer eenvoudig, je hoeft niets uit te zoeken m.b.t. wie wel en wie niet. Leeftijd is bekend in het bevolkingsregister.
Er zal wel een regeling m.b.t. migratie en buitenlanders uitgewerkt moeten worden.

D.1.  Totale kosten van een basisinkomen per jaar gebaseerd op € 1.000 resp. € 110                                                                 

Aantallen peildatum eind 2016:
Personen van 18 jaar en ouder :  13.562.539 x € 12.000  = € 162,75 miljard
Personen  0-17 jaar                     :    3.416.581 x €   1.320  =  €    4,51 miljard
Totaal                                            :  16.979.120                      =  € 169,27 miljard

Uiteraard is een keuze voor andere maandbedragen denkbaar maar in mijn plan komt dat pas aan de orde als mijn voorstel  grondig is doorgerekend.

Een variant  die regelmatig  genoemd wordt is een basis bedrag + een woontoeslag. Het zou niet mijn keuze zijn omdat zo’n variant ingewikkeld en moeilijk is en waarschijnlijk fraudegevoelig.

D.2.  Voor de totale kosten moet een dekking worden gevonden

Op de VBi-site zijn meerdere rekenmodellen te vinden en er is ook een rekentool om zelf te kunnen kiezen en dat dan door te rekenen. Dat geeft weliswaar een indicatie maar daar moet volgens mij grondiger naar gekeken worden.

D.2.1. Grondige analyse maken van alle uitkeringen en toeslagen.

Welke uitkeringen en toeslagen worden door het basisinkomen overgenomen en wat blijft er nog over?
Op € 169,27 miljard aan kosten speelt een nauwkeurigheid van enkele miljoenen m.b.t. dekking geen belangrijke rol.

In het afgelopen jaar heb ik  nogal wat tijd gestoken in het verzamelen van cijfermateriaal. Ik moet bekennen dat ik niet erg ver gekomen ben. Of de overheid weet het niet of kan/wil/mag het niet vrij geven.
In alle gevallen is dat zeer zorgelijk. Het kan echter ook zijn dat mijn pogingen niet effectief genoeg geweest zijn.
Het moet toch eenvoudig zijn om vast te stellen waar iedere Euro die de overheid uitkeert aan besteed wordt!
Ik heb ook het vermoeden gekregen dat betrokken overheden met verschillende  automatiserings-systemen werken die niet  gekoppeld zijn.
Ook door verschuiving van centrale naar lokale overheden (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) is er geen voldoende zicht meer op totale omvang van diverse Sociale Uitkeringen.

D.2.2. Analyse van basisinkomen gerelateerde besparingen. 

Minder overheidsbemoeienis: minder ambtenaren, vervallen  SVB, UWV etc.
Verwachting minder zorgkosten (daling 5 a 10% ).
Etc.

D.2.3.   Zoeken naar niet-basisinkomen-gerelateerde dekkingen

Een aantal opties:

  • Vermindering hypotheekrenteaftrek.
    Mijn voorstel is niet om de hypotheekrenteaftrek geheel af te schaffen maar vanaf bv € 300.000 (of een beter bedrag). Daarmee krijg je draagvlak voor de invoering van een basisinkomen. € 300.000 is net boven de gemiddelde huizenprijs, en dan krijgt de hypotheekrente-aftrek weer de doelstelling waarvoor deze bedoeld was, nl ook lagere inkomens kansen op een eigen huis te geven.
  • Heffingskortingen beperken.
    Beperkingen aanneembaar maken en niet met de ene hand geven en andere hand nemen.
  • BTW verhogen met één of meer procenten.
    Dan draagt iedereen  bij  aan de dekking
  • Verhoging Loon/Inkomsten belasting
  • Correctie loon/inkomsten belasting als compensatie voor derving premie-inkomsten van de overheid m.b.t. premie-gestuurde Sociale Uitkeringen
  • Etc.

Opmerking:
De lijst van mogelijkheden onder de punten D.2.2 en D.2.3 is niet uitputtend. Al naargelang de situatie kan naar meer mogelijkheden worden gezocht.

E. Samenvatting

Na grondige analyse van de huidige dekkingsmogelijkheden moet nagegaan worden of de voorgestelde bedragen (€ 1.000 resp. € 110) betaalbaar zijn.
Een combinatie van eventueel aanpaste bedragen en eventueel aangepaste dekkingsmogelijkheden moet leiden tot een goed verhaal over de betaalbaarheid en de haalbaarheid van een basisinkomen.

Theo Heutinck, Eindhoven, februari 2019

Zie ook de publicatie van Theo Heutinck in Denktank dd. 23-11-2018

Op de VBi-website verschenen eerder (januari 2019) reacties op de publicaties van Ingrid Robeyns:
Alexander de Roo: Basisinkomen als tovenarij – brief aan Ingrid Robeyns
Reyer Brons: Brengt Ingrid Robeyns de discussie over basisinkomen op een hoger plan?

Het bericht Hoe gaan we verder met de vragen van Ingrid Robeyns rond Basisinkomen? verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Londen, gratis geld voor 15 daklozen

Overal zien we experimenten en pilots in de richting van basisinkomen en zaken die je kunt zien als aanzet tot basisinkomen.
Deze keer aandacht voor het ongeclausuleerd geld beschikbaar stellen in 2010 voor daklozen in Londen.
Zie hier het gehele overzicht van experimenten etc. en  hier de reeds verschenen publicaties.

Welk land, stad of streek
Londen, City.

De initiatiefnemers en hun doelstelling ?
De lokale hulporganisatie Broadway, met als doel zwervers van de straat zien te krijgen.

Doelgroep en de omvang van die doelgroep
15 zwervers die veel overlast en bijbehorende kosten veroorzaken in The City.

Periode en  looptijd
2009 – 2010, evaluatie na 13 maanden.

De hoogte van het BI, condities voor verstrekking?
Totale kosten £ 50.000; uitgespaarde kosten  £ 400.000.
De zwervers kregen trekkingsrechten op een budget. De hoogte was hen mogelijk niet bekend. Gemiddeld werd er £ 800 pond per jaar gedeclareerd, per persoon. Voor elke persoon was £ 3.000 beschikbaar.

Hoe wordt het gefinancierd?
City of London Corporation.

Is er een onderzoek gekoppeld en wat is de methode?
Actieonderzoek en diepte interviews., zie bijvoorbeeld het onderzoek van de Joseph Rowntree Founf-dation: Providing personalised support to rough sleepers.

Wat zijn de uitkomsten van de evaluatie?
Meer dan de helft heeft een dak boven het hoofd,
Eerdere pogingen om ze onder dak te krijgen waren mislukt. Het succes van deze aanpak wordt verklaard door het gevoel van zelfbeschikking en controle. Maar ook door de persoonlijke, niet betuttelende bejegening door de hulpverlener.

Wat is de relevantie voor ons?
De efficiëntste manier om geld aan daklozen te besteden is het ze gewoon te geven.

Bronnen

Naar een tekst van Rob van Roon, november 2018.
Laatste bewerking februari 2019
Correcties en aanvullingen welkom via ons contactformulier

Het bericht Londen, gratis geld voor 15 daklozen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Hardnekkige weerstanden tegen het basisinkomen

Waar komt die hardnekkige tegenstand tegen het basisinkomen vandaan? Welke motieven zitten daarachter en welke belangen spelen daarbij een rol?
Hieronder een poging om de tegenkrachten m.b.t. een basisinkomen op een rij te zetten.
In willekeurige volgorde.
Het is niet de bedoeling van dit stuk om de tegenkrachten te ontzenuwen of te bevechten, maar om rekening te kunnen houden met bestaan ervan bij pogingen om de discussie over het basisinkomen op een effectievere wijze te kunnen voeren.

Vakbonden

Vakbonden houden graag vast aan de klassieke verhoudingen in de polder, omdat zij bang zijn voor verlies van hun bestaande maatschappelijke machtsposities wanneer de arbeidsmarkt wordt gemoderniseerd.Een basisinkomen kan ervoor zorgen dat hun strijd voor werknemersbelangen minder noodzakelijk wordt. Zeker als bij een voldoende hoog basisinkomen de arbeidsmarkt verder zal worden geliberaliseerd, lijkt er weinig over te blijven om voor te strijden.
Cao’s geven vakbonden in het bijzonder veel macht, maar een basisinkomen zou het belang van cao’s wel eens kunnen ondermijnen.
Daar komt bij dat de factor arbeid geleidelijk minder belangrijk lijkt te worden vanwege automatisering/robotisering, waardoor de activiteiten van vakbonden minder belangrijk zouden kunnen worden, waarbij een basisinkomen het belang van een arbeidzaam leven nog eens verder zou kunnen ondergraven.
De grotere vrijheid van mensen om werk te aanvaarden dat ze naar inhoud en vorm al of niet bevalt biedt minder aanknopingspunten voor bemiddeling van vakbonden.
Vrijere arbeidsverhoudingen tussen werkgevers (c.q. opdrachtgevers) en werknemers (c.q. zelfstandigen) zijn vakbonden een doorn in het oog. Zij denken dat werknemers/zelfstandigen zonder hun bemoeienis altijd het onderspit zullen delven.
Maar met een onvoorwaardelijk basisinkomen dat ruim genoeg is om ‘neen’ te kunnen zeggen tegen werkgevers is het de vraag of die opvatting ook dan nog geldig is.
Vermoedelijk vrezen vakbonden dat het antwoord op die vraag negatief is, daarom tonen ze zich tamelijk terughoudend in het debat over het basisinkomen. Het is wel een dilemma voor ze, want het is niet moeilijk in te zien dat een basisinkomen een oplossing biedt voor vele problemen op de arbeidsmarkt waar zij momenteel strijd over voeren. Misschien telt voor vakbonden ook mee dat ze niet goed kunnen overzien wat een basisinkomen allemaal teweegbrengt en waar de vakbondsstrijd dan over zou moeten gaan.

Dit alles neemt niet weg dat ook binnen vakbonden wordt nagedacht over modernisering van de arbeidsverhoudingen, over het groeiende belang van zelfstandigen, over nieuwe vormen van dienstverlening van vakbonden in de moderne arbeidsmarkt en daarin kan een discussie over het basisinkomen waarschijnlijk een positieve rol spelen.

 

Werkgeversorganisaties

Werkgeversorganisaties ontlenen een deel van hun machtspositie aan de huidige verhoudingen in de polder. Met de invoering van een basisinkomen zou die positie minder belangrijk kunnen worden.
Cao’s geven werkgeversorganisaties grip op werknemers. Natuurlijk zijn zij niet altijd blij met de concessies die aan vakbonden moeten worden gedaan, maar zodra dat is geregeld hebben ze hun werknemers weer aan banden gelegd.
Een vrijere arbeidsmarkt die wordt gestut met een basisinkomen geeft werknemers/opdrachtnemers een sterkere positie tegenover werkgevers/opdrachtgevers.
Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat allerlei laagbetaalde arbeid onder relatief slechte arbeidsomstandigheden niet langer mogelijk is. Aan de andere kant wordt er waarschijnlijk ook allerlei betaalde arbeid mogelijk die voor werkgevers momenteel te duur is, hetgeen zowel werkgevers als werknemers nieuwe kansen biedt.
Invoering van een basisinkomen zorgt hoe dan ook voor de nodige onzekerheid m.b.t. toekomstige arbeidsverhoudingen.
Een ander aspect is dat werkgevers bevreesd zullen zijn voor de fiscale consequenties van een basisinkomen. In hoeverre zullen zij de lasten hiervan moeten dragen? Lagere loonkosten zullen wellicht niet opwegen tegen een lastenverhoging als gevolg van de invoering van een basisinkomen.

Werkgevers zijn altijd wel bereid om na te denken over een modernisering van de arbeidsmarkt en zij zien ook wel in dat steeds meer flexibele arbeid tegen zo laag mogelijke tarieven uiteindelijk slecht uitpakt voor de economie als geheel. Het basisinkomen zou in dat denken best een rol kunnen gaan spelen.

 

Politieke partijen

Voor politieke partijen geldt dat een basisinkomen in de meeste gevallen indruist tegen hun bestaande ideologie. Veel rechtse zowel als linkse partijen vinden dat mensen moeten werken voor hun geld (hoewel ze dat standpunt niet laten gelden voor renteniers) en dat uitkeringen hoogstens bedoeld zijn ter overbrugging van een periode waarin het arbeidsinkomen tekortschiet.
Die ideologie verschafte ze tot nu toe een machtsbasis, hoewel die tegenwoordig behoorlijk onder druk is komen te staan wegens de opkomst van nieuwe politieke partijen. Het loslaten van ideologische standpunten zou wel eens verlies van macht tot gevolg kunnen hebben, zo wordt wellicht gedacht.
Daar komt bij dat invoering van een basisinkomen diverse drastische stelselwijzigingen met zich mee zou brengen (zoals bij de sociale zekerheid en de belastingen), waarvan men de consequenties niet kan overzien, waardoor de onzekerheid over de eigen positie nog heel wat groter dreigt te worden dan nu al het geval is.
Sommige partijen, met name aan de linkerkant, zijn wellicht nog meer beducht voor een verlies aan bestaansrecht zodra er geen strijd meer hoeft te worden gevoerd voor mensen met een laag of onzeker inkomen.

Dat neemt niet weg dat politieke partijen ook wel aanvoelen dat de huidige regelgeving aan een (grondige) herziening toe is. Zodra ze via toenemende maatschappelijke protesten worden aangemoedigd om hier serieus over te gaan nadenken, kan hieruit naar voren komen dat het basisinkomen een uitgelezen mogelijkheid zou kunnen zijn om de samenleving beter te laten functioneren en het beleidssysteem op belangrijke punten sterk te vereenvoudigen. Dat zal wegens het grote aantal partijen dan wel de nodige onderlinge samenwerking vereisen.

Groepen mensen met een hoog inkomen

Mensen met hoge inkomens zijn beducht voor de nivellerende effecten van een basisinkomen.
Men vreest niet alleen voor hogere belastingen, maar ook voor andere wijzigingen die voor hen nadelig kunnen uitpakken zoals: meer belasting op inkomen uit vermogen, versoepeling arbeidsrecht (waardoor ze makkelijker hun goedbetaalde baan kunnen verliezen), hogere uitgaven voor klussen in en om het huis (omdat zwart werk wellicht in mindere mate zal worden aangeboden), hogere kosten levensonderhoud.

Dat neemt niet weg dat een zekere nivellering ook positieve kanten heeft. De kwalitatieve verbeteringen die een basisinkomen zal hebben voor de samenleving als geheel maken het leven voor mensen met hoge inkomens uiteindelijk ook plezieriger.

 

Diverse groepen bureaucratische dienstverleners zoals: uitvoerders, consulenten, juristen, adviseurs, bemiddelaars

Allerlei professionele dienstverleners (in publieke zowel als private sectoren) ontlenen hun werkgelegenheid aan de ingewikkelde bureaucratie. Met een basisinkomen kan een deel van hun werk overbodig worden. Denk bijvoorbeeld aan uitvoerders sociale zekerheid, juristen arbeidsrecht, belastingconsulenten, arbeidsbemiddelaars, schuldhulpverleners.

Voor hen geldt dat het eigenlijk beter is om niet vast te houden aan achterhaalde banen, maar naar nieuwe mogelijkheden te zoeken om interessant werk te doen en daarmee de maatschappelijke betekenis van hun werk op een hoger niveau te brengen.

 

Diverse sectoren in het bedrijfsleven

De woningbouwsector zou de gevolgen kunnen merken van een basisinkomen, als het aantal eenpersoonshuishoudens sterk zou gaan krimpen.
Als daardoor tevens de prijzen van woningen omlaag zouden gaan kan dat ook gevolgen hebben voor de financiële sector, omdat er dan minder dekking zal zijn van de hypotheekschulden.
Sectoren die relatief veel overbodige (of zelfs schadelijke) diensten/producten op de markt brengen zullen wellicht meer moeite krijgen om personeel te vinden dat hun producten wil maken of verkopen.

Het bedrijfsleven is wel gewend om voortdurend te zoeken naar nieuwe mogelijkheden om de markt te bedienen, want de markt is altijd in beweging, en de invoering van een basisinkomen biedt ongetwijfeld ook diverse nieuwe kansen.

 

Diverse groepen mensen in de samenleving

Als het basisinkomen een aanzuigende werking heeft op arbeidsmigranten, kan dit als bedreigend worden ervaren door mensen die laagbetaald werk verrichten, omdat de concurrentie op de arbeidsmarkt dan zou toenemen.
Ouderen die altijd hard hebben gewerkt kunnen wellicht moeite hebben met het geven van geld aan mensen die er niet hard voor hebben gewerkt en er misschien nooit hard voor hoeven te werken.
Feministen kunnen bevreesd zijn voor de mogelijkheid dat er weer meer huisvrouwen komen en of dat vrouwen makkelijker laagbetaald werk zullen accepteren.
Conservatieve eenverdieners kunnen juist bevreesd zijn voor de mogelijkheid dat hun partner de vleugels gaat uitslaan.

Voor al deze groepen geldt dat een basisinkomen ook diverse voordelen zal hebben voor allerlei andere groepen in de samenleving, waarvan zij uiteindelijk ook kunnen gaan profiteren.

 

Religies

In veel religies wordt luiheid als een zonde gezien. Het basisinkomen zou mensen kunnen verleiden om niet gaan werken en uitsluitend te gaan leven van een basisinkomen. Dat staat haaks op het beginsel dat mensen ijverig dienen te zijn.
Het basisinkomen kan een emanciperende werking hebben in die zin dat huishoudelijk werk beter kan worden verdeeld tussen mannen en vrouwen. Dat staat op gespannen voet met sommige religies.
De betreffende religies zouden daarbij in overweging kunnen nemen dat een basisinkomen ook heel veel mensen die nu niet werken juist kan activeren.

Religies die moeite hebben met emancipatie van vrouwen zouden in deze moderne tijd toch beter enig begrip kunnen tonen voor de wens van veel vrouwen om gelijkwaardig te worden behandeld.

Carlijn van Tijen, Peter van Hoesel, Reyer Brons, januari 2019

Het bericht Hardnekkige weerstanden tegen het basisinkomen verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Nederlandse lokale experimenten met verruimde bijstand

Overal zien we experimenten en pilots in de richting van basisinkomen en zaken die je kunt zien als aanzet tot basisinkomen.
Deze keer aandacht voor de op dit moment lopende lokale experimenten in Nederland met versoepelde bijstand.
Zie hier het gehele overzicht van experimenten etc. en  hier de reeds verschenen publicaties.

Participatiewet en experimenten

Een aantal gemeenten in Nederland wilde experimenteren met de bijstand, naar aanleiding van de invoering van de Participatiewet (2015). Het ging soms om een ‘lokaal basisinkomen’, of een door het basisinkomen geïnspireerde sociale zekerheid. Kernbegrippen waren: meer uitgaan van vertrouwen en minder van wantrouwen en straffen, minder bureaucratie, meer autonomie, minder stress, meer mogelijkheden voor bijstandsgerechtigden (om te ondernemen, bij te verdienen, mantelzorg te verlenen, bij te scholen etc.).
Het Rijk heeft uiteindelijk toestemming gegeven voor experimenten waarbij bijstandsgerechtigden (1) meer bij mochten verdienen naast de uitkering (maximaal € 200)
(2) verplichtingen op het gebied van re-integratie komen te vervallen.
In het geval dat een gemeente experimenteert met (2), moeten ze ook experimenteren met
(3) een groep bijstandsgerechtigden intensiever begeleiden dan regulier.
Deelnemenede gemeenten hebben (3) ingevuld door middel van een benadering die intensief is, maar die wel uitgaat van het idee dat deelnemers zelf heel veel invloed hebben in wat ze doen.

Welk land, stad of streek?
Een aantal gemeenten doet mee aan het ‘officiële’ experiment, waarbij (met toestemming van het Rijk) wordt afgeweken van de reguliere wetgeving. Dit zijn Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen. Enkele andere gemeenten doen een soortgelijk experiment, maar minder vergaand omdat zij binnen de kaders van de reguliere wetgeving moeten blijven (o.a. Amsterdam, Apeldoorn).
In een later stadium zullen voor enkele gemeenten aparte publicaties over het experiment daar volgen op deze website.

De initiatiefnemers en hun doelstelling?
Wie de initiatiefnemers zijn verschilt per gemeente. Het kon zowel gaan om het college van B&W, de gemeenteraad, of maatschappelijke organisaties.

Doelgroep en de omvang van die doelgroep
Mensen met een bijstandsuitkering (aantallen verschillen per gemeente, maar voor deze gemeente samen zijn het er tienduizenden).
Per gemeente kunnen nog aanvullende beperkingen zijn opgelegd wat betreft wie voor deelname in aanmerking komt (bijvoorbeeld: dak- en thuislozen, mensen die pas kort in de bijstand zitten, statushouders zonder inburgering).
In de zes gemeenten betrokken bij het officiële experiment participeren  3.000  à 4.000 mensen.

De periode en de looptijd
De officiële experimenten vinden plaats tussen 1 oktober 2017 en 1 oktober 2019. Sommigen zijn later begonnen dan 1 oktober 2017.

 De hoogte van het basisinkomen, condities voor verstrekking
Het gaat zoals aangegeven niet om een (echt) basisinkomen, maar om een bijstandsuitkering met andere voorwaarden. De hoogte is dus gelijk aan een bijstandsuitkering. De condities verschillen per deelnemende gemeente.

Hoe wordt het gefinancierd?
Financiën komen van de gemeenten zelf, en in een enkel geval van Europese subsidies. Het ministerie van SZW levert een bescheiden bijdrage voor landelijke afstemming en kennisuitwisseling.

Is er een onderzoek gekoppeld en wat is de methode?
Ja, wetenschappelijk onderzoek wordt gedaan door diverse universiteiten en hogescholen, meestal degene die in de gemeente zelf gevestigd zijn. De methode is experimenteel onderzoek met controlegroep (‘randomized  controlled trial’).

Wat zijn de uitkomsten van de evaluatie?
De experimenten loopt nog, eerste uitkomsten volgen waarschijnlijk eind 2019 / begin 2020.

Wat is verder nog interessant om te noemen?
Voordat de experimenten van start konden gaan, is langdurig overlegd met het Rijk, dat uiteindelijk slechts schoorvoetend een beperkte ruimte voor experimenten heeft toegestaan.

Wat is de relevantie voor ons?
De experimenten en de discussie daarover (ook in andere gemeenten) maken duidelijk dat veel knelpunten in de bestaande  regelingen rond  sociale zekerheid worden ervaren en dat er op lokaal niveau veel bereidheid en veel creativiteit is om daar oplossingen voor te zoeken.
Hoewel de term basisinkomen meestal vermeden wordt, neemt het begrip voor oplossingen in die richting daardoor toe.
Daarentegen is ook duidelijk dat de weerstanden op landelijk niveau groot en hardnekkig zijn.
Het is zaak de uitkomst van de experimenten goed te analyseren, omdat dat op een beperkt aantal punten inzicht kan geven in de gedragseffecten die het gevolg kunnen zijn van invoering van basisinkomen.

Bronnen

 

Reyer Brons, met input van János Betkó, januari 2019
Laatste bewerking januari 2019
Correcties en aanvullingen welkom via ons contactformulier

Het bericht Nederlandse lokale experimenten met verruimde bijstand verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.