Terugblik Studiemiddag ‘Basisinkomen verdient rationele afweging’

Het NPI (Netwerk Politieke Innovatie) beoogt eenvoud in het openbaar bestuur. Een verbeterd, minder ideologisch bevangen debat over het basisinkomen zou daar aan kunnen bijdragen. Daartoe werd door het NPI een programma voor onderzoek opgesteld en verspreid. Gedachte daar achter: als we meer kennis hebben, gaan we verstandiger praten.
Het spreekt allemaal niet vanzelf, zo blijkt na onze ontmoeting in Nieuwspoort.

In deze reportage geven we een korte inhoud van de presentaties, waarvan de documentatie op de website van het NPI te vinden is. De verslaglegging is uiteraard niet woordelijk en vrij compact. In ons eigen, cursief commentaar, pogen wij niet zozeer verslag  te doen, als wel perspectieven aan te bieden, waarmee de discussie verder kan worden gebracht. Daarmee zijn wij trouw aan onze opdracht: we willen verandering bewerkstelligen.

De bijeenkomst (Den Haag, Nieuwspoort, 16 oktober 2017) wordt geopend door Peter van Hoesel, voorzitter van het NPI.
Hij onderstreept het doel van de bijeenkomst, namelijk het op gang brengen van een meer rationele discussie over het basisinkomen, waarvoor volgens het NPI meer en beter onderzoek en kennis nodig is.
Hij toont zich verheugd over de drie bijzondere sprekers van deze middag. Te beginnen met het Belgische parlementslid Nele Lijnen die haar boek presenteert dat zij over het basisinkomen heeft geschreven. Daarin beveelt zij onder meer het NPI-onderzoeksvoorstel sterk aan. Vervolgens de directeur-generaal Sociale Zekerheid Bernard ter Haar, die zijn visie  komt geven over het basisinkomen in het licht van de beleidsdoelstelling om iedereen aan het werk te krijgen. Tenslotte senioronderzoeker Egbert Jongen van het CPB die vertelt over reeds uitgevoerd rekenwerk en de mogelijkheden voor verder onderzoek.

De eerste spreker: Nele Lijnen

Nele Lijnen houdt een gloedvol betoog over de merites van het basisinkomen. Zij wijst onder meer op de individuele vrijheid die invoering mee kan brengen, op mogelijk meer creativiteit, productiviteit en levensgeluk. Zij noemt enkele reeds uitgevoerde experimenten, die tonen zien dat deze gevolgen van een basisinkomen plausibel zijn.
Zij besteedt de nodige aandacht aan de financierbaarheid van het basisinkomen, waarbij zij de benadering van Marcel Canoy volgt. Zij betoogt voorts dat het huidige stelsel van sociale zekerheid mensen inactief houdt (de armoedeval) en dat een basisinkomen meer mensen gaat activeren. Zij wijst op het momenteel veelbelovendste experiment op het gebied van het basisinkomen, namelijk het experiment in Finland.
Zij overhandigt haar boek tenslotte aan Bernard ter Haar, ambtelijk vertegenwoordiger van de Staat der Nederlanden. Hij belooft haar het boek te gaan lezen. (Win for Life, Pelckmans Pro, 2017; www.winforlifeboek.be.

Een paar elementen vallen op aan haar betoog. Wij vermelden die, omdat zij ons kunnen inspireren, want de Belgen lijken wel heel anders dan wij, maar zijn toch ook heel verwant. 

  1. Nele Lijnen hoort tot de liberale partij en lijkt ook duidelijk te staan in een liberale en libertaire denktraditie. Dat logenstraft de ideologische verwachting dat voorstanders van een basisinkomen linkse potverteerders zouden zijn, evenzeer de idee dat liberalen harde marktdenkers zijn, die niets op hebben met de “zachtere” resultaten die van een basisinkomen mogen worden verwacht.
  2. Nele Lijnen vindt onderzoek en meer kennis over het basisinkomen van groot belang voor België. Zij steunt het NPI-onderzoeksprogramma onverkort. Ook de experimenten met de bijstandswet in Nederland hebben haar belangstelling, hoewel zij ook twijfelt of daaruit voldoende inzicht over het basisinkomen te halen valt.
    Of in de politieke context in België een positief besluit te verwachten is over het financieren en uitvoeren van een onderzoeksprogramma zoals het NPI voorstelt, is niet helder. Voor de Nederlandse politieke context geldt overigens het zelfde.
  3. Zoals presidentskandidaat Hillary Clinton af zag van het basisinkomen, toen zij de cijfers niet overtuigend rond kreeg, is ook niet helder geworden hoe een verwacht begrotingstekort van 30 miljard in de benadering van Canoy zou moeten worden gedicht. Een Engels rapport zegt: “affordability and distributional effects cannot be separated; rather than claiming UBI is unaffordable per se, a more apt characterisation of opposition is that an affordable UBI would be inadequate, and an adequate UBI would be unaffordable.”
    Het zou kunnen: een betaalbaar basisinkomen is ontoereikend, maar een toereikend basisinkomen is onbetaalbaar. Juist dit spanningsveld is de reden voor ons voorgestelde NPI-onderzoeksprogramma. We weten nog onvoldoende, zowel over de effecten als over de betaalbaarheid.

 

De tweede spreker, Bernard Ter Haar

Bernard ter Haar (DG SZW) houdt een openhartig betoog over het huidige beleid van het ministerie van SZW. Hij toont wat er allemaal gedaan wordt aan de verbinding tussen beroepsbevolking en arbeidsmarkt. Hij geeft impliciet toe dat dit alles tot een enorme bureaucratie en complexiteit heeft geleid, die eigenlijk beteugeld moet worden.
Hij wijst erop dat de groeiende economie voldoende mogelijkheden biedt om veel meer mensen aan het werk te krijgen. Een basisinkomen ziet hij daarbij als een onnodig middel, om niet te zeggen een verkeerd middel dat er vooral toe kan leiden dat er juist minder mensen aan de slag gaan. De dalende arbeidsparticipatie is wel plausibel, maar de zaal interrumpeert met de vraag hoe erg dat zou zijn voor moeders met jonge kinderen.
Dalende arbeidsparticipatie zal een enorm begrotingsgat mee brengen, waarvoor eigenlijk alleen een forse (onwenselijke) belastingverhoging als remedie kan dienen, is zijn repliek. Aanknopingspunten voor onderzoek naar het basisinkomen ziet hij alleen in die zin dat er wat te leren zou zijn van de experimenten die bij sommige gemeenten op gang zijn gekomen

Omdat Ter Haar eerder weg moet, krijgt de zaal meteen na zijn presentatie gelegenheid om met hem in discussie te gaan.
Desgevraagd blijkt hij niet bang voor de gevolgen van robotisering, want alle eerdere fasen van de industriële revolutie hebben niet geleid tot een structurele daling van de werkgelegenheid. Er is weinig reden te denken dat nu massale werkloosheid zal ontstaan.
Hij erkent dat het basisinkomen een middel kan zijn tegen de bureaucratie in de sociale zekerheid, maar dat middel is volgens hem veel te duur. Er zijn andere mogelijkheden om hier wat aan te doen, maar hij wordt niet concreet op dit punt.
Hij toont zich niet toegankelijk voor het pleidooi om onderzoek te doen naar het basisinkomen, anders dan wat zou kunnen worden geleerd van genoemde gemeentelijke experimenten.
Diverse toehoorders, inclusief Nele Lijnen, bestoken hem met allerlei maatschappelijke voordelen van een basisinkomen, maar Ter Haar geeft geen krimp en blijft van mening dat het basisinkomen geen goede benadering is van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid

Op zich was de stelling van Ter Haar geen verrassing voor het NPI. In de voorbereiding was zijn positie redelijk helder gemarkeerd. De omstandigheden waren voor een hoge ambtelijke spreker ook minstens ongemakkelijk: een vers regeerakkoord, nog ontbrekende bewindslieden. Daarom past lof en waardering voor zijn bijdrage.
Toch willen wij, vanuit het perspectief van het NPI, een aantal opmerkingen plaatsen bij zijn betoog, sheets en cijfers.

  1.  Analyses hebben behoefte aan conclusies. In het betoog van Ter Haar vallen die nogal dun en impliciet uit. Zijn voorlaatste sheet telt vier “uitdagingen”, die programmatisch of als forse zelfkritiek kunnen worden gelezen.
    Het lijkt niet vol te houden dat de arbeidsmarktpositie van kwetsbare groepen is verbeterd. Het thema complexiteitsreductie zou topprioriteit moeten zijn. Maar dat is de moeilijkste taak van ons openbaar bestuur. Hoe effectief is eigenlijk het beleid dat focust op werk voor de kwetsbaren? Onderzoek is er weinig en effectiviteit lijkt twijfelachtig.
    Juist daarom wil het NPI, ‘sine ira et studio’, onderzoek naar de mogelijkheid van een basisinkomen. Wat wij onderzocht willen hebben staat in ons onderzoekprogramma en in Win for Life van Nele Lijnen.(p. 156-160.
  2. Het NPI hoopte op meer belangstelling voor het experimentenregime vanuit het beleid voor de sociale zekerheid. SZW experimenteert met enkele proefgemeenten met minder strakke voorwaarden voor de bijstand.
    De praktijk daarvan wordt sterk bepaald door een beschikking hierover, waardoor lokaal vrijwel geen ruimte ontstaat in de relatie tussen Rijk en Gemeenten.
    Het zou waardevol zijn voor het inzicht, als de experimenten meer ruimte zouden verschaffen aan de lokale overheden en de lokale creativiteit.
    Onhelder blijft nu hoe SZW zich zou kunnen instellen op een geleidelijke invoering van een basisinkomen of varianten daarvan.
  3. Volgens het regeerakkoord wil het nieuwe kabinet sleutelen aan proeftijd, loonkostensubsidie en loonkostendispensatie. Hoe precies die beleidsmaatregelen op elkaar zullen worden afgestemd en inwerken, is nog niet helder.
    Maar de teneur lijkt: verkrappen van de inkomens en rechtspositie van arbeidsgehandicapten, teneinde hun financiële prikkel om te werken te vergroten. Dat lijkt een geloof in stimulus-response mechanismen, die misschien voor gezonde mensen en organisaties gelden, maar bij de ‘kwetsbaren’ twijfels oproepen.

 

De derde spreker, Egbert Jongen, CPB

Egbert Jongen vertelt over de berekeningen die het CPB heeft gemaakt m.b.t. het basisinkomen. Steevast bleek daaruit naar voren te komen dat de arbeidsparticipatie met 5% zou gaan dalen na invoering van het basisinkomen. Hij denkt niet dat dit bij nieuw onderzoek anders zou komen te liggen, hoewel hij moet toegeven dat een volwaardige maatschappelijke kosten/baten analyse (MKBA) tot nu toe niet is uitgevoerd.
Hij geeft ook enkele uitkomsten van het Canadese Mincome-project, waarbij overigens niet duidelijk naar voren komt of die al of niet in overeenstemming zijn met genoemde 5% daling van de arbeidsparticipatie.
Interessant is verder dat Jongen van mening is dat de huidige experimenten in binnen- en buitenland nauwelijks de effecten kunnen laten zien van een grootschalig ingevoerd basisinkomen, waarbij onder meer het belastingsysteem op de schop zou moeten gaan.

Tijdens de discussie met de zaal wordt Jongen bestookt met argumenten die proberen de 5% daling van de arbeidsparticipatie aan te pakken, maar hij blijft volhouden dat die 5% min of meer onontkoombaar is.
Wouter Keller betoogt, vanuit de zaal, dat het bestaande systeem van sociale zekerheid een armoedeval tot en met de middeninkomens betekent. Hij krijgt deels gelijk van Jongen:  dat  geldt voor eenoudergezinnen, maar niet voor tweeoudergezinnen.
Veel toehoorders wijzen Jongen op andere maatstaven dan het BNP voor het waarderen van het basisinkomen. Jongen beaamt dat zoiets als ‘bruto nationaal geluk’ best zinvol kan zijn, maar blijkt niet erg happig te zijn op meer onderzoek naar het basisinkomen bij het CPB. Het CPB bedient de politiek, een onafhankelijke onderzoeker is het CPB niet.

Gelet op het inmiddels gevorderde tijdstip zag de middagvoorzitter af van een afsluitend betoog. Tijdens de geanimeerde borrel werd er door velen lang nagepraat en werden er allerlei onderlinge contacten gelegd.

Voor een onderzoeker van het CPB is de ruimte beperkt. De onderzoeker wordt bepaald door zijn opdrachtgever. Dat maakt zijn positie kwetsbaar.
Opmerkelijk voor het NPI is dat het CPB van oordeel is dat 5% verlies aan arbeidsparticipatie onvermijdelijk lijkt te zijn, terwijl de enige basis daarvoor de doorrekening van de partijprogramma’s lijkt te zijn. Maar Jongen vond dat die afnemende arbeidsparticipatie zich altijd zou voor doen. Is het een dominant mensbeeld? (“Mensen zijn lui”.)
Ook de experimenten met de bijstand komen ter sprake. Maar veel nieuw inzicht verwacht Jongen daar niet van. Zie ook hiervoor. Beter onderzoek en andere experimenten zijn nodig.
In de discussie gaf hij toe dat geen MKBA is uitgevoerd over het basisinkomen. Dat zou zinvol kunnen zijn en tot andere uitkomsten kunnen leiden dan de doorrekening van de partijprogramma’s. Maar een opdracht hiertoe zou uit de politiek moeten komen.
Uit de opstelling van Bernard ter Haar is af te leiden dat dit niet voor de hand ligt.

Hoe het NPI met de gebrachte inzichten verder zal opereren, zullen we in rust bespreken. Het scheppen van nieuwe dynamiek moet met een nieuwe regering kunnen lukken.

Tom van Doormaal, Peter van Hoesel, november 2017
Geplaatst door Reyer Brons
Deze terugblik is eerder verschenen op de website van het NPI

De sheets van de drie sprekers op maandag 16 oktober jl. zijn als PDF-document beschikbaar via de website van het NPI:

Het bericht Terugblik Studiemiddag ‘Basisinkomen verdient rationele afweging’ verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Geplaatst in obi.