Experimenten met de bijstand in Nederland – Sjir Hoeijmakers

experimenten-hoeijmakers Tijdens de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Basisinkomen op 7 mei 2017 gaf Sjir Hoeijmakers een presentatie over de experimenten met een ‘basisinkomen’. Hier is de video-opname van de lezing te zien. Hij wil benadrukken dat het geen experimenten met een echt basisinkomen zijn, die zijn er eigenlijk nooit geweest (afhankelijk van je definitie van een basisinkomen). Het zijn experimenten in de richting van een basisinkomen. Ze onderzoeken aspecten van een basisinkomen, waardoor je cruciale factoren kan identificeren, de discussie verder kunt brengen en belangrijke bevindingen alvast kan implementeren. Experimenten met een ‘echt’ basisinkomen zijn er eigenlijk niet en of die er ooit zullen komen is maar de vraag.

De proeven met de bijstand in Nederland komen vanuit gemeentelijke initiatieven. Gemeenten gaan in Nederland niet over het inkomensbeleid en de belastingen (behalve de gemeentebelastingen), maar wel over de sociale zekerheid, met andere woorden zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze wet is in de plaats gekomen van de Wet werk en bijstand (Wwb). Voor mensen die aangewezen zijn op een bijstandsuitkering zou het basisinkomen een groot verschil uitmaken. Voor andere groepen zou dit ook gelden, maar in de bijstand zit een doelgroep die echt lijdt onder het huidige systeem. De centrale vraag bij deze experimenten is vooral of uitkeringsgerechtigden actiever, gezonder en gelukkiger worden als ze vrijer worden gelaten.

Stand van zaken

Hoeijmakers is verheugd dat na lang lobbyen van gemeenten bij landelijke politici er nu eindelijk de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ligt, opgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De AMvB is een document waarin staat beschreven aan welke voorwaarden een experiment moet voldoen om toestemming van het ministerie te krijgen om een uitzondering op de wet te mogen maken. Een gemeente kan bijvoorbeeld vragen om tijdelijk de sollicitatieplicht op te schorten of mensen naast de bijstandsuitkering meer te laten bijverdienen. Helaas is de AMvB een speelbal van de politiek geworden, waardoor er extra eisen aan zijn toegevoegd en compromissen zijn gesloten waarbij het de vraag is of daar nog echt heel goede experimenten van te maken zijn.

Voorwaarden zijn bijvoorbeeld:

  • er mag maar een korte tijd geëxperimenteerd worden;
  • als mensen te weinig moeite doen om aan het werk te komen, kunnen zij uit het experiment gezet worden, wat eigenlijk het hele experiment een beetje raar maakt.

Allemaal kleine irritante beperkingen die het heel moeilijk maken om een goed wetenschappelijk en ambitieus project op te zetten. Gelukkig kunnen gemeenten er ook weer omheen.

In het vorige kabinet was het erg moeilijk om de AMvB voor elkaar te krijgen. De Kamer was wel voor, maar het kabinet niet. Vooral de VVD lag dwars. Het zijn vaak een paar personen, legt Hoeijmakers uit, die het idee dragen of tegenwerken. Gelukkig heeft een aantal gemeenten er voor gekozen om toch door te gaan en er het beste van te maken. Heel veel gemeenten zijn ook afgehaakt vanwege alle moeilijkheden. Er kwam ook geen enkele hulp vanuit de landelijke overheid wat je wel zou verwachten na alle retoriek over decentralisatie en het openstaan voor experimenten. Je zou verwachten dat Kabinet en Parlement naast de gemeenten gaat staan, een stimulerende rol speelt, met geld over de brug komt en voor een goede afstemming en een goede wetenschappelijke coördinatie zorgt. Dit is tot nu toe niet zo geweest. Er is bijvoorbeeld geen extra geld beschikbaar gesteld, gemeenten moeten alles zelf betalen, er zijn alleen voorwaarden gesteld aan wat wel of niet mag gebeuren.

  • inmiddels hebben zeven gemeenten een aanvraag ingediend. Drie gemeenten Wageningen, Tilburg en Groningen hebben dat in april gedaan. Andere gemeenten konden vanaf 1 mei hun voorstel indienen. Utrecht heeft de aanvraag opgeschort omdat het ministerie nog aanvullende vragen bij het ontwerp had na Kamervragen van een lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer;
  • acht gemeenten twijfelen nog;
  • dertig gemeenten overwegen alternatieven, zoals Terneuzen. De gemeenteraad van deze Zeeuwse stad had een mooie juridische omweg rondom de Participatiewet gevonden om toch een experiment te kunnen doen maar – nadat het idee op het 8-uur Journaal was geweest – bleken politici in het kabinet en in de Tweede Kamer toch niet zo gecharmeerd van het idee.

Het opstellen van een aanvraag op basis van de AMvB vereist een behoorlijke dosis creativiteit. Sommige gemeenten maken gebruik van het maatwerk-artikel in de Participatiewet, dat zegt, dat bijstandsgerechtigden in individuele gevallen ontheffing kunnen krijgen van bijvoorbeeld de sollicitatieplicht. Maar dat artikel mag je niet inzetten voor een hele groep mensen. Dat had Utrecht gedaan en daarom is het voorstel terugverwezen door het ministerie.

experimenten-hoeijmakers

Sjir Hoeijmakers

Een paar dagen na de Hoeijmakers’ presentatie ontvingen 7 gemeenten, waaronder Tilburg, een brief dat zij “vooralsnog geen ruimte voor hun experimenten krijgen.” De verantwoordelijk wethouder in Tilburg, Erik de Ridder (CDA), die al sinds 2015 onderhandelt met het ministerie, reageerde volgens het Brabants Dagblad furieus: “Dit komt als een donderslag bij heldere hemel!” Ook Amsterdam, dat geen verplichte tegenprestatie van uitkeringsgerechtigden eist, heeft op ‘ambtelijk niveau’ te horen gekregen dat haar voorstel voor een experiment niet zal worden gehonoreerd, omdat de plaatselijke verordening – iedere gemeente is volgens de Participatiewet verplicht een verordening op te stellen waarin zij aangeeft hoe ze deze wet gaat uitvoeren – niet in orde is. De Amsterdamse wethouder voor Werk, Inkomen en Participatie, Arjan Vliegenthart (SP) is eveneens boos. In het NRC laat hij weten: „Ik heb de bezuinigingen die het Rijk ons heeft opgelegd uitgevoerd, nu vraag ik ook de beleidsruimte die erbij hoort. De staatssecretaris kan de boom in. Wij gaan het experiment beginnen”.

Vijf en veertig gemeenten zijn op de één of andere manier nog bezig met het opzetten van een experiment met een regelluwe bijstand. Sommigen echt vanuit de overtuiging dat zij een basisinkomen willen testen en het eigenlijk het liefst zouden willen invoeren. Sommigen meer vanuit de lokale problematiek gedacht, omdat ze zien dat de bijstand in zijn huidige vorm niet werkt en dat zij daar sowieso iets mee moeten doen.
Je kan het jammer vinden, meent Hoeijmakers, dat er zo weinig is overgebleven van de aanvankelijke ambities. Aan de andere kant zijn er nog steeds gemeenten die, ondanks alle moeilijkheden, deze experimenten heel graag willen en vastbesloten zijn er mee door te gaan. Dat is ook wat hij gemeenten adviseert … gewoon aan de slag gaan en zoveel mogelijk pakken wat er te pakken is. Ik ben benieuwd hoe het landschap er wat dit betreft over drie jaar uitziet, voegt hij er aan toe.

En nog steeds komen er nieuwe gemeenten bij. Soms wordt hij door een enthousiast raadslid gebeld “Oh, ik wil een experiment doen met een basisinkomen”. Dan moet ik hem of haar vaak een beetje teleurstellen, zegt hij, waarschuwen voor het gedoe met de AMvB nu. Dat is echt te veel voor een kleine gemeente. Maar houd je ogen en oren goed open, want wat gaat de volgende regering doen? Dat is heel onzeker. Volgens Alexander de Roo is er bij partijen als GroenLinks en D66 wel de wil voor experimenten, maar in hoeverre die wens gehonoreerd wordt aan de onderhandelingstafel is een tweede. Ook hier hangt het af van de personen die daar zitten. Maak je je er sterk voor of ga je het uitruilen voor andere wensen.

Iemand uit de zaal merkt op dat Mark Rutte als twintiger voor een basisinkomen was. Volgens Hoeijmakers is er ook geen reden voor de VVD om tegen een basisinkomen te zijn, het is maar net hoe het geframed wordt, hoe je het neerzet. Onlangs heeft hij een filmpje opgenomen op het wetenschappelijk bureau van de VVD over de vraag hoe je het basisinkomen zou kunnen inpassen in het liberale gedachtegoed. Het hangt heel erg af van de personen die in de Kamer of in de regering zitten en hoe ze de framing oppakken. De VVD is een beetje schrik aangejaagd door het idee van ‘gratis geld’. Hoeijmakers heeft ook in Bloemendaal (een gemeente met veel VVD-stemmers) een praatje gehouden voor de Rotary en daar stond men echt open voor een aantal argumenten, in ieder geval voor experimenten. Je moet wel uitkijken dat je niet in een gevecht om principes terecht komt van ‘voor wat hoort wat’, merkt hij op. Als je op rustige toon uitlegt wat de experimenten inhouden, wat de ideeën achter het basisinkomen zijn, wat het voor ondernemers kan betekenen, voor de complexiteit bij de overheid, dan zijn er ook voorstanders te vinden bij de VVD. Wat dat betreft is het ook belangrijk wat er in het buitenland gebeurt. Als politici zien dat het in andere landen heel normaal is om te experimenteren met elementen van een basisinkomen, dat het allemaal niet zo eng is, zullen ze op een dag zeggen: “Natuurlijk zijn we daarvoor”.

Experimenten met een basisinkomen in andere landen

Hoeijmakers is daar echt enthousiast over. De ontwikkelingen in Nederland vindt hij bemoedigend, hoewel ze misschien pas in de late herfst van dit jaar starten. De grootste impact die de Nederlandse experimenten tot nu toe gehad hebben, is dat ze zoveel aandacht in de internationale media getrokken hebben. In alle lijstjes met landen die een experiment doen met een basisinkomen wordt Nederland en/of Utrecht genoemd. Het effect is wel dat het idee in andere landen ook gaat leven. En als wij naar die artikelen kijken wordt het voor ons ook weer normaler. Dat is een groot en niet te onderschatten effect. Hij noemt de hoogste ambtenaar van Economische Zaken in India als voorbeeld.

experimenten-hoeijmakers

Finland

  • het experiment is in januari 2017 begonnen;
  • er is veel kritiek op, ook in Finland zelf; het is top-down, het wordt vanuit de landelijke overheid gedistribueerd; die wil weten of langdurig werklozen gemotiveerder solliciteren met een basisinkomen dan met een werklozenuitkering. Bij de laatste word je namelijk gekort op je uitkering als je werkt.
  • 2000 mensen die gebruik maken van de sociale zekerheid en die bij Kela staan ingeschreven (vergelijkbaar met het UWV) krijgen nu een onvoorwaardelijk basisinkomen van 560 euro per maand. Dat is geen vetpot, maar het is een begin. Het is een normale uitkeringshoogte voor mensen in Finland.

Er is geen ‘clawback’ (cb), dat wil zeggen als je naast het basisinkomen gaat bijverdienen dan raak je niets van het basisinkomen kwijt; je houdt je basisinkomen altijd, ook als je een baan krijgt of bijklust naast het basisinkomen. De duur van het experiment is 2 jaar. Men denkt bij Kela al na over een verlenging en uitbreiding van het experiment, met meer groepen bijvoorbeeld. Ondanks alles wat er op aan te merken is, is het belangrijk dat het begonnen is.

Ontario

Een mooie recente ontwikkeling, vindt Hoeijmakers, de ontwikkelaars van het experiment zijn serieus, ze willen op de lange termijn echt een basisinkomen invoeren. Anders dan in Nederland (en ook Finland) werken overheden mee in Ontario. De overheid heeft een website gemaakt voor het experiment waarin ze haar inwoners inlicht over wat er gaat gebeuren met het basisinkomen. Finland en Ontario presenteren hun project als een ‘basisinkomen’.

  • vierduizend deelnemers; ook mensen die minder dan 2000 euro per maand verdienen kunnen meedoen. Men gaat loten tussen alle mensen die in aanmerking komen voor deelname. Zij krijgen een uitnodiging, waarna ze zich kunnen aanmelden. Zie voor meer informatie over de onderzoeksopzet hier;
  • de duur van het project is 3 jaar; het basisinkomen is gelijk aan ongeveer 1000 euro per maand per individu (ongeveer $ 1600 Canadese dollars), een stel krijgt 1,5 keer zoveel. Je hebt een clawback van 50% dus van elke euro die je extra verdient, houd je 0,5 euro over. Het experiment lijkt dus meer op een experiment met een negatieve inkomstenbelasting dan met een basisinkomen. Mensen met een arbeidsbeperking krijgen daar 500 dollar bovenop;
  • bij het meten van de succescriteria kijkt men echt in de breedte.
    Ontario wil alternatieven testen voor de huidige sociale bijstand en kijken of deze een positieve uitwerking hebben op gezondheid, werk en wonen en bestaanszekerheid;
  • het project is ook geografisch goed doordacht: één experiment gebeurt in een grote stad, één op het platteland en één in een middelgrote stad; aan het einde van de lente beginnen de twee steden en in de herfst start de derde studie.

Kenia

Een heel mooi en ambitieus project, opgezet door GiveDirectly. Zesduizend mensen zullen gedurende 12 jaar een basisinkomen ontvangen. Uiteindelijk zullen in totaal 26000 mensen meedoen aan de experimenten. Er zitten ook andere groepen in, een controlegroep, maar ook mensen die in plaats van een volledig basisinkomen direct een grote som geld krijgen en dit kunnen gebruiken voor de langere termijn en mensen die een basisinkomen voor 2 jaar krijgen.
Het bedrag dat de deelnemers krijgen is 20 euro per maand. Voor deze mensen, die in extreme armoede leven, maakt dit een enorm verschil. Er is geen clawback, dat wil zeggen, er wordt niet gekort op het basisinkomen als zij gaan werken.
Heel inspirerend en een revolutie in ontwikkelingswerk. Het zegt iets over de manier waarop je met mensen omgaat en naar mensen kijkt. Het is niet één op één te vergelijken met de situatie hier, maar wel enigszins. Geef je de mensen vrijheid om hun eigen keuzes te maken. Dat doe je niet door te zeggen, hier heb je geiten, een waterput, schooluniformen of zoals in Nederland “solliciteer, solliciteer, solliciteer” of geef je mensen het vertrouwen dat zij zelf dingen oppakken en daar iets moois van maken.
Het project krijgt wereldwijd veel publicitaire aandacht, er wordt veel onderzoek verricht. Er wordt echt nagedacht hoe op de meest effectieve manier levens verbeterd kunnen worden in de wereld.

Oakland

De initiatiefnemers, waaronder Sam Altman, directeur van Y Combinator, en andere technologie-reuzen uit Silicon Valley, wilden een experiment naar een basisinkomen vooral in verband met ontwikkelingen in de technologie, zoals automatisering en op de langere termijn kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence, afgekort AI). Als door technologische ontwikkelingen veel banen verdwijnen, moeten we naar alternatieven kijken, besloten ze. Men is al begonnen met het experiment in Oakland, Californië, vlakbij San Francisco. Precieze details zullen waarschijnlijk binnenkort naar buiten komen. Dit experiment kan interessant zijn voor VVD-kiezers omdat het is opgestart vanuit de private hoek.

experimenten-hoeijmakers Na een opmerking uit de zaal dat de koffie koud staat te worden komt Hoeijmakers tot enkele conclusies. Ondanks alle haken en ogen gaat het de goede kant op met de experimenten. Hij somt er een paar op: verschillende benaderingen; veel nuance; vergeleken bij 1, 2, 3, 4 jaar geleden en nu zie je echt een opwaartse trend; naast tegenslagen komen er ook weer nieuwe initiatieven op.
Robin Ketelaars noemt enkele kleinschalige experimenten onder andere Mein Grundeinkommen dat enkele jaren geleden is opgericht door een jonge Duitser, Michael Bohmeyer. Hij zamelde zijn eigen basisinkomen bij elkaar. Inmiddels heeft de organisatie 89 basisinkomens verloot. De winnaar krijgt 1000 euro per maand gedurende een jaar. In Nederland is er OnsBasisinkomen.nl dat tweemaal een basisinkomen heeft verloot. Anne van Dalen was de tweede winnares. Zij is nu bezig met een crowdfunding voor een tweede jaar.
Hoeijmakers is ervan overtuigd dat deze experimenten en andere burgerinitiatieven ook heel belangrijk zijn, het zijn inspirerende voorbeelden en de verhalen erover dragen misschien wel meer bij aan de acceptatie van een basisinkomen dan de ‘droge, wetenschappelijke experimenten’. Punt is alleen dat uit deze experimenten geen wetenschappelijke conclusies getrokken mogen worden omdat de doelgroep aselect is samengesteld, dat wil zeggen, de deelnemers zijn voor de aanvang van het project al voor een basisinkomen.

experimenten-hoeijmakersHoeijmakers vat de positieve effecten van de experimenten met een basisinkomen als volgt samen:

  • er komen nog steeds initiatieven bij;
  • initiatieven blijven sterk variëren, zowel wat betreft invalshoek als aanpak;
  • je hebt lokale experimenten (Nederland), op provinciaal niveau (Ontario), op staatsniveau (Finland), privaat (Y Combinator) en in de goede doelensfeer vooral in ontwikkelingslanden (GiveDirectly, diverse NGO’s);
  • diversiteit is heel belangrijk, omdat het de kans vermindert dat het met een minder geslaagd experiment direct afgeserveerd wordt. Al die verschillende mensen, in verschillende situaties, al die verschillende manieren maakt mogelijk dat men kan zoeken naar de beste modellen zonder dat een project direct als mislukt wordt beschouwd;
  • verschil zit er ook in de resultaten die je gaat meten en in de kwaliteit, breedte en diepte van het onderzoek. In Finland bijvoorbeeld ligt de nadruk erg op de complexiteit van het sociale zekerheidssysteem en hoe je de armoedeval weghaalt door mensen betere vooruitzichten te bieden op betaald werk juist door hen daarvoor als opstap een basisinkomen te geven. In Ontario wil men breed gaan testen op ‘geluksfactoren’: welke effecten van een basisinkomen zien we op welbevinden en gezondheid van burgers? Bij GiveDirectly test men meer op ondernemerschap in kleine gemeenschappen en hoe mensen het heft in eigen hand nemen om uit de armoede te komen. Al die verschillen is momenteel de grootste kracht van de experimenten, het maakt de ontwikkelingen ook duurzamer;
  • de initiatieven worden ambitieuzer. Het zijn niet zomaar losse ideeën. Het is beleid dat door overheden wordt uitgewerkt zoals de Finse en die van Ontario. Er wordt kwalitatief goed onderzoek verricht door topwetenschappers uit de hele wereld. Kijk maar naar Y Combinator en GiveDirectly die de grootste namen van MIT en Harvard op het gebied van ontwikkelingssamenwerking erbij betrekt;
  • de inhoudelijke eigenschappen worden ook steeds mooier;
  • aantal deelnemers stijgt 2000 – 4000 – 6000;
  • je ziet varianten in de hoogte van het basisinkomen;
  • er wordt niet alleen in kleine stappen gekeken, zoals in Nederland waar men uiteindelijk slechts kleine stapjes zet binnen het kader van de Participatiewet, maar ook naar de toekomst. Men wil een nieuw toekomstperspectief vinden, omdat de huidige modellen van sociale zekerheid ons niet meer passen;
  • er wordt gepleit voor langer durende experimenten. Finland is als eerste begonnen met 2 jaar, daarna zie je bij andere experimenten een uitbreiding wat belangrijk is voor de uitkomsten.

Misschien komen er nog meer initiatieven, het zou zomaar kunnen. Misschien wordt het basisinkomen in de komende 5 of 10 jaar echt ergens ingevoerd. Het wordt langzamerhand niet meer zo onrealistisch om dat te zeggen. De toon van de conversatie is, zeker internationaal gezien, erg aan het veranderen. Dat is prachtig om te zien.

Florie Barnhoorn
mei 2017

Video-opname en foto’s: Hans Lindeijer

Het bericht Experimenten met de bijstand in Nederland – Sjir Hoeijmakers verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Experimenten met de bijstand in Nederland – Sjir Hoeijmakers

experimenten-hoeijmakers Tijdens de jaarlijkse Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Basisinkomen op 7 mei 2017 gaf Sjir Hoeijmakers een presentatie over de experimenten met een ‘basisinkomen’. Hier is de video-opname van de lezing te zien. Hij wil benadrukken dat het geen experimenten met een echt basisinkomen zijn, die zijn er eigenlijk nooit geweest (afhankelijk van je definitie van een basisinkomen). Het zijn experimenten in de richting van een basisinkomen. Ze onderzoeken aspecten van een basisinkomen, waardoor je cruciale factoren kan identificeren, de discussie verder kunt brengen en belangrijke bevindingen alvast kan implementeren. Experimenten met een ‘echt’ basisinkomen zijn er eigenlijk niet en of die er ooit zullen komen is maar de vraag.

De proeven met de bijstand in Nederland komen vanuit gemeentelijke initiatieven. Gemeenten gaan in Nederland niet over het inkomensbeleid en de belastingen (behalve de gemeentebelastingen), maar wel over de sociale zekerheid, met andere woorden zij zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet. Deze wet is in de plaats gekomen van de Wet werk en bijstand (Wwb). Voor mensen die aangewezen zijn op een bijstandsuitkering zou het basisinkomen een groot verschil uitmaken. Voor andere groepen zou dit ook gelden, maar in de bijstand zit een doelgroep die echt lijdt onder het huidige systeem. De centrale vraag bij deze experimenten is vooral of uitkeringsgerechtigden actiever, gezonder en gelukkiger worden als ze vrijer worden gelaten.

Stand van zaken

Hoeijmakers is verheugd dat na lang lobbyen van gemeenten bij landelijke politici er nu eindelijk de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ligt, opgesteld door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De AMvB is een document waarin staat beschreven aan welke voorwaarden een experiment moet voldoen om toestemming van het ministerie te krijgen om een uitzondering op de wet te mogen maken. Een gemeente kan bijvoorbeeld vragen om tijdelijk de sollicitatieplicht op te schorten of mensen naast de bijstandsuitkering meer te laten bijverdienen. Helaas is de AMvB een speelbal van de politiek geworden, waardoor er extra eisen aan zijn toegevoegd en compromissen zijn gesloten waarbij het de vraag is of daar nog echt heel goede experimenten van te maken zijn.

Voorwaarden zijn bijvoorbeeld:

  • er mag maar een korte tijd geëxperimenteerd worden;
  • als mensen te weinig moeite doen om aan het werk te komen, kunnen zij uit het experiment gezet worden, wat eigenlijk het hele experiment een beetje raar maakt.

Allemaal kleine irritante beperkingen die het heel moeilijk maken om een goed wetenschappelijk en ambitieus project op te zetten. Gelukkig kunnen gemeenten er ook weer omheen.

In het vorige kabinet was het erg moeilijk om de AMvB voor elkaar te krijgen. De Kamer was wel voor, maar het kabinet niet. Vooral de VVD lag dwars. Het zijn vaak een paar personen, legt Hoeijmakers uit, die het idee dragen of tegenwerken. Gelukkig heeft een aantal gemeenten er voor gekozen om toch door te gaan en er het beste van te maken. Heel veel gemeenten zijn ook afgehaakt vanwege alle moeilijkheden. Er kwam ook geen enkele hulp vanuit de landelijke overheid wat je wel zou verwachten na alle retoriek over decentralisatie en het openstaan voor experimenten. Je zou verwachten dat Kabinet en Parlement naast de gemeenten gaat staan, een stimulerende rol speelt, met geld over de brug komt en voor een goede afstemming en een goede wetenschappelijke coördinatie zorgt. Dit is tot nu toe niet zo geweest. Er is bijvoorbeeld geen extra geld beschikbaar gesteld, gemeenten moeten alles zelf betalen, er zijn alleen voorwaarden gesteld aan wat wel of niet mag gebeuren.

  • inmiddels hebben zeven gemeenten een aanvraag ingediend. Drie gemeenten Wageningen, Tilburg en Groningen hebben dat in april gedaan. Andere gemeenten konden vanaf 1 mei hun voorstel indienen. Utrecht heeft de aanvraag opgeschort omdat het ministerie nog aanvullende vragen bij het ontwerp had na Kamervragen van een lid van de VVD-fractie in de Tweede Kamer;
  • acht gemeenten twijfelen nog;
  • dertig gemeenten overwegen alternatieven, zoals Terneuzen. De gemeenteraad van deze Zeeuwse stad had een mooie juridische omweg rondom de Participatiewet gevonden om toch een experiment te kunnen doen maar – nadat het idee op het 8-uur Journaal was geweest – bleken politici in het kabinet en in de Tweede Kamer toch niet zo gecharmeerd van het idee.

Het opstellen van een aanvraag op basis van de AMvB vereist een behoorlijke dosis creativiteit. Sommige gemeenten maken gebruik van het maatwerk-artikel in de Participatiewet, dat zegt, dat bijstandsgerechtigden in individuele gevallen ontheffing kunnen krijgen van bijvoorbeeld de sollicitatieplicht. Maar dat artikel mag je niet inzetten voor een hele groep mensen. Dat had Utrecht gedaan en daarom is het voorstel terugverwezen door het ministerie.

experimenten-hoeijmakers

Sjir Hoeijmakers

Een paar dagen na de Hoeijmakers’ presentatie ontvingen 7 gemeenten, waaronder Tilburg, een brief dat zij “vooralsnog geen ruimte voor hun experimenten krijgen.” De verantwoordelijk wethouder in Tilburg, Erik de Ridder (CDA), die al sinds 2015 onderhandelt met het ministerie, reageerde volgens het Brabants Dagblad furieus: “Dit komt als een donderslag bij heldere hemel!” Ook Amsterdam, dat geen verplichte tegenprestatie van uitkeringsgerechtigden eist, heeft op ‘ambtelijk niveau’ te horen gekregen dat haar voorstel voor een experiment niet zal worden gehonoreerd, omdat de plaatselijke verordening – iedere gemeente is volgens de Participatiewet verplicht een verordening op te stellen waarin zij aangeeft hoe ze deze wet gaat uitvoeren – niet in orde is. De Amsterdamse wethouder voor Werk, Inkomen en Participatie, Arjan Vliegenthart (SP) is eveneens boos. In het NRC laat hij weten: „Ik heb de bezuinigingen die het Rijk ons heeft opgelegd uitgevoerd, nu vraag ik ook de beleidsruimte die erbij hoort. De staatssecretaris kan de boom in. Wij gaan het experiment beginnen”.

Vijf en veertig gemeenten zijn op de één of andere manier nog bezig met het opzetten van een experiment met een regelluwe bijstand. Sommigen echt vanuit de overtuiging dat zij een basisinkomen willen testen en het eigenlijk het liefst zouden willen invoeren. Sommigen meer vanuit de lokale problematiek gedacht, omdat ze zien dat de bijstand in zijn huidige vorm niet werkt en dat zij daar sowieso iets mee moeten doen.
Je kan het jammer vinden, meent Hoeijmakers, dat er zo weinig is overgebleven van de aanvankelijke ambities. Aan de andere kant zijn er nog steeds gemeenten die, ondanks alle moeilijkheden, deze experimenten heel graag willen en vastbesloten zijn er mee door te gaan. Dat is ook wat hij gemeenten adviseert … gewoon aan de slag gaan en zoveel mogelijk pakken wat er te pakken is. Ik ben benieuwd hoe het landschap er wat dit betreft over drie jaar uitziet, voegt hij er aan toe.

En nog steeds komen er nieuwe gemeenten bij. Soms wordt hij door een enthousiast raadslid gebeld “Oh, ik wil een experiment doen met een basisinkomen”. Dan moet ik hem of haar vaak een beetje teleurstellen, zegt hij, waarschuwen voor het gedoe met de AMvB nu. Dat is echt te veel voor een kleine gemeente. Maar houd je ogen en oren goed open, want wat gaat de volgende regering doen? Dat is heel onzeker. Volgens Alexander de Roo is er bij partijen als GroenLinks en D66 wel de wil voor experimenten, maar in hoeverre die wens gehonoreerd wordt aan de onderhandelingstafel is een tweede. Ook hier hangt het af van de personen die daar zitten. Maak je je er sterk voor of ga je het uitruilen voor andere wensen.

Iemand uit de zaal merkt op dat Mark Rutte als twintiger voor een basisinkomen was. Volgens Hoeijmakers is er ook geen reden voor de VVD om tegen een basisinkomen te zijn, het is maar net hoe het geframed wordt, hoe je het neerzet. Onlangs heeft hij een filmpje opgenomen op het wetenschappelijk bureau van de VVD over de vraag hoe je het basisinkomen zou kunnen inpassen in het liberale gedachtegoed. Het hangt heel erg af van de personen die in de Kamer of in de regering zitten en hoe ze de framing oppakken. De VVD is een beetje schrik aangejaagd door het idee van ‘gratis geld’. Hoeijmakers heeft ook in Bloemendaal (een gemeente met veel VVD-stemmers) een praatje gehouden voor de Rotary en daar stond men echt open voor een aantal argumenten, in ieder geval voor experimenten. Je moet wel uitkijken dat je niet in een gevecht om principes terecht komt van ‘voor wat hoort wat’, merkt hij op. Als je op rustige toon uitlegt wat de experimenten inhouden, wat de ideeën achter het basisinkomen zijn, wat het voor ondernemers kan betekenen, voor de complexiteit bij de overheid, dan zijn er ook voorstanders te vinden bij de VVD. Wat dat betreft is het ook belangrijk wat er in het buitenland gebeurt. Als politici zien dat het in andere landen heel normaal is om te experimenteren met elementen van een basisinkomen, dat het allemaal niet zo eng is, zullen ze op een dag zeggen: “Natuurlijk zijn we daarvoor”.

Experimenten met een basisinkomen in andere landen

Hoeijmakers is daar echt enthousiast over. De ontwikkelingen in Nederland vindt hij bemoedigend, hoewel ze misschien pas in de late herfst van dit jaar starten. De grootste impact die de Nederlandse experimenten tot nu toe gehad hebben, is dat ze zoveel aandacht in de internationale media getrokken hebben. In alle lijstjes met landen die een experiment doen met een basisinkomen wordt Nederland en/of Utrecht genoemd. Het effect is wel dat het idee in andere landen ook gaat leven. En als wij naar die artikelen kijken wordt het voor ons ook weer normaler. Dat is een groot en niet te onderschatten effect. Hij noemt de hoogste ambtenaar van Economische Zaken in India als voorbeeld.

experimenten-hoeijmakers

Finland

  • het experiment is in januari 2017 begonnen;
  • er is veel kritiek op, ook in Finland zelf; het is top-down, het wordt vanuit de landelijke overheid gedistribueerd; die wil weten of langdurig werklozen gemotiveerder solliciteren met een basisinkomen dan met een werklozenuitkering. Bij de laatste word je namelijk gekort op je uitkering als je werkt.
  • 2000 mensen die gebruik maken van de sociale zekerheid en die bij Kela staan ingeschreven (vergelijkbaar met het UWV) krijgen nu een onvoorwaardelijk basisinkomen van 560 euro per maand. Dat is geen vetpot, maar het is een begin. Het is een normale uitkeringshoogte voor mensen in Finland.

Er is geen ‘clawback’ (cb), dat wil zeggen als je naast het basisinkomen gaat bijverdienen dan raak je niets van het basisinkomen kwijt; je houdt je basisinkomen altijd, ook als je een baan krijgt of bijklust naast het basisinkomen. De duur van het experiment is 2 jaar. Men denkt bij Kela al na over een verlenging en uitbreiding van het experiment, met meer groepen bijvoorbeeld. Ondanks alles wat er op aan te merken is, is het belangrijk dat het begonnen is.

Ontario

Een mooie recente ontwikkeling, vindt Hoeijmakers, de ontwikkelaars van het experiment zijn serieus, ze willen op de lange termijn echt een basisinkomen invoeren. Anders dan in Nederland (en ook Finland) werken overheden mee in Ontario. De overheid heeft een website gemaakt voor het experiment waarin ze haar inwoners inlicht over wat er gaat gebeuren met het basisinkomen. Finland en Ontario presenteren hun project als een ‘basisinkomen’.

  • vierduizend deelnemers; ook mensen die minder dan 2000 euro per maand verdienen kunnen meedoen. Men gaat loten tussen alle mensen die in aanmerking komen voor deelname. Zij krijgen een uitnodiging, waarna ze zich kunnen aanmelden. Zie voor meer informatie over de onderzoeksopzet hier;
  • de duur van het project is 3 jaar; het basisinkomen is gelijk aan ongeveer 1000 euro per maand per individu (ongeveer $ 1600 Canadese dollars), een stel krijgt 1,5 keer zoveel. Je hebt een clawback van 50% dus van elke euro die je extra verdient, houd je 0,5 euro over. Het experiment lijkt dus meer op een experiment met een negatieve inkomstenbelasting dan met een basisinkomen. Mensen met een arbeidsbeperking krijgen daar 500 dollar bovenop;
  • bij het meten van de succescriteria kijkt men echt in de breedte.
    Ontario wil alternatieven testen voor de huidige sociale bijstand en kijken of deze een positieve uitwerking hebben op gezondheid, werk en wonen en bestaanszekerheid;
  • het project is ook geografisch goed doordacht: één experiment gebeurt in een grote stad, één op het platteland en één in een middelgrote stad; aan het einde van de lente beginnen de twee steden en in de herfst start de derde studie.

Kenia

Een heel mooi en ambitieus project, opgezet door GiveDirectly. Zesduizend mensen zullen gedurende 12 jaar een basisinkomen ontvangen. Uiteindelijk zullen in totaal 26000 mensen meedoen aan de experimenten. Er zitten ook andere groepen in, een controlegroep, maar ook mensen die in plaats van een volledig basisinkomen direct een grote som geld krijgen en dit kunnen gebruiken voor de langere termijn en mensen die een basisinkomen voor 2 jaar krijgen.
Het bedrag dat de deelnemers krijgen is 20 euro per maand. Voor deze mensen, die in extreme armoede leven, maakt dit een enorm verschil. Er is geen clawback, dat wil zeggen, er wordt niet gekort op het basisinkomen als zij gaan werken.
Heel inspirerend en een revolutie in ontwikkelingswerk. Het zegt iets over de manier waarop je met mensen omgaat en naar mensen kijkt. Het is niet één op één te vergelijken met de situatie hier, maar wel enigszins. Geef je de mensen vrijheid om hun eigen keuzes te maken. Dat doe je niet door te zeggen, hier heb je geiten, een waterput, schooluniformen of zoals in Nederland “solliciteer, solliciteer, solliciteer” of geef je mensen het vertrouwen dat zij zelf dingen oppakken en daar iets moois van maken.
Het project krijgt wereldwijd veel publicitaire aandacht, er wordt veel onderzoek verricht. Er wordt echt nagedacht hoe op de meest effectieve manier levens verbeterd kunnen worden in de wereld.

Oakland

De initiatiefnemers, waaronder Sam Altman, directeur van Y Combinator, en andere technologie-reuzen uit Silicon Valley, wilden een experiment naar een basisinkomen vooral in verband met ontwikkelingen in de technologie, zoals automatisering en op de langere termijn kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence, afgekort AI). Als door technologische ontwikkelingen veel banen verdwijnen, moeten we naar alternatieven kijken, besloten ze. Men is al begonnen met het experiment in Oakland, Californië, vlakbij San Francisco. Precieze details zullen waarschijnlijk binnenkort naar buiten komen. Dit experiment kan interessant zijn voor VVD-kiezers omdat het is opgestart vanuit de private hoek.

experimenten-hoeijmakers Na een opmerking uit de zaal dat de koffie koud staat te worden komt Hoeijmakers tot enkele conclusies. Ondanks alle haken en ogen gaat het de goede kant op met de experimenten. Hij somt er een paar op: verschillende benaderingen; veel nuance; vergeleken bij 1, 2, 3, 4 jaar geleden en nu zie je echt een opwaartse trend; naast tegenslagen komen er ook weer nieuwe initiatieven op.
Robin Ketelaars noemt enkele kleinschalige experimenten onder andere Mein Grundeinkommen dat enkele jaren geleden is opgericht door een jonge Duitser, Michael Bohmeyer. Hij zamelde zijn eigen basisinkomen bij elkaar. Inmiddels heeft de organisatie 89 basisinkomens verloot. De winnaar krijgt 1000 euro per maand gedurende een jaar. In Nederland is er OnsBasisinkomen.nl dat tweemaal een basisinkomen heeft verloot. Anne van Dalen was de tweede winnares. Zij is nu bezig met een crowdfunding voor een tweede jaar.
Hoeijmakers is ervan overtuigd dat deze experimenten en andere burgerinitiatieven ook heel belangrijk zijn, het zijn inspirerende voorbeelden en de verhalen erover dragen misschien wel meer bij aan de acceptatie van een basisinkomen dan de ‘droge, wetenschappelijke experimenten’. Punt is alleen dat uit deze experimenten geen wetenschappelijke conclusies getrokken mogen worden omdat de doelgroep aselect is samengesteld, dat wil zeggen, de deelnemers zijn voor de aanvang van het project al voor een basisinkomen.

experimenten-hoeijmakersHoeijmakers vat de positieve effecten van de experimenten met een basisinkomen als volgt samen:

  • er komen nog steeds initiatieven bij;
  • initiatieven blijven sterk variëren, zowel wat betreft invalshoek als aanpak;
  • je hebt lokale experimenten (Nederland), op provinciaal niveau (Ontario), op staatsniveau (Finland), privaat (Y Combinator) en in de goede doelensfeer vooral in ontwikkelingslanden (GiveDirectly, diverse NGO’s);
  • diversiteit is heel belangrijk, omdat het de kans vermindert dat het met een minder geslaagd experiment direct afgeserveerd wordt. Al die verschillende mensen, in verschillende situaties, al die verschillende manieren maakt mogelijk dat men kan zoeken naar de beste modellen zonder dat een project direct als mislukt wordt beschouwd;
  • verschil zit er ook in de resultaten die je gaat meten en in de kwaliteit, breedte en diepte van het onderzoek. In Finland bijvoorbeeld ligt de nadruk erg op de complexiteit van het sociale zekerheidssysteem en hoe je de armoedeval weghaalt door mensen betere vooruitzichten te bieden op betaald werk juist door hen daarvoor als opstap een basisinkomen te geven. In Ontario wil men breed gaan testen op ‘geluksfactoren’: welke effecten van een basisinkomen zien we op welbevinden en gezondheid van burgers? Bij GiveDirectly test men meer op ondernemerschap in kleine gemeenschappen en hoe mensen het heft in eigen hand nemen om uit de armoede te komen. Al die verschillen is momenteel de grootste kracht van de experimenten, het maakt de ontwikkelingen ook duurzamer;
  • de initiatieven worden ambitieuzer. Het zijn niet zomaar losse ideeën. Het is beleid dat door overheden wordt uitgewerkt zoals de Finse en die van Ontario. Er wordt kwalitatief goed onderzoek verricht door topwetenschappers uit de hele wereld. Kijk maar naar Y Combinator en GiveDirectly die de grootste namen van MIT en Harvard op het gebied van ontwikkelingssamenwerking erbij betrekt;
  • de inhoudelijke eigenschappen worden ook steeds mooier;
  • aantal deelnemers stijgt 2000 – 4000 – 6000;
  • je ziet varianten in de hoogte van het basisinkomen;
  • er wordt niet alleen in kleine stappen gekeken, zoals in Nederland waar men uiteindelijk slechts kleine stapjes zet binnen het kader van de Participatiewet, maar ook naar de toekomst. Men wil een nieuw toekomstperspectief vinden, omdat de huidige modellen van sociale zekerheid ons niet meer passen;
  • er wordt gepleit voor langer durende experimenten. Finland is als eerste begonnen met 2 jaar, daarna zie je bij andere experimenten een uitbreiding wat belangrijk is voor de uitkomsten.

Misschien komen er nog meer initiatieven, het zou zomaar kunnen. Misschien wordt het basisinkomen in de komende 5 of 10 jaar echt ergens ingevoerd. Het wordt langzamerhand niet meer zo onrealistisch om dat te zeggen. De toon van de conversatie is, zeker internationaal gezien, erg aan het veranderen. Dat is prachtig om te zien.

Florie Barnhoorn
mei 2017

Video-opname en foto’s: Hans Lindeijer

Het bericht Experimenten met de bijstand in Nederland – Sjir Hoeijmakers verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Mark Zuckerberg (Facebook) pleit voor het basisinkomen.

Bij het afstuderen van de studenten aan Harvard in Amerika in 2017 gaf Mark Zuckerberg, de Facebook maker, een speech waar hij het universele basisinkomen een hart onder de riem stak. Mark Zuckerberg: “Nou, vandaag hebben we een niveau van rijkdom en gelijkheid die iedereen eerder pijn doet, want als je de vrijheid niet hebt om je idee te plaatsen en om te zetten in een historische onderneming, dan verliezen we allemaal. En op dit moment richt onze maatschappij zich teveel op het belonen van mensen als ze succesvol zijn en doen we niet genoeg om ervoor te zorgen dat iedereen veel verschillende kansen kan nemen. Dus laten we dit […]

The post Mark Zuckerberg (Facebook) pleit voor het basisinkomen. appeared first on Nederlandstalig Netwerk Basisinkomen.

Aandacht voor Basisinkomen in Valletta en Leeuwarden in 2018

Op vakantie in Malta had ik een gesprek met Narcy Calamatta. Hij is een bekend tv-producer op Malta, internationaal filmmaker en fervent voorstander van een basisinkomen.

Omdat zowel Valletta als Leeuwarden culturele hoofdstad van Europa zijn in 2018 hebben we het plan opgevat om het basisinkomen in dat jaar waar mogelijk gezamenlijk in media-aandacht te krijgen. Leeuwarden is daar daar al hard voor aan het werk en ook Narcy ziet daar moeglijkheden voor.

Hij zal een vroegere vriend en huidige minister van financiën benaderen om hem voor te stellen om in 2018 een pilot OBi te houden voor (afgestudeerde) kunstenaars.
Hoewel het sociaal zekerheidsstelsel in Malta er veel beter uitziet dan in de meeste landen van Europa (zoals gratis onderwijs en medische zorg) is er op het gebied van de basisvoorzieningen rondom werk nog veel winst te behalen. Sociale innovatie is een bekend thema wanneer steden de eer krijgen zich culturele hoofdstad van Europa te mogen noemen en het basisinkomen leent zich uitstekend daarvoor.


Toeval of niet, toen ik het vliegtuig instapte terug naar Nederland, bleek het een wel heel speciaal beletterd toestel te zijn. Dat moet wel een een gunstig teken zijn voor onze gezamenlijke inzet het basisinkomen onder de aandacht van een breed publiek te krijgen.

Mei 2017
Willem Gielingh

Het bericht Aandacht voor Basisinkomen in Valletta en Leeuwarden in 2018 verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Radar Extra: kans op werk: 3 procent

Trosradar besteed aandacht aan het basisinkomen. Helaas is onze voorzitter Alexander de Roo niet te zien in de uitzending terwijl hij wel geïnterviewd is. Hij is te spreken via zijn whatsapp  of via het contactformulier. Zie ook het commentaar van Alexander hieronder.

Ze sturen honderden sollicitatiebrieven en krijgen vaak niet eens een ontvangstbevestiging. Laat staan een uitnodiging voor een gesprek. Vijftigplussers worden er moedeloos van; verplicht solliciteren zonder enig resultaat. Waarom komt deze groep werklozen nauwelijks nog aan de bak?

En waarom hebben we hier als samenleving geen antwoord op? Biedt een basisinkomen wellicht de oplossing? Antoinette Hertsenberg onderzoekt in een nieuw Radar Extra-tweeluik vanaf maandag 22 mei de gevolgen van een veranderende arbeidsmarkt.

De economie in Nederland trekt aan. Toch blijft de langdurige werkloosheid onder vijftigplussers groot. Met vaak nog jaren tot hun pensioenleeftijd solliciteren deze werklozen zich suf en moeten zij zich door een woud van regels bewegen. Kan dat niet anders geregeld worden?

Is het basisinkomen een oplossing?

Er wordt in Nederland steeds vaker gepleit voor een basisinkomen – een gegarandeerd inkomen verstrekt door de overheid. Dit inkomen zou lucht kunnen geven aan de groep oudere werkzoekenden die klem zitten in het huidige systeem.

Antoinette Hertsenberg gaat op zoek naar antwoorden en spreekt daarbij met burgers en deskundigen, onder wie De Correspondent–journalist Rutger Bregman en ondernemer Annemarie van Gaal.

Radar Extra is maandag 22 mei en maandag 29 mei te zien om 20:30 uur op NPO 1.

https://radar.avrotros.nl/uitzendingen/documentaires/kans-op-werk-3-procent/over/

22 mei 2017

Het bericht Radar Extra: kans op werk: 3 procent verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Een basisinkomen: geen greep in de zak van een ander – vervolg

Tegenstanders van basisinkomen vinden het gek om mensen die niet werken onvoorwaardelijk geld te geven, een basisinkomen.. Het lijkt er op dat dat betaald wordt ten koste van iemand die wel werkt. Dat is niet het geval. 

Deze bijdrage van Anne Berkheij is het vervolg op zijn eerdere  bijdrage Een basisinkomen: geen greep in de zak van een ander.

‘’Iedereen moet arbeiden voor zijn eigen geld’’ – logisch toch?  Het lijkt dan heel erg gek om mensen onvoorwaardelijk, op individuele basis, geld te geven vanuit de overheid. Toch is dat precies wat een basisinkomen voorstelt. Het lijkt er dan sterk op dat een basisinkomen betaald wordt ten koste van iemand die wel werkt. Dat is niet het geval.  In deze twee artikelen leg ik uit waarom dit niet het geval is.

In het vorige artikel heb ik een begin gemaakt om dit uit te leggen. Een basisinkomen wordt betaald uit de natuurlijke middelen en vrije technologieën. Dit is echter niet genoeg, daarom wordt er gekeken naar ‘surplus salaris uit arbeid’. In dit artikel zal ik uitleggen wat surplus salaris is, en waarom het gezien moet worden als tegenprestatie voor het gebruik van natuurlijke middelen en vrije technologieën van iemand anders. Laten we, om dat te begrijpen, teruggaan naar ons voorbeeld uit het eerste artikel van het eiland waar Bo en Sophie wonen.

Het voorbeeld ging als volgt: Bo en Sophie zijn beiden op een eiland geplaatst. Dit eiland produceert 6 vaten olie natuurlijk en 17 vaten olie door een jaknikker die gebouwd is door de vorige generaties. Deze natuurlijke middelen en technologieën produceren samen dus 23 vaten olie, waarvan Bo en Sophie er ieder 11,5 krijgen.

Stel je voor dat de jaknikker in loop der tijd stukgaat. Hij levert nog wel olie, maar vanaf nu moet je hem aanslingeren. Doordat je hem moet aanslingeren kost het nu 10 uur arbeiden voor ieder vat olie van de jaknikker. Als je dit doet produceert de jaknikker nog steeds 17 vaten olie. Bo en Sophie spreken af elkaar af te wisselen om de jaknikker aan te slingeren. Dit aanslingeren is arbeid. Bo en Sophie doen beiden evenveel arbeid en krijgen dus beiden nog steeds 11,5 vaten olie. Deze vaten olie zijn dan hun deel van de natuurlijke grondstoffen, vrije technologieën, en arbeid.

Bo heeft het naar een tijdje eigenlijk wel weer gezien en wil minder gaan arbeiden. Sophie daarintegen heeft de smaak goed te pakken en wil juist meer olie hebben bovenop haar 11,5 vaten olie, en is bereid daar meer voor te arbeiden.  Sophie heeft alleen maar recht op haar eigen portie, en kan niet zomaar een claim leggen op het portie van Bo. Om hierin te kunnen handelen komt de vrije markt in werking. Een vat olie maken kost 10 uur arbeid. Deze 10 uur is dus ook alles wat ze hoeft te arbeiden voor haar eigen claim. Voor haar 8,5 vaten olie werkt ze dus 85 uur. Bo en Sophie kunnen echter ook hun arbeid en claim op natuurlijke middelen en vrije technologieën verhandelen. Hiervoor kan er afgeweken worden van de 10 uur werken per vat olie. Let wel op, dit kan nooit minder dan 10 uur worden omdat je dan iets produceert voor de ander zonder er iets voor terug te krijgen.

Bo en Sophie gaan hun arbeid en claim op natuurlijke middelen en vrije technologieen verhandelen. Hiervoor is maar 1 regel: nadat er iets gehandeld is moeten beiden partijen tevreden zijn met wat ze als resultaat daarvan hebben. Binnen deze regels kunnen een aantal scenario’s bedacht worden.

In het eerste scenario hecht Bo geen enkele waarde aan de 8,5 vaten olie die hij kan verdienen met zijn arbeid. Bo neemt genoegen met zijn 3 vaten olie van zijn portie van de natuurlijke middelen. Bo is dus sowieso tevreden, zelfs als hij niets krijgt. Sophie vind het prima om 10 uur per extra vat te arbeiden, en omdat beiden tevreden zijn met het resultaat van deze ruil wordt er dus gehandeld. Bo ontvangt niets uit de arbeid van Sophie. Een extra vat kost namelijk 10 uur arbeid, en de opbrengst van die 10 uur steekt ze volledig in eigen zak. In dit scenario kan er dus niet gesproken worden over een toelage voor Bo ten koste van Sophie.
In de tweede scenario hecht Bo wel veel waarde aan de vaten olie, maar vind hij het prima minder te hebben. De vraag wordt dan: wie hecht er meer waarde aan extra vaten olie. Als Bo meer vraagt dan Sophie ervoor biedt wordt er niet gehandeld, als Bo er minder voor vraagt wordt er wel gehandeld.

Stel je voor dat Bo 20 uur arbeid vraagt per vat olie. In dat geval moet Sophie 20 uur werken voor 1 vat olie. Aangezien 10 uur gelijk staat aan 1 vat olie maakt zie in de overige 10 uur 1 vat olie voor Bo.

Sophie vindt 20 uur werken voor een vat olie te veel, en wil maximaal 15 uur voor 1 vat olie werken. Dat zou dus betekenen dat ze een half vat olie voor Bo zou maken voor ieder vat olie die ze voor zichzelf maakt.

Bo vraagt in deze situatie meer dan dat Sophie wil bieden. Als ze 20 uur zou werken voor 1 vat olie zou Sophie ontevreden zijn, als ze 15 uur zou werken dan is Bo ontevreden. Omdat er geen handel mogelijk is waarin Bo en Sophie beiden tevreden zijn wordt er niet gehandeld. Ook in dit scenario ontvangt Bo niets uit de arbeid van Sophie, en wordt er dus geen toelage aan Bo betaald ten koste van Sophie haar arbeid.

In de derde scenario vraagt Bo 15 uur werk per vat olie van Sophie. Dus voor ieder vat olie die ze voor zichzelf maakt maakt ze een half vat olie voor Bo. Dit aanbod vindt Sophie wel interessant, omdat ze bereid is 15 uur te arbeiden voor een vat olie. Omdat Bo en Sophie beiden tevreden zijn met het resultaat van deze deal voldoet het aan de regels. De deal wordt dus gemaakt. Ondanks dat Bo profiteert van Sophie haar werkt is dit profiteren niet ten koste van Sophie.  Sophie maakt namelijk graag de ruil van haar arbeid tegen Bo zijn gebruik van de jaknikker. Bo en Sophie gaan er beiden op vooruit.

Bo ontvang per 15 uur die Sophie extra werkt een half vat olie. Dit halve vat (5 uur) is het onderdeel wat als surplus salaris in het basisinkomen komt. Dit wordt surplus(extra) genoemd omdat Sophie bereid is deze 5 uur extra te arbeiden om 1 vat olie te verdienen. Het basisinkomen is dan natuurlijke middelen en vrije technologieen + surplus salaris. Omdat Sophie en Bo deze deal over het surplus graag maken wordt er geen misbruik gemaakt van Sophie. De onvoorwaardelijke toelage die Bo krijgt is zijn natuurlijke middelen en vrije technologieen en een compensatie van zijn claim op natuurlijke middelen en vrije technologieen, niet een toelagen ten koste van Sophie.

Anne Berkheij, 20 mei 2017, geplaatst door Reyer Brons

Het bericht Een basisinkomen: geen greep in de zak van een ander – vervolg verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

“Durf het belastingstelsel nou eens aan te pakken”

Deze aansporing boven een column in Elsevier kan ik van harte onderschrijven, hoewel mijn beweegredenen soms afwijken van die van Jean Dohmen.

Vereenvoudiging

Bij “de noodzaak van een vereenvoudiging van het belastingstelsel”, waartoe ook fiscale experts Leo Stevens en Koen Caminada toe oproepen, zijn we eensgezind. Ook ik denk dat het goed zou zijn als daar al bij de kabinetsformatie overeenstemming over zou kunnen worden bereikt.

Werken moet lonen

Verschil van mening ontstaat wel waar Dohmen zich afvraagt: “waarom zou iemand meer gaan werken als hij van een extra euro die hij verdient meer dan de helft aan de schatkist moet afstaan?” Ik ben van mening dat iemand best een flink bedrag aan de samenleving mag bijdragen wanneer zijn financiële draagkracht daar aanleiding toe geeft. Bedenk dat vrijwilligers hun arbeid zelfs gratis ter beschikking stellen. Het staat iedereen trouwens vrij te stoppen met werken wanneer je vindt dat je er te weinig geld voor in ruil ontvangt.

Jean Dohmen geeft het nivelleringsbeleid van het nu demissionaire kabinet van VVD en PvdA de schuld van de hoge overheidsuitgaven. In mijn visie zouden de overheidsuitgaven ook best omlaag mogen, maar het beleid moet wel gericht blijven op nivellering. Natuurlijk mogen burgers zelf beslissen waar ze hun inkomen aan uitgeven, zoals Dohmen bepleit, maar wel nadat zij eerst op passende wijze aan de samenleving hebben bijgedragen!

Belasting moet eerlijker

“Het valt niet te verdedigen”, gaat de auteur verder, “dat huishoudens met hetzelfde bruto inkomen, afhankelijk van de vraag hoeveel mensen er in dat huishouden werken, en of zij in loondienst zijn of juist als zzp’er hun inkomen verdienen, daar netto heel verschillende bedragen aan overhouden.” Dat onderschrijf ik volkomen. Ik ben fel voorstander van een simpeler en eerlijker belastingstelsel.

Schaf regelingen af

Evenals voor mij is het de columnist in Elsevier een doorn in het oog dat het huidige belastingstelsel nauwelijks nog te doorgronden is. Met hem zeg ik: “Het afschaffen van fiscale voordelen maakt het stelsel eenvoudiger en levert miljarden op.”

Vermogen eerlijk belasten

“Nog steeds belast de Belastingdienst niet de werkelijk behaalde rendementen”, klaagt Dohmen voorts. Natuurlijk is het eerlijker om de werkelijk behaalde rendementen van vermogens te belasten, maar de huidige regeling is tot stand gekomen omdat het veel simpeler is. Zo’n regeling kan voor- en nadelig uitpakken. Toen de rendementen hoog waren gaf dat voordeel. Nu de rendementen voor sommige beleggers lager liggen lijkt me dat geen reden om dan de regeling direct maar te schrappen. Onlangs is deze regeling trouwens al aangepast. Hoger belasten van vermogen ligt overigens in lijn met wat Thomas Piketty bepleit in zijn bejubelde boek Kapitaal in de 21e eeuw!

Misbruik belastingen niet voor andere doelen

“De overheid moet het belastingstelsel niet misbruiken om burgers met allerlei fiscale prikkels in een bepaalde richting te duwen. Het is een belangrijke reden waarom het stelsel zo verdraaid complex is geworden,” aldus Jean Dohmen. Daar kan ik me helemaal in vinden. Dat geldt trouwens ook voor zijn stelling dat de Belastingdienst de controle op orde moet hebben. Inderdaad: “Belastingplichtigen die netjes al hun belastingen betalen moeten niet het gevoel krijgen dat fraudeurs de dans ontspringen omdat de fiscus onvoldoende mankracht heeft of niet goed zit op te letten.”

Wat is er mis?

De misstand waar het belastingstelsel een eind aan moet maken is de armoede. Een op de negen kinderen in Nederland verkeert in behoeftige omstandigheden. In Trouw lees ik vandaag: “In de samenleving ontstaat een onderklasse met schulden.” Marco Florijn, de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), wil met de overheid een oplossing zoeken. Oplossing zoeken? De oorzaak is bekend en de oplossing ligt voor de hand.

De oorzaak van de armoede in Nederland

De armoede in ons land wordt voornamelijk veroorzaakt door de alsmaar stijgende kosten van levensonderhoud. Doordat die kosten zo toenemen dreigen mensen met lagere en middeninkomens buiten de boot te vallen. De overheid is daar mede schuldig aan doordat allerlei verplichtingen worden opgelegd zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met de hoogte van het inkomen of het vermogen. Minder draagkrachtigen betalen daardoor een veel hoger percentage van hun budget dan hun welgestelde medeburgers. Dat is niet eerlijk. Iedereen dient naar draagkracht mee te betalen.

Wat is de oplossing?

Als oplossing zouden die kosten natuurlijk weer verlaagd kunnen worden. Maar veel van die kosten zijn door de privatisering van overheidstaken moeilijk meer in toom te houden. Voor de hand ligt daarom de invoering van een Universeel Basisinkomen (UBI). Met een UBI kan de koopkracht van de burger weer op peil gebracht worden. De toenemende koopkracht stimuleert de economie. De ontstane onderklasse kan haar schulden afbetalen en een menswaardig bestaan opbouwen.

Belastingherziening

De belastingherziening die al zo lang op zich laat wachten is naar mijn mening niet te realiseren zonder een UBI als negatieve inkomstenbelasting erbij te betrekken. Een UBI kan bovendien uitstekend worden gecombineerd met een vlaktaks, hetgeen nog meer voordeel aan versimpeling biedt. Juist omdat het zo’n ingrijpende transitie is lijkt het me zaak de voorbereiding ervan tijdig ter hand te nemen. Het nieuwe kabinet kan z’n borst nat maken!

Amersfoort, 15 mei 2017
Joop Böhm

Het bericht “Durf het belastingstelsel nou eens aan te pakken” verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

“Durf het belastingstelsel nou eens aan te pakken”

Deze aansporing boven een column in Elsevier kan ik van harte onderschrijven, hoewel mijn beweegredenen soms afwijken van die van Jean Dohmen.

Vereenvoudiging

Bij “de noodzaak van een vereenvoudiging van het belastingstelsel”, waartoe ook fiscale experts Leo Stevens en Koen Caminada toe oproepen, zijn we eensgezind. Ook ik denk dat het goed zou zijn als daar al bij de kabinetsformatie overeenstemming over zou kunnen worden bereikt.

Werken moet lonen

Verschil van mening ontstaat wel waar Dohmen zich afvraagt: “waarom zou iemand meer gaan werken als hij van een extra euro die hij verdient meer dan de helft aan de schatkist moet afstaan?” Ik ben van mening dat iemand best een flink bedrag aan de samenleving mag bijdragen wanneer zijn financiële draagkracht daar aanleiding toe geeft. Bedenk dat vrijwilligers hun arbeid zelfs gratis ter beschikking stellen. Het staat iedereen trouwens vrij te stoppen met werken wanneer je vindt dat je er te weinig geld voor in ruil ontvangt.

Jean Dohmen geeft het nivelleringsbeleid van het nu demissionaire kabinet van VVD en PvdA de schuld van de hoge overheidsuitgaven. In mijn visie zouden de overheidsuitgaven ook best omlaag mogen, maar het beleid moet wel gericht blijven op nivellering. Natuurlijk mogen burgers zelf beslissen waar ze hun inkomen aan uitgeven, zoals Dohmen bepleit, maar wel nadat zij eerst op passende wijze aan de samenleving hebben bijgedragen!

Belasting moet eerlijker

“Het valt niet te verdedigen”, gaat de auteur verder, “dat huishoudens met hetzelfde bruto inkomen, afhankelijk van de vraag hoeveel mensen er in dat huishouden werken, en of zij in loondienst zijn of juist als zzp’er hun inkomen verdienen, daar netto heel verschillende bedragen aan overhouden.” Dat onderschrijf ik volkomen. Ik ben fel voorstander van een simpeler en eerlijker belastingstelsel.

Schaf regelingen af

Evenals voor mij is het de columnist in Elsevier een doorn in het oog dat het huidige belastingstelsel nauwelijks nog te doorgronden is. Met hem zeg ik: “Het afschaffen van fiscale voordelen maakt het stelsel eenvoudiger en levert miljarden op.”

Vermogen eerlijk belasten

“Nog steeds belast de Belastingdienst niet de werkelijk behaalde rendementen”, klaagt Dohmen voorts. Natuurlijk is het eerlijker om de werkelijk behaalde rendementen van vermogens te belasten, maar de huidige regeling is tot stand gekomen omdat het veel simpeler is. Zo’n regeling kan voor- en nadelig uitpakken. Toen de rendementen hoog waren gaf dat voordeel. Nu de rendementen voor sommige beleggers lager liggen lijkt me dat geen reden om dan de regeling direct maar te schrappen. Onlangs is deze regeling trouwens al aangepast. Hoger belasten van vermogen ligt overigens in lijn met wat Thomas Piketty bepleit in zijn bejubelde boek Kapitaal in de 21e eeuw!

Misbruik belastingen niet voor andere doelen

“De overheid moet het belastingstelsel niet misbruiken om burgers met allerlei fiscale prikkels in een bepaalde richting te duwen. Het is een belangrijke reden waarom het stelsel zo verdraaid complex is geworden,” aldus Jean Dohmen. Daar kan ik me helemaal in vinden. Dat geldt trouwens ook voor zijn stelling dat de Belastingdienst de controle op orde moet hebben. Inderdaad: “Belastingplichtigen die netjes al hun belastingen betalen moeten niet het gevoel krijgen dat fraudeurs de dans ontspringen omdat de fiscus onvoldoende mankracht heeft of niet goed zit op te letten.”

Wat is er mis?

De misstand waar het belastingstelsel een eind aan moet maken is de armoede. Een op de negen kinderen in Nederland verkeert in behoeftige omstandigheden. In Trouw lees ik vandaag: “In de samenleving ontstaat een onderklasse met schulden.” Marco Florijn, de nieuwe voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), wil met de overheid een oplossing zoeken. Oplossing zoeken? De oorzaak is bekend en de oplossing ligt voor de hand.

De oorzaak van de armoede in Nederland

De armoede in ons land wordt voornamelijk veroorzaakt door de alsmaar stijgende kosten van levensonderhoud. Doordat die kosten zo toenemen dreigen mensen met lagere en middeninkomens buiten de boot te vallen. De overheid is daar mede schuldig aan doordat allerlei verplichtingen worden opgelegd zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met de hoogte van het inkomen of het vermogen. Minder draagkrachtigen betalen daardoor een veel hoger percentage van hun budget dan hun welgestelde medeburgers. Dat is niet eerlijk. Iedereen dient naar draagkracht mee te betalen.

Wat is de oplossing?

Als oplossing zouden die kosten natuurlijk weer verlaagd kunnen worden. Maar veel van die kosten zijn door de privatisering van overheidstaken moeilijk meer in toom te houden. Voor de hand ligt daarom de invoering van een Universeel Basisinkomen (UBI). Met een UBI kan de koopkracht van de burger weer op peil gebracht worden. De toenemende koopkracht stimuleert de economie. De ontstane onderklasse kan haar schulden afbetalen en een menswaardig bestaan opbouwen.

Belastingherziening

De belastingherziening die al zo lang op zich laat wachten is naar mijn mening niet te realiseren zonder een UBI als negatieve inkomstenbelasting erbij te betrekken. Een UBI kan bovendien uitstekend worden gecombineerd met een vlaktaks, hetgeen nog meer voordeel aan versimpeling biedt. Juist omdat het zo’n ingrijpende transitie is lijkt het me zaak de voorbereiding ervan tijdig ter hand te nemen. Het nieuwe kabinet kan z’n borst nat maken!

Amersfoort, 15 mei 2017
Joop Böhm

Het bericht “Durf het belastingstelsel nou eens aan te pakken” verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.