Politici uit vier richtingen over basisinkomen, Brussel, september 2017

Op 23 september 2017 was er in Brussel een bijeenkomst met twee vertegenwoordigers van vier politieke families in België (liberaal, christendemocratisch socialistisch en groen).
Hier volgt een verslag van deze bijeenkomst.

Op zaterdagochtend 23 September 2017 verwelkomde de Université  Saint-Louis – Bruxelles iedereen geïnteresseerd het universele basisinkomen (UBI). Het evenement was verdeeld in vier dialogen, elk rond een specifieke ‘politieke familie’:

1 Liberale familie:                                 Nele Lijnen (Nederlands) & Georges-Louis Bouchez (Frans)

Christendemocratische familie:     Sammy Mahdi (Nederlands) & Joaquim Hernandez-Dispaux (Frans)

3 Socialistische familie:                       Yasmine Kerbache (Nederlands) & François Perl (Frans)

4 Groene familie (de Groenen):         Kristof Calvo (Nederlands) & Philippe Lamberts (Frans)

(Tussen haakjes staat de taal die werd gesproken door die spreker. Het evenement werd gemodereerd door Christina Lambrecht)

Het onderwerp werd eerst kort geïntroduceerd door Yannick Vanderborght, die een algemeen overzicht gaf van de rijke geschiedenis van het idee. het evenement was tweetalig (Nederlands en Frans) en professor Philippe Van Parijs verzorgde korte vertalingen.

Yannick Vanderborght

Auteur van het boek ‘Basisinkomen’ geschreven samen met Philippe van Parijs, voorzitter van Crespo (Centre de Recherche en Science Politique)

Yannick Vanderborght introduceert het UBI

Yannick Vanderborght behandelt de geschiedenis van het UBI en geeft aan dat het idee een aantal interessante aanhangers heeft gehad, zoals bijvoorbeeld John Stuart Mill, filosoof en liberale denker en later Milton Friedman, een belangrijk figuur in de ontwikkeling van neoliberalisme. Dan maakt hij een sprong naar de recente geschiedenis: in 1986 werd BIEN gevormd (Basic Income Earth Network), met als doel verder onderzoek naar de mogelijkheid van een basisinkomen. In Nederland heeft de PPR (Politieke Partij Radicalen), een voorganger van het huidige GroenLinks, in 1977 ook een versie van het basisinkomen in hun programma gehad. In België heeft Agalev, de voorloper van het huidige (Belgische) politieke partij Groen, ook in 1984/85 een volledig uitgewerkt plan voor een basisinkomen voorgesteld en in 2016, werd een idee voor een bescheiden basisinkomen van 600 Euro opgenomen in het partij programma van de Groenen. In 2017 werd een idee voor een basispensioen opgenomen in het partij programma van Groen. In 2002 slaagde een kleine, Belgische, partij, Vivant, 2 zetels in de lokale raad te bemachtigen en zij zijn ook groot voorstander van een basisinkomen. Zelfs Guy Verhofstadt had in 1970, toen hij lid was van de PVV (Partij voor Vrijheid en Vooruitgang), een positieve houding ten aanzien van het basisinkomen. Daarentegen is er ook kritiek op het basisinkomen, bijvoorbeeld van Elio DiRupo (voormalig premier van België), die het basisinkomen ziet als het paard van Troje dat zal zorgen voor de afbreuk van de huidige sociale voorzieningen.

Nele Lijnen

Auteur van het boek ‘win for life’ (over het basisinkomen), volksvertegenwoordiger voor de  ‘OpenVLD’ (Vlaamse Liberalen en Democraten).

Lijnen denkt dat het basisinkomen goed past binnen het liberale perspectief van fundamentele individuele vrijheid. Daarnaast ziet ze dat er steeds meer mensen met burn-out zijn en ze geeft aan dat dit een signaal is dat we moeten onderzoeken hoe we werk vandaag de dag organiseren. Volgens haar is één van de belangrijkste ingrediënten van UBI de onvoorwaardelijkheid; we zouden ervoor moeten zorgen dat dit kenmerk van het UBI behouden blijft. We moeten ook naar de toekomst kijken, en nadenk over een ‘systeem-switch’, die noodzakelijk zal zijn in de nabije toekomst. Volgens Lijnen zal een UBI zo functioneren dat mensen met een handicap en bepaalde ziekten toeslagen zullen krijgen bovenop het basisinkomen. Ze spreekt ook over de ontwikkeling van robotica wat ervoor zorgt dat de manier waarop we werken verandert; het basisinkomen kan bij deze verandering helpen.

Professor Van Parijs verzorgt vertalingen

De kritiek dat mensen lui zijn is niet een goed gefundeerd argument; de huidige situatie waarbij iedereen die een uitkering ontvangt uitvoerig wordt gecontroleerd is een systeem gebaseerd op achterdocht waar we  zouden moeten ondersteunen. Ten slotte geeft ze ook aan dat er ook in Nederland onderzoek wordt gedaan naar het idee van het basisinkomen, dit wordt onder andere gedaan door organisaties als het ‘netwerk politieke innovatie’.


Georges-Louis Bouchez

Auteur van ‘L’aurore d’un Monde Nouveau’  (+/- ‘De dageraad van een nieuwe wereld ‘, over het basisinkomen), voormalig lid van het parlement van Wallonië

George-Louis Bouchez heeft in zijn boek een volledig model uitgewerkt over hoe een basisinkomen gefinancierd zou kunnen worden, helaas is het boek momenteel alleen beschikbaar in het Frans. Hij stelt een basisinkomen van ongeveer 1000 Euro voor  met daarnaast een basispensioen van ongeveer 1600 Euro. Het zal grotendeels worden gefinancierd door afschaffing van de uitkeringen voor werkloosheidsuitkeringen en via een verlaging van de pensioenen en de kinderbijslag en mogelijk ook door een klein belasting verhoging. Hij merkt tevens op dat het idee van ‘gratis geld’ niet volledig op zijn plaats is omdat een basisinkomen zal zorgen voor grotere sociale cohesie. Veel taken vinden plaats zonder een direct salaris, zoals bijvoorbeeld het verzorgen van kinderen, vrijwilligerswerk bij sportclubs, enz. Een basisinkomen creëert de vrijheid om een sterkere samenleving te ontwikkelen, waar ook diegenen die voor de gemeenschap zorgen, worden beloond. Dit gaat hand in hand met het feit dat we het idee van wat ‘werk’ is moeten uitdagen, ook andere (sociale) activiteiten kunnen worden gezien als werk en zouden als zodanig moeten worden beloond. Hij benoemt ook dat een basisinkomen wellicht moeilijk te rijmen is met de protestantse ideologie waar hard werken als een noodzaak wordt gezien. Hij denkt ook dat het idee van het basisinkomen niet louter een idee van links is, maar dat over dit onderwerp rechts en links samen kunnen komen. Als we kijken naar de liberale idealen van individuele vrijheid, moeten we ervoor zorgen dat deze ideeën niet zijn alleen worden gewaarborgd door de wet, maar ook worden ondersteund door de middelen voor elk individu om deze idealen van persoonlijke vrijheid in de praktijk te brengen.

 

Yasmine Kerbache

Voormalig advocaat (sociale rechten en intellectueel eigendom), lid van het Vlaams parlement voor sp.a (Socialistische Partij Anders / Sociale Party verschillend) en lid van de gemeenteraad Antwerpen.

Een van haar eerste opmerkingen is het krachtige idee van de ‘kathedraal van sociale zekerheid’. Deze kathedraal is kostbaar en het resultaat van een lange strijd van links, het zal moeilijk zijn om zo’n ‘heilig’ systeem te veranderen. Ze vraagt zich tevens af waarom een basisinkomen nodig is gezien het feit dat we al een systeem van sociale zekerheid hebben. Zij brengt een aantal tegen argumenten in stelling; ten eerste zijn er mensen die niet door het huidige systeem bereikt worden: er zullen altijd specifieke groepen zijn waarvoor een systeem dat gebaseerd is op het controleren en aanleveren van bewijs faalt. Een basisinkomen wordt aan iedereen toegekend en zal als zodanig niemand buitensluiten. Ten tweede verandert de arbeidsmarkt: het wordt steeds flexibeler (het nieuwe werken) en er ontstaan nieuwe risico’s omdat we minder veilig zijn binnen onze baan. Een voorbeeld van een groep die gefragmenteerd werkt is bijvoorbeeld kunstenaars, een basisinkomen kan hen een basis bieden van waaruit zij kunnen starten en doorgroeien. Zij noemt ook dat we moeten nadenken over hoe het basisinkomen geïmplementeerd kan worden en dat we zouden moeten proberen het idee op Europees niveau in te voeren en het uiteindelijk zelfs wereldwijd in moeten voeren. Als laatste kaart zij het probleem van immigranten aan; we moeten ervoor zorgen dat immigranten niet 10 jaar moeten wachten totdat een lang naturalisatie proces is doorlopen voordat zij een basisinkomen te krijgen. Deze groep moet op een of andere manier ook relatief snel het recht op een basisinkomen verwerven zodat bijvoorbeeld een scheve verhouding op de arbeidsmarkt wordt voorkomen. Als sommige mensen een basisinkomen krijgen en anderen alleen moeten leven van een salaris komen we in een onwenselijke situatie.

 

François Perl tijdens de interactie met het publiek

François Perl

Algemeen directeur Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV / INAMI)

Hij benoemt twee mogelijke problemen, ten eerste zou een basisinkomen wellicht juist de armoede verhogen en ten tweede; een basisinkomen betekent dat ook mensen die het niet nodig hebben, geld ontvangen. Zijn antwoord is een voorstel voor een ‘universeel sociaal inkomen’, dat gericht is op een beperkte groep mensen die minder dan een bepaalde minimale drempel verdienen (op dit moment ongeveer 2 miljoen mensen). Dit plan zou bestaan uit en bedrag van 750 Euro per maand per persoon, met extra toeslagen gebaseerd op aantal kinderen, woonomstandigheden (alleenstaand of samenwonend), arbeidsongeschiktheid en een aantal andere omstandigheden.

 

Sammy Mahdi

Voorzitter JONG CD & V (Jeugdvleugel van Vlaamse Christelijke Democraten)

Hij begint met een verwijzing naar ‘Homo deus: a brief history of tomorrow’ (boek van Yuval Noah Harari), een boek dat kritiek heeft op de huidige situatie waarbij de politiek voornamelijk lijkt gericht op alledaagse problematiek en geen lange termijn visie heeft. Hij vindt dit belangrijk met betrekking tot het huidige welzijnssysteem.

Hij geeft ook aan dat het belangrijk is om een lange termijn visie te ontwikkelen over de sociale voorzieningen en dat een UBI de lange termijn doel is waar we naar zouden moeten streven. Verder maakt hij ook duidelijk dat hij een vast bedrag dat te laag is om te voorzien in eerste levens behoeften niet als en basis inkomen ziet, alleen een bedrag waar je van zou kunnen overleven zou hij een basis inkomen noemen. Ook noemt hij de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie en de opkomst van robotica, die volgens hem op de korte termijn eventueel tot meer banen zouden kunnen leiden, maar dat op de lange termijn voor minder banen zal zorgen. De vraag die hij zich dan stelt is hoe wij ons als mensen nuttig kunnen maken? De manier waarop hij de implementatie van een UBI ziet, is om iedereen op hetzelfde niveau te brengen. Hij gebruikt het volgende voorbeeld: het bureau waarachter de sprekers van vandaag staan is wellicht te hoog voor sommigen, en zij hebben een verhoging/bankje nodig om op hetzelfde niveau te komen als iedereen, op deze manier zou het basis inkomen wellicht moeten werken.

Ten slotte benadrukt hij dat de details belangrijk zijn: hij wil weten hoeveel het zou kosten, en of het dan inderdaad haalbaar is. Hij noemt dan een hypothetisch bedrag van 70 miljard euro, maar dit wordt onmiddellijk tegengegaan door een iemand uit de zaal die dit bedrag bestempelt als ‘flauwekul’, het zou volgens deze persoon aanzienlijk minder kosten. Hij eindigt met een intuïtieve gedachte over ondernemerschap. Hij geeft aan dat we mensen vragen om risico’s te nemen; het idee is dat als iemand het juiste pad volgt, dan zal hij succesvol zijn, en als hij de verkeerde weg volgt, zal hij falen. Als hij faalt probeert hij misschien iets anders en daardoor vind er een natuurlijke correctie plaats. Hij vraagt zich af hoe dit verhaal verandert als we het element van risico verliezen; zullen mensen die een ‘verkeerd’ pad volgen, maar niet de gevolgen daarvan inzien misschien doorgaan met het nemen van slechte beslissingen? Hij is ook een voorstander van een dubbel inkomsten belasting systeem, hiervan zijn de details enigszins onduidelijk, maar de basale idee lijkt te bestaan uit minder belasting op inkomsten uit arbeid en hogere belastingen op inkomsten uit kapitaal.

 

Joaquim Hernandez-Dispaux

Doctor in de filosofie, momenteel hoogleraar HELHa (Haute-École Louvain en Henegouwen) en beleidsadviseur voor meerdere organisaties

Hij stelt een participatie-inkomen voor: dit zou dan niet nauwkeurig gecontroleerd door middel van een formele bureaucratische structuur, maar de participatie moet gezien worden als een automatische, natuurlijke, maatschappelijke verantwoordelijkheid die ontstaat samen met een basisinkomen. Hij vindt ook het belangrijk om plekken te zoeken waar pilot studies op gemeentelijk niveau ontwikkeld kunnen worden.

 

Kristof Calvo

Federale leider Ecolo-Groen

Kristof Calvo was aanvankelijk een tegenstander van een basisinkomen, maar hij veranderde van mening en is momenteel volledig toegewijd, dit kwam voornamelijk door een veranderende arbeidsmarkt. Hij noemt dat de huidige kathedraal van de sociale zekerheid te complex is, niet iedereen bereikt, en dat deze kathedraal op het punt van ineenstorten staat. Volgens Calvo is de muziek die we spelen in deze kathedraal ouderwets, en we moeten de melodie veranderen; het is tijd om de kathedraal te renoveren. Daarnaast vindt hij het belangrijk dat een universeel basisinkomen begint met een positief mensbeeld. In tegenstelling tot het wantrouwen en de vernedering binnen het huidige systeem begint het UBI vanuit een positie van vertrouwen. Om vandaag de dag een minimaal bedrag van de overheid te ontvangen, moet je bewijzen dat je betrouwbaar bent, en moet je voldoen aan allerhande voorwaarden die vaak vernederend zijn. Daarom is het onvoorwaardelijke karakter van het UBI belangrijk, zodat de noodzaak voor het aanleveren van bewijs wegvalt. Ten tweede kan een universeel inkomen armoede  bestrijden, wat van groot belang is; je kan niet goed solliciteren op een lege maag en je zal nooit voldoende zelfvertrouwen ontwikkelen als je aan het einde van de maand geen geld meer hebt. Ten slotte is een universeel basisinkomen eenvoudig en kan het de complexiteit van het huidige systeem verminderen. Hij noemt zich een ‘possibilist’, en pleit voor de ontwikkeling van lokale experimenten met UBI en de ontwikkeling van tussenstappen, die toewerken naar een volledige implementatie van het UBI. Zodra we het UBI als einddoel voor ogen hebben, is het ook makkelijk te zien welke stappen contraproductief zijn binnen het huidige systeem. Bijvoorbeeld, het idee van de ‘passende betrekking’  (vereenvoudigd: de verplichting om een baan aan te nemen binnen relatief ruime grenzen, 4 uur reistijd, enz. ) is contraproductief, terwijl de het ontwikkelen van een basispensioen een goede eerste stap zou zijn, evenals het idee dat werkloosheidsuitkeringen ook beschikbaar moeten komen voor degenen die hun baan vrijwillig verlaten, niet alleen voor degenen die ontslagen worden.

 

Philippe Lamberts

Lid van het Europees Parlement voor Ecolo

Lamberts is sinds jaar en dag voorstander van het basisinkomen en spreekt over de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, waarin staat dat elke persoon fundamenteel vrij is en volgens hem leidt dit op een natuurlijke manier tot het idee van een basisinkomen, omdat het UBI de middelen biedt om deze vrijheid uit te oefenen. Hij noemt ook twee algemene kritiek punten:

1 Als iedereen een gegarandeerd inkomen heeft, zou niemand werken

2 Arm zijn is een keuze

Hij verwerpt deze ideeën, omdat ze geen ernstige tegen argumenten zijn (wat ook te zien is uit studies die aantonen dat mensen zouden blijven werken, zelfs als inkomen gewaarborgd is). Hij vindt dat de grotere uitdaging de implementatie is, aangezien dit complex zal zijn, voornamelijk ook omdat het huidige sociale systeem vanuit verschillende niveaus wordt aangestuurd: lokaal, nationaal en Europees.

Na deze korte toespraken wordt het publiek uitgenodigd om enkele vragen te stellen.

Kristof:

Sommigen hebben gesuggereerd dat het basisinkomen moet worden betaald in een andere alternatieve valuta: maar ik geloof dat als we bijvoorbeeld kunstenaars of sociale activiteiten willen valoriseren, dit in harde Euro’s moeten worden betaald.

Nele:

In antwoord op een vraag over de huidige proefstudies vertelt Nele Lijnen dat er in Finland een substantiële studie gestart is waarbij een bedrag van 560,- Euro per maand per persoon wordt uitgekeerd voor een periode van twee jaar voor een groep van 2000 personen, waarbij ook aandacht wordt besteed aan hoe dit invloed zal hebben op de houding ten opzichte van het werk. Volgens Lijnen kunnen we van dergelijke longitudinale studies kunnen veel leren. Bovendien denkt zij dat het basisinkomen voor de Europese verkiezingen in 2019 een belangrijk onderwerp kan worden en dat het idee kan groeien door de verkiezingen.

Er is ook kritiek uit de zaal:

Binnen het huidige systeem zijn er al mensen die profiteren van het systeem: dit zal erger worden als we een basisinkomen hebben. En het is een fundamenteel menselijk gegeven dat we motivatie nodig hebben om te werken voor ons eten, dit is een natuurlijke en goede situatie.

Hoe kunnen we het debat verder ontwikkelen?

Yasmin:

Het UBI spreekt zowel de linker als de rechterkant van het politieke spectrum aan: bij links bestaat er bijvoorbeeld het idee van solidariteit; terwijl een soortgelijke gedachte, vanuit een andere hoek benaderd, ook leeft op rechts: iedereen heeft individuele verantwoordelijkheid en de gedachte ‘voor wat, hoort wat’. Het UBI heeft een antwoord op allebei deze posities en we kunnen (en moeten) brede politieke steun voor het idee ontwikkelen.

Nele:

We moeten nadenken over hoe we toegevoegde waarde creëren: waar zijn mensen goed in? We zijn goed in persoonlijke contacten, de emotionele aspecten van werk. Misschien kunnen we naar een situatie toe waar werknemers eigenaars van het bedrijf worden. Het basisinkomen brengt dat wat goed is in de mens (‘het uitmuntende’) naar het oppervlak. Ook zal een maandelijkse koppeling naar de EU (als basisinkomen op Europees niveau wordt geïmplementeerd) onze gemeenschapszin en connectie met Europa versterken.

Verdere opmerkingen:

 We moeten realistisch nadenken over tussenstappen en moeten het basisinkomen integreren binnen de huidige historische waarden van verschillende ideologieën: het idee van een basisinkomen past in een breed scala aan waarden: het gedachtegoed van links sociaal, liberaal en ook christelijke democratisch denken sluit aan op het UBI. Misschien past het niet binnen bepaalde harde rechtse ideologie, maar ook hier zijn er progressieve elementen die we kunnen bereiken. Iemand geeft verder aan dat het basisinkomen wellicht utopisch lijkt, maar dat ook de huidige sociale zekerheid ooit onmogelijk leek, pensioenen waren ook een utopie terwijl ze zijn op dit moment een stabiel onderdeel zijn van wat we als normaal beschouwen, dit kan ook met UBI gebeuren.


Roelof Roessingh, oktober 2017
Geplaatst door Reyer Brons, 19-10-2017

Het bericht Politici uit vier richtingen over basisinkomen, Brussel, september 2017 verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Geplaatst in obi.