Discussiepunten en resterende vragen bij Een Onvoorwaardelijk Basisinkomen in Filosofisch Perspectief

Belangrijke discussiepunten rond basisinkomen betreffen eerlijke verdeling, gelijke behandeling, privé-eigendom en mensbeeld.
Resterende vragen zoals wat een goed mensbeeld is en hoe dwingend is dat, het arbeidsethos, billijkheid als morele basis, positieve vrijheid en beperkingen daarvan, gelijke behandeling in ongelijke situaties, maatwerk, marktwerking, scholing als voorwaarde, basisinkomen hoog of bescheiden en billijk, effect op bijv. duurzaamheid

illustratie: Mathilde Bindervoet

Na de inleiding op 26 oktober door Hansje Kalt over Een Onvoorwaardelijk Basisinkomen in Filosofisch Perspectief stelde zij een aantal discussiepunten en resterende vragen aan de orde.

Discussiepunten

  1. De discussie gaat over de diverse manieren waarop wordt aangekeken tegen eerlijke verdeling van de bronnen, gelijkheid, privé-eigendom en marktwerking en de verplichting tot werken voor iedereen.
    Men zoekt een eerlijke verdeling van bronnen in een verdeling naar behoefte, naar arbeid of naar inspanning, of, op grond van geboorterecht. In de praktijk liggen de problemen vooral in het verdelingssysteem die verschillen per persoon en die niet neutraal te bepalen zijn.
  2. Ook over gelijke behandeling er is discussie over de mate waarin. Er zijn verscheidene opvattingen over hoe gelijkheid te bereiken: moet het gaan over gelijkheid van kansen en mogelijkheden of over gelijke uitkomsten. Voor diversiteit als vrijheidsbeginsel geldt dat er ruimte voor alle soorten opvattingen van het goede leven kunnen bestaan.
  3. Privé-eigendom wordt door alle filosofen geproblematiseerd. De reden is dat door opeenstapeling van privé-eigendom “onterechte” grote verschillen in inkomen ontstaan. Door progressieve belastingen op alle inkomsten te heffen en sommige zaken te herverdelen via een staats pensioen, zoals de AOW of Verzekering naar inkomen. In de praktijk kan je dit als een soort in natura verdeling beschouwen. Maar beperking van privébezit heeft zijn grenzen, die voortkomen uit een diep gewortelde menselijke intuïtie van eigendom. Denk maar aan spaargeld.

    Een mooi voorbeeld is de volgende situatie. In ons kapitalistische systeem is het door werkloosheid ontstane gebrek aan inkomen, niet meer te wijten aan de werkenden zelf, maar komt voort uit het systeem. Na de periode van werklozen uitkering vervallen mensen in de Bijstand. Regel is dan dat zij eerst bijna al hun eigen spaargeld moeten opmaken, en dan nog in een tempo dat bepaald wordt door de instantie. Zij moeten van hun eigen geld op een minimumniveau gaan leven tot het bijna op is. Dit is voor veel mensen een onverteerbare kwestie, juist omdat zij ijverig gespaard hebben, wordt hier nu feitelijk beslag op gelegd. En: dit geldt natuurlijk niet voor mensen die nooit gespaard hebben. Oneerlijkheden worden dan weer bijgelapt door nog veel meer soorten uitkeringen en toelagen met even zovele voorwaarden. In de praktijk zijn er grote bureaucratieën nodig om dit alles te organiseren en controleren.

 

  1. Bij opvattingen over het mensbeeld speelt de vraag over het moment van de keuze een rol. Een mens moet zich op ieder moment kunnen herpakken door opnieuw zijn keuzen in vrijheid te bepalen, ook na een relaps door foute besluiten.
    Jongeren worden aanvankelijk (paternalistisch) beschermd tegen onverstandige keuzen. Maar de zekerheid van de onvoorwaardelijkheid en onvervreemdbaarheid van een inkomen maken het mogelijk, dat mensen meer gaan nadenken over hun eigen goede leven en daarmee over de intrinsieke waarde van betaald of onbetaald werk.

 

Het mooiste document vind ik de hartstochtelijke brief van Paine in 1796 aan het Wetgevende en Uitvoerende Directoraat in Parijs, uitgaande van de nieuwe concepten van vrijheid, rechtvaardigheid en humaniteit. En zijn hierop gebaseerde minutieus uitgewerkt plan voor een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen, dat direct uitvoerbaar is.

Resterende vragen

Heeft het mensbeeld de grootste invloed op het geloof in de uitvoerbaarheid van een onvoorwaardelijk basisinkomen? Of als iemand zo’n mooi mensbeeld heeft, zijn dan niet alle genoemde systemen op een rechtvaardige wijze uitvoerbaar en is discussie hierover dan overbodig? Of is het voldoen aan een goed mensbeeld zo dwingend dat dit weer de vrijheid beperkt? Is zelfcensuur een gevolg hiervan, zodat de verinnerlijkte morele dwang in een sociale omgeving onverdraaglijk wordt?

Hoe diep zit het onwrikbare arbeidsethos uit de 19e eeuw vanuit de christelijke opvatting, gebaseerd op het idee dat dit aardse leven slechts een voorbereiding op geluk in het hiernamaals is. Is dit te veranderen?

Van Parijs pleit vurig voor het idee billijkheid als morele basis voor een betere wereld. Is dat een begrip dat aan zal spreken?

Is het waar dat tegenwoordig de grenzen aan vrijheid meer impliciet beperkt worden, vooral als het gaat om positieve vrijheid. Aanvankelijk beperkt door formele burgerplicht, is er nu meer druk op individuele verplichtingen op het gebied van zorg voor de eigen familie, vanuit de oude moraal van gezinsverantwoordelijkheid. Hier is in de praktijk de rol van de vrouw in het geding. Is deze verandering moreel aanvaardbaar?

Het moment van keuze voor een eigen ‘goede leven’ zeer belangrijk. Omdat mensen vrij moeten zijn om op ieder moment hun idee van het goede leven kunnen veranderen en een andere koers kunnen inslaan. Hierbij denk ik aan sektes, soort werk, echtscheiding en crimineel gedrag). Een onvoorwaardelijk maandelijks uit te keren basisinkomen dat onvervreemdbaar is, geeft deze vrijheid opnieuw. Na een periode van verplichte scholing voor criminelen. Is dat moreel verantwoord?

Hoe zit het met gelijkheid bij gelijke behandeling in ongelijke situaties. Moet steeds per situatie beoordeeld worden. In feite blijven maatwerk en gelijke behandeling strijdig met elkaar.

Is het zo dat als de focus ligt op gelijke uitkomsten door maatwerk, er dan in de praktijk te veel ondefinieerbare variabelen bij de beoordeling gaan meespelen. Of gaat het niet juist om de ongelijkheid een kans te geven?

Het behoud van ongedomineerde[i] diversiteit leidt ertoe dat er impliciet om een morele maatstaf voor gelijkwaardigheid van culturen gevraagd wordt. (cultuurrelativisme). Moet de morele grens van erkenning liggen bij de Rechten van de Mens of zijn er andere criteria?

Is het zo dat de invloed van marktwerking zal veranderen? Mensen met een onvoorwaardelijk basisinkomen zijn niet meer machteloos tegenover werkgevers. Zij kunnen eisen stellen of ontslag nemen.

Is het moreel te verdedigen dat voor jongeren hun basisinkomen pas onvoorwaardelijk wordt nadat zij hun verplichte scholing door educatie en lerend te werken, afgerond hebben.

Is de mate van echte vrijheid afhankelijk van een zo hoog mogelijke toelage? Of is met een bescheiden en billijk inkomen genoeg vrije keuze al mogelijk.

Is het moreel belangrijk dat het basisinkomen een recht is dat voor iedereen geldt.

Zal alle betaald werk beoordeeld worden naar de intrinsieke waarde? Zullen dan lonen voor onaantrekkelijk fysiek belastend werk worden verhoogd, en lonen voor aantrekkelijk, interessant en werk dat in hoog aanzien staat, worden verlaagd door marktwerking? Zullen mensen die graag snel extra geld willen verdienen dan een paar dagen onaangenaam werk aannemen en anderen kiezen voor inhoudelijke of de sociale voordelen?

Zal meer ruimte komen voor ‘maatschappelijk ondernemen’, Fair Trade en vooral duurzaamheid?

Hansje Kalt, 26 september 2017

Discussie punten en vragen  bij inleiding Hansje Kalt over Een Onvoorwaardelijk Basisinkomen in Filosofisch Perspectief, filosofisch diner, Amsterdam.
Dit was een eerste in de serie diners die deze herfst worden georganiseerd door Vuurwerk Filosofie en Stichting Vitamine Z.  onder de titel Het Nieuwe Werken – wanneer wordt werken overbodig?

[i] in dit standpunt waarin alle culturen geaccepteerd moeten worden, ligt de vraag verborgen dat er ook culturen zijn waarin de waarden en normen niet acceptabel zijn binnen de bestaande moraal. Bijvoorbeeld het slaan van kinderen in de opvoeding of het stenigen van vrouwen bij ontrouw. Dus hoever gaat de tolerantie. Dat is de vraag. Het idee dat alle culturen evenveel recht hebben op het uitoefenen van hun waarden en normen (en gewoonten), is principieel wel goed, maar blijft voor de praktijk discutabel.

Het bericht Discussiepunten en resterende vragen bij Een Onvoorwaardelijk Basisinkomen in Filosofisch Perspectief verscheen eerst op Vereniging Basisinkomen.

Geplaatst in obi.